Bramhartigheden

De vreemdeling op weg naar huis

    door Bram, 23/04/2008 11:01. #24483. 6 reacties, laatste

In zijn boek ‘Reis naar Ixtlan’ beschrijft Carlos Castaneda een ontmoeting met de indiaanse medicijnman Don Juan. Hij wordt een leerling van hem en vertelt in zijn boeken over zijn inwijding. Eén van de mooiste passages daaruit vind ik deze:

Om duidelijk te maken wat ik bedoel, moet ik eerst uitleggen wat Don Juan het beginsel van tovenarij noemde. Hij zei: ‘Voor een medicijnman is de alledaagse wereld niet de echte wereld , het is ook niet de wereld die los van onszelf bestaat, zoals we gewoonlijk geloven. Voor een medicijnman is de werkelijkheid, of de wereld waarin we leven, alleen maar een beschrijving.
Hij wees er op dat iedereen die contact maakt met een kind een leraar is die niets anders doet dan ‘de wereld’ aan het kind beschrijven, tot het moment dat het kind in staat is zelf de wereld te ervaren zoals die beschreven werd. Vanaf dat moment wordt het kind lid van een wereldclub. Het kent de beschrijving van zijn wereld; en het lidmaatschap wordt helemaal volwaardig, wanneer het kind zelf in staat is nieuwe ervaringen te plaatsen in de eerder gegeven beschrijving, wat, zo lijkt het dan, een bevestiging is van die wereld.
De werkelijkheid die we zo als ‘waar’ leren beleven wordt niet betwijfeld, en dat nu is de basis voor tovenarij. Want de beschrijving waarin we geloven is niet meer dan één van vele mogelijke beschrijvingen. Maar dat zal bijna niemand bereid zijn te aanvaarden.
Don Juan nu probeerde mij te leren ‘zien’ in plaats van te kijken. En om de kunnen leren zien was het nodig om in staat te zijn ‘de wereld te stil te zetten’.
(Carlos Castaneda, Journey to Ixtlan, pag. 8 en 9.)


De beschrijving van de werkelijkheid is niet de werkelijkheid zelf. Maar we kunnen wel gaan wonen in een verhaal over de werkelijkheid en menen dat het verhaal de werkelijkheid zelf is. In mijn verhaaltje over de roodborstjes vertel ik over drie roodborstjes die elk in een eigen verhaal wonen en elke gebeurtenis alleen kunnen zien als een onderdeel van dat verhaal.

Nu ken ik al vanaf mijn jeugd een verhaal waarin een veraf gelegen werkelijkheid wordt beschreven. Dat was de hemel. Daar woonde God, en daar mochten we misschien heen als we gestorven zijn.
Tijdens mijn studie filosofie ben ik geboeid geraakt door het existentialisme. Dat heeft me zeker geholpen om allerlei christelijke noties over de werkelijkheid geheel los te laten. Die hemel bijvoorbeeld, die zie ik niet meer zo zitten. Maar de aarde, die laat zich natuurlijk niet zo makkelijk wegdenken. Daar moet ik het dus wel mee doen. Dat is alles.

Maar wacht. Toch vreemd, die verhalen over een hemel, over een andere werkelijkheid dan de alledaagse. Waar komen die toch vandaan? Kennelijk beantwoorden die verhalen aan iets in de mens zelf. Is dat alleen maar een fantasie over een gelukzalige werkelijkheid als schril contrast met het ellendige aardse bestaan, de verbeelding van hoop op een beter leven, ooit? Of is er meer?

Eén van de begrippen die me het meest geboeid hebben in de oude gnostische teksten is dat van de vreemdeling. De vreemdeling is verdwaald. Hij is terechtgekomen in een vreemde werkelijkheid waarin hij zich niet thuis weet. Hij hoort hier niet. Maar hoe kun je weten dat je ergens niet thuis bent, als er niet ook een besef is van datgene waar je wel bij hoort? Zijn de verhalen over de hemel misschien een expressie van dat innerlijke weten van een ander bestaan?

De uitspraak uit het Thomas-evangelie die mij het meest verrast heeft toen ik die tekst voor het eerst las, is die uit logion 113:

Het koninkrijk is uitgespreid over de aarde, maar de mensen zien het niet.

En dat zou een uitspraak zijn uit de mond van Jezus opgetekend.
Die uitspraak gaat dus niet over een andere werkelijkheid veraf, hoog boven de aarde verheven, maar over iets verborgens in het hier en nu.

Ik moet daarbij ook denken aan de openingstekst van het Chinese wijsheidsboek Tao Te Tsjing:

Het Tao dat kan worden uitgesproken
is niet het eeuwige Tao.
De naam die genoemd kan worden
is niet de eeuwige naam.
Het naamloze gaat vooraf aan hemel en aarde.


Er is iets dat vooraf gaat aan alle woorden en namen. Lao Tse noemt dat Tao. Maar dan geeft hij het dus toch zelf ook aan dat onnoembare een naam! Maar hij beseft daarvan het gevaar:

Tao was steeds naamloos.
Toen het zich voor het eerst in handelen openbaarde,
kreeg het een naam.
Bij het geven van namen
dient men te weten waar men moet ophouden.


En ook in het boeddhisme spreekt men over een verborgen werkelijkheid: de boeddhanatuur. Alles heeft boeddhanatuur leert het boeddhisme, niets is daarvan uitgezonderd. Ook elk mens heeft boeddhanatuur. Daarover zegt Lama Mipham, een boeddhistische leermeester (1846-1914):

In deze natuurlijke staat, zonder iets vast te houden,
is alles wat een naam heeft
vanaf het begin ongeboren en onbelemmerd,
en daalt het onuitsprekelijk zinvolle neer
en verschijnt er een onbetwistbare ervaring.


Hier zien we drie spirituele stromingen, taoïsme, gnostiek en boeddhisme, waarin gesproken wordt over een verborgen werkelijkheid die vooraf gaat aan alle woorden en verhalen. Maar wat vooral opmerkelijk is dat die verborgen werkelijkheid niet veraf is, in een hoog boven de aarde verheven hemel, maar aanwezig is in het hier en nu, hier en nu op aarde, in dit leven.

Hoe zit het nou met die vreemdeling? Wat is dan de werkelijkheid waarin hij verdwaald is? En wat is zijn thuis?
Het vreemde land waarin de vreemdeling verdwaald is, misschien is dat de beschrijving van de werkelijkheid waarover Don Juan spreekt. Dat heet in de gnostiek ‘de dwaling’ en ‘samsara’ in het boeddhisme. De dwaling ontstaat als we gaan wonen in een verhaal over de werkelijkheid door dat verhaal voor waar te houden, als we gelovig worden in de letterlijkheid van dat verhaal.
Maar als de vreemdeling, opgegroeid in een verhaal, het besef serieus neemt ‘er niet bij te horen’, en dat niet als een tekort ervaart, dan zou dat de opening kunnen zijn naar die andere en verborgen werkelijkheid. Het besef ‘er niet bij te horen’ is het begin van het ontwaken uit de dwaling. De vreemdeling die accepteert dat hij een vreemdeling is en zichzelf daarover niet beklaagt, gaat met dat besef op weg naar huis: de werkelijkheid voorbij alle woorden, in het hier en nu.

En als we nu eens dat verhaal over de hemel na de dood niet letterlijk zouden verstaan, maar als de verbeelding van een innerlijk weten over een nog verborgen werkelijkheid in het hier en nu, dan zouden we ook kunnen beseffen dat we pas na de dood in de hemel kunnen komen, omdat we eerst moeten sterven aan het geloof in de letterlijkheid van het verhaal waarin we wonen. Pas dan kunnen we de dorst lessen van het innerlijk verlangen naar de echte werkelijkheid. Pas dan kunnen we antwoorden als we geroepen worden: 'Hier ben ik'.

Lama Mipham zegt het zo:

Indien je vergaat van de dorst
brengt de gedachte aan water geen verlichting.
Alleen als je drinkt wordt de dorst gelest -
dat is ervaring in plaats van woorden.


(Voor mijn fotografische verbeelding van 'De vreemdeling op weg naar huis' zie hier.)


Wonderlijk, waarom weet ik niet toch ik probeerde me vanmorgen een boek te herinneren dat ik een paar jaar geleden gelezen heb. Ik kwam er niet op: het is het boek naar Ixtlan.
Fijn om er weer wat in te lezen!

De cursief geschreven citaten wat ontroerend mooi!




Bram wat een heerlijk en herkenbaar stuk schrijf je hier weer.
Een bijdrage die heel wat te bieden heeft voor méér dan één gesprek.
Ik beperk mij in mijn reactie nu even tot die hemel.
Ook ik ben groot gebracht met de beelden die je schetst.
Alleen was er voor mij, als rooms-katholiek meisje nog een tussenfase, n.l.
het vagevuur. Een ‘plek’ waar je kon verblijven na de dood om je ‘ tijdelijke straf ‘ uit te zitten.
God zij dank was het uitzicht op die hemel niet verloren.
Ik ken , ook vandaag nog, kerkelijke stromingen waar de overledene tijdens de afscheidsviering niet in de kerk mag staan, want……………je bent in zonde geboren en zal in zonde sterven.
Je zou toch alle levensmoed verliezen, nietwaar!

Maar even terug naar 1983-1985. Ik volgde toen een training voor pastoraal vrijwilligster en kwam in contact met o.a. Seef Konijn. Ook nu nog een bevriende pastor uit mijn traditie.
Hij schreef ( wat een lef voor die tijd) o.a. een boekje over : Op zoek naar grondlijnen binnen het veranderende geloven. ( 1979 ). Bijna dertig jaar geleden dus.
In zijn beleving van toen noemt hij een schema:
1…..ervaring
2…..verhaal
3…..geloofsbelijdenis
4…..leer.

Kijk ik vandaag naar mijzelf , dan zet ik het rijtje precies in de omgekeerde volgorde.
Vanuit de statische en van bovenaf opgelegde leer naar het dynamische van binnenuit ervaren.
Een richting, destijds al aangegeven door genoemde schrijver.
Ik besef tegelijkertijd dat dit voor mij alleen maar mogelijk is wanneer ik mijzelf er voor open stel. En……….door de verbinding met de ander.
Wat een rijkdom toch om steeds weer mensen op mijn levenspad tegen te komen, die, zo ervaar ik dat, mij verder dragen op mijn levenspad. Mij stof tot nadenken geven waardoor ik, op mijn beste momenten, mijn dorst kan lessen.

Zo’n 50 jaar geleden schreef een theoloog: ‘ In de theologie is het gedeelte dat handelt over de uitersten, ( hemel, hel en vagevuur ) wegens verbouwing gesloten. ‘
Mooi toch…………daar boven gesloten…………tuurlijk, want het is immers uitgespreid over de aarde.

Toch zonde voor de man die tegen zijn ( priester ) zoon zegt op zijn sterfbed:
“ Ik denk dat ik maar gauw dood ga, voordat jij de hemel afschaft. “
Ja zonde, want hij heeft zijn doel gemist!








Hi,

Indien je vergaat van de dorst
brengt de gedachte aan water geen verlichting.
Alleen als je drinkt wordt de dorst gelest -
dat is ervaring in plaats van woorden.

Als je dat woord 'dorst' gnostisch interpreteert, betekent dat toch zoiets als: spiritueel willen groeien?
En dan 'klopt' dat tweede zinnetje ook wel:
hoe harder je het probeert én forceert én probeert te vangen in woorden en feitelijke waarheden, hoe verder je ervan af lijkt te raken.........
En de rest is dan ook weer 'logisch'; ervaren in het hier en nu, dan 'voel' je HET!

Alleen vind ik het zo lastig dat ik steeds maar een hééééél klein slokje 'bemachtig'
:-/ .......ik blijf maar dorst houden!

Groet,
Doriene



@De vreemdeling die accepteert dat hij een vreemdeling is, gaat met dat besef op weg naar huis: de werkelijkheid voorbij alle woorden, in het hier en nu.


Je vreemdeling voelen… dan weer thuiskomen… en dan weer de vreemde opzoeken, weer van huis gaan…verder weer….
Gek toch, vroeger dacht ik dat geborgenheid het summum was. Als je dat voor elkaar had, nou dan bleef je zitten waar je zat, dan had je het goed en dan mocht je tevreden wezen…
Maar die tevredenheid was maar vluchtig.
En ik ging op reis op zoek in het onbekende, de uitdaging proevend waar je als vreemdeling voor komt te staan….
En ik leer mijn levensles: blijf kijken, blijf luisteren, blijf denken en blijf zoeken…
Wat hier en nu een groots inzicht is, kan ik morgen weer naast me neerleggen, om weer door te gaan… steeds verder…
steeds over nieuwe horizonlijnen heen!


Francis je woorden doen me denken aan een lied wat ook jou vast wel bekend in de oren klinkt:
' Stil maar, wacht maar, alles wordt nieuw.
De hemel en de aarde......'

Ik denk zo'n 20 jaar geleden zong een jongere op een 8 Mei-bijeenkomst ( dit was een jaarlijkse manifestatie van kritische katholieken ):
' Stil maar, wacht maar.......dan gebeurt er nooit iets'.




Ik ken dat liedje nog goed, Carla.
Ja, heb het vroeger vaak gezongen. De tekst, die zat altijd al moeilijk, geloof ik.
Eerst ging couplet 1 zo:

nu gaan de bloemen nog dood
nu gaat de zon nog onder
nooit gebeurt er een wonder
niemand kan zonder brood...

dat werd veranderd in:

nu gaan de bloemen nog dood
nu gaat de zon nog onder
en geen mens kan zonder
water en zonder brood

toen werd het refrein veranderd:

stil maar wacht maar... werd:
stil maar, bid maar...

tja,

het blijft rammelen...............


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: