Bramhartigheden

Het Vermoeden

    door Bram, 15/06/2012 11:32. #42715. 29 reacties, laatste

Annemiek Schrijver in gesprek met Bram Moerland in het programma Het Vermoeden van de IKON.



Een zeer mooi gesprek Bram.

Het sprak me zeker aan en ik had over het algemeen het gevoel van een herkenning.
Wat mij vooral aansprak was je uitleg over het beeld van Maria. Voor mezelf heb ik bij Maria twee dergelijke beelden. Het eerste is het beeld van de Piëta. Maria met de dode Jezus in haar armen. Voor mij is dat het grote beeld dat medevoelen, empathie opwekt. Wat is er erger dan een moeder die haar kind verliest? Het lijkt mij toe of Jezus ons hierdoor over zijn dood heen nog deze boodschap van medevoelen, empathie, barmhartigheid door zijn moeder heeft benadrukt. En of dat nu allemaal echt of niet echt zo gebeurd is, dat doet er inderdaad niet toe, het gaat om het beeld dat je er van hebt en het gevoel dat dit beeld opwekt.

Het tweede beeld van Maria dat ik zeer betekenisvol vind, is het beeld van Maria met de open handen, waarover het in het gesprek gaat. Dit beeld volgt voor mij op de Piëta. Maria die weet wat lijden is, staat daar zo ontvankelijk, vol van overgave om iedereen haar genade te geven, haar bereidheid tot medevoelen en troost.
De genade vind ik erg belangrijk. Indien men iemand kwaad deed, dan kan men dat ten opzichte van deze persoon in feite nooit meer goed maken, dan is men aan de genade van deze persoon overgeleverd of hij het je wil vergeven of niet. Het beeld van Maria is voor mij het totale beeld van deze bereidheid tot het geven van genade.
Wat dat vergeven betreft, ook dat vind ik belangrijk. Dat lijkt mij een soort van voorwaarde om zelf vergeven te kunnen worden. Indien men zelf niet volledig kan vergeven, hoe moeilijk dit soms ook kan zijn, moet men er volgens mij geen aanspraak op willen maken om zelf vergeven te worden. Dit vind ik één van de hoofdpassages van het Onze Vader-gebed, zoals men dat in de kerk kent, maar zoals dat ook in het Aramese gebed voor komt. De vraag om vergeven te worden, zoals wij ook zelf vergeven aan hen die ons kwaad deden. Op dezelfde manier dus...

En de oorzaak van het lijden? Voor mij is dit eenvoudig. Het heeft geen oorzaak door een of andere schuld. Het moet er eenvoudigweg zijn om ook het geluk te kunnen kennen. Voor mij is het zoals bij eten. Sommige dingen vind ik lekker en andere niet. Wanneer er geen differentiatie in smaak zou bestaan, dan zou alles hetzelfde smaken. Dan zou men het genot van de lekkere dingen niet kennen en ook minder goede smaak, of zelf de walging, van andere dingen die men in zijn mond stopt.
Voor mij is het lijden dus een noodzakelijk 'kwaad' om het geluk te kunnen ervaren.



Dag Luc,
Je verwarmt mijn hart met je reactie op het gesprek met Annemiek Schrijver. Je haalt uit dit gesprek precies wat ik toen en nog steeds als wezenlijk ervaar en je benoemt en beaamt dat ook nog eens heel helder. Dank.


Het lijden als ervaringsgegeven van het menselijk bestaan heeft heel wat spirituele tradities opgeleverd. Voorzover ze daar een antwoord op geven bestaat die gewoonlijk uit de belofte dat je je van het lijden kunt bevrijden. Het boeddhisme zegt het bijvoorbeeld zo, in de vier edele waarheden:
-Het leven is lijden
-Het lijden heeft een oorzaak
-De oorzaak kan gekend worden
-En daardoor kan de mens zich bevrijden van het lijden.

Veel modernere spirituele tradities, zoals die van de Course of Miracles, zijn daar slechts een variatie op.
Het komt er allemaal op neer dat het lijden vermijdbaar is en als het er is, dan komt dat door een verkeerde instelling van de mens zelf. Het boeddhisme noemt het gehechtheid en de Course of Miracles ziet negatief denken als oorzaak van alle ellende, zelfs van ziektes, zoals Willem Glaudemans, kenner van de Course of Miracles dat durft te beweren. Het is, kortom, je eigen schuld.

Het zal bezoekers van dit forum en lezers van mijn boeken niet onbekend zijn dat ik al in mijn jeugd verontwaardigd afstand heb genomen van die beschuldigende spirituele vinger. Dat betrof dan de overtuiging van mijn gelovige dorpsgenoten dat het lijden een door God gegeven straf op de zonde is. Voor mij was die opvatting een reden om afscheid te nemen van het geloof van mijn vaderen.

In mijn eigen leven heb ik een geheel andere houding gevonden tegenover het lijden: overgave aan het leven zonder wrok, verbittering en zelfbeklag voorzover het mijzelf betrof en niet-oordelende nabijheid als troost als het een medemens betrof. Dat is wel een heel korte samenvatting, besef ik, maar toch in de kern raak. De meer uitgewerkte vorm vind je in mijn boeken en websites. Dat is geen spirituele opvatting, maar een levenshouding, een manier van in het leven staan. Ik ben nog steeds geen gelovig christen en ga dat ook niet worden.
Ik zeg dat nadrukkelijk zo, omdat ik ervaar dat veel mensen denken dat ik gelovig ben in de traditioneel christelijke manier omdat ik boeken over een vorm van christendom heb geschreven. Maar dat ben ik dus niet, bepaald niet. Ik ben zelfs geen gnosticus, ook al krijg ik soms ook die titel aangemeten.
Maar waarom dan die boeken?

"Waarom schrijf je die boeken over Jezus, terwijl je toch zo'n ruimdenkend mens bent?" vroeg iemand me eens.
Mijn antwoord: "Omdat ik van verbazing nog niet bekomen ben."
Die verbazing gold niet alleen mijn ontdekking dat ik in die oude teksten over Jezus bij nader inzien mijn eigen levenshouding terugvond, maar vooral dat de levenshouding die in die verhalen wordt geschilderd uniek is in vergelijking met andere spirituele tradities waarlangs ik een lange spirituele zoektocht had ondernomen. Ik begon zelfs een soort lotsverbondenheid met de Jezus uit die verhalen te ervaren, samen met verontwaardiging over wat de kerken hem als leer hadden toegedicht. Er viel iets groots recht te zetten, dat was mij wel duidelijk.
In de verhalen over Jezus wordt het lijden niet weggepoetst. Het is er in alle smartelijkheid onverbloemd zichtbaar. Het antwoord op het lijden is niet een vlucht, of een spiritueel pad naar een leven zonder lijden, maar overgave en troost.

De leer van het traditionele, kerkelijke christendom mag daar dan ver van zijn afgedreven, die unieke en puur menselijke levenshouding in de verhalen over Jezus is vooral bewaard gebleven in de beelden.
Een lijdende god, verbeeld in Jezus aan het kruis, is voor veel niet-Europeanen in eerste instantie volstrekt onbegrijpelijk. Een god die lijdt? Daar zijn goden toch boven verheven? Vergeleken met andere spirituele tradities is die lijdende Christus uniek, revolutionair. De overgave van Jezus ligt besloten in zijn woorden "In uw handen beveel ik mijn geest."
En dan moeder Maria met haar open handen. Een prachtiger beeld van de niet-oordelende troostende nabijheid bij de lijdende medemens kan ik me niet voorstellen.
En in dat verhaal heeft moeder Maria zelf ook weet van het lijden, zoals Luc hierboven al schreef. En dat is al even rakend verbeeld in de pieta's: Maria met haar dode zoon Jezus op schoot. Deze Maria is geen verlichte die boven het lijden staat. Zij is gewoon mens, gewond in haar hart.

En dat alles is voor mij het wezenlijke en unieke van die verhalen. Geen vlucht uit het leven, geen beschuldigende vinger, maar overgave en troost. Samen heet dat: genade, een genade die wij mensen elkaar kunnen schenken. Dat is voor mij de menselijke mogelijkheid die in de verhalen en beelden over Jezus en Maria wordt verbeeld. Om daartoe in staat te zijn hoef je geen christen te zijn is mijn conclusie. Het is genoeg om, net als Jezus en Maria, mens te zijn in al je menselijkheid.


Bram,

Met ontroering las ik wat je hier boven schreef en weerom is er die herkenning in de begrippen die je aanhaalt. Je weet de kern zo mooi samen te vatten. Zeker met betrekking tot de overgave waarin je de woorden van Jezus aanhaalt: “In uw handen beveel ik mijn geest.” Dat is iets wat ik met name exact hetzelfde opschreef bij de inzichten die ik in het verleden kreeg. Jij noemt dat de overgave, ik bracht het onder de noemer ‘het opgeven van de vrije wil’, maar in feite meen ik dat dit op hetzelfde neerkomt want ik bedoel daar het volgende mee: het goddelijke, de bron, gaf de mens zijn vrije wil, zodat deze vrij is van denken, handel en wandel, maar waardoor hij dan ook de verantwoordelijkheid voor zichzelf moet nemen. Dit zou ik de bezieling van de mens willen noemen. Door het vrijwillig en onbaatzuchtig opgeven van deze vrije wil, door deze opnieuw aan het goddelijke, aan de bron terug te geven, kan men de verbondenheid ervaren, de verbondenheid met alle medemensen, met alles wat is.

In feite lijkt dit een rare term, het opgeven van de vrije wil, maar ik bedoel daarmee in feite eerder het opgeven van het eigenbelang. Wanneer men daarin slaagt, wanneer men vrijwillig en onbaatzuchtig het eigenbelang kan opgeven, dan heeft men een volledige overgave, dan leeft men niet meer voor zichzelf, maar dan leeft men voor anderen, dan stroomt het goddelijke, de bron door jou naar buiten, en wanneer men daar in slaagt, dan... zal men volgens mij voor zichzelf geen persoonlijk (psychisch) leed meer ervaren. Want wat is persoonlijk leed? Volgens mij is dat een zelfbeklag, een verlangen naar een toestand waarin men zichzelf beter voelt, en dat is dan in feite weer eigenbelang.

Wil dit dan zeggen dat men helemaal geen leed meer zal ervaren? Neen, in tegendeel, want door de verbondenheid, de betrokkenheid met anderen, zal men het leed van anderen veel meer en beter aanvoelen, zodat het leed dat je dan ervaart nog overweldigender kan zijn dan wanneer je je eigen leed zou dragen. Daarom is het voor mij zo herkenbaar wanneer je schrijft: “In mijn eigen leven heb ik een geheel andere houding gevonden tegenover het lijden: overgave aan het leven zonder wrok, verbittering en zelfbeklag voor zover het mijzelf betrof en niet-oordelende nabijheid als troost als het een medemens betrof.”

Door wat ik hierboven aanhaalde, kan ik begrijpen wanneer een spirituele richting de belofte uit dat men geen (persoonlijk) leed meer zal ervaren.

Bovendien is het volgens mij zo dat de mensheid als geheel doorheen de geschiedenis een groei maakt in zijn bewustwordingsproces (dat las ik in het boek ‘De geheime geschiedenis van de wereld’ van Jonathan Black, en ik kan me in dat idee wel vinden. De mens van nu heeft een totaal ander belevings- en bewustzijnsniveau dan de vroegere ‘holbewoners’). De figuur van Jezus speelt een enorm belangrijke rol, hij was een belangrijke schakel in dat groeiende bewustwordingsproces. Hij leerde ons de barmhartigheid, het meevoelen met anderen, de empathie, de naastenliefde te beoefenen hier in dit leven. Daarom denk ik dat het belangrijk is wanneer men religies, spirituele richtingen, filosofen,… beschouwt, men zich steeds moet realiseren of dit zich situeert in een pre- of poststadium wat Jezus betreft.
Uiteraard zijn er doorheen de geschiedenis nog een aantal andere personen geweest die een belangrijke schakel vormden in dat groeiende bewustwordingsproces van de mensheid.

En of je nu moslim, jood, christen bent of een andere of helemaal geen religie aanhangt, of je nu wit, rood, geel of zwart bent, of je nu groot of klein bent, dik of dun, dat doet er allemaal niet toe. Wat er wel toe doet is hoe je als mens omgaat in en met deze wereld. En dat is ook het mooie aan de figuur van Jezus. Voor hem was iedereen eender, Hij was er niet voor de joden alleen.


Bram, wanneer je schrijft: “De leer van het traditionele, kerkelijke christendom mag daar dan ver van zijn afgedreven, …” Als je het mij vraagt, dan wist Jezus dat het zo zou verlopen.

Met vriendelijke groet,

Luc


#42719Bram@In mijn eigen leven heb ik een geheel andere houding gevonden tegenover het lijden: overgave aan het leven zonder wrok, verbittering en zelfbeklag voorzover het mijzelf betrof en niet-oordelende nabijheid als troost als het een medemens betrof.

Ik herken dit als mijn eigen levenshouding.
Toch ook gebeurt het soms dat ik een oordelende kant bij mezelf tegenkom door "het niet-zien" van de ander en van nabij getuige ben van het persoonlijk leed dat hierdoor aangebracht wordt.
Pogingen tot laten zien dragen door deze afgeslotenheid van "niet-zien" geen enkele vrucht.
Ik besef dat dit ook overgave aan het leven is, dit valt me bij tijd en wijlen niet makkelijk..


Beste Luc, voor mij is overgave iets heel anders dan 'het opgeven van de vrije wil'. Ook overgave is een daad van de wil. Overgave moet je willen, want het kan ook anders.
Wie het spirituele pad betreedt zal vroeg of laat voor de keus komen te staan tussen een vlucht uit de wereld of overgave aan het leven in het hier en nu. De meeste spirituele tradities die ik ken bieden een geïnstitutionaliseerde vlucht uit de wereld. Ze zoeken het heil elders, in een pijnloze staat van verlichting of in de hemel na de dood bijvoorbeeld. De hemel als illusie van gelukzaligheid, in contrast met het hier en nu, is voor mij even irreëel als de pijnloze staat van verlichting. Maar niettemin zijn die heilsverwachtingen uiterst populair.
Het keuze-element op het spirituele pad wil ik illustreren met een voorval in mijn leven. Die gebeurtenis is ondertussen wel bekend aan de lezers van dit forum, de dood van de kinderen van mijn oudste zus. Dat de kerk dat zag als een straf op de zonde was voor mij als jongeman al een reden om met het christendom te breken.
Later ben ik in de leer gegaan bij een boeddhist. En natuurlijk begon dat met de vier edele waarheden. Maar op een gegeven moment, nadat ik me toch al aardig in de leer verdiept had, vroeg ik me af: hoe zou dan de relatie met mijn zus zijn als ik verlicht zou wezen? Zou ik dan, naast haar staande, minzaam beseffen dat zij 'nog niet zo ver was' en ik wel? Dat zij 'nog' lijdt en ik daar boven verheven zou zijn?
‘O, nee’ dacht ik toen, ‘zo wil ik helemaal niet zijn’. Ik vond dat een afschuwelijke gedachte en toen de consequentie van de boeddhistische leer eenmaal helder tot me doordrong ben ik daar dan ook meteen mee gestopt.

Mijn oudste zus is dus twee keer in mijn leven oorzaak geweest van een radicale existentiële keus. Met deze en andere keuzes ontwerp ik in vrijheid mijn eigen bestaan. En dat, beste Luc, heeft heel weinig te maken met 'het opgeven van de vrije wil'. Sterker nog, mijn keuzes waren een wilsdaad. Ik denk zelfs dat je om zo tegen de spirituele stroom op te kunnen roeien, je over een sterke wil moet beschikken. Het lijkt wel een beetje op stoppen met roken.

Dat was heel anders bij de katharen en de oude gnostiek. Toen ik de katharen leerde kennen, was ik erdoor getroffen dat de katharen dezelfde afkeer vertoonden van de straffende Jahweh als ik. Maar dat niet alleen. Even verrast was ik door de belangrijke rol die door de katharen werd toegekend aan de vrije wil. Voor hen gold heel letterlijk dat de menselijke geest in essentie vrij is. De geest maakt niet vrij, de geest is vrij. En precies diezelfde opvatting trof ik later aan bij de gnostici uit de begintijd van het christendom. Voorzover de gnostiek functioneerde als een spiritueel pad was daar het bevrijden van de vrije wil uit allerlei soorten van spirituele gevangenschap een wezenlijk onderdeel. Wil je als mens kunnen meewerken aan ‘een nieuwe hemel en een nieuwe aarde’ dan zul je eerst vrij moeten worden, was hun insteek. Want daden van liefde zijn alleen daden van liefde als ze in volledige vrijheid worden ondernomen. Ik vond het prachtig.

Nee, het opgeven van de vrije wil is niets voor mij. Die is mij te kostbaar en te wezenlijk om me die te laten afnemen, en al helemaal niet door een heilbelovende spirituele traditie.

En ik wil je nog wijzen op het wezenlijke verschil tussen het kerkelijke Onze Vader en de aramese versie.
In de kerkelijke versie staat: 'Uw wil geschiede'. En dat betekent dus het opgeven van de persoonlijke vrije wil.
In de aramese versie staat: 'Uw verlangen handelt dan samen met het onze'. En dat betekent verbondenheid van de persoonlijke wil met de Bron.
In de aramese versie is het dus en/en en niet of/of.
Zie ook:
Vrijheid in het evangelie van Thomas



Beste Bram,

Bedankt voor je reactie, want weet dat ik steeds elke reactie, positief of negatief, prefereer boven een stilzwijgen. Wanneer ik je reactie las, speelde er een fijne glimlach rond mijn mond, want in feite geeft dit voor mij nogmaals een bevestiging weer van iets wat ik in het verleden reeds vaker beweerde: Het is soms toch zo moeilijk om elkaar te verstaan, zelfs al spreekt men dezelfde taal. Ik blijk er precies nooit echt goed in te slagen om te laten overkomen wat ik nu in feite werkelijk bedoel. Is dit een subtiel verschil in taal tussen Nederland en België? Ik weet het niet.

Wanneer ik het heb over het opgeven van de vrije wil, dan bedoel ik daarmee, zoals ik dacht dat ik het reeds benadrukt had, het opgeven van het eigenbelang, en wel het vrijwillig en onbaatzuchtig opgeven ervan. Ik bedoel hier uiteraard niet mee dat men dan een willoos creatuur zou worden, een soort van zombie die volledig gevoelloos door het leven gaat. Integendeel.

Om het eigenbelang op te geven, moet men zeer zeker over een enorm grote wil beschikken, anders zal men daar zeker niet in slagen. Bovendien mag men dat niet willen om één of ander heil te zullen verwerven, het moet belangeloos gebeuren want indien men zijn eigenbelang wil opgeven om heil te verwerven, dan is ook dat weer eigenbelang. En dat noem ik de overgave aan de éénheid, aan het werkelijke leven, aan de verbondenheid, aan de bron. Dat is het één worden met je medemens, om je medemensen te kunnen appreciëren en aanvaarden zoals je jezelf kan aanvaarden, met potitieve kanten en tekortkomingen. Want als je die éénheid kan ervaren, niet alleen met je medemens, maar met al wat is, dan zal deze eenheid, deze bron door jou lichaam naar buiten kunnen stromen. Dan kan men zijn medemens liefhebben zoals men zichzelf liefheeft. En dan leeft men in deze wereld, als de persoon die je steeds al was, maar met een andere ingesteldheid. Want als men het eigenbelang kan opgeven, dan leeft men niet meer voor zichzelf, dan leeft men evengoed voor anderen als voor zichzelf. Dan heeft men die verbondenheid met het leven, met de eenheid, met de bron. Dan zie je het goddelijke overal om je heen, dan zie jezelf terug in anderen, dan ervaar je deze eenheid, deze verbondenheid. En dan heeft men nog steeds een persoonlijke wil, maar deze wil is niet meer toegespitst op zichzelf.
En dan geeft men inderdaad zijn liefde in vrijheid, want men doet dit onbaatzuchtig, maar men hoeft dit niet te doen. En wanneer men dan met onrecht geconfronteerd wordt, dan zal men daar nog steeds op reageren. Dat is dan geen vlucht uit de wereld, dat is dan voor mij even goed een overgave aan het leven hier en nu.

En als men de redenering kan volgen dat het persoonlijke psychische leed een vorm van eigenbelang is omdat men voor zichzelf verlangt naar een toestand die beter is voor zichzelf, dan zal men, indien deze redenering opgaat, geen persoonlijk psychisch leed meer ervaren. Dat is de logica zelve, hoewel ik begrijp dat men pure logica niet zomaar op menselijke emoties mag toepassen. Wil dit dan zeggen dat men zich in een pijnloze staat van verlichting bevindt? Zeker niet, omdat men juist door die verbondenheid met anderen veel meer betrokken is bij deze anderen en men ook hun emoties beter aan zal voelen.

En als men dan deze verbondenheid kan ervaren, niet omdat men zichzelf volledig zou wegcijferen, maar omdat men vrijwillig en onbaatzuchtig zijn eigenbelang opgeeft, omdat men zichzelf overgeeft aan de eenheid, dan is dat inderdaad zoals dat staat in het Aramese Onze Vader ‘Uw verlangen handelt dan samen met het onze’. Wanneer ik de vergelijking met het Aramese gebed maakte, had ik het enkel over de passage tot het vergeven van anderen.

En inderdaad, de geest maakt niet vrij, de geest is vrij. Maar dit is pas zo als men deze verbondenheid kan ervaren. Wanneer men dit niet kan, dan zit de mens zijn geest gevangen in het dualisme waarin men de wereld rondom zich waarneemt, het dualisme waaruit onze leefwereld is opgebouwd, met al zijn tegenstellingen als goed en kwaad,… , de wereld waarin men zijn ego, zijn persoonlijkheid heeft opgebouwd. De wereld waarin men deze verbondenheid niet ervaart. Het is slechts wanneer men deze verbondenheid wel ervaart dat lichaam en geest één worden, dan wordt men een éénling die in verbondenheid kan leven, in harmonie met anderen.

Wat het boeddhisme betreft, waar ik overigens niet echt in thuis ben (ik weet trouwens niet waar ik wel echt in thuis ben, want in feite ben ik niet zo belezen), moet ik zeggen dat ik meen dat dit tot ontwikkeling kwam, ongeveer een 500 à 600 jaar voor Jezus, waarbij ik er op wil wijzen dat ik reeds aanhaalde dat de figuur van Jezus zo’n belangrijk figuur was in de ontwikkeling van het menselijke bewustzijn. Hij was inderdaad uniek in wat Hij ons bracht. Hij leerde ons dat de naastenliefde, het meeleven en -voelen met anderen primeert boven het eigenbelang. Voor zijn komst primeerde (naar ik veronderstel) het eigenbelang, dan hield men veel minder rekening met anderen. Jezus leerde ons hoe men als individu een eenling kan worden, onder meer zoals blijkt uit het Thomas evangelie. Maar een individu is niet hetzelfde als de mensheid in zijn geheel. Daar waar een individu dit op een mensenleven kan bereiken, zal de mensheid in zijn geheel dit slechts langzaamaan kunnen bereiken, dan zal dit alles slechts gestaag kunnen groeien in een evolutie.

Het is mijns inziens niet de mens die de verlichting kan bereiken, het is de verlichting die de mens kan bereiken.


Ik weet niet of dit alles misschien wat duidelijker over komt. Ik hoop het althans.

Ik wil trouwens niet beweren dat wat ik hierboven schreef moet aanzien worden als een absolute waarheid, want ik weet dat ik de waarheid niet in pacht heb. Indien jij Bram, of anderen, hier een andere mening, overtuiging of gevoel over hebben, dan is dit oké voor mij. Het is immers niet mijn bedoeling om iemand ook maar ergens van te overtuigen. Maar voor mezelf lijkt het me allemaal helder en het helpt mij om de wereld rondom mij te kunnen begrijpen.
Ik wil trouwens ook niet beweren dat ik zelf bereikt heb wat ik hierboven allemaal aanhaal, laat staan dat ik een verlicht persoon ben. Ik ben slechts een mens, zoals wij allemaal mensen zijn, en ik tracht een ander te aanvaarden zoals hij is, met al zijn gevoelens, overtuigingen, meningen.

Vriendelijke groet,

Luc


Het spijt me Luc, maar ik kan je redenering dat persoonlijk psychisch leed een vorm van eigenbelang is inderdaad niet volgen. Sterker nog, ik wil die ook niet volgen. Leed is wat je overkomt en dat heeft helemaal niets met eigenbelang te maken. Ik wil opnieuw mijn oudste zus als mijn moreel ijkpunt oproepen. Zeggen dat haar leed over de dood van haar twee kinderen een vorm van eigenbelang is, stuit me tegen de borst. Ik neem van die redenering dan ook nadrukkelijk afstand.

Geen vrije wil, zelfs geen persoonlijk leed. Nou zeg.
Herken ik hier de eeuwenlange indoctrinatie van het instituut kerk dat geen enkele waardigheid toekent aan het individu? Ik vrees het.
Ik sla er maar eens een gnostische tekst op na, het evangelie van Filippus:
'Want ze wilden de vrije mens gevangen nemen en voor eeuwig tot slaaf maken.'


Luc, ik kom nog even terug op jouw vorige bericht. Als ik je goed begrijp dan zie jij het zo:
Als jij binnenkort tegenover een vrouw komt te zitten die kort daarvoor haar twee kinderen heeft verloren, dan zeg jij, niet vanachter je computer en niet vanachter een boek en niet vanuit een behaaglijke leunstoel, maar beiden in persoonlijke zichtbare aanwezigheid, face à face zogezegd, oog in oog, dan zeg jij dus tegen die vrouw tegenover je: jouw verdriet en ontreddering is een vorm van eigenbelang. En dat noem jij dan spiritueel inzicht. Mmmm...


Bram,

Bedankt voor het duidelijk kenbaar maken van je standpunt. Een standpunt dat ik overigens respecteer.

Sta me toe mijn verontschuldigingen aan te bieden, mocht ik je op één of andere manier geschoffeerd hebben bij het kenbaar maken van mijn standpunt.

Wat je zus betreft Bram, ik vermoed dat dit reeds lange tijd geleden is. Ik hoop dat het ondertussen goed gaat met haar en dat ze toch nog heeft kunnen voldoen aan haar kinderwens.


En wat dat spirituele inzicht aangaat, wel Bram, ik vrees dat ik wat dat betreft nog maar in mijn kinderschoenen sta.

Met vriendelijke groet,

Luc



Dag Luc,

"het opgeven van de vrije wil, dan bedoel ik daarmee, zoals ik dacht dat ik het reeds benadrukt had, het opgeven van het eigenbelang"

"persoonlijke psychische leed een vorm van eigenbelang is omdat men voor zichzelf verlangt naar een toestand die beter is voor zichzelf, dan zal men, indien deze redenering opgaat, geen persoonlijk psychisch leed meer ervaren."

Deze redenering kan ik niet volgen omdat ten eerst het uitgangspunt dat eigenbelang en vrije wil hetzelfde zouden zijn door mij niet zo ervaren wordt. Eigenbelang en geconditioneerde wil lijken mij eerder inwisselbaar. Het lijkt wel een truc van het eigenbelang om iets op te willen geven wat het niet heeft.....Ten tweede voelt wat je hier stelt omgedraaid. Eigenbelang kan denk ik wel persoonlijk psychische leed veroorzaken maar omgekeerd is dat toch niet zo? Het leven doet toch pijn, dat hoort bij onze tijdelijke verschijning in deze relatieve wereld? Bevrijd worden van psychisch leed veroorzaakt door handelingen uit eigenbelang is natuurlijk wel een zegen. Ben blij dat dit thema zo aan de orde komt want het geeft wel weer gelegenheid om hier eens heel bewust naar te kijken. Kan wel aanvoelen dat je met de beste intentie dit onderwerp aanroert maar begrijp ook heel goed de reactie van Bram, dat voel ik ook als ik aan verlies van de kinderen van mijn tante denk en de reactie van de omgeving dat dit wel Gods wil zou zijn. Daar kon ik als 10 jarige al totaal niet mee uit de voeten.... Dan voel je gewoon dat er iets totaal niet klopt.


Dag Marianne,

Bedankt voor je reactie.

Wat ik in feite zeg is dat de vrije wil van de mens er over het algemeen toe zal leiden dat het eigenbelang primeert. Niet dat ik daarmee wil zeggen dat vrijwel alle mensen pure egoïsten zijn, maar wel dat, als het puntje bij het paaltje komt, de mensen toch meestal voor zichzelf zullen kiezen.

Het jaar 2011 was voor mij tot nog toe de somberste periode uit mijn leven. Op de koop toe overleed mijn vader aan het einde van dat jaar. Ik wil niet beweren dat ik daar geen verdriet om heb gehad, dat ik daar zelf geen leed bij ervaren heb. Ik hield van mijn vader en ik mis zijn fysieke aanwezigheid.
Wat ik wel zeg, is dat ik niet verdrietig ben voor mijzelf omdat mijn vader gestorven is. Ik vind zijn overlijden in de eerste plaats zeer erg voor mijn vader zelf, want hij was een levenslustig man. Ik vind zijn overlijden ook zeer erg voor mijn moeder, mijn broer en zuster en voor alle vrienden en dierbaren van mijn vader.

Indien ik de wil zou uiten dat mijn vader gezond had gebleven of dat zijn ziekte nog lang stabiel had gebleven, dan wil ik dat voor mijn vader, mijn moeder, ... maar niet voor mijzelf. Dat is in feite de kern die ik bedoel in mijn betoog.

En verder: mijn vader is gestorven omdat hij ziek was, niet omdat God dat zo zou willen. Dat heb ik nooit beweerd, laat dat duidelijk zijn.

Met vriendelijke groet,

Luc


Dag Luc,

Hoop dat mijn bijdrage niet kwetsend ervaren is, dat was niet de bedoeling en ik begrijp wel dat jij niet beweerd dat lijden God's wil is. Moedig hoe je de moeilijke periode die je recent doormaakte deelt, mag ik je toewensen de kracht te ervaren om in alle openheid pijn te mogen omarmen, of die pijn nu van een ander of van jezelf is? Waar ligt de grens eigenlijk?

De openheid zoals ook al eerder in deze lijn ter sprake kwam deed mij denken aan een gedicht van Hafiz vertaald door Daniel Ladinsky uit The Gift.

It felt Love

How
Did the rose
Ever open its heart
And give to this world
All its
Beauty?
It felt the encouragement of light
Against its
Being.

Otherwise
We all remain
Too frightened.


Volgend citaat van Castaneda past denk ik mooi in dit lijntje:

Ik heb me al overgegeven aan de kracht
die mijn lot regeert.
Ik klamp me nergens aan vast en heb
dus niets te verdedigen.
Ik heb geen gedachten en zal dus zien.
Ik ben nergens bang voor en zal mezelf
daarom herinneren.

Onthecht en op mijn gemak
Schiet ik langs de adelaar naar de vrijheid.

Bron: Carlos Castaneda


Niet te bescheiden Luc.



M.i. gaan onthechting en liefde niet samen.
En in dat licht zie ik ook de uitspraak van Jezus: "Heb je naaste lief als jezelf".
Een naaste brengt mij weer in contact met mijn eigen kern, mijn ware wezen. Hij laat mij weer zien wie ik ben.
Dat gaat over zelfrealisatie niet over onthechting.

Daarom is er m.i. moed nodig om lief te hebben. Om kwetsbaar durven zijn. Kwetsbaarheid is de andere kant van kracht, anders durf je dat niet te zijn.


Ik denk juist om kwetsbaar durven zijn
er een ruimte en openheid ontstaat in jezelf en daardoor naar de ander.
Hechting, onthechting, een komen en gaan in dat wat is.

Yvonne@M.i. gaan onthechting en liefde niet samen.

Misschien is onthechting voor een ieder iets persoonlijks.

Voor mij betekent het ego doorzien.


Ik had het over het verplichte uitdoven van het zelf, dat elk verlangen maar moet doven, zodat je ook geen verdriet en pijn meer zult ervaren. Daarom is er m.i. kracht voor nodig om lief te durven hebben.


Ok Yvonne zo praat denk ik een ieder vanuit zijn eigen (levens)ervaring en weg die die gaat diegene te zijn wie die diep in wezen is of denkt te zijn.



@ Marianne: Neen hoor, ik heb jou bijdrage helemaal niet als kwetsend ervaren.
Mooi gedicht trouwens, zeer mooi. Dank.

@Nij: Zeer mooi citaat Nij, zeker hoe ik het lees en begrijp, maar het bevat verschillende frasen die in aanmerking komen voor een babylonische spraakverwarring, zoals daar zijn:
'Ik heb geen gedachten en zal dus zien'
'Onthecht en op mijn gemak'...

Voor mij betekent dit citaat van Castaneda: ik ben tot inkeer gekomen, ik heb me in mezelf gekeerd, tot in dat diepe punt van rust, van leegte en van stilte in mezelf waar ik in mijn diepste wezen ben en mij onthecht (of tracht te onthechten) van mijn gedachten die ik laat voor wat ze zijn, van mijn levenservaring en mijn vooroordelen; om me er open te stellen voor de bron, opdat deze door mij naar buiten zou kunnen stromen.
Dat is het wat ik betracht in meditatie en daarom is dit citaat voor mij erg herkenbaar. Dank.

@Nij & Yvonne: onthechting kan men inderdaad ook anders lezen, alsof men zich zou moeten los maken van alles en iedereen op deze wereld. Het hangt er maar van af hoe je het leest...



Mooi Luc de betekenis die het citaat van Castaneda voor je heeft.
Herkenbaar!

`Geen gedachten en ik zal wel zien,"
zie ik als gedachten die komen en gaan, het zijn maar gedachtren, zoiets..


Daar zeg je wat, Nij: ‘diegene te zijn wie je diep in wezen bent of denkt te zijn.‘
Zoals je het daar zegt (42736) lijkt het alsof dat jou gelijk is, wie je in wezen bent of denkt te zijn. Maar op het verschil tussen die twee is nu juist de gnostiek als spirituele traditie gebaseerd.

Je kunt jezelf over jezelf een beeld vormen, en denken dat je dat bent. Maar daardoor raak je afgescheiden van wat je in wezen bent, je ware zelf. Het herstel, zoals dat in de gnostiek heet, bestaat in wezen alleen uit het loslaten van het valse zelfbeeld.
Voorzover er te onthechten valt, is dat uitsluitend het loslaten van het valse zelfbeeld om daarmee tot je ware zelf te komen. Het ware zelf ben je al. Het komt gewoon tevoorschijn als je het valse zelfbeeld loslaat. Het is bedekt en kan ontdekt worden. Zo simpel is het eigenlijk, al blijkt de toepassing daarvan nogal weerbarstig. Want je moet wel durven geloven dat je de moeite waard bent, in wezen goed zelfs. En dat nu blijkt juist een grote drempel. Want het geloof in de eigen ontoereikendheid is behoorlijk hardnekkig, en vaak zelfs onderbouwd met prachtige spirituele redeneringen.

Het inzicht dat we ons als mens vast kunnen klampen aan een zelfbedacht of door een gemeenschap verplicht gesteld zelfbeeld, speelt een rol in allerlei spirituele tradities. Het bijzondere van de gnostiek is dat de gnostiek er de nadruk op legt dat er door het loslaten van het valse zelf iets volstrekt unieks en persoonlijks tevoorschijn komt, het ware zelf, en dat de realisatie daarvan de zin van het leven is. De ontdekking van het ware zelf, en het leven vanuit het ware zelf, is het doel van de gnostiek als spirituele traditie. Zelfrealisatie heet dat.

Daarbij hoort het inzicht dat het vermogen tot liefde een natuurlijke eigenschap is van het ware zelf.
Zodra je als gemeenschap een collectief mensbeeld hanteert, verdwijnt liefde. Zelfbeelden bestaan uit gedachten. Je kunt niet gedachten liefhebben, niet over een ander en ook niet over jezelf. Maar liefde zelf is onbemiddeld, gebeurt in het hier en nu, los van alle gedachten.
Om de liefde in jezelf te ontdekken moet je daarom , zoals het schaapje in het Thomas-evangelie, de kudde verlaten. Met het verlaten van de kudde wordt bedoeld het loslaten van het zelfbeeld dat de kudde-leden van zichzelf en de medemens hebben.

Marianne geeft een mooi voorbeeld van onbemiddelde liefde (42728). Ze vertelt over een ervaring als tienjarige:
‘...dat voel ik ook als ik aan verlies van de kinderen van mijn tante denk en de reactie van de omgeving dat dit wel Gods wil zou zijn. Daar kon ik als 10 jarige al totaal niet mee uit de voeten.... Dan voel je gewoon dat er iets totaal niet klopt.’

Als tienjarige heeft Marianne nog geen gedachten over wat dan ook. Ze is letterlijk nog kind zoals dat bedoeld is in ‘worden als een kind’. En daarom weet ze, in de zin van gnosis, dat dit fout zit. Dat weten dat dit fout zit is een uiting van wat ik elders noem ‘de bewogenheid van het hart’.
In de christelijke gemeenschap waar Marianne over spreekt heerst het collectieve zelfbeeld van de mens als een zondig wezen. Zodra je als mensen elkaar gaat beoordelen volgens zo’n collectief vals zelfbeeld, verdwijnt dat onbemiddelde vermogen tot de bewogenheid van het hart. Dan verdwijnt de liefde uit de gemeenschap.
Je moet een fundamentalist zijn, totaal vervreemd van je ware zelf, van je eigen mens-zijn, om koelbloedig te kunnen moorden, zoals je bijna dagelijks in de krant kunt lezen. En ook het gedrag van de huidige rooms-katholieke clerus is een voorbeeld van ijskoude liefdeloosheid. Het is treffend dat fundamentalistische spirituele stromingen de nadruk leggen op de onwaardigheid van de mens, in welke vorm dan ook.
De ijskoude oordelende blik toetst de medemens alleen op het onderling afgesproken beeld. Het is een denkend kijken vanuit een gedachte over de aard van de mens.
Liefde is uitnodigend. Liefde nodigt de medemens uit tot zichzelf te komen. Daarvoor heb je de lege, gedachteloze handen nodig van moeder Maria.


Beste Luc, je zegt:
“Wat ik in feite zeg is dat de vrije wil van de mens er over het algemeen toe zal leiden dat het eigenbelang primeert.“
Gelukkig ken ik genoeg mensen die in staat zijn tot onbaatzuchtige liefde om te weten dat jouw beeld van de mens niet strookt met mijn werkelijkheid. Wat mij echter nog het meest treft is dat jij zo, denkend, een negatief beeld van de mens schetst. Het beeld dat je schetst bestaat echter alleen uit jouw gedachtes. Dat is wat jij hebt bedacht. Het is geen gegeven van de werkelijkheid. Het is jouw bedenksel, meer niet. Geheel ten onrechte presenteer je dat alsof het een waarheid is over de werkelijkheid.
En daarmee doe je precies wat ik in mijn vorige bijdrage over het bericht van Nij probeeerde duidelijk te maken. Met zo’n als waarheid gepresenteerd negatief mensbeeld schep je afgescheidenheid, niet alleen van je medemens, maar vooral van jezelf. Als je jezelf ethisch onwaardig acht, loop je het gevaar de toegang tot je hart af te sluiten.
In een reactie op een eerder bericht van jou heb ik daar ook al op gereageerd. Je had iets verteld, en vervolgens had je daar een flinke portie zelfontwaarding aan toegevoegd.
Op die zelfontwaarding heb ik toen gereageerd. De teneur daarvan was: als je niet in jezelf gelooft, wat is dan de waarde van je overtuigingen? En ik wil er ook nu nog iets over zeggen. En ook het verschil duidelijk maken met het bericht van Marianne.

Marianne zegt in 42728: “Dan voel je gewoon dat er iets totaal niet klopt”. Zoals ik in het bericht hierboven al zei is dat een onbemiddelde ervaring. Die ervaring gebeurt in het binnenste van Marianne en die kun je alleen maar waarnemen. Wat ze vertelt is een verslag van een innerlijke gebeurtenis. Dat is geen gedachte. Zo’n ervaring kun je niet relativeren. Die is er ‘gewoon’ zoals Marianne zegt.

Maar als je je overtuigingen begint met jezelf weg te cijferen, je persoonlijke zelf onwaardig te vinden en te wantrouwen, dan is dat geheel anders. Als je op je medemens reageert vanuit een negatief zelfbeeld en je jezelf dus niet waardig vindt voor de liefde, dan zal je reactie alleen maar een volstrekt relatieve gedachte zijn. Als je jezelf niet waardig vindt, en je daarmee de bewogenheid van het hart afsluit, rest er alleen nog het denken. Wat dat betreft had je wel gelijk je eigen overwegingen in dat vroegere bericht compleet te relativeren. Want gedachten die niet geworteld zijn in het ware zelf, zijn ook volstrekt relatief, en ze kunnen zelfs heel destructief zijn in de intermenselijke relaties als je ze als waarheid beschouwt, hoe mooi ze er ook uitzien. Ook een redenering over liefde die alleen maar een bedenksel is, en niet geworteld in je ware zelf, is niets waard, hoe prachtig die redenering ook moge zijn.

Naar aanleiding van een citaat van Castaneda zeg je:
“Voor mij betekent dit citaat van Castaneda: ik heb me (...) onthecht (of tracht te onthechten) van mijn gedachten die ik laat voor wat ze zijn.”
Dat is mooi. Kun je (of wil je) dat ook toepassen op jouw gedachten over de vrije wil en over het persoonlijk psychisch leed? Of ben je daar ondertussen al tezeer aan gehecht?
Ik ben benieuwd.


Yvonne, ik vind dat je dat heel treffend verwoordt in 42733 en 42735.
Dat is wat ik ook duidelijk wilde maken in mijn vorige bericht aan Luc.
Het is wel goed dat je ter toelichting zegt dat je met onthechting bedoelde: uitdoven van het zelf.
Uitdoven van het zelf en liefde gaat ook voor mij niet samen. Dat sluit elkaar volgens mij zelfs uit.
Dat uitdoven lijkt ook veel op de vaak gepredikte opvatting over naastenliefde: dat naastenliefde zou betekenen dat je jezelf helemaal zou moeten wegcijferen. Dat werkt niet. Dat is verplichte zelfonderdrukking.


Beste Bram. Ik besef ten volle dat elk mens een uniek individu is. Dat komt door de opvoeding die men genoten heeft, de kennis die men bijvoorbeeld op school heeft opgedaan, de levenservaring die men heeft opgebouwd gedurende zijn leven waarin men met een hele resem van situaties geconfronteerd werd die men beoordeeld heeft en waaruit men zijn levenslessen heeft getrokken. Zo kijkt elk individu op zijn eigen unieke manier aan tegen de wereld rondom zich, zo heeft iedereen zijn eigen aparte, maar dus ook subjectieve manier om tegen het leven aan te kijken. Voor niemand is deze kijk op het leven en de wereld rondom zich identiek hetzelfde. Daarom zeg ik: zoveel mensen er zijn, zoveel werelden er worden ervaren. Maar geen van deze werelden komt overeen met de objectieve wereld zoals die werkelijk is.

Behalve bij de kinderen, want die zijn hun leerproces nog niet of nog maar nauwelijks begonnen, die zijn nog niet of nog maar nauwelijks gestart met het opbouwen van hun levenservaring. Zij staan nog objectief tegenover deze wereld.

Maar elke mens kan dit ook opnieuw bereiken, die kan terugkeren naar die ongerepte toestand; en deze toestand kan je vinden in jezelf. Door die plek van rust in jezelf op te zoeken, door in jezelf al het overige overboord te gooien, door je schijnzelf opzij te zetten, kan je die leegte en diepte in jezelf bereiken, kan je met je ware zelf, het diepste wezen dat je in feite bent, in contact komen, en ik tracht dat te doen door meditatie. Daar, in die leegte en rust, tracht ik tijdens die meditatie te verblijven, om me er open te stellen voor de bron, voor het goddelijke, opdat daardoor de goddelijke vonk die in mij verscholen zit kan aanwakkeren, opdat deze bron van goedheid en liefde door mijn lichaam naar buiten zou kunnen stromen.

Na de meditatie kom ik opnieuw terug tot mezelf en ben ik opnieuw mijn oude zelf, mijn schijnzelf die opnieuw tegen zijn schijnwereld aankijkt, dan leef ik met andere woorden opnieuw terug in mijn leefwereld zoals dat daarvoor was.
Maar indien deze bron van liefde en goedheid mijn goddelijke vonk kan doen ontvlammen, dan zal ik veel bewuster worden waardoor ik op een heel andere manier tegen deze leefwereld aan ga kijken. Dat is wat ik ervaar. En deze bewustwording, dat benoem ik als de inzichten die tot mij komen. En dat alles is er niet meteen, daar zit een evolutie in. Deze bewustwording, deze inzichten, helpen mij om de schijnwereld die ik waarneem rondom mij beter te begrijpen. Mijn bewustzijn wordt groter, ik kijk op een andere manier tegen de wereld aan dan ik vroeger deed, waardoor ik op een andere manier mijn keuzes zal maken en mijn daden zal stellen dan vroeger. Bewustere keuzes en bewustere daden. Mijn bewustzijn wordt groter, waardoor ik ook de verbondenheid ervaar die er is tussen mij en mijn medemensen, maar niet alleen met mijn medemensen, maar met alles wat is.

Ik besef dat wat ik hierboven beschrijf voor mij, als uniek individu zo is en dat dit door mij zo ervaren wordt en dat ik dat als een werkelijkheid ervaar, maar dat dit voor elk ander individu anders kan zijn. Want omdat elk individu uniek is en dus anders is dan de anderen, zal elk individu dat op zijn eigen unieke manier ervaren. Ik ervaar het op mijn manier en ik begrijp het op mijn manier. Elk individu zal dat dan ook op zijn eigen unieke manier ervaren, begrijpen en beschrijven.

Wanneer ik schrijf dat ik de vrije wil die ik van het goddelijke kreeg, vrijwillig en onbaatzuchtig wil teruggeven aan deze goddelijke bron, dan bedoel ik daarmee, en dat heb ik reeds op een aantal manieren trachten uit te leggen, dat ik mij vrijwillig openstel om opnieuw met deze bron verbonden te kunnen worden, dat ik mij overgeef aan deze bron van leven die goedheid en liefde is, opdat deze bron door mij naar buiten zou kunnen stromen, waardoor ik in mijn leefwereld absoluut geen willoos object wordt, maar waardoor ik juist veel bewustere keuzes zal maken en zal leven. Ik ervaar dat ik verander. Ik ervaar dat mijn eigenbelang verdwijnt. Ik besef dat ik in een evolutieproces zit. Dit wil absoluut niet zeggen dat ik mezelf volledig wegcijfer.

Nu lijkt het mij toe Bram, dat jij niet door die woorden heen kan lezen en er niet in slaagt om te begrijpen wat ik nu werkelijk bedoel en dat vind ik spijtig. Wanneer jij schrijft over wat je ervaart, dan noem je dit zelfrealisatie. Wanneer ik schrijf over wat ik ervaar, dan zijn dat voor jou gedachten waarin mijn schijnzelf gevangen zit.

Ik wil wat ik schrijf niet verkondigen als een absolute waarheid en dat doe ik ook niet, want ik besef ten volle dat elk individu dit op een andere manier kan en zal ervaren en beleven. Maar wat ik ervaar, dat is voor mij helder en het helpt me om de wereld rondom mij te begrijpen en om er anders tegenover te staan dan vroeger.

Ik heb zeker geen negatief beeld over mezelf en ook niet tegenover de andere mensen en de mensheid op zich, nu niet, en ook vroeger niet; maar nu voel ik en ervaar ik (regelmatig, want zoals ik schreef zit ik in een evolutieproces) een grotere verbondenheid met hen en met alles wat is.

Maar het is inderdaad zo dat ik mezelf durf te relativeren, want ik besef ten volle wat het brein met een mens kan doen, zodat ik besef dat wat ik als een werkelijkheid ervaar mogelijks zeer goed een gedachte zou kunnen zijn waardoor ik in een veranderd schijnzelf opnieuw gevangen wordt. Zo kan men ook daadwerkelijk fysieke pijn voelen en ervaren die verdwijnt door het innemen van een placebopil.

Of ik het bij het rechte eind heb, dat weet ik niet. Dat doet er voor mij niet toe en ik verlang zeker niet naar één of ander teken daaromtrent. Wat ik ervaar is dat ik mij een beter mens begin te voelen dan ik vroeger was, dat ik veel bewuster leef, en dat is wat er voor mij toe doet.

Vriendelijke groet,

Luc


Dag Luc, met oprechte verbazing lees ik jouw kijk op de uniciteit van het individu. Je ziet daarin kennelijk alleen maar toevallige omgevingsfactoren en relatieve wereldbeelden. Merkwaardig.
Ik heb negen kleinkinderen. En elk van hen heeft een volstrekt unieke eigenheid. Om dat te zien hoef je helemaal niet spiritueel gevorderd te zijn. Het is werkelijk verwonderlijk dat uit dezelfde ouders zulke totaal verschillende kinderen kunnen voortkomen! Dat begint al in de wieg. En dat komt echt niet door de toevallige externe omstandigheden die jij beschrijft.
Mijn liefde voor mijn kleinkinderen is rechtstreeks verbonden met het zien van hun eigenheid. Ik zie ze, vind ze mooi in hun eigenheid, en hou van ze. Mijn eigen kleine bijdrage in de opvoeding als opa is er op gericht dat die kinderen tot bloei kunnen komen, elk in hun bijzonderheid.
Maar na nader inzien begrijp ik jou ondertussen ook wel. Je had jouw unieke eigenheid al spiritueel weggeredeneerd. En dan plant zich dat kennelijk voort in je kijk op je medemens. Die zie je dan dus ook niet.
En zo kun je je dus met fraaie spirituele cirkelredeneringen jezelf blind maken voor het mooiste van de mens, om dat dan maar in religieuze termen te vatten: dat elk mens in zijn unieke eigenheid een kind van God is. Door die eigenheid te ontwaarden verbreek je echter de weg binnendoor naar het goddelijke, schep je je eigen afgescheidenheid. Een weg buitenom is er niet.
Het spijt me Luc, jouw zienswijze is bepaald niet de mijne. Ik vind dat ik daarin nu voldoende duidelijk ben geweest. Jij vind kennelijk ook dat jij voldoende duidelijk bent geweest. Ik wil het graag verder zo laten.
Het is fijn te horen dat je je een beter mens begint te voelen dan je vroeger was.


Beste Bram,
Het spijt me dat ik hier nog even op terug kom, maar nadat ik je bericht gisteren las, waarbij zich dat beperkte tot het laatste deel, merkte ik vanochtend dat daar nog heel wat bij gekomen is.
Daarom toch nog deze korte reactie.

Uiteraard besef ik dat elk mens reeds als een uniek wezen geboren wordt. Dat zie ik evengoed in mijn kinderen. Ik geef je daar volledig gelijk in. Maar ook de externe factoren spelen een rol, zoals je dat zelf zo treffend hebt aangehaald door de voorbeelden die je gaf over over je zus.
Dat alles maakt dat wij allemaal als individu een aparte kijk hebben op het leven.

Het lijkt me inderdaad zinvol om het verder zo te laten.

Sta me toe te eindigen met hetgene wat ik in het begin van deze lijn reeds plaatste, en dat is dat ik jou gesprek met Annemiek Schrijver zeer mooi en boeiend vond (en nog steeds vind).

Met vriendelijke groet,

Luc


@Daar zeg je wat, Nij: ‘diegene te zijn wie je diep in wezen bent of denkt te zijn.‘
Zoals je het daar zegt (42736) lijkt het alsof dat jou gelijk is, wie je in wezen bent of denkt te zijn. Maar op het verschil tussen die twee is nu juist de gnostiek als spirituele traditie gebaseerd.

@Voorzover er te onthechten valt, is dat uitsluitend het loslaten van het valse zelfbeeld om daarmee tot je ware zelf te komen. Het ware zelf ben je al. Het komt gewoon tevoorschijn als je het valse zelfbeeld loslaat. Het is bedekt en kan ontdekt worden. Zo simpel is het eigenlijk, al blijkt de toepassing daarvan nogal weerbarstig. Want je moet wel durven geloven dat je de moeite waard bent, in wezen goed zelfs. En dat nu blijkt juist een grote drempel. Want het geloof in de eigen ontoereikendheid is behoorlijk hardnekkig, en vaak zelfs onderbouwd met prachtige spirituele redeneringen.


Tja Bram die is raak. Ik zie het verschil en onlangs stond ik hiermee oog in oog.
Dit doordat ik het dagelijks bekende en vertrouwde losliet en me in het diepe stortte door alleen op vakantie te gaan en mensen ontmoette die ik niet kende en ik houvast miste vooral de eerste dag.
Ik kwam vrij vlug m'n diepe oude onzekerheid tegen met de nijpende vraag ben ik goed zoals ik ben? Hoe kom ik over?
Hoe ziet de ander mij als ik me hortend en stotend uitdruk? Hoe ziet de ander mij in mijn vergeetachtigheid? en meer van zulke vragen...
Het moment dat ik dit onder ogen zag en voor mezelf kon duiden, zag ik wat er speelde en dat het eigenlijk wel goed was. Het pijnlijke veranderde want ergens wist ik beter, wist ik dit ben ik allemaal niet, dit is beeldvorming.
De week was verder een makkie en heb volop kunnen genieten van mens en de natuur.


Knap hoor, Nij. En hoe duidelijk ook: het zien is de verlossing.


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: