Bramhartigheden

De veiligheid van het buitendijkse gevoel

    door Bram, 20/03/2008 10:10. #24022. 8 reacties, laatste

‘Waarom gaan al jouw lezingen toch over Jezus, terwijl je zo’n ruimdenkend mens bent?’, vroeg iemand me onlangs op de man af.
Tja... Waarom eigenlijk?
Omdat ik van verbazing nog niet bekomen ben?

Hoe vreemd kan een leven verlopen. Ooit, op mijn veertiende, heb ik radicaal en overtuigd afscheid genomen van het christendom dat mij met de paplepel was ingegoten.
In zonde geboren? Niks daarvan. Verzoening met God door het lijden van Jezus? Nee, dank je, niet voor mij.

Maar dat is nog geen passend antwoord op de vraag die mij gesteld werd.
Er is nog iets anders aan de hand.
Eerder schreef ik over het gevoel in mijn jeugd een vreemdeling te zijn in het dorp waarin ik opgroeide, temidden van zich zondig achtende christenen. Ik hoorde daar niet. Maar er was ook een heel andere ervaring.

Het dorp van mijn jeugd lag achter een dijk. Aan de overkant van de dijk waren uitgestrekte schorren, aangeslibde oernatuur. Die schorren behoren evengoed tot mijn jeugdervaringen als de binnendijkse, mij vreemde zondigheid.
De eerste bezoeken aan de schorren bracht ik samen met mijn vader. Daar gingen we zeekraal snijden en lamsoren, heerlijk om daarna thuis te eten als groente bij de maaltijd.
Omdat die schorren buitendijks zijn stroomt daar bij vloed het zeewater over. Bij eb vallen ze dan weer droog. Het opkomende en wegstromende water slijpt in die schorren diepe kreken uit. Daar moet je dan soms doorheen om de plekjes te vinden waar die buitendijkse groente groeit. Dat kan alleen bij laag water en je moet weer terugkeren voor de opkomende vloed de doorgang verspert.

Het was altijd fijn om daar met mijn vader te zijn. Dat was best spannend, vanwege die kreken, maar het voelde toch veilig, zo samen met mijn vader.
Later, vanaf mijn twaalfde, dertiende jaar vermoed ik – ik weet dat niet meer precies – ging ik daar vaak zelf heen.
Ik vond het heerlijk, zo helemaal alleen ronddwalend over die schorren, met het gekrijs van de meeuwen om me heen, en luisterend naar het gesis van allerlei verborgen leven net onder de oppervlakte van de kale moddervlaktes die daar ook waren.
Daarop terugkijkend herinner ik me een heel speciaal gevoel, dat ik toen, als jongeman nog niet zo bewust ervoer. Het was het gevoel op te gaan in de eenheid met alles om je heen.
Dat gevoel bereikte een hoogtepunt toen ik eens van de rand van zo’n diepe kreek omlaag sprong. Ik struikelde daarbij en nog proberend mijzelf overeind te houden, belandde ik even later op knieën en handen onderaan de kreek.
Het was bijna laag water en de kreek was nagenoeg leeg, maar onderaan liep nog een klein stroompje zeewaarts. Na mijn sprong in het diepe zat ik daar met mijn hoofd net boven dat stroompje. In het stroompje lagen kiezeltjes en schelpjes. Het water kabbelde daar zachtjes omheen. Het zonlicht glinsterde vriendelijk op de golfjes. En ineens verdween ik. Het was alsof ik door dat glimlachende zonlicht meegenomen werd naar onbestemde verten, naar een oneindig grote ruimte.
Dat duurde niet lang geloof ik. Het was misschien maar een flits. Maar er was in dat korte moment een stemming in mijn ziel gegroefd, en die stemming leek heel erg op dat gevoel van veiligheid dat ik eerder ontleende aan het gezelschap van mijn vader als we samen over die schorren liepen. Maar dat gevoel van veiligheid zat nu in mijzelf, zo leek het wel, en voor altijd. Vreemd.
Kort daarna heb ik bewust afscheid genomen van het christendom zoals ik dat binnendijks had leren kennen. Juist dat innerlijke gevoel van veiligheid stelde me daartoe in staat. Ik wist dat er niets meer was om bang voor te zijn als het er op aankwam.

Via allerlei omwegen ben ik tenslotte bij de gnostiek terechtgekomen. Eerst eenvoudigweg als historicus, maar gaandeweg steeds geboeider om mijzelf.
Tot mijn buitengewoon grote verbazing begon ik in die gnostische teksten iets te herkennen. De tekst die aanvankelijk het meeste indruk op me maakte was die uit het Thomas-evangelie over het koninkrijk: ‘Het koninkrijk is uitgespreid over de aarde maar de mensen zien het niet.’ Ik kon die uitspraak naadloos verbinden met mijn buitendijkse gevoel tijdens die eenzame tochten over de schorren, en de binnendijkse zondigheid als de oorzaak van de blindheid daarvoor.
En langzaamaan ontdekte ik in die gnostische teksten een heel andere Jezus dan die ik binnendijks had leren kennen. Het leek wel alsof die Jezus dat jochie kende dat daar in z’n eentje wandelde over de schorren, helemaal opgaand in de natuur en zich daar één mee voelend. En het lijkt wel alsof die gnostische Jezus het almaar heeft over dat gevoel van veiligheid dat ik onderaan die kreek in mijzelf ontdekte en hoe iedereen dat in zichzelf zou kunnen herkennen, omdat het er daar al is, altijd al geweest zelfs.
En die gnostische Jezus is ook een heel ruimdenkend mens. Je hoeft niet eens in hem te geloven.
Inderdaad, ik ben van verbazing nog niet bekomen. En ik ben er voorlopig ook nog niet over uitgepraat.


Mooi stuk Bram, ben je nooit ongeduldig naar een constant ervaren zoals dat jochie dat had ??
Groetjes


Johan, waarom neem jij zonder meer aan dat ik dat constante ervaren niet meer heb?


Omdat je dat zelf schrijft Bram.

Dat duurde niet lang geloof ik. Maar er was in dat korte moment een stemming in mijn ziel gegroefd, en die stemming leek heel erg op dat gevoel van veiligheid dat ik eerder ontleende aan het gezelschap van mijn vader als we samen over die schorren liepen.



Okee, ik begrijp je vraag. Met 'dat duurde niet lang' bedoelde ik die ene ervaring op dat moment. Ik was niet op de gedachte gekomen dat ik daar naar zou kunnen terrugverlangen. Daarom begreep ik je vraag niet. Excuus.
Maar dat gevoel van veiligheid dat in me werd gegroefd, dat heeft me nooit verlaten en ik meende dat je daar naar vroeg.
Dat gevoel van veiligheid was er misschien zelfs al eerder dan op die schorren. Zie mijn korte verhaal over 'De man die dacht dat hij de meester was' en later was het er weer toen ik het opnieuw nodig had, zie het verhaal 'De vergissing'.
Je vindt die verhalen onder Teksten>Verhalen.

En nee, ik verlang niet terug naar dat moment, nooit gedaan. Misschien vanwege dat gevoel van veiligheid denk ik nu. Zie logion 10.


Ik ook nog even je verhaal gelezen over de man die dacht dat hij de meester was.
Ik kende het al, maar toch.....nu weer lezende ( wat een vreselijke man trouwens ) denk ik hij jou mogelijk wel het vertellen heeft geleerd.
Naar mijn smaak, met succes.





Mooi om deze Bramhartigheden te lezen. De laatste zin: "En ik ben er voorlopig ook nog niet over uitgepraat", doet me breed glimlachen.


Dank Johan voor de vraag die je me hierboven stelde. Ze hebben me tot nadenken gestemd over mijzelf.
Ik had nog nooit zo beseft dat dat innerlijke gevoel van veiligheid altijd al in mij geweest is. Het is altijd zo vanzelfsprekend geweest dat het niet opviel. Door jouw vraag realiseerde ik me dat nu ineens.
Ik zie daardoor ook ineens de verbinding met die twee andere verhalen die ik al eerder noemde. Ook daar beschrijf ik belangrijke momenten waarin zich een ander soort werkelijkheid aandient dan die me aangepraat werd.
En ik zie nu ook ineens hoezeer mijn toelichting bij logion 54 daarop geënt is.


Graag gedaan Bram

Groetjes


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: