Bramhartigheden

Lied van de Parel

    door Bram, 27/05/2011 10:06. #41153. 0 reacties, laatste

Een van de mooiste verhalen uit de teruggevonden gnostische teksten is het ‘Lied van de Parel.’ Dat gaat over een koningszoon die uitgezonden wordt naar Egypte om daar een parel te zoeken. Maar, daar aangekomen neemt hij de zeden en gewoonten over van het vreemde land. Hij vergeet wie hij is, waar hij vandaan kwam en wat zijn opdracht was. Hij is, in de gnostische beeldtaal, een ‘zoon van het land’ geworden.
Maar dan komt er een gezant van zijn ouders. Die herinnert hem aan zijn afkomst en aan zijn opdracht. Dan beseft hij weer wie hij is, en wat hij te doen heeft. Hij herinnert zichzelf. Hij volvoert zijn opdracht, vindt de parel, en keert terug naar zijn geboorteland. Daar volgt hij zijn ouders op als koning. Hij wordt dus, na verdwaald te zijn geweest in een vreemde werkelijkheid, een koning in zijn eigen land, zoals in Thomas 2.

Een ‘zoon van land’ is dus iemand die vergeten is wie hij is door zichzelf een vreemde identiteit toe te kennen uit de hem omgevende betekeniscultuur.
Eerder gaf ik hier het voorbeeld van het confuciaanse China. Daar waren alle identiteiten nauwkeurig omschreven en je werd als kind geleerd wie en wat je was en wat je te doen had in het leven volgens de leer van Confucius. Daar gebeurde dus precies hetzelfde als met de koningszoon in Egypte.

Het oudtestamentische verhaal over Jozef in Dothan vertoont grote gelijkenis met Het Lied van de Parel. Ook Jozef komt in het vreemde land Egypte terecht. Het bijzondere en opmerkelijke van het verhaal van Jozef is echter dat hij in een hem vreemde werkelijkheid trouw blijft aan zichzelf. Curieus genoeg komt in het hele verhaal van Jozef de naam God niet voor. Jozef blijft dus niet trouw aan God of zijn joodse wortels, maar aan zijn innerlijke morele autoriteit, los van de cultuur waarin hij opgegroeid is en los van de dan hem omringende cultuur. Juist in de vreemde cultuur is dat wat richting geeft aan zijn leven: zijn eigen, niet van buitenaf opgelegde morele autoriteit. Jozef is de vreemdeling bij uitstek. Hij is verdreven uit zijn eigen land, heeft vader, moeder, broers en zusters verlaten, en blijft een vreemdeling in Egypte. En juist door dat vreemdelingschap ontwaakt er iets in hem, namelijk liefde. Die liefde blijkt uit zijn latere bereidheid zijn broers te vergeven die hem eerder als slaaf verkocht hadden. En daardoor kan hij ook weer als vrij mens terugkeren naar zijn vader en zijn geboorteland net als de koningszoon uit het Lied van de Parel.

Het beeld van de vreemdeling is wezenlijk in de gnostiek. Maar ook dat van de slaaf. Het woord slaaf geldt voor een ieder die ‘een zoon van het land’ is geworden, en zijn morele autoriteit aan anderen buiten zichzelf overdraagt. Dan ben je een morele slaaf. De morele vrijheid kun je alleen herkrijgen door van slaaf een vreemdeling te worden tegenover de heersende cultuur. Dan ben je weer mens geworden.

Zo’n vreemdeling, vrij van elke uiterlijke morele dwang, heet in de gnostiek een ‘zoon des mensen’.
En dat is precies ook de benaming die aan Jezus wordt toegekend in het Nieuwe Testament. Net als Jozef is Jezus mens geworden, een mensenkind, zoals jij en ik dat van oorsprong ook zijn.

Het Lied van de Parel bedoelt te laten weten dat we bij de geboorte terechtkomen en opgroeien in een beschreven werkelijkheid. Maar die beschrijving is niet de werkelijkheid zelf al zullen we geneigd zijn dat wel te geloven. Pas als we een vreemdeling zijn geworden tegenover de beschrijving kunnen we iets van de werkelijkheid in onszelf ontdekken en die dan ook in de wereld om ons heen en vooral in onze medemens herkennen.

Zie ook logion 107, Het Schaap op zoek naar zijn bestemming.

De wereld als beschrijving
citaat uit:
Carlos Castaneda, Journey to Ixtlan, pag.8 en 9

Om duidelijk te maken wat ik bedoel, moet ik eerst uitleggen wat Don Juan het beginsel van tovenarij noemde. Hij zei: ‘Voor een tovenaar is de alledaagse wereld niet de echte wereld , het is ook niet de wereld die los van onszelf bestaat, zoals we gewoonlijk geloven. Voor een tovenaar is de werkelijkheid, of de wereld waarin we leven, alleen maar een beschrijving.
Hij wees er op dat iedereen die kontakt maakt met een kind een leraar is die niets anders doet dan ‘de wereld’ voor het kind beschrijven, tot het moment waarop het kind in staat is zelf de wereld te ervaren zoals die beschreven werd. (...) Vanaf dat moment wordt het kind lid van een wereldclub. Het kent de beschrijving van zijn wereld; en het lidmaatschap wordt helemaal volwaardig, wanneer het kind zelf in staat is nieuwe ervaringen te plaatsen in de eerder gegeven beschrijving, wat, zo lijkt het dan, een bevestiging is van die wereld.
De werkelijkheid die we zo als ‘waar’ leren beleven wordt niet betwijfeld, en dat nu is de basis voor tovenarij. Want de beschrijving waarin we geloven is niet meer dan één van vele mogelijke beschrijvingen. Maar dat zal bijna niemand bereid zijn te aanvaarden. (...)
Don Juan nu probeerde mij te leren ‘zien’ in plaats van te kijken. En om de kunnen leren zien was het nodig om in staat te zijn ‘de wereld stil te zetten’.





Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: