Evangelie van Maria Magdalena

 

Het Evangelie van Maria Magdalena, is één van de gnostische geschriften, gevonden in 1945 bij de plaats Nag Hammadi in Egypte. Maria Magdalena is in deze tekst een volgeling van Jezus. Zij vertelt dat zij Jezus heeft ontmoet in een visoen en dat hij haar geheime leringen heeft onthuld. Er brandt onder de discipelen een ruzie los over haar autoriteit als vrouw en leerling. Met name Petrus valt haar fel aan, vooral omdat wordt gezegd dat Jezus haar meer liefhad dan de andere leerlingen.
Voor de studie van de gnostiek is het Evangelie van Maria Magdalena van groot belang, omdat ze een beschrijving bevat van de reis van de ziel na de dood langs de Archonten. Helaas is slechts een deel daarvan overgeleverd, maar niettemin geeft wat rest een goede indruk van de opvattingen in de gnostiek over de hemelvaart van de menselijke ziel na de dood.
De Archonten zijn de heersers van het aardse noodlot. Het zijn de kosmische Machten die zetelen op de planeten, op elke planeet één. Hun doel is de menselijke ziel gevangen te houden in morele slavernij tijdens haar aardse verblijf.
Na de dood, zo beschrijft het Evangelie van Maria Magdalena, passeert de ziel de planeetsferen. Bij elke planeet zal een Archont proberen haar tegen te houden. Lukt dat, dan moet de ziel opnieuw incarneren in een aards leven.
De Archont zal proberen de ziel tegen te houden door haar vast te grijpen bij een zielengewaad. Maar als de ziel over de juiste gnosis beschikt, zal ze bij elke planeet de juiste magische woorden weten uit te spreken. De Archont zal dan achterblijven met het lege zielengewaad en de ziel zal haar reis kunnen vervolgen. Wanneer de ziel zo al haar zielengewaden achterlaat, zal ze tenslotte met haar naakte wezenskern, voorbij de planeetsferen, verenigd worden met de goddelijke eenheid, als een druppel die terugkeert naar de oceaan.
Het Evangelie van Maria Magdalena geeft enkele twistgesprekken weer tussen de ziel en een Archont.
In Lucas 8:2 wordt vermeld dat Maria Magdalena door Jezus werd bevrijd van zeven duivelse geesten. Men kan hierin een verwijzing zien naar de zeven Archonten die de ziel moet passeren na de dood. Jezus zou Maria Magalena dus, volgens de gnostieke visie, de geheime gnosis hebben geleerd om de zeven Archonten te kunnen passeren.
Moet men deze beschrijving van de hemelvaart van de ziel nu zien als een letterlijk zo bedoelde waarheid? Wie vertrouwd is geraakt met de gnostische teksten beseft dat nagenoeg alle gnostische teksten als allegorisch kunnen worden verstaan. In de klassieke oudheid zijn mythes de taal van de ziel. Ze beschrijven processen van de ziel.
In het kerkelijk christendom is steeds sterke nadruk gelegd op de letterlijke waarheid van de christelijke mythes. Daarom, ook al is men geen christen, zal een hedendaagse lezer toch nog geneigd zijn om zo'n beschrijving van de reis van de ziel langs de Archonten te lezen alsof het door de schrijver letterlijk zo bedoeld is. Maar om de gnostische teksten werkelijk te verstaan moet men afstand nemen van deze door de christelijke kerken aangeleerde leeswijze, en proberen de gnostische teksten te lezen zoals ze in hun tijd bedoeld waren, namelijk als symbolische beschrijving van een zielenproces.
Zo gelezen is het Evangelie van Maria Magdalena een tekst die beschrijft hoe de menselijke ziel in morele slavernij kan verkeren en hoe ze zich daaruit kan bevrijden. In de gnostische symboliek is de dood het symboolwoord voor iemand die 'zichzelf vergeten is'. De reis van de ziel na de dood is te verstaan als de beschrijvng van de ontwikkelingsweg die de ziel kan gaan na het ontwaken uit de zelfvergetelheid. Want om werkelijk tot zichzelf te komen moet men daarna nog 'de Machten' overwinnen.
Zo verstaan biedt het Evangelie van Maria Magdalena een visie op het menszijn, die betekent dat een mens zich kan bevrijden uit de greep van het noodlot, en zelf, in vrijheid, na de opstanding uit de spirituele dood, medeschepper kan worden van het koninkrijk op aarde.

Zie in dit verband ook gezegde 21 van het Thomas Evangelie. Daar laten de kinderen ook hun kleren achter. Hetzelfde thema vinden we in gezegde 37, waar Jezus eveneens vertelt dat je je kleren moet afleggen. De kleren zijn hier, in het Thomas Evangelie, net als bij Maria Magdalena, symbolen van zielengewaden die de ziel bedekken. In de Jungiaanse terminologie noem je dat maskers.

Voor de tekst van het Evangelie van Maria Magdalena, in de vertaling van Esther de Boer, zie de website http://www.parochieheiligegeest.nl/magdevan.htm


Dit is een pagina van de website www.gnostiek.nl