Bramhartigheden

Zarathustra, Mozes, Jezus

    door Bram, 26/11/2010 23:30. #39622. 3 reacties, laatste

Het citaat uit het Bijbelboek Ezra in de vorige Bramhartigheid kwam ik weer tegen bij mijn voorbereidingen voor een lezing over Zarathustra. Ik kende die tekst van Ezra allang, maar was er nu opnieuw door geschokt, en dat wellicht mede omdat ik de lezing over Zarathustra in Tholen ging geven. Ik realiseerde me opnieuw dat ik ben opgegroeid tussen mensen die dat allemaal voor Gods onfeilbaar woord hielden, en hoe groot mijn afstand daartoe was geworden.
Maar dat niet alleen.
Ik heb het indertijd een bijna ongelooflijke ervaring gevonden dat ik mijn eigen afkeer van de straffende God uit het Oude Testament terugvond bij de Katharen uit de Middeleeuwen. En nog verbazingwekkender was het om nog weer later te ontdekken dat diezelfde afkeer ook voorkwam onder vroege volgelingen van Jezus, namelijk de schrijvers van de teksten die bij Nag Hammadi werden teruggevonden.
Het aantal teksten die werden geproduceerd door de volgelingen van Jezus die hem als een breuk met Jahweh zagen, is vele malen groter, weten we nu, dan het aantal teksten in het Nieuwe Testament. Dat wijst erop dat de breuk-aanhangers aanvankelijk ook veel talrijker waren dan de vervulling-aanhangers.
Het herlezen van de tekst van Ezra deed mij de breuk van Jezus met de Oudtestamentische onbarmhartigheid nog meer dan voorheen zien als een onontkoombare vanzelfsprekendheid, zeker nu ik de laatste tijd me wat meer verdiept heb ik het Nieuwe Testament. Want zelfs daar kun je die breuk op vele plaatsen bespeuren.

Hoe je het ook bekijkt, de traditionele zienswijze is dat de ideeën uit het OT er eerder waren dan de ideeën van Jezus. Historisch gesproken is er namelijk eerst het OT en dan pas Jezus.
Maar dat kon wel eens heel anders zitten.

Het is algemeen bekend dat veel verhalen uit het Oude Testament ontleend zijn aan de omliggende culturen van het Joodse volk. Zo komt het zondvloedverhaal van Noach uit het Babylonische Gilgamesj-epos. De eerste vijf boeken van het OT, inclusief het zondvloedverhaal, werden geschreven rond 600 vC, na de terugkeer van Joodse priesters uit de Babylonische ballingschap. Het Gilgamesj-epos, met daarin nagenoeg hetzelfde zondvloedverhaal, dateert van vele eeuwen daarvoor. Het verhaal van Jozef in Egypte is van oorsprong een Egyptisch verhaal, van lang voor het OT samengesteld werd.

Veel minder bekend is dat het verhaal over Mozes die op een berg klimt en daar God ontmoet ook een eerdere parallel heeft. En dat eerdere verhaal gaat over Zarathustra.
Net als Mozes klom Zarathustra op een berg en ontmoette daar God. Een engel die zich aan hem voorstelde als ‘Jouw bestemming’ nam hem mee de berg op. Daar wachtte God hem op. Die God vertelde hem dat Hij weliswaar de wereld geschapen had en dat Hij daar heel tevreden over was, maar dat er iets aan ontbrak, iets van Hemzelf, namelijk liefde. En daarom had hij de mens geschapen:
“Ik schiep de sterren, de maan, de zon en het roodgloeiende vuur, de honden, de vogels en de vijf soorten dieren; maar beter en grootser dan al deze schiep ik de rechtvaardige mens.” (Gathas Y31).
De God van Zarathustra legt uit dat Hij de mens geschapen heeft om de schepping te voltooien. Het woord voltooien dien je te verstaan als ‘te voorzien van tooi, te versieren.’ De mens moet de schepping versieren met liefde.
Daartoe plant Hij kennis van goed en kwaad in de harten van de mensen. Hij schenkt elk mens bovendien kennis van zijn persoonlijke bestemming en de nodige talenten om aan die bestemming te kunnen voldoen. En God zegt tegen Zarathustra:
“Laat daarom een ieder voor zichzelf oordelen wat hij behoort te doen.” (Gathas Y30)
Als een mens handelt in overeenstemming met de kennis van goed en kwaad die in hem aanwezig is, verbindt hij zijn eigen wil met die van God. God voegt daaraan de belofte toe:
"Vreugde voor hem die handelt in overeenstemming met zijn ziel.” En:
“De eenwording met Mij kan alleen verkregen worden door daden van barmhartigheid.”
God geeft aan Zarathustra de opdracht dit allemaal aan de mensen te vertellen. De reden waarom God dat wil is dat de mensen zich uitgeleverd hebben aan de machten en daarom in een leugen zijn gaan leven, de leugen van hun eigen bestaan. Handelen in overeenstemming met de kennis van goed en kwaad die in elk mens aanwezig is, is leven in waarheid. Leven in morele slavernij aan de machten is leven in een leugen.

