Bramhartigheden

Het Grote Geluk en het denken als Boosdoener

    door Bram, 24/04/2012 16:08. #42563. 10 reacties, laatste

Een van de meest opmerkelijke eigenschappen van taal is dat je er in kan liegen. Je kunt verhalen verzinnen over van alles en nog wat, en die zelfs als waarheid over de werkelijkheid presenteren.
De meest populaire zijn allicht de verhalen die dromen van geluk bevatten, of een leven zonder pijn beloven. Maar nagenoeg altijd moet je voor zo’n pretvisioen een hoge prijs betalen en meestal is dat iets wat tot het wezen van het menszijn behoort.
Het christendom vraagt je bijvoorbeeld, in navolging van Plato, om je lichaam als zondig te beschouwen, het boeddhisme maakt het ego tot oorzaak van alle ellende.
In het hindoeïsme is het denken populair als de grote barrière op de weg naar een bestaan met alleen vreugde. Een beroemde hindoe is Jiddu Krishnamurti, gewoonlijk aangeduid met K, gewoon K dus. Ik heb grote bewondering voor Jiddu Krishnamurti, en daar meen ik goede reden voor te hebben, maar daar wil ik het nu niet over hebben. Ik wil het hebben over een verhaal. Aan K wordt toegedicht een verhaal over een monnik die hem zou hebben bezocht. Dat is een oud hindoe-verhaal van lang voor K ter wereld kwam. Het behoort min of meer tot de heilige canon van het hindoeïsme. Dit oude verhaal wordt nu kennelijk opnieuw verteld alsof het over K gaat en de kern zijn lering bevat. Zo worden oude verhalen gerecycled.

Het maakt mij nu even niet uit of dit verhaal werkelijk over K gaat of niet. Ik hou het nu bij het verhaal zelf. Het verhaal gaat namelijk over het denken. Wij mensen kunnen denken en dat is fout - zo laat het verhaal ons weten, conform de traditie van het hindoeïsme. Er is een bron van ellende, het denken namelijk, die bron kan gekend worden, en als we die bron van ellende elimineren, dan... ja dan is er alleen nog maar moksha, eeuwigdurende vreugde. Nou, wie wil dat niet?

Dit is het verhaal:
Er kwam een keer een jainistische monnik aanlopen, moe van de reis, het moet zowat elf uur in de ochtend zijn geweest. Krisnaji zou juist naar binnen gaan om een bad te nemen. Hij zij dat hij weken had gelopen om hierheen te komen, toen hij had gehoord dat K. daar was; moest hij hem heel dringend spreken, zei hij. En K. glimlachte en zei: "U bent op zoek naar een antwoord, is het niet? U bent op zoek naar een oplossing. Maar ik had liever dat u dat proces een andere wending gaf en gewoon eens keek naar wat u bij uzelf teweeg probeert te brengen, wat het denken bij zichzelf probeert teweeg te brengen. Het denken, probeert zichzelf zover te krijgen, zichzelf er toe te pressen, dat het zijn functioneren tot stilstand brengt, omdat het daarmee iets bereiken wil. En dat is waartoe het denken niet in staat is. U hoeft dit ene feit maar te zien, dat wat u 14 jaar lang heeft geprobeerd iets is wat het denken heeft geprobeerd, en dat het denken daar, hoe dan ook, nooit toe in staat zal zijn. Als u dit maar inziet, als iets doorslaggevends, dat het niet in het vermogen van het denken ligt om te doen wat u zou willen dat het deed. Alleen dat hoeft u maar in te zien! Ziet u het in, wat ik zeg?" De monnik was onder de indrukken zei: "Ja, ik zie het in". Maar K. zei: "U probeert het denken het voor u te laten doen, doe dat niet! Kijk gewoon alleen maar wat het denken bij zichzelf probeert teweeg te brengen en dan, misschien, als u dat doet en afwacht...."En plotseling kwam er een verandering in het uiterlijk van de monnik, hij sloot zijn ogen en was volkomen stil. Toen hij na een minuut of wat zijn ogen opendeed stonden ze vol tranen; hij raakte K. voeten aan en zei: "Ik heb dit al heel lang gewild, maar het is me nooit gelukt. Daarom, dank ik u, ik zal nu gaan". En K. zei: "Nee, nee, heb niet zo'n haast, ga toch een paar minuten zitten". De monnik ging zitten. Hij zat heel stil, maar opeens barstte hij uit met: "Ik heb u toch nog één ding te vragen!"K. Zei: "Natuurlijk! Daar zit ik op te wachten!"En de monnik zei: "Kijk, dit was heel mooi; het denken was absoluut stil zonder dat ik me er voor inspande. Maar hoe kan dat blijven doorgaan, hoe kan ik dit terugkrijgen?" En K. zei: "Dat is nu precies de vraag die ik wist dat u mij stellen zou, Maar, wie stelt die vraag? Is het de geest van innerlijke rust die deze vraag stelt? Of is het de geest die niet tot rust kon komen en zich daar bezorgd over maakte, die de vraag stelt? Het is weer die oude geest, u valt weer terug op die oude geest, die is het die de vraag stelt, omdat hij dat wat u te beurt gevallen is in bezit wil hebben. Hij wil het vasthouden en laten voortduren. Dat hoort allemaal tot het normale functioneren van het denken. U had de ene kamer verlaten en u wilt u het antwoord in de andere kamer, d.w.z. u wilt een antwoord in de sfeer van het denken. Ziet u wat u aan het doen bent? Ziet u wat het denken bij u aanricht? Ziet u wat het denken bij zichzelf aanricht?" Opnieuw zweeg de monnik en deze keer zweeg hij een hele tijd. Toen hij zijn ogen opende straalden ze een diepe vrede uit, hij raakte K. voeten aan en zei: "Ik zal niet bij u terugkomen".
Voorzover het verhaal.

De structuur van het verhaal is kenmerkend voor veel verhalen van het hindoeïsme. Er is een heilige leraar, in dit geval K. Er is een onwetende, in dit geval de monnik. De monnik heeft een probleem en legt dat aan de leraar voor. De leraar biedt het antwoord aan, en de monnik begrijpt het, maar nog niet helemaal. Dan, plots, na een wijze, aanvullende opmerking van de leraar, breekt het volmaakte inzicht door. De onwetende betuigt zijn dank aan de leraar.
Het allerbelangrijkste is natuurlijk de traditionele belofte die dit verhaal aanbiedt: “Toen hij zijn ogen opende straalden ze een diepe vrede uit”. Ja, wie wil dat niet? Maar het offer is ook helder: het denken moet losgelaten worden.

Dit verhaal wordt gewoonlijk gepresenteerd als een waarheid. Maar er zijn nog veel meer verhalen met dit soort geluk-belovende waarheden. Als we geloven in het zoenoffer van Christus... Als we eerst maar eens alle joden vergassen... Als we de sharia hebben ingevoerd... Als de proletariërs de baas worden en niet langer de kapitalisten de dienst uitmaken... Als we de Islam verbieden... Als... Als... Als... Als we afzien van lichamelijke lusten... Als we het ego doden... Als we het denken loslaten... Dan... dan komt Het Grote Geluk.
Ach ja, denk ik dan, probeer het maar eens om niet meer te denken. Lukt het? Denk het niet.




Dit is het stukje van K. dat ik in het vorige lijntje plaatste.

Ik beschouw het denken als een prachtig gereedschap. Het is m.i. de gehechtheid aan de eigen denkbeelden die verwarring schept tussen mensen, niet het denken zelf. Dat is ook wat ik bedoelde te zeggen met de oude geest die telkens opspeelt waardoor je kunt DENKEN dat het licht te fel kan zijn, schep je zelf de afstand tot het licht en maak je jezelf onwaardig voor het licht.

Het opnieuw oproepen van het oude en zich steeds herhalende zelfverhaal is breinwerk. Het is een product van het denken, precies zoals dat uitgelegd wordt in de tekst van Krishnamurti.

Door te denken dat er afstand is, door te denken dat het licht te fel is,door te denken dat je onwaardig bent...zijn m.i. de 'Beren' op de weg die verdampen "moeten".

Onze eigen gedachten maken de hindernissen die we op onze weg tegenkomen.
Ze belemmeren je openheid, je onbevangenheid, je 'Kind-zijn' .
De beste manier om te ontdekken dat die beren niet bestaan is m.i. om ze te omarmen!

Er is dus m.i. helemaal niets mis met het denken, en je hoeft er niet van af. We kunnen het allemaal, we doen het allemaal. Het is niet goed, het is niet slecht.
Als er met het denken al iets mis zou kunnen zijn, dan komt dat omdat je van je bedenksels meent dat ze de werkelijkheid zelf zijn, dat ze absoluut waar zijn.
Dus niet het denken zelf is verkeerd, maar je kunt er wel zo mee omgaan dat jezelf ermee in een spirituele gevangenis opsluit.

Maar ik bedoelde niet te zeggen dat je tegen het denken moet strijden, want dan ben je er voortdurend van in de ban.

Staak de strijd.



Als we het ego doden, als we het denken opzij zetten, als als als…
Inderdaad, als we nu eens al deze ‘alsen’ lieten vallen... Maar dan geldt dat even goed voor: Als we de twee één kunnen maken, als we in onszelf een plaats van rust kunnen vinden, als we ons lichaamsbewustzijn kunnen herstellen, als we een emotionele openheid kunnen bereiken, als …

De taal heeft de eigenschap dat je er in kan liegen, maar de taal brengt ons ook de waarheid, maar wanneer weet je nu wat de waarheid is?

Dit doet me denken aan mijn prille jeugd, toen ik op een bepaald ogenblik een schroef ergens in moest draaien. Ik probeerde de schroef in het gat te duwen. Mijn grote broer kwam naar mij toe om mij te helpen. Hij legde mij uit en toonde mij hoe je de schroef met duim en wijsvinger bij de kop vast moest pakken, hoe je dan een draaibeweging moest maken, kortom, hoe je de schroef erin kon draaien. Toen mijn vader dit zag, kwam hij naar ons toe met een schroevendraaier. Hij toonde ons hoe het met een schroevendraaier veel gemakkelijker ging. Mijn oom die op bezoek was, ging naar zijn bestelwagen en haalde er een schroefmachine uit. Ook hij toonde ons hoe het nog sneller en gemakkelijker ging.

Toen ik een tijdje later een spijker in een plank wilde krijgen, ging ik naar de gereedschapskist van mijn vader en ik haalde er een schroevendraaier uit. Hoe ik het ook probeerde, ik kreeg het ding er niet in geschroefd. Het lukte me gewoonweg niet. Ik bleef proberen en ik probeerde er achter te komen hoe ik die spijker nu toch eindelijk in die plank zou kunnen schroeven. Totdat ik het opgaf en het geheel liet rusten.
Na een paar uur, ik dacht helemaal niet meer aan de spijker en de plank, kwam er plots in mij de gedachte: ‘Neem toch gewoonweg een hamer en sla daarmee de spijker in de plank’. Evengoed had het beeld in mijn gedachten kunnen komen van een timmerman die met een hamer een spijker in een plank sloeg.
Ik ging opnieuw naar de gereedschapskist van mijn vader, ik haalde er een hamer uit en ik begon op de spijker te slaan. Al gauw kwam ik er achter dat om spijkers in een plank slaan, men toch wel de nodige vaardigheid en kracht moest hebben, want nadat ik een paar keer op de spijker geklopt had, boog deze namelijk om en zat ik met een nieuw probleem. Het vergt oefening en kracht om spijkers nauwkeurig ergens in te slaan.
Wat ik hiermee in feite wil zeggen, is dat de taal en het denken ons leert hoe we dingen moeten doen. Wanneer we echter met een probleem geconfronteerd worden dat we zelf niet op kunnen lossen, dan kan er, als we dit denken en de taal (uitleg over hoe het in zijn werk gaat), heel het probleem op zich, los kunnen laten, we plots wel inzicht kunnen krijgen hoe het allemaal in elkaar zit. Dit heet een ingeving, met name, iets wat je gegeven wordt. Het wordt als een gedachte, een idee, in je brein gegeven. Je hoeft er niet over na te denken, plots is het er. Dat is de wijsheid, de waarheid die dan tot jou gekomen is, dat is het inzicht dat je gekregen hebt. Al wat je dan nog moet doen, is de uitvoering ervan, en dat vergt kracht en oefening.

Wanneer ‘K’ in het verhaal zegt om het denken te laten vallen, of wanneer jij, Bram, zegt om alle ‘alsen’ te laten vallen, dan klopt dit voor mij helemaal, omdat jullie beiden naar mijn mening hetzelfde zeggen, zij het op een andere manier. En het ironische aan het geheel, is dat we steeds de taal (of het beeld) nodig hebben om de informatie te verkrijgen over hoe we de ‘wijsheid’ kunnen verkrijgen, en uiteindelijk komt de wijsheid ook tot jou door de taal of het beeld. Ook het denken hebben we nodig, want het denken dient om de verkregen informatie te verwerken.

Geruime tijd geleden wilde ik ook proberen om inzicht te verkrijgen, om op één of andere manier een mystieke ervaring te krijgen. Ik probeerde dit door mijn denken het zwijgen op te leggen, maar uiteraard kon ik dat niet. Ik probeerde om mijn ego opzij te zetten. Ik probeerde om mijn zintuigen uit te schakelen. Het lukte me allemaal niet. Tot ik inzag dat ik mijn denken niet kon stopzetten. Wat ik wel kon, was mij niet meer focussen op dat alles, maar in plaats daarvan zocht ik rust en liet ik mijn gedachten de vrije loop. In feite stopt men dan ook met denken, denk ik ;-)

Na een tijdje leek het mij wel of ik inzicht begon te verkrijgen, op de manier zoals hierboven beschreven. Ik deed regelmatig meditaties, en achteraf, zonder ergens over na te denken, kwam er plots die ingeving in mij. Ik schreef deze inzichten op, en ondertussen lijkt het al een aardig boekje te worden. Wanneer ik deze inzichten nu nalees, ontdek ik er dikwijls veel meer in dan wat het voor mij betekende op het ogenblik dat ik het neerschreef, waardoor ik besluit dat het inzicht zich slechts geleidelijk aan openbaart en zich opbouwt. Het inzicht dat men krijgt, zijn slechts stukjes van de wijsheid, van de waarheid. Maar is het nu echt de waarheid, de wijsheid die tot mij komt door deze inzichten? Ik moet er op vertrouwen van wel, hoewel ik hier zeer dikwijls twijfels over heb, soms dacht en denk ik nog steeds dat ik gek aan het worden ben. Maar toch zie ik zo vaak dat dit inzicht, deze wijsheid in zoveel dingen, in geschriften, in liederen, in zoveel dingen bevestigd wordt. Voor mij is het de waarheid en ik moet er op vertrouwen, ik moet deze waarheid omhelzen.
Het enige wat ik echt wel zeker weet, is dat ik de wijsheid zeker niet in pacht heb.
Waar het voor mij op neer komt, is dat de wijsheid zichzelf wel zal openbaren door het inzicht. Hoe je tot dit inzicht komt, daar zijn verschillende theorieën over en daar moet ik Bram zeker in bijtreden: er worden zeker leugens verteld.

Als ik vroeger met een spijker in mijn handen had gestaan en ik had niemand die me op dat ogenblik kon helpen, als ik dan mijn vader gebeld had en als ik hem dan gezegd had: “Ik sta hier met een schroef in mijn handen die ik een plank wil krijgen”, dan had mijn vader mij waarschijnlijk uitgelegd dat ik een schroevendraaier moest nemen, en dan had ik daar mooi gestaan, met mijn spijker en mijn schroevendraaier in mijn handen.

Eindconclusie: wat men zegt over hoe je iets moet doen, je moet het zelf wel doen, je moet je eigen weg gaan.

Ps. Dat verhaal van die schroef en die spijker is nooit echt gebeurd. Ik heb dit zelf verzonnen. Is dit nu een leugen? ;-)


Wat ik hierboven in feite probeerde te zeggen, is dat Bram en K naar mijn mening in feite hetzelfde zeggen, maar dan op een andere manier.
Misschien had ik mij daartoe moeten beperken. Less is more.

Bram leert ons op deze prachtige website hoe we de gnosis kunnen verwerven. K kennen we enkel uit het bovenstaande verhaal, maar ongetwijfeld heeft K nog veel meer gezegd dan enkel dit bovenstaande verhaal.
(nu doe ik het weer)


Dank Yvonne voor jouw eigen zienswijze op het denken. Daar kan ik wat mee.
En Luc, dank voor je grappige, maar wel zeer heldere voorbeeld over groeiend inzicht en hoe je dat kunt overdragen. En nee hoor, je verhaal over die spijkers vind ik geen leugen, al is het niet waar gebeurd, omdat je er geen onfeilbare autoriteit aan koppelt. En dank voor je lovende woorden over mijn site.


Dank jou Bram!
En als het denken dan al eens stilvalt, dat ik niet meer weet waar ik woon of in welke auto ik rijd, dan zie ik dat als goddelijke genade, maar niet als iets waar ik naar kan streven.


Zonder dank Bram, want het is echt een prachtige website.

Maar wat ik nu in feite echte bedoelde, is dat er een verschil is tussen de ‘kennis’, waarmee ik bedoel alles wat je leert door te studeren in boeken en de levenservaring die je opdoet (dit is werelds), en het inzicht in de wijsheid, waarbij er stukjes van de wijsheid, van de waarheid tot jou komen in wat je zou kunnen noemen een mystieke ervaring. Dit inzicht in de wijsheid is niet van deze wereld. Het is zoals geschreven staat in Johannes 14,15-21 (Liefde en geboden) : Als gij Mij liefhebt, zult ge mijn geboden onderhouden. Dan zal de Vader op mijn gebed ‘u een andere Helper geven om voor altijd bij u te blijven: de Geest van de waarheid, voor wie de wereld niet ontvankelijk is, omdat zij Hem niet ziet en niet kent. Gij kent Hem, want Hij blijft bij u en zal in u zijn’. Ik zal u niet verweesd achterlaten: Ik keer tot u terug. Nog een korte tijd en de wereld ziet Mij niet meer; gij echter zult Mij zien, want Ik leef en ook gij zult leven. Op die dag zult gij weten, dat Ik in mijn vader ben en gij in Mij en Ik in u. Wie mijn geboden onderhoudt, die hij heeft ontvangen, hij is het die Mij liefheeft. En wie Mij liefheeft, zal door mijn Vader bemind worden; ook Ik zal hem beminnen en ‘Ik zal Mij aan hem openbaren’.

De stukjes die ik tussen aanhalingstekens plaatste, dat is wat ik bedoel, en deze stukjes mag je voor mijn part gerust echt letterlijk nemen. Dat is wat ik ervaren heb en nog steeds ervaar. Deze ‘Geest van de waarheid’ die je kleine stukjes influistert en je stukjes ‘inzicht’ geeft dat zich geleidelijk aan opbouwt. Dat is het wat me soms gek lijkt te maken: Is dit allemaal wel echt wat ik mee maak? Maar tegelijkertijd moet ik vertrouwen hebben dat dit zo is en zie ik er de bevestigingen van.

Wanneer je deze ervaringen, deze ‘openbaringen’ dan wil overbrengen bij andere mensen, en hoe je die ervaringen hebt opgedaan, dan moet je dit doen door de taal. En daar zit meestal het probleem. Hoewel je jezelf zo helder mogelijk denkt uit te drukken, toch leest en begrijpt een ander het meestal op zijn manier.


Voor Luc, een citaat uit Schatgraven in Nag Hammadi:

Verhalen, afbeeldingen, zijn als een tweesnijdend zwaard. Je kunt je er in verliezen en dan word je een spiritueel dode. Maar om een dode weer op te wekken heeft men opnieuw verhalen nodig. Verhalen zijn onmisbaar om het hart van een dode te reanimeren.
Alle verhalen hebben dat dubbele aspect. Elk verhaal, zeker als het een goed verhaal is, kan tot spirituele gevangenis worden én tot bevrijding leiden, ook het verhaal van de gnostiek. Verhalen zijn belangrijk en nodig, maar je moet ze ook weer los kunnen laten. Daarom zegt Filippus (10):
Tegenover het werkelijk bestaande verliezen namen hun kracht.

Het is dus goed om te beseffen dat men bij het geven van al die namen de volgende waarschuwing van de Chinese wijsgeer Lao-Tzu in acht moet nemen:

Tao was steeds naamloos.
Toen het zich voor het eerst in handelen openbaarde, kreeg het een naam.
Bij het geven van namen dient men te weten waar men moet ophouden.



Voor Luc en ik neem aan voor een ieder.
Op z'n minst "eigen ik" het mij ook toe :-)
Ik vind het een prachtig bericht.


Vriendelijk bedankt Bram. Ik denk dat ik begrijp wat je bedoelt en het zijn wijze woorden die ik zeker met me mee zal nemen.

Sta me toe hierbij ook nog een stukje aan te halen uit een goed verhaal uit een boekje van een Engelse wiskundige:

De Hoedenmaker sperde zijn ogen wijd open toen hij dit hoorde; maar al wat hij zei was: 'Wat is de overeenkomst tussen een raaf en een schrijftafel?'
‘Ha, nu gaat het leuk worden’ dacht Alice. Ik ben blij dat ze raadsels gaan opgeven. ‘Ik geloof dat ik dat kan raden', voegde zij er hardop aan toe.
'Bedoel je dat je denkt dat je daar het antwoord op kan vinden?', zei de Maartse Haas.
'Ja juist', zei Alice.
'Dan moet je zeggen wat je meent', ging de Maartse Haas verder.
'Ja', antwoordde Alice haastig, 'tenminste - tenminste ik meen wat ik zeg - dat is hetzelfde, weet je.' 'Helemaal niet hetzelfde!', zei de Waanzinnige Hoedenmaker. 'Kom nou, je zou net zo goed kunnen zeggen dat “Ik zie wat ik eet” hetzelfde is als “Ik eet wat ik zie”!'
‘Je zou net zo goed kunnen zeggen,’ voegde de Maartse Haas eraan toe, ‘dat “ik vind leuk wat ik krijg” hetzelfde is als “ik krijg wat ik leuk vind”.’
‘Je zou net zo goed kunnen zeggen,’ voegde de Zevenslaper, die leek te praten in zijn slaap, eraan toe, ‘dat “ik adem als ik slaap” hetzelfde is als “ik slaap als ik adem”!’
‘Bij jou is dat ook hetzelfde’, zei de Hoedenmaker.
uit Alice in Wonderland (Lewis Carroll)
;-)



Ik kreeg vandaag deze booschap in mijn mailbox over het denken:

Innerlijke rust ligt niet in het uitschakelen van het denken,
maar in de herkenning dat je diepste wezen
niet kan worden verstoord door het denken.


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: