Bramhartigheden

De gems in de verte

    door Bram, 20/06/2008 16:04. #25341. 6 reacties, laatste

Frankrijk, Les Gorges du Verdon.
Het is nacht. Ik lig op mijn rug op de kiezels van een strandje langs de rivier de Verdon. Mijn reisgenote, één van mijn dochters, slaapt. Rechts van me, op enige afstand, bruist en buldert het water van de rivier. Links van me, tamelijk vlak bij, hoor ik tussen de bomen het geritsel van nachtdieren.
Gedachten over grote en kleine zorgen komen en gaan.
De lucht is droog en helder. Ik kijk omhoog naar de sterren en zoek de sterrenbeelden. Ik glij in mijn gedachten terug naar mijn jeugd en naar andere momenten uit mijn leven.
Dan wordt het stil om me heen.
Ik word gewiegd in een oneindigheid van stilte.

Plotseling voel ik tranen over mijn wangen lopen. Ik huil om de pijn aan het leven. Het is een stil en weemoedig huilen. Ik geef me er aan over. Maar vreemd: diep in mijzelf is er tegelijk ook een intense blijheid.
Daarna moet ik in slaap gevallen zijn.

Als we de volgende ochtend onze voettocht langs de Verdon vervolgen, ervaar ik een ongewone mengeling van gevoelens. Er is ontzag, ontzag voor het Ontzagwekkende van de Kosmos. Er is een klaar en helder besef van vrijheid, ook jegens dat Ontzagwekkende. Maar bovenal is er een tintelend plezier. Dat plezier herken ik in het gebulder van de rivier, in de pracht van de bloemen, in de rust van de roofvogel die voorbijzweeft.
Het is alsof de rivier het uitschreeuwt van genot als hij zich langs de rotsen omlaag stort. Het wiegen op de wind, het bloeien en geuren van de bloemen is een refrein van schoonheid dat eindeloos herhaald wordt. De roofvogel is volledig in zichzelf verzonken, maar niets ontsnapt zijn aandacht.

En dan die gems in de verte.
De gems staat roerloos op een vooruitstekende rots op een berghelling en staart voor zich uit, het dal in. Het is een koninklijk gezicht. We sluipen op hem af. Hij blijft bewegingloos staan. We komen steeds dichter bij, almaar foto’s makend, eerst met een telelens, tenslotte met mijn wijdste groothoek. Als we de gems op ongeveer twintig meter genaderd zijn, draait hij ineens zijn kop naar ons toe en loopt tot onze grote verbazing op z’n gemakje op ons af. Het is al snel duidelijk wat hij wil: brood. Hij is gewend aan toeristen, blijkt.
Ik breek ons laatste stokbrood doormidden, geef de helft aan mijn dochter en beiden delen we ons brood met de gems. Het wordt nog heel gezellig zo met z’n drietjes, de vader, de dochter en die gekke gems, een soort aardse drieëenheid met elkaar verweven in een heilige communie.
Als we een onverwachte beweging maken springt de gems soms schichtig weg, maar hij komt toch steeds weer terug als we ons weer stil houden.

‘Is het wel een gems’, vraag ik me hardop af. ‘Misschien is het wel een steenbok.’ ‘Volgens mij is het gewoon een geit’, zegt mijn dochter. We besluiten dat we het niet weten en dat we het ook niet hoeven te weten. Het is goed zoals het is, ook al hebben we er geen passande woorden voor.

Daarna vervolgen we onze weg langs de Verdon en we lachen samen schaterend om die gems, of steenbok, of geit, en vooral om onszelf als we er aan denken hoe omzichtig we op hem af slopen, vrezend hem te verjagen, terwijl hij ons waarschijnlijk allang gezien had, rustig afwachtend tot wij dicht genoeg bij waren om zijn bedoeling kenbaar te maken.

Het tintelend plezier blijft als we weer verder gaan. Ik voer nog een doldwaze pas-de-deux uit met een bloem die hoog op de stengel in de wind staat te waaien. We moeten die dag nog een paar keer zó onbedaarlijk lachen dat de tranen ons over de wangen lopen. Om niets.
Later herken ik dat tintelend gevoel van plezier, als ik lees welk antwoord de rishi’s uit het oude India gaven op de vraag waarom God de wereld geschapen heeft: uit vreugde.
Maar ik besef ook dat je die vreugde onbereikbaar kunt maken door die ver weg te denken: in het beloofde land, het koninkrijk aan het eind der tijden, de hemel na de dood, de proletarische revolutie, de heerschappij van het Arische ras, de verlichting aan het eind van een spiritueel pad na vele levens. Want door het licht in de verte te denken, plaats je de wereld die dichtbij je is in duisternis.
De diepe vreugde waar de rishi’s over spraken kun je alleen ervaren als je bereid bent die te delen met de pijn die ook bij het leven hoort - in het hier en nu.

(Dit reisverslag schreef ik jaren geleden, en het is de slottekst van mijn boek Schatgraven in Nag Hammadi. Ik plaats het nu hier omdat ik in een volgende Bramhartigheid ernaar wil verwijzen.)





Ja dit zijn de ervaringen die je bij blijven denk ik al wordt je 500 jaar oud.
Op het moment dat je geroerd/ontroerd bent er iets geraakt word waar je geen controle over hebt ga je ik ook althans soms huilen de ontroering verdwijnt zodra je de ervaringing wilt gaan verklaren met je denken.
Op het moment waar je denkt is dit nu een geit, steenbok, of toch een gems dit zijn voor mij de momenten waar de innige ontroering verwijnt waarna ik weer land op de Aarde.
Prachtige ervaring Bram bedankt voor het delen.

Groetjes


Herkenbaar Bram.
Was het Margje?


Ja Jessica, dat was Margje.


Hallo allemaal.
Enkele jaren geleden werd er bij mij op een bot in mijn been een plekje
Ontdekt. Dokters waren er niet zeker van, maar ik moest na een paar weken terugkomen
Om te zien of het veranderd was, met alle gevolgen van dien. Ik zei tegen mijn man, als we
Toch moeten wachten laten we dan naar de Verdon gaan. Aan het grote Lac du Croix wacht ik liever dan in Spijkenisse. We spraken er over hoe verder te gaan als het niet goed zou zijn en hoe verder met mijn man. Ik ben niet bang om dood te gaan maar ziek zijn leek me verschrikkelijk. Op een dag ging ik alleen met de hond naar het meer en zat daar helemaal alleen op een steen wat te mediteren en te bidden. Plotseling leek het of de lucht en natuur veranderde van kleur, intenser van kleur en een weldadige rust kwam over me heen. Je kan er geen uitdrukking aan geven. Toen het moment voorbij was ging ik terug naar de caravan, vrolijk en opgelucht. Ik viel in slaap in een stoel naast mijn man en in mijn slaap zei ik: Henk, het is goed, niks aan de hand, ben gezond. We hebben er verder maar een gezellige vakantie van gemaakt met oa de geit van Bram en zijn broeders. Er was een kleine kudde. Een man uit een dorpje vertelde dat het ontsnapte geiten waren. Aan het eind van de zomer halen ze de geiten weer terug, maar die ene, de leider kunnen ze nooit vangen.
Thuisgekomen bleek ik gezond, het plekje zal er wel altijd gezeten hebben en zal er nog wel zitten, maar ik ben dankbaar voor de ervaring.
Annette


Mooie ervaring Annette.
Ik kan me je dankbaarheid, niet alleen voor de ervaring, maar ook voor de goede afloop, heel goed voorstellen.


Hele mooie ervaring Annette.


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: