Pakkende teksten

De eenvoud van zijn

    door Nij, 15/06/2013 11:17. #44703. 28 reacties, laatste

Ik vind deze tekst uit logion 54 van Ken Wilber zo mooi dat ik hem op de voorgrond haal.

"De ultieme werkelijkheid is niet iets wat wordt gezien, maar eerder de altijd aanwezige Ziener. Dingen die worden gezien komen en gaan, maken blij of bedroefd, zijn prettig of pijnlijk – maar de Ziener is geen van die dingen, en hij komt en gaat niet. De Getuige weifelt niet, wankelt niet, treedt die stroom van tijd niet binnen. De Getuige is geen object, geen ding dat wordt gezien, maar de altijd aanwezige Ziener van alle dingen, de eenvoudige Getuige die het ik van de Geest is, het centrum van de cycloon, de opening die God is, de open ruimte die zuivere Leegte is.
Er is nooit een moment waarop je geen toegang tot dit getuigenbewustzijn hebt. Op elk moment is er spontaan bewustzijn van wat toevallig aanwezig is – en dat simpele, spontane, moeiteloze bewustzijn is de altijd aanwezige Geest zelf. Zelfs als je denkt dat je hem niet ziet, juist dat bewustzijn is het. En zo is de Hoogste Toestand van bewustzijn – de inherente Geest zelf – niet moeilijk te bereiken maar onmogelijk te vermijden.
Mensen vinden het soms moeilijk om de Geest te begrijpen, omdat ze hem proberen te zien als object van bewustzijn of object van inzicht, het is de Ziener. De Geest is geen object; het is een radicaal, altijd aanwezig Subject, en is dan ook niet iets wat voor je op zal duiken als een rots, een beeld, een idee, een licht, een gevoel, een inzicht, neen stralende wolk, een geweldig visioen, of een gewaarwording van groot geluk. Die zijn allemaal heel aardig, maar het zijn allemaal objecten, en dat is wat de Geest niet is. Zo zul je terwijl je in de Getuige verblijft niets bijzonders zien. De echte Ziener is niet iets wat kan worden gezien, dus begin je eenvoudig met het loslaten van je identificatie met ieder object en alle objecten:
Ik ben me bewust van gevoelens in mijn lichaam; dat zijn objecten, die ik niet ben. Ik ben me bewust van mijn zelf op dit moment, maar dat is ook gewoon een object, en ik ben dat niet. Taferelen trekken langs in de natuur, gedachten trekken voorbij in de geest, gevoelens drijven voorbij in het lichaam, en geen van die dingen ben ik. Ik ben geen object. Ik ben de zuivere Getuige van al die objecten. Ik ben Bewustzijn als zodanig.
En zo zul je terwijl je in de Getuige verblijft niets bijzonders zien – alles wat je ziet is prima. Veeleer zul je, terwijl je in het radicale subject of de Getuige verblijft, terwijl je je niet langer vereenzelvigt met objecten, eenvoudig een gevoel van onmetelijke Vrijheid op te merken. Deze Vrijheid is niet iets wat je zult zien; het is iets wat je bent. Wanneer je de Getuige van gedachten bent, ben je niet gebonden aan gedachten. Wanneer je de Getuige van gevoelens bent, ben je niet gebonden aan gevoelens. In de plaats van je samengetrokken zelf is er eenvoudig een reusachtig gevoel van Openheid en Bevrijding. Als object ben je gebonden; als Getuige ben je vrij."
Uit:
Ken Wilber, De eenvoud van zijn.



Dag Nij!
Een heerlijk stukje is dit van Ken Wilber!
Fijn dat je dit nog eens onder de aandacht brengt.

Hij beschrijft hij de eenvoud van 'Zijn' wel erg uitvoerig. Misschien is dit ook wel nuttig en nodig voor de velen die het zijns-begrip aan van alles en nogwat vast koppelen...
'..Dit is mooi, ..dat is lelijk, .. zij zijn gemeen, ..zij zijn aardig en ga zo maar door!
Allemaal vervoegingen van het woordje 'Zijn'. ..dus bepaald niet de éénvoud, maar meer een veelvoud van zijn.
Van dit misverstand ben ik ooit wakker geschud toen mij gewezen werd op de uitspraak van Shakespeare:
'To Be or not to Be, that's the Question!'
'To Be' is vrij zijn, bevrijding!
Not to Be is beperking, gebonden zijn.

Dit 'to Be' is het zuivere 'aanwezig Zijn' van de Getuige, - die je in wezen zelf Bent -, zoals het in het stuk van Wilber aan het slot ( laatste alinea) beschreven wordt.


NB. Hoe al die schuine streepjes er tussen zijn gekomen begrijp ik niet, want toen ik het schreef heb ik ze niet gezien.
Doe dus maar net of je ze niet ziet :)


Dank Nij, voor dit citaat van Ken Wilber. Het is een heldere en bondige samenvatting van zijn visie. Dat stelt mij in staat om even helder - hoop ik - duidelijk te maken waarom ik van een aantal beweringen van hem in deze tekst afstand neem.
Daarmee geef ik in de eerste plaats mijn eigen visie weer. Die visie vond ik terug in enkele gnostische teksten, met name in het Thomas-evangelie. Dus kan ik met mijn reactie ook een van de kernpunten van de gnostiek duidelijk maken.

Eerst maar eens zeggen waar ik het wel mee eens ben. Dat is de Ziener, zoals Ken Wilber dat in dit citaat beschrijft. In mijn toelichting bij het Thomas-evangelie noem ik dat de innerlijke waarnemer of de innerlijke getuige, zie logion 54. Dat er zoiets bestaat als het toeschouwend bewustzijn, dat ben ik helemaal met Wilber eens. Maar dat is eerlijk gezegd geen originele visie van hem. Die komt uit het hindoeïsme, met name de advaita vedanta, en die is is al vele eeuwen oud.
Dat concept van het toeschouwend bewustzijn is typisch oosters. Ik ken het niet op die manier binnen de westerse christelijk-mystieke traditie en ook niet in de westerse filosofie. Ik beschouw het inzicht dat er zoiets bestaat als het toeschouwend bewustzijn als een verrijkende bijdrage van het oosten aan het westen.
Maar daar laat ik mijn instemming bij.

In de advaita vedanta, die Wilber volgt, wordt aan het bestaan van de Ziener (ik volg nu maar de benaming van Wilber) nog een conclusie verbonden over de aard van de werkelijkheid. En die conclusie deel ik geenszins.

Wilber noemt de Ziener de ultieme werkelijkheid. Hoezo? Dat is een koppeling van een geloofsartikel aan het toeschouwend bewustzijn van de Ziener. Ik ontken dus niet het bestaan van de Ziener maar wel de bewering die Wilber daaraan verbindt, namelijk dat de bewustzijnstoestand van de Ziener de exclusieve ultieme werkelijkheid zou zijn.
Nou nee, dat vind ik dus helemaal niet.
Maar wat zou het? Is daar iets mis mee dan? Ja, dat vind ik wel. En dat zit ‘m in de consequenties die Wilber mede namens de advaita vedanta aan dat geloofsartikel verbindt.
Door de bewustzijnstoestand van de Ziener als de ultieme werkelijkheid te beschouwen, volgt daar nog het een en ander uit, namelijk dat al het waargenome geen deel daarvan is, en dus eigenlijk niet bestaat.
In de advaita vedanta wordt dat standpunt over het niet-bestaan van het waargenomene consequent doorgedacht. Al het waargenomene, dus alles wat de Ziener middels de zintuigen waarneemt bestaat niet werkelijk, het is maya, illusie. Zoals Shankara, een van de grote kerkvaders van de advaita vedanta, zegt: het bewustzijn is werkelijk, het heelal is onwerkelijk.
En daar neem ik afstand van.

De advaita vedanta noemt de materiële wereld, vanaf de sterren tot mijn lichaam, inclusief mijn gevoelens en gedachten niet-bestaand. Wat dan overblijft noemt de advaita vedanta het Ene. Op grond daarvan noemt de advaita vedanta zich zelfs non-dualistisch.
Nou ja zeg, je verwerpt gewoon de ene helft van de werkelijkheid als niet bestaand, en dat maakt je dan non-dualistisch?
In wezen is die opvatting natuurlijk extreem dualistisch. Het is even dualistisch als het dualisme van materie en geest zoals dat door Plato is bedacht. Plato gaat alleen niet zover om te beweren dat de materie niet bestaat, maar hij beweert wel dat de materie, inclusief het menselijk lichaam minderwaardig is.
In feite komen advaita vedanta en Plato op hetzelfde neer: je moet je ontdoen van je lichaam en alles wat daarmee te maken heeft voor een geestelijk leven.

De advaita vedanta, inclusief Wilber, is ook amoreel. Want door de volledige identificatie van al het bestaande met de Ziener, en de verwerping van gevoelens als niet bestaand, verdwijnt ook, althans volgens de advaita vedanta, het verschil tussen goed en kwaad. Alles is prima, zegt Wilber dan ook heel treffend.
Nou nee, dat vind ik dus ook al niet.

Ik pleit ervoor om afstand te nemen van opvattingen die de het menselijk lichaam en alles wat daarbij hoort als minderwaardig beschouwen, zoals Plato, of zelfs het bestaan van het menselijk lichaam ontkennen, zoals de advaita vedanta en Wilber.
Mijn lichaam en mijn gevoelens behoren evengoed tot mijn werkelijkheid als het waarnemend bewustzijn. Ik ben óók mijn lichaam, ik ben óók mijn gevoelens en ook mijn gedachten zijn van mij.
En dat vond ik het mooie van het Thomas-evangelie en andere gnostische teksten, dat het er om gaat de twee één te maken: het tijdgebonden dagdagelijks bestaan en het tijdloze bewustzijn van de ziener, de persoonlijke natuur en de transpersoonlijke natuur van de mens als een tweeling, zoals uitgelegd bij de proloog van het Thomas-evangelie. Ik hoef niet te kiezen tussen een van die twee. Het zijn beide volwaardige en gelijkwaardige aspecten van dit ene bestaan: mijn leven.
Dat heet heelheid.


Nou Bram je hebt de tekst denk ik beter gelezen dan ik gedaan heb, geloof ik.
Maar je bent natuurlijk filosofisch behoorlijk breed onderlegd.
Zelf ben ik niet zo'n denker
Toch begrijp ik na jouw kijk erop gelezen te hebben daar waar je instemt en ook waar je afwijst.
Oppervlakkig weet ik iets van advaita vedanta en kijk daar op een noncholante manier naar.

Je zegt:
dat het er om gaat de twee een te maken: het tijdgebonden bewustzijn van het dagdagelijks bestaan en het tijdloze bewustzijn van de ziener. Ik hoef niet te kiezen tussen een van die twee. Het zijn beide aspecten van dit ene bestaan: mijn leven.

Dit is waar ik zonder enige moeite in mee ga.





Rozen én distels, toch?


Het woord nondualiteit is op het ogenblik heel populair in spirituele kringen. Er worden zelfs nonduale conferenties belegd. Dat gaat dan over de nondualiteit van de advaita vedanta, zoals door Wilber beschreven.


Bram@Rozen én distels, toch?

Zekers!



Hoe maak je de twee één?
Dan vraag ik me af hoe komt dat nou, dat wat oorspronkelijk EEN was, nu blijkbaar twee geworden is?
Is de onrust-stoker in de oorspronkelijke eenheid dan niet het denken, - ons geliefde brein, dat meent alles te kunnen en te moeten verklaren?
Kun jij Liefde verklaren? Oh, ja..?!
Op het moment dat je het verklaart is de Liefde gevloden en een dorre verklaring over gebleven!
Er bestaat geen formule om de twee een te maken, want de twee zijn nog steeds EEN ! Ze zijn altijd EEN geweest en gebleven.
Het is het kritische en analytische denken denken dat de vergissing begaat een scheiding te moeten maken tussen deze twee. dat is het denken als zodanig niet kwalijk te nemen, want het werkt nu eenmaal zo: 'dit is goed en dat is fout'.

Het enig helende dat de oplossing van deze tweespalt kan brengen is de Liefde.


hoi Leo

Jouw bijdrage brengt me naar de Proloog van het Thomasevangelie.
Het gaat hier over de twee naturen van de mens die ik ook als zodanig waarneem bij bijmelf.

In bijzonder sluit hier voor mij volgend citaat bij aan:
Hoe kunnen we die dubbele natuur op een meer aansprekende manier verstaan? Stel je bent een toneelspeler die vol overgave een rol uitbeeldt voor een volle zaal. De zaal ziet jou in de rol die je speelt. Zo toon jij je aan ‘de wereld’. Maar je bent ook nog de speler. Zo heb je dus als het ware een dubbele identiteit, die van je toneelrol en die van je eigen persoonlijkheid.
Op vergelijkbare wijze zegt de gnostiek dat de mens twee naturen heeft. Je persoonlijke natuur is gekoppeld aan je alledaagse naam, de naam waarmee je door je medemensen gekend wordt. Je andere natuur, de alles overstijgende vorm van bewustzijn heet in de gnostiek ‘de Christusnatuur’, of ‘de Christus in jou’. Daarin wordt je op een heel andere manier gekend, als een manier die je kunt ervaren als de grond van je bestaan.

Juan Ramon Jiminez
Ik ben niet ik
ik ben
degene die aan mijn zijde gaat
zonder dat ik hem zie,
die ik, soms, bezoek
en die ik, soms, vergeet.
Die kalm zwijgt
wanneer ik spreek,
die zachtmoedig vergeeft
wanneer ik haat,
die gaat waar ik niet kom,
ik ben
die
naast mij
in mij
is.

Het brengt me ook naar logion 75, de eenlingen en het bruidsvertrek.

"Opmerkelijk is hier in dit logion dat je eerst een eenling moet zijn voor je het bruidsvertrek kunt binnengaan. Je moet eerst een individu worden.
Hier wordt een belangrijk onderscheid aangegeven met sommige andere spirituele tradities die sterk gericht zijn op egoloosheid. In de gnostiek speelt egoloosheid geen rol. Het is daar als begrip niet aanwezig.
De gnostiek legt juist de nadruk op de verwerkelijking van je persoonlijke individualiteit. Je eigen unieke en oorspronkelijke identiteit is van wezensbelang. De realisatie daarvan in de praktijk van het leven, woekerend met je talenten, is ieders persoonlijke goddelijke opdracht

Prachtig vind ik het dat ik hier het verhaal van Mosje tegenkom waar Monique het over had.
Ook kom ik hier het prachtige gedicht van Lieve God weer tegen, als ik ouder word..



Ik hoor wat je zegt Leo en het volgende welde zomaar bij me op.
Ik dacht weer aan mijn lievelingsmythe die mij verteld: toen God zichzelf weerspiegeld zag in de eeuwige wateren, werd dit tot een zelfstandige gedachte, ook wel Sophia of Wijsheid of de vrouwelijke kant van God genoemd.
Voor mij veranderde toen de EEN in twee, in veelheid.
In de Hebreeuwse taal werd de Aleph(de 1) de Beth (de 2).
Deze twee letters vormen het woord ABBA, Vader, in het Onze Vader in het Aramees, vertaald als Bron van Zijn (EENHEID,EEN)
Het voelen van de EENHEID van jezelf met alle dingen, veelheid, is LIEFDE.
Voor mij is zo ongeveer het cirkeltje rond, verklaren kan ik het niet het is een gevoel.
Deze 'wijsheid' is niet allemaal van mijzelf maar eens geplukt langs mijn pad als bloemetjes.
Ik heb er een boeketje van gemaakt voor je Leo, en ook voor jou Nij en natuurlijk voor alle lezers van dit forum.
Geef ze af en toe wat vers water dan blijft dit boeketje fris en de geur komt van ver, vanuit de werkelijkheid.


Heel mooi Wim!
Dank je wel!


Nij, wat een schitterend gedicht!!

De laatste twee regels zie ik niet, ik hoop dat je het niet erg vindt dat ik die hier erbij plak.

Ik ben niet ik.
Ik ben hij,
die ongezien aan mijn zijde gaat,
die ik vaak bezoek,
en die ik vaak vergeet.
Hij, die rustig zwijgt, als ik spreek,
die zachtmoedig vergeeft, als ik haat,
die rondzwerft, waar ik niet ben,
die zal blijven staan, als ik sterf.

tekst Juan Ramón Jiménez


Ah Annette ik zie dat er verschillende versies van zijn, net een ietsie pietsie anders!


Het zijn natuurlijk vertalingen en daar sluipt het verschil mee binnen. Ik heb de Spaanse tekst opgezocht voor die laatste zin (io non sono io), die me in de versie van Annette wat merkwaardig overkwam.
Hoewel mijn Spaans niet meer is wat het zelfs nooit was, zie ik het nu zo:

Hij alleen zal me nabij zijn bij mijn dood.

Of:
Hij alleen zal me bijstaan bij mijn sterven.

Met die zin leidt het gedicht naar een krachtige en betekenisvolle conclusie. En ik vermoed dat die laatste zin de kern en opzet is van dit gedicht. Het maakt het niet minder mysterieus mooi.


Ik kwam zojuist weer een fraaie zin tegen in een van de Nag Hammadi-geschriften, die een andere mogelijkheid laat zien dan die tekst van Wilber. De tekst komt uit 'Het gesprek met de Verlosser.' Hier geen tegenstelling tussen bewustzijn en lichaam, maar eenheid:

De verlosser zei:
De lamp van het lichaam is het bewustzijn. Als je binnenste helder is, straalt je lichaam.



En nog een mooie tekst. Deze komt uit het gnostische Evangelie van de Waarheid. De achterliggende opvatting is dat de schepping, het Al, ziek is, bedorven, in de ban geraakt van de machten en de leugen. Maar dan komt Jezus. Wat hij te vertellen heeft reinigt het Al, het Al wordt weer verbonden met de oorsprong, de Bron van zijn:

Zijn rust heeft het tot zich genomen,
zijn liefde heeft het belichaamd,
zijn vertrouwen heeft het omvat.
Zo gaat het Woord van de Vader uit in het Al.
(...)
Het reinigt het en brengt het terug
tot de Vader
en tot de Moeder.


Het boeiende van de bovenstaande citaten vind ik dat het Al, de zichtbare werkelijkheid, gereinigd wordt door het eigen bewustzijn te zuiveren van allerlei negatieve aankleefsels.
Zoals logion 3 zegt: het koninkrijk is in je hart én in je oog.
De Ziener, zoals Wilber dat noemt, heet in de gnostiek wel het maagdelijk bewustzijn. Maar juist dat maagdelijke bewustzijn herstelt de aardse werkelijkheid in diens eigen waardigheid. Het maagdelijk bewustzijn is leeg van enig geloofsartikel, dus ook leeg van het geloofsartikel van de advaita vedanta.
En zo denk ik dat veel gnostische teksten in hun tijd bewust anti-Plato zijn, dus anti de toen dominante platoonse opvatting dat alle materie, inclusief het lichaam van de mens, van een minderwaardig allooi zou zijn.
En ja, dat vind ik mooi.


Nog eentje:

Maria Magdalena zei:
Is alles wat vaststaat zichtbaar?
De verlosser zei:
Ik heb je toch gezegd dat wie kan zien degene is die openbaart?

(Dialoog met de Verlosser)


Ik wil al het bovenstaande terugbrengen tot een fundamentale keus.
Er is zoiets als de mystieke ervaring. Die ervaring is er een van alomvattende goedheid en vrede. Die ervaring is van mensen, en niet van welke spirituele traditie dan ook, dus niet van het christendom en ook niet van boeddhisme en advaita vedanta.
Maar veel spirituele tradities hebben daar een conclusie uit getrokken. Zowel in de oosterse tradities als in de westerse christelijke mystiek wordt die ervaring gesteld tegenover de alledaagse werkelijkheid. De alledaagse werkelijkheid lijkt soms wel vol kommer en kwel. En daarmee is een scherp contrast gegeven tussen de zorgeloze mystieke ervaring en de zorgelijke alledaagse werkelijkheid.
Dat kan ertoe leiden om die mystieke ervaring van alomvattende goedheid tot het enige werkelijk bestaande uit te roepen, en vervolgens een spiritueel pad te ontwerpen om daarmee te ontsnappen aan de alledaagse ellende.
Men kan als rechtvaardiging daartoe aanvoeren dat de mystieke ervaring het kenmerk heeft van 'dit is het', dit is de ervaring van de ultieme werkelijkheid.
Maar ik kan je uit eigen ervaring verzekeren dat de pijn die je ervaart bij een niersteenaanval ook het kenmerk heeft van de ultieme werkelijkheid, alsof op dat moment alleen die pijn bestaat, net zoals de gelukzaligheid van de mystieke ervaring. Maar de niersteenpijn is natuurlijk wel veel minder leuk dan de mystieke ervaring. Van die niersteenpijn wil je zo snel mogelijk af, net als alle andere ellende die het leven je kan bezorgen. Terwijl het daarentegen heel prettig lijkt om permanent te kunnen verblijven in de mystieke ervaring van eeuwigdurende goedheid. En dan kun je dus een spiritueel pad ontwerpen, zoals dat van Ken Wilber, dat je belooft daar ooit permanent in te kunnen verkeren, ook al duurt dat tachtig miljoen levens, zoals Shankara en de Boeddha beweerden, voor je ooit zover bent.
De prijs daarvoor is hoog, want om het lijden te vermijden moet je ook de vreugde inlossen, zoals men meende dat de Boeddha zelf beweerde in de aan hem toegeschreven Kayagatasati Sutta:
"Met het verdwijnen van vreugde verblijft een monnik in gelijkmoedigheid."
En ook:
"Met het verlaten van geluk en pijn, en met het daaraan voorafgaande verdwijnen van blijheid en bedroefheid, gaat een monnik het stadium van de vierde jhana binnen en is hij vrij van geluk en pijn."

Maar je kunt ook ervoor kiezen om ten volle deel te blijven nemen aan dit leven in al zijn facetten, zonder te proberen aan de pijn die het leven soms doet te ontsnappen. Ik meen zelfs dat je alleen op die manier de gelukzalige goedheid van de mystieke ervaring in je alledaagse leven kunt integreren, zelfs als een onwankelbare bodem van je bestaan, hoe dat bestaan verder ook is, zonder tachtig miljoen levens uitstel. Want dat verlossende inzicht belooft je nog wel tachtig miljoen levens minus één met niersteenkolieken, terwijl ik door de pijn daarvan te accepteren nu al soms die gelukzalige goedheid kan ervaren in het hier en nu.
Want helaas, het geloof in de ultieme gelukzaligheid na tachtig miljoen levens verlost je niet van de niersteenpijn in dit leven. Het belemmert je, vrees ik, wel in het genieten van het leven in het hier en nu. Dat is eigenlijk best wel triest.
Je kunt wel, vanuit de geloof in de advaita vedanta of het boeddhisme menen dat die niersteenpijn niet werkelijk bestaat, en dat alles, zoals Wilber zegt, helemaal prima is, maar die niersteenpijn trekt zich niets aan van dat soort redeneringen. Die eist gewoon de ervaring van de ultieme werkelijkheid op, los van elke verlossingsleer.
Dus, wat wil je? Pas over tachtig miljoen levens de ultieme levensvreugde ervaren, of nu al in dit leven? Als je voor het laatste kiest zul je de niersteenpijn en varianten daarvan erbij moeten accepteren.


Ik heb aan de bovenstaande tekst nog wat citaten van de Boeddha toegevoegd, en wel deze:
"Met het verdwijnen van vreugde verblijft een monnik in gelijkmoedigheid."
En ook:
"Met het verlaten van geluk en pijn, en met het daaraan voorafgaande verdwijnen van blijheid en bedroefheid, gaat een monnik het stadium van de vierde jhana binnen en is hij vrij van geluk en pijn."
Ze komen uit de Kayagatasati Sutta, traditioneel beschouwd als de woorden van de Boeddha.


Jouw fundamentele keus Bram bracht me weer bij die split-second dat God zichzelf zag weerspiegeld, het moment dat ik ben ontstaan, de EENHEID die zich weggaf in de veelheid en die meegaat in zijn schepping om ons weer terug te brengen naar de EENHEID die er altijd was, is en zal ZIJN.
De werkelijkheid achter dit beeld is mij zo dierbaar, het hier en nu, het lied dat alles verfraait en zich van eeuw tot eeuw vernieuwt.
Nooit meer dat wachten op dat moment dat zich ooit eens zal uitrollen voor mij zoals al die spirituele tradities beloven maar nu, dit leven wat werkelijk is en zich aan mij openbaart met alles erop en eraan.
Dank voor het delen van je fundamentele keus Bram.


Wat wordt je leven dan ineens rijk, Wim, als je het zo kunt ervaren.
Dank voor je bemoedigende woorden. Ze raken me.


Wim, ik heb een verhaal voor je. Het is een deel van een langer artikel. Het gaat er over dat God zich weerspiegeld zag, maar dan anders verteld. Het is best wel een lastig betoog, heb ik gemerkt. Hier is het:

Sophia en haar twee zonen

Ooit, nog vóór ‘den beginne,’ nog voor alle tijden en ruimtes (in hedendaagse termen: nog voor de Big Bang), was er alleen maar het Zijn. Dit Zijn was zuiver bewustzijn. Het was een Oerzelf dat geheel met zichzelf samenviel. De gnostici kennen twee hoofdkenmerken toe aan dit pure Zijn: bythos en syge, rust en stilte.

Hoewel dit Oerzelf uit zuiver bewustzijn bestond, was het echter nog niet bewust van zichzelf. Het kende zichzelf niet. Maar toen gebeurde er iets.
Op een moment, nog steeds vóór alle tijden en ruimtes, werd dit Oerzelf zich bewust van zichzelf:
Het zag zichzelf en zei tegen zichzelf: ‘Dat ben ik’.
In de gnostische mythologie kreeg dit zelfbewustzijn de naam Sophia.
Sophia is dus het zelfbewustzijn van het Oerzelf.

Nu is er met het zelfbewustzijn, met alle zelfbewustzijn, ook van elke mens, iets bijzonders aan de hand. Je kunt het vergelijken met een spiegelbeeld. Je kijkt in een spiegel en dan zie je een beeld van jezelf waarvan je kunt zeggen: ‘Dat ben ik.’ Maar, je bent dat beeld ook niet.
Je bent het én je bent het niet.
Heel verwarrend en zelfs problematisch.
Wat is het probleem dan?
Het zelfbewustzijn kan als het ware een eigen leven gaan leiden, zich losmaken van het oorspronkelijke zelf, en dan ontstaat er een vals zelf dat afgescheiden is, niet meer geworteld in het ware oerzelf.
Welnu, dat proces van het afgescheiden zelf, van de schepping van het valse zelf, wordt in de gnostiek uitgebeeld met de geboorte van de Demiurg.
De gnostische mythes vertellen dat de Demiurg geboren werd in een moment dat Sophia, het zelfbewustzijn van het Oerzelf, niet met haar oorsprong verbonden was.
In dat moment van niet-verbondenheid baarde Sophia de Demiurg.

De gnostische tekst 'De Drievoudige Verhandeling' noemt deze Demiurg ‘het arrogante denken’. Dat is heel opmerkelijk. De Demiurg wordt hier dus voorgesteld als het mythische symbool van het arrogante denken. Waarom arrogant? Omdat het arrogante denken een eigen voorstelling van de werkelijkheid in de plaats stelt van de werkelijkheid zelf. In zijn onnozelheid meent het zelfs dat dit zelfgeschapen beeld van de werkelijkheid, deze schijnwereld, de enige werkelijkheid zelf is. De Demiurg heeft echter slechts een schijnwerkelijkheid, een schaduwwereld geschapen.
De Demiurg schiep zich een eigen wereld, zo zegt 'Het Evangelie van de Waarheid,' die in pracht en praal de echte werkelijkheid moest overtreffen. Omdat die schaduwwerkelijkheid niet verbonden is met de echte oerwerkelijkheid raken de mensen die erin geloven verdwaald als in een doolhof:
Eenmaal binnengegaan in de doolhof der kwalen,
Vindt de ongelukkige ziel de uitweg niet meer.
Ze tracht te ontkomen aan de bittere chaos
En weet niet hoe zich erdoor te slaan.


Wereld van angst

Wie gelooft en daarom gaat wonen in een beeld van de werkelijkheid dat niet verbonden is met de oerwerkelijkheid zelf, raakt in zichzelf ontworteld, verliest het contact met de werkelijkheid in zichzelf. Dat is het sublieme inzicht dat door deze gnostische mythologie wordt verwoord. Zo iemand raakt verdwaald in een wereld van angst, omdat hij daar zijn innerlijk kompas kwijt is, zijn kennis van goed en kwaad, zijn gnosis, zijn kennis van zijn ware zelf.
Die wereld van angst wordt prachtig beschreven in het 'Evangelie van de Waarheid':
Zo waren zij onwetend van hun oorsprong, daar zij deze niet zagen.
Doordat dit zich uitte in angst en verwarring en instabiliteit en twijfel en verdeeldheid,
waren er veel waandenkbeelden en loze onzinnigheden waaraan zij leden, alsof ze in slaap gedompeld waren en aan verwarde dromen ten prooi.
Ze vluchtten ergens heen,
of ze zijn niet bij machte vooruit te komen bij de achtervolging van anderen,
of ze zijn aan het slaan,
of ze krijgen zelf slaag,
of ze vallen van grote hoogte,
of ze vliegen door de lucht, hoewel ze geen vleugels hebben.
Dan weer is het of iemand hen vermoordt, al is er niemand die hen achtervolgt,
of zij doden zelf die hen nastaan, want ze zijn met hun bloed bevlekt.
Tot het moment dat zij die dit alles meemaken wakker worden:
zij die in al deze verwarringen waren, zien dan
niets,
omdat het geen reële dingen zijn


Het luisterende denken

Maar hoe kunnen we uit dit ‘doolhof der kwalen’ ontsnappen? Het Evangelie van Filippus zegt daarover:
Het kwaad zal weggerukt worden als we het kennen. Als we het niet kennen, schiet het wortel in ons en brengt het zijn vruchten voort in ons hart. Het is machtig omdat we het niet hebben herkend.

Dat is werkelijk buitengewoon interessant. Hier wordt opnieuw een inzicht verwoord: het arrogante denken, de Demiurg, zal alle macht over ons verliezen als we het doorhebben. Het doorzien is de verlossing. De Demiurg heeft alleen macht over ons als we in hem geloven. De bevrijding uit zijn machtsgreep kan men verwerven door het herkennen van zijn schaduwwereld als een illusie.
Ook dat inzicht kreeg in de gnostische mythes een eigen naam. In de gnostische mythes wordt verteld hoe Sophia beseft dat ze met de Demiurg een monster heeft gebaard. Dat verlossend inzicht wordt verbeeld in de Christus.
In de gnostiek is de Christus dus de mythologische voorstelling van het verlossend inzicht in de ware aard van de Demiurg en de ware aard van de werkelijkheid. Dat verlossend inzicht bevrijdt de mens uit de wereld van angst die door de Demiurg werd geschapen.
Ook de Christus, het verlossend inzicht, is een zoon van Sophia.
De Drievoudige Verhandeling noemt de Christus ‘het luisterend denken’.
Sophia, het bewustzijn van het Oerzelf is, zoals het Evangelie van de Waarheid (24) zegt:
een getrokken tweesnijdend zwaard, dat naar beide kanten snijdt.
Sophia is de moeder van de Demiurg, de schepper van de lege schijn, de wereld van angst.
Sophia is ook de moeder van de Christus, die als het verlossend inzicht de lege schijn ontmaskert en het contact herstelt met de werkelijkheid.
En beide, de Demiurg en de Christus, wonen in onszelf. Ze zijn de twee mogelijkheden van ons eigen bewustzijn: afgescheiden of verbonden.


Mooi Bram deze uitgebreide aanvulling op het 'gnostische spiegelbeeld' van God.
Vooral 'het luisterend denken' heeft me getroffen.
Ik weet dat alleen vanuit rust en stilte met 'het luisterend denken' inzichten mijn leven zullen verfraaien en zich van eeuw tot eeuw vernieuwen.
Je merkt wel Bram dat ik het Aremees Onze Vader in mijn hart gesloten heb. Ik kan het niet laten daar steeds uit te citeren.
Ik ben heel blij met dit verhaal voor mij Bram maar ik hoop ook dat de vele lezers van dit forum mijn blijdschap willen delen.
Dank!



Bedankt voor deze uitleg Bram over de gnostische mythe van de Sophia, de Christus en de Demiurg,

Die mythe heb ik nooit echt goed begrepen,

Wat er in ''Het Evangelie van de Waarheid'' beschreven word is precies wat je overal ziet gebeuren met mensen die hun eigen bewustzijn weggeven aan iets ''buiten'' zichzelf en wat ik zelf ook zo ervaren heb,

En de overwinning op de Demiurg kan zo simpel, je hoeft inderdaad alleen maar te ''luisteren'' naar wat je altijd al bij je draagt en onlosmakelijk met je verbonden is.

Ben zo nieuwsgierig naar dat ''oorspronkelijke zelf'' maar goed, dat kan je misschien alleen maar zelf ervaren, het is natuurlijk niet buiten jezelf.

Kom er altijd achter dat ik naar een ''vorm'' op zoek ben die er helemaal niet is of misschien alleen in het ervaren ervan.


Wij zijn gewoon het begin van de filosofie te laten samenvallen met de dialogen van Plato, met daarin de op het schild getilde Socrates, het boegbeeld van onze westerse beschaving, als hoofdpersoon. Maar Socrates is niets anders dan de vader van de moralistische rationaliteit. Bij hem begint het wiel de verkeerde kant op te draaien. Plato en vervolgens Aristoteles met zijn logica van de uitgesloten derde (lees: het goddelijke) bepalen voor de komende tweeduizend jaar de draairichting. In Aristoteles bereikt de dialektiek een ongehoorde vlakheid.
Aan het eind van de 19e eeuw wordt er iemand wakker, degene die voor het eerst de beschuldigende vinger opsteekt, en dat is Nietzsche. We zijn hem allemaal daarvoor dank verschuldigd.

Wanneer Bram Plato de zwarte piet toespeelt, doet hij dat niet zonder recht. Het beeld dat hij schetst is mogelijk wat vertekend – in Plato liggen een aantal dingen niet zó zwart, zal ik maar zeggen – maar het is overduidelijk dat Plato een spilfiguur is.

Het hoogtepunt van de Griekse wijsheid ligt echter daarvóór: niet in de 4e maar in de 5e en 6e voor onze jaartelling: Heraklitus, Pythagoras, Parmenides, Empedokles en Zeno, dat zijn de ware wijzen. Hier hebben we het niet over filosofie, die begeerte naar wijsheid is (de naam komt van Plato), maar over wijsheid. Zij leven in een omgekeerde wereld.

Wat is daar het inzicht? Het is verschrikkelijk moeilijk dat te communiceren, omdat het dwars ingaat tegen alles wat we als ervaring van de wereld liefhebben, tegen alles wat we door de ogen van Plato en Aristoteles als wereld zijn gaan zien. Het komt niet in ons op te denken dat het niet de woorden van deze wijzen zijn die op hun kop staan. Het is niet eenvoudig te zien dat we zelf op ons hoofd staan en dat we, om te begrijpen ons om moeten keren, op onze voeten moeten gaan staan. Of, om de beeldspraak van hierboven vast te houden: de draairichting veranderen. Als we dat doen worden we daar duizelig en misselijk van. We hebben simpelweg een te zwakke maag voor dat soort strenge logica en dus draaien we snel weer terug. Maar als we lang genoeg zouden volharden, zouden we in plaats van steeds weer vast te lopen die woorden opeens als het allerhelderste ervaren. Dan staan we opeens met twee voeten vast op de grond en met ons hoofd in de wolken! Dan draaien we opeens in een spiraal naar boven in plaats van steeds verder naar beneden.

Voor zover ik Bram begrijp, spreekt hij over het probleem van de immanentie of de transcendentie: ligt het goddelijke nu in ons of in een transcendente werkelijkheid. Met de inkt die aan dit probleem is opgegaan kun je Ganges vullen.
De oplossing is – verrassend genoeg - het inzicht dat dit een filosofisch probleem is, en dus een schijnprobleem, een niet bestaand probleem. Want wat zegt de Wijze? Er zijn geen twee dingen, waarvan je zou moeten vaststellen of ze verenigd of van elkaar gescheiden zijn. Wat is, is dat Ene, de God, en of die nu – in alfabetische volgorde - Bewustzijn, Brahman, Dionysus, God, Leegheid, Tao, Volheid, Zeus of Zijn wordt genoemd: het beestje moet blijkbaar een naam krijgen maar een naam doet niets anders dan wijzen naar de maan, maar is de maan niet.

Wanneer ik hem goed begrijp, stelt Bram dat advaita twee werkelijkheden aanneemt en vervolgens van één zegt dat die niet bestaat. Dat komt zo´n beetje neer op stellen dat het Ene één wordt door het doorstrepen van het ander, of in de termen van het hierboven geschetste schijnprobleem: aan de transcendente werkelijkheid als enige werkelijke werkelijkheid toekennen. Er is dan geen sprake van een vereniging, van twee één maken. Als hij gelijk zou hebben, zou advaita daadwerkelijk dualistisch zijn.

Bram zegt, in zijn interpretatie van het Thomas evangelie (en dat kan volkomen met recht zijn!): de goddelijkheid is immanent in het menselijke aanwezig, er is geen transcendentie nodig om die te realiseren want iedereen draagt het Christusbewustzijn in zich. Wat we zijn, is tweeheid en wat we moeten doen is de verbinding tussen die twee tot stand brengen, het levende en dolende schip dat we zijn verankeren aan de kade van het Christusbewustzijn. En dat noemen we dan van twee één maken. Dat kan en dat mag.

Ik zeg: dat is niet van twee één maken. Dat is 1 +1 bij elkaar optellen en dan, als in een vergelijking 2 als één getal schrijven. Dat is volgens mij niet wat advaita zegt. Advaita is niet tweeheid, de A is de ontkenning van dvaita, de tweeheid. Advaita zegt niet dat de wereld zoals we die waarnemen niet bestaat, ze ontkent die wereld niet. Wat ze zegt is: er deugt iets niet aan onze waarneming, want onze waarneming levert ons een beeld van de wereld in dualiteit. Wat is de wereld is, is God. De wereld is de manifestatie van de God. De wereld ontkennen is in deze zin een wereldverzaking, maar dan als Godsloochening.

Wanneer ik kijk naar wat ik weet van het leven van Parmenides (hij was een priester van Apollo, een heler, een wetgever, iemand die – Christus gelijk – naar de onderwereld reist om daar van de godin Persephone de waarheid te horen), van Heraklitus (hij gaf als telg van een voornaam geslacht de voorkeur aan het spel met de kinderen op de trappen van de tempel boven een carriere in het bestuur van zijn staf Efeze), van Empedokles (die in de sporen van Parmenides als heler en als wetgever de mensen het ware woord schenkt), van Zeno (van wie wordt gezegd dat hij in zijn marteldood zijn tong afbeet en in het gezicht van de tiran spuwde om de leer van zijn vader Parmenides tot het einde toe te leven), van Ramana Maharshi die zo´n beetje de herder van de 20ste eeuw genoemd mag worden: dan zie ik alleen maar hoe zij zich met de meest volledige menselijke ernst naar de wereld toekeren, haar de helpende hand toesteken, de mensen tot zich roepen, als een licht op een voet staan en schijnen.

Natuurlijk is advaita amoreel. Was het niet Nietzsche die een boek schreef met als titel `Jenseits von Gut und Böse´, en een ander dat `Zur Genealogie der Moral´ heet? Moraal = politiek = de economie van het overleven in de duale wereld = godsdienst. Dat is iets anders dan ethiek. Hier ligt een enorm vraagstuk. De duale wereld kijkt hiernaar zoals Bram het hier al eerder heeft aangegeven: laat je de moraal los, dan laat je het beest vrij, dan eindigen we met z´n allen in de chaos. Het is diezelfde moraal die zegt: liever de NSA dan de verborgenheid van het privédomein. Het is de moraal die de Katharen de das om heeft gedaan, letterlijk op de brandstapel heeft gebracht.

Kijk naar iemand als Ramana Maharshi! Ziet iemand daar iets van ook maar een atoom aan niet ethisch handelen in? Ik niet. Dat komt omdat hij volledig amoreel is. Hij wéét, en daarom heeft hij geen principes nodig om zijn handelen te leiden. De situatie, het nu laat hem zien wat hem te doen staat, en dat is degene die honger heeft van eten te voorzien, degene die ziek is te verzorgen, degene die onwetend is (liefst in stilte!!) te leren. Het is de momentane werkelijkheid waarin hij leeft en die kent geen denken. Goed en Kwaad zijn denkcategorieen. Goed en Kwaad komen alleen maar voor in een duale wereld. Was het niet Zarathustra die als de profeet van het Goed en het Kwaad sprak? Non-dualiteit kent geen goed en kwaad. Dat vinden we zo verschrikkelijk moeilijk. We doen zo graag goed, we hebben zo´n afkeer van het kwaad.

Ethiek kan geen principiele ethiek zijn (voor de kantianen onder ons: gooi je kategorisch imperatief maar in de prullebak!). Ethiek is per definitie situationeel, het ethisch handelen is gegrond in het nu dat een werkelijkheid is waarin alles en iedereen één is. Wat je daarbij kunt voorstellen? Lees eens de verrukkelijke Dzuanghzi en leer de vreugde van de vissen kennen! Als iemand rond dit vraagstuk een vereniging wil oprichten, dan ben ik, die van geen enkele partij is, van de partij.

Plato en advaita over één kam scheren: dat is vloeken in mijn kerk. Maar in mijn kerk is vloeken geen zonde, iedereen is welkom in die kerk en alles mag door iedereen worden gezegd want hier kennen we geen zonde. We kennen hier alleen “die unendliche Vielfalt der Geschöpfe und Himmelskörper, den ungeheuren Strom von Gestalten und Farben” (G. Colli) We kennen hier alleen heiligheid.

Zo, en nu is het tijd voor het plukken van de vruchten en groentjes voor ons kerstmaal. Iedereen gezegende dagen!


Just talking.
Peter De Graef


www.youtube.com/watch?v=yIPa_ZyP-z4


Vriendelijke groet,
Martha


Wat leuk en mooi hoe Peter de Graef vertelt.

"... het Niets barst van de creativiteit en liefde!"

Prachtig!


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie:
 

Plaats zelf een nieuw bericht.