Ik was uiteraard al wel op de hoogte van het bestaan van Zarathustra, maar wilde me daar deze zomer nader in verdiepen. Er was echter heel weinig literatuur over hem te vinden. Wat er was leek welhaast allemaal van elkaar overgeschreven en nogal oppervlakkig. Ik heb me daarom enkele maanden in de bronteksten verdiept, voorzover nog bestaand en uiteraard in vertaling, want het Parsisch beheers ik niet. En ik moet zeggen dat ik bijna niet kon geloven wat ik las. Ook wat Zarathustra betreft ben ik van verbazing nog niet bekomen. Het heeft me een nieuw inzicht gegeven in de oorsprong en bedoeling van het Oude Testament, en me opnieuw bevestigd in de goede reden van mijn afkeer daarvan.

Het verhaal over Zarathustra werd al geschreven eeuwen voor de Babylonische ballingschap van de Joodse priesters. De eerste vijf boeken van het Oude Testament werden geschreven ná de Babylonische ballingschap. Tijdens de ballingschap hadden de Joodse priesters de leer van Zarathustra in Babel leren kennen. De Babylonische ballingschap speelt zich af ca 600 vC.

Maar wat een verschil tussen het verhaal over de profeet Zarathustra, die de opdracht krijgt de mensen op te roepen om te leven naar de kennis van goed en kwaad in henzelf, en het verbod op de kennis van goed en kwaad in het paradijsverhaal. Een groter tegenstelling is nauwelijks te bedenken.
Toeval? Ik geloof het niet. Het paradijsverhaal is geschreven door de Joodse priesters die na de ballingschap in Jeruzalem terugkeerden en die bijvoorbeeld in het Bijbelboek Daniël duidelijk laten weten hoe afschuwelijk verdorven ze het heidense geloof in Babel vonden. Het verbod op de kennis van goed en kwaad is nauwelijks anders te verstaan dan als een bedoelde ontkrachting van de prachtige boodschap van Zarathustra tot liefde in vrijheid. Het is bedoeld als herstel van de macht over het Joodse volk van de teruggekeerde priesterkaste, een macht die gebaseerd is op angst.

En dan is er 600 jaar na de Babylonische ballingschap ene Jezus. Zijn boodschap, zeker zoals die is opgetekend door de volgelingen die we tegenwoordig gnostici noemen, lijkt verbazingwekkend veel op de boodschap van Zarathustra die aan het Oude Testament voorafging.
Toeval? Ook dat geloof ik niet. De overeenkomst is te groot, zeker met de gnostische teksten uit Nag Hammadi.
Ook daardoor wordt het me nog duidelijker en vanzelfsprekender dat Jezus bewust heeft gebroken met het angstwekkende beeld van God zoals dat door de teruggekeerde joodse priesters was geschapen, een God die de macht van de priesters met angst moest bevestigen en die de invloed moest keren van de leer van Zarathustra. En daarmee heeft hij vooral gebroken met de macht van de Joodse priesters.
Jezus geeft de morele macht over het eigen leven weer terug gegeven aan de individuele mens, een macht die geworteld is in liefde. Precies zoals Zarathustra dat eerder geleerd had dat God het zo wilde en bedoeld had..

Wie was er eerst? Mozes ging vooraf aan Jezus, zeker. Maar voor Mozes was er Zarathustra.
De boodschap van Zarathustra was eerst. De vijf eerste boeken van het Oude Testament zijn een poging van Joodse priesters om de invloed van de nieuwe ideeën van Zarathustra te keren. En dat doen ze later opnieuw door Jezus te laten kruisigen.
Mensen kun je bang maken, maar we kunnen elkaar bemoedigen om die angst te overwinnen. Mensen kun je kruisigen, maar ideeën niet.
Nu de macht van de kerken over het geloof van de mensen taant, borrelen de ideeën van Zarathustra en Jezus zomaar weer vanzelf op. In alle vrijheid.


Over de ontstaansgeschiedenis van het Oude Testament is wel iets meer te vertellen dan dat het geschreven is nà de Babylonische ballingschap. Heel veel zelfs.

Een enkel woord......

In de boeken van de Tenach vinden we ideeën en verhalen die geworteld zijn in de ervaringen en de geschiedenis van mensen die circa 1500-200 vóór Christus leefden in het Midden Oosten.

Het Oude, net zoals het Nieuwe Testament zijn uiteindelijk vele malen vertaald, bewerkt en/of uitgebreid.
" Gegroeide geschriften "dus.

Ik vind dit alles uitermate boeiend om zo af en toe in te duiken.

Zo ook de verhalen van Zarathustra, hoewel er over zijn tijdspad ook heel verschillend wordt verhaald. Er zijn er die uitgaan van 6350 v.Chr., anderen komen uit bij 600 v. Chr., en de geleidelijke consencus komt uit bij 1750 v.Chr.

Dat er bij volkeren en hun leiders geweten moet zijn van elkaars verhalen, en hoe zij elkaar daarin hebben kunnen beïnvloeden en/of bestreden, door politieke en/of andere omstandigheden laat de huidige tijd ons weten. Door steeds meer vondsten, onderzoek en inzichten.
Ik zei al......uitermate boeiend.

Maar wat mij tijdens mijn zoektocht de afgelopen dagen heel bijzonder trof, is het volgende:

Een Midrasj ( in de Joodse traditie een meestal kort en krachtig verhaal waarin de overgeleverde Bijbeltekst wordt ondervraagd, uitgelegd en geactualiseerd ).

In die dagen kwamen twee mannen bij rabbi Hillel ( 50 v.Chr-10 na Chr.). Zij zeiden tot hem: " Rabbi, wij leren in de geschriften van onze vaderen dat er twee goden zijn met een en dezelfde naam. De ene is genadig en zegt ons elkaar lief te hebben. Hij wordt Adonai genoemd. De ander is wreed, wraakgierig en belust op bloed, maar wordt ook Adonai genoemd. Heeft de genadige misschien een misdadige dubbelganger die mensen tot mensenoffers dwingt? "
Na hun woorden viel een diepe stilte die duurde en duurde. Toen sprak rabbi Hillel: " Hoor Israël. Eén is onze God. heb hem lief die tot jou spreekt. heb lief je naaste die is als jij. Dit is het hart van de Thora die Adonai ons door Mozes gegeven heeft. Alle overige woorden zijn uitleg. Ga heen en leer."
Zij gingen heen, die twee. Maar niet veel later stonden zij opnieuw voor het aangezicht van rabbi Hillel en zeiden: " Wij hebben gehoord wat jij gezegd hebt, maar wij weten niet wat wij ermee aan moeten."
En weer viel er een diepe stilte.
Toen sprak rabbi Hillel: " Hoor jij en jij: wat jou tegenstaat, doe dat je naasten niet aan, en oordeel niet over hem totdat je in zijn plaats gekomen bent - tot in zijn schoenen staat. Dat is het grote gebod van de Thora. Van deze liefde hangt de wereld af."

Wat een mooi vrucht van mijn schatgraven in........!










Beste Carla,
Ik mijn beschouwing over Zarathustra en Ezra heb ik het niet over de ontstaansgeschiedenis van het Oude Testament als geheel, maar over de eerste vijf boeken daarvan, de Pentateuch, ook wel de Thora genoemd. Ik ken eerlijk gezegd niemand die er nog aan twijfelt dat die geschreven zijn na de Babylonische ballingschap, dus kort na 600 vC, en ook dat de redactie daarvan onder toezicht geschiedde van priesters die uit de ballingschap terugkeerden, zoals Ezra.
Er is ook geen redelijke twijfel, die heb ik althans niet bespeurd, dat Zarathustra eerder leefde en dat de joodse priesters tijdens hun ballingschap de leer van Zarathustra hebben leren kennen.
Dat staat voor mij vast en daar ben ik bepaald niet alleen in.

De vondst van de geschriften bij Qumran (die grotendeels dateren uit de eerste eeuw vóór Jezus) laat zien dat de tot dan toe bekende oudste joodse tekstendoor de eeuwen heen buitengewoon zorgvuldig zijn bewaard. De oudste tot dan toe bekende handschriften van de Thora dateerden uit de tiende eeuw (na Christus). Dat de teksten uit die handschriften nauwelijks afweken van de teruggevonden teksten bij Qumran uit de eerste eeuw vC, is een van de meest opmerkelijk inzichten van de vondst van Qumran. In al die eeuwen is er, in een joodse zegswijze, tittel noch jota aan die teksten veranderd, zo bleek. Je kunt het Oude Testament daarom moeilijk als een 'gegroeide tekst' beschouwen.
Dat de teksten van de Pentateuch geworteld zijn in de overlevering van lang voor de Babylonische ballingschap is eveneens evident, maar dat geldt dan wel voor de hele cultuur van het Nabije Oosten.
Zie bijvoorbeeld het verhaal van de zondvloed dat allang bestond voor het opgenomen werd in de Pentateuch. Maar de samenhang waarin die verhalen geplaatst werden door Ezra en volgelingen, die is nieuw. Het beeld van Jahweh als een straffende en wrekende rechter is nieuw. Het monotheisme, samengaand met de afwijzing van alle andere goden als heidens, is nieuw. De fundamentalistische claim dat de God van de Joden de enige ware God zou zijn is nieuw. Dat Jahweh straft als je andere goden aanbidt is nieuw. Het inzetten van een straffende god tot handhaving van de ethnische zuiverheid is nieuw. De verklaring van het lijden als een straf op het aanbidden van andere goden is nieuw.
Dat was tot dan toe ongehoord en het heeft helaas tot veel ellende geleid, bijvoorbeeld tot de Roomse inquisitie die zich daar later op beriep.
Ik beschouw die in een godsbeeld verankerde religieuze onverdraagzaamheid als een droevig moment in de geschiedenis van de mensheid.

Het jodendom als geheel is overigens in vele opzichten anders dan het christendom en wordt niet alleen bepaald door de sfeer van angst die door Ezra werd geschapen. Ezra ondervond zelf ook tegenstand onder de joden. Zo lezen we in Ezra 3:12 als reactie op de vernieuwingen die door Ezra werden ingevoerd:
"Veel oudere priesters, Levieten en familiehoofden die de oude tempel nog gekend hadden, begonnen luidkeels te weeklagen."
In het jodendom geldt bovendien zoiets als voortschrijdend inzicht. Er is in de joodse traditie behalve de teksten uit de Thora (het christelijke Oude Testament) een rijke schat aan wijsheidsteksten, veel en veel talrijker dan alleen de Thora. Het jodendom zoals wij dat nu kennen, het zogenaamde rabbijnse jodendom, is bovendien pas ontstaan in de tweede en derde eeuw na Jezus. Daar hoort een heel vrije opvatting bij over de omgang met de oude teksten, ook die van de Pentateuch (met uitzondering van de fundamentalistische joden uiteraard, maar die vormen toch niet de hoofdstroom). In het jodendom is er een welhaast onbelemmerde vrijheid om interpreterend met de oude teksten om te gaan. Er is in elk geval in het jodendom geen centraal gezag dat de juiste interpretatie bewaakt en als inquisitie optreedt. In het kerkelijk christendom geldt niet alleen de tekst als Gods woord, maar is ook de betekenis daarvan in allerlei dogma's vastgelegd, en niet alleen het aanbidden van vreemde goden is fout, maar ook elke andere uitleg van de teksten dan die van de kerk.

Je geciteerde, overigens prachtige, tekst dateert uit de tijd van Jezus. Ook daaruit blijkt dat in de tijd van Jezus onder de joden het beeld van de wrede, wraakgierige God uit de Pentateuch onder de joden ter discussie stond, en dat er in die tijd een nieuw godsbesef ontstond waarbij naastenliefde de voorrang kreeg. Jezus is waarschijnlijk zelfs een exponent van die beweging. Mooi in jouw geciteerde tekst is dat het antwoord in de mens zelf besloten ligt.
Maar kennis van die vernieuwingsbeweging onder de joden in de tijd van Jezus, verandert voor mij niet de historische plaatsbepaling van de Pentateuch zoals ik die hierboven heb uiteengezet, integendeel zelfs, die wordt er door bevestigd.


Voor alle duidelijkheid: ik lever hier commentaar op teksten en op historische gebeurtenissen. Ik zeg dat maar, om bij voorbaat te voorkomen dat iemand hier een vorm van antisemitisme in zou kunnen zien, zoals mij wel eens verweten is. Het is verre van mij om welke mensen dan ook te beoordelen op grond van teksten die 2500 jaar geleden geschreven zijn; zelfs mensen die 2500 jaar geleden leefden wil ik er nog niet eens collectief om beoordelen.
Maar het godsbeeld zoals dat door Ezra werd geïntroduceerd, daar neem ik afstand van. Maar dat was al wel duidelijk.


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: