Bramhartigheden

Liefde en het niet-weten

    door Bram, 04/07/2012 15:02. #42794. 6 reacties, laatste

Ik kreeg elders op het forum de vraag van Luc wat mijn relatie met het goddelijke is. Hier een poging tot antwoord.

Alle religieuze of spirituele tradities (die vat ik maar even samen) kun je onderscheiden op één duidelijk kenmerk. Sommige zijn gericht op het toekennen van absolute waarheid aan bepaalde overtuigingen. Andere zijn gericht op ervaringen.
Die welke zijn gericht op het toekennen van waarheid aan bepaalde overtuigingen noem ik een geloof. Die welke gericht zijn op ervaringen noem ik mystiek.
Welnu, ik heb niets met geloof, echt helemaal niets. Sterker nog, ik acht elk geloof een barrière voor de mystieke ervaring.
Zoals ik eerder al heb verteld heb ik op mijn veertiende jaar bewust afscheid genomen van het christelijk geloof. En ook al schrijf ik boeken over Jezus en zo, ik ben nog steeds geen gelovige en ga dat ook niet worden.
Wat dat betreft ben ik een overtuigd nihilist.

Ik ben een bewonderaar van de mysticus Johannes van het Kruis, die zo sterk de nadruk erop legde dat de godservaring alleen mogelijk is in de leegte van het niet-weten. Maar ik ben een even grote bewonderaar van Albert Camus, de nihilist die in zijn boek De Pest zo helder liet zien hoe juist in de leegte van het niet-weten de medemenselijke liefde een vanzelfsprekendheid is.
Camus was voor mij een grootse ontdekking na mijn afscheid van het christelijke geloof van mijn omgeving. Ik zat daarmee aanvankelijk toch in een soort verlatenheid. Ik was dan ook helemaal opgelaten toen ik daarna het boek De Pest van Camus had gelezen: je kon ook liefdevol zijn als ongelovige! Wow!
Ik voel me met Johannes van het Kruis en met Albert Camus zeer verwant. Ik ben dus geen gelovige en ga dat ook niet worden.
Maar wat dan wel?

Al vanaf mijn jeugd ken ik een heel speciaal soort ervaring. Ik heb dat wel eens beschreven als mijn buitendijkse ervaring. Binnendijks, in het dorp waar ik ben opgegroeid, heerste het zware gereformeerde geloof, dat van de Bonders. Buitendijks, zwervend over de Zeeuwse schorren, ervoer ik de lichtheid van vrijheid en goedheid. Soms verdiepte dat buitendijkse gevoel zich in een opgaan in al-wat-is. Soms werd ik opgenomen in een alleroverheersende liefde. Ik heb daar nog heel heldere herinneringen aan.
Dat soort ervaring is zelden ver weg geweest. Ik had er meestal redelijk makkelijk toegang toe, ook later in mijn leven, los van de Zeeuwse schorren. Ja, ik ben het ook kwijt geweest, en ik begrijp heel goed uit eigen ervaring wat Johannes van het Kruis bedoelde met ‘de donkere nacht van de ziel’.
Dat buitendijkse gevoel heb ik lang als iets van mijzelf alleen beschouwd, als iets wat je niet met anderen kon delen, een soort privé geheim. Maar langamerhand drong het tot me door dat ik daarin wellicht niet alleen stond. Ik herkende het, of meende althans het te herkennen, bij sommige mystici. Wat zij een godservaring noemden, herkende ik als mijn buitendijkse ervaring. Als filosoof (daar heb ik althans voor geleerd) besef ik heel goed dat ‘God’ alleen maar een willekeurige naam is ergens voor. Het recept is niet de maaltijd. De kaart is niet het landschap. De naam is niet de ervaring.

Met het woord ‘God’ als verwijzend naar iets wat op zichzelf bestaat, los van mij, heb ik niets. Maar met het woord ‘gods-ervaring’ is dat anders. Dat zie ik als een traditionele naam voor een heel specifiek soort menselijke ervaring. Je zou die ervaring ook heel anders kunnen noemen - de naam doet er helemaal niet toe. Voor mijn part noem je het een ontmoeting met Pietje Puk. Het probleem daarmee is dat men dan hoogstwaarschijnlijk niet zal begrijpen waar je het over hebt. Ook met de naam ‘gods-ervaring’ is het nog maar twijfelachig of iemand zal begrijpen waar je het over hebt, maar je mag binnen de traditie waarin dat een geldige benaming is wel instemmend knikkende hoofden verwachten.
Hoe dan ook, ik ben ernaar gegroeid om te beseffen dat die mystici het hadden over iets wat ik kende, alleen noemden zij het anders. Het was een verwonderd herkennen.
Daar wilde ik het bij laten. Het was iets van mijzelf, en dat was mij genoeg.
Daarin heeft het interview met Annemiek Schrijver in Het Vermoeden van de IKON een grote verandering gebracht. Annemiek heeft de uitzonderlijke gave om haar gesprekspartners te kunnen ontwapenen zodat die zich volkomen argeloos bloot geven, met alle gevolgen van dien.
Ik was totaal overweldigd over de publieke bijval na het interview. Nu nog, vele jaren na dat interview, wordt ik daar nog steeds op aangesproken, als ik weer eens ergens een lezing geef. Mensen vertellen dat ze zich in mijn verhaal herkennen, en betuigen dankbaarheid over die herkenning. Ik heb nu al zo vaak gehoord dat mijn verhaal als een verlossing werd ervaren van eenzame mensen die plots niet meer eenzaam waren. Dat had ik totaal niet verwacht.
Mijn toelichting bij het Thomas-evangelie is daaruit voortgekomen, als een soort van uit-de-kast-komen, maar dat is weer een verhaal apart.

Maar wat is dan mijn relatie met het goddelijke? Dat was toch de vraag?
Ik heb geen relatie met het goddelijke. Een relatie met het goddelijke veronderstelt het goddelijke als iets anders dan mijzelf, los van mijzelf, waar ik dan een relatie mee kan hebben. Maar van zoiets afstandelijks heb ik geen weet. Als ik daar al in zou willen geloven, moet ik dat hebben van horen zeggen. En als ik dat voor waar zou houden, komt die waarheid tussen mij en mijn eigen ervaring te staan.
Liefde is gefundeerd in de ervaring van verbondenheid met het Al. Als de ervaring en het innerlijk weten van die verbondenheid wegvallen, geblokkeerd worden door een geloof, is liefde op z'n best een stelsel van goede voornemens, een 'gij zult liefhebben', eventueel opgelegd door een instituut ter behoeding van de waarheid of als sociale dwang door de geloofsgemeenschap. Die liefde is dan niet meer geworteld in het eigen zijn.
Liefde die geworteld is in het eigen zijn heeft geen externe autoriteit nodig, die is zichzelf tot norm.
Ik blijf dus maar bij mijn eigen ervaring. Ik vermoed, om binnen de titel van het interview met Annemiek te blijven, en durf er ook wel op te vertrouwen, dat mijn buitendijkse ervaringen van dezelfde soort zijn als wat de mystici een godservaring noemen.

Wat Jezus in de Griekse en Latijnse tekst van het Nieuwe Testament ‘mijn Vader’ noemt, heet in het aramees ‘Geboortegever’. Ik heb dat in mijn hertaling van het Onze Vader ‘Bron van Zijn’ genoemd. Uit die Bron kom ik voort. Ik ben daar deel van. Met die Bron ervaar ik mij, in mijn buitendijkse ervaringen, één in wezen, met huid en haar, alles erop en eraan. Daar heb ik verder geen geloof voor nodig en ik wil er ook geen geloof van maken.
Maar, sedert dat interview met Annemiek voel ik wel een soort morele plicht om daar iets openbaars mee te doen. Vandaar, onder andere, dat boek en die website over het Thomas-evangelie. Want volgens mij gaat het Thomas-evangelie ook over de mogelijkheid tot die mystieke eenheidservaring, ook zonder geloof. De Jezus van het Thomas-evangelie lijkt erg op Camus, vind ik.

Maar of ik nu een mysticus ben? Welnee. Daar vind ik mijzelf niet bijzonder genoeg voor. Ik zou graag juist de exclusiviteit van de mystieke ervaring willen wegnemen, in de overtuiging dat als ik het kan, iedereen het moet kunnen. Maar het hoeft niet.


@Een relatie met het goddelijke veronderstelt het goddelijke als iets anders dan mijzelf, los van mijzelf, waar ik dan een relatie mee kan hebben. Maar van zoiets afstandelijks heb ik geen weet.

Mooi Bram, het raakte me!
Dank je.


Dank, Yvonne, voor je reactie.
Mede daardoor heb ik dat stukje in mijn verhaal nog wat nader toegelicht.


Beste Bram,
Ik wil je van harte bedanken voor deze reactie waarin jij jou persoonlijke verhaal doet. Het geheel geeft mij nogmaals een gevoel van herkenning.
Maar mijn vraag was in feite niet hoe jij die relatie tussen de mens en het goddelijke persoonlijk ziet, maar hoe de gnostiek die relatie ziet, waarbij ik jou, als ontwerper en beheerder van deze website en als gnostiekkenner, vroeg of jij dat kon duiden.

Voor mij persoonlijk heb ik wel dat idee dat er iets goddelijks is, waarbij ik dat goddelijke dan zie als die bron waaruit alles ooit ontstaan is. Dat geeft dat ik dat goddelijke ook in mij heb, zoals dat goddelijke er ook is in alle andere mensen, maar net zo goed in mijn hond, in de boom in mijn tuin, in de bodem waarin ik mijn spade steek, in de rotsen van het gebergte, in het water, in de lucht, kortom in alles. En dat beperkt zich niet tot de aarde waarop wij leven, maar dat geldt voor het hele universum.
Voor mij wil dat echter ook zeggen dat deze Bron veel groter is dan mezelf, dat er dus voor wat mij betreft wel degelijk iets ‘goddelijk’ is, misschien dat je het een overkoepelend geheel zou kunnen noemen. Omdat dat goddelijke deel uitmaakt van mezelf, maar omdat dat goddelijke op zich veel groter is dan mezelf, kan ik er dus wel een relatie mee hebben.
Persoonlijk ben ik ook helemaal niet voor het woord ‘God’. Ik vind het te mannelijk, te zeer verpersoonlijkt. Ik noem het liever het Al of de Bron. De bron waaruit alles wat bestaat is voortgekomen.

Wanneer ik zeg dat ik een gevoel van herkenning had, dan heb ik dat vooral met betrekking tot de ‘mystieke’ ervaringen die je vermeldt.
Dat is met name ook mijn uitgangspunt. Door de ‘mystieke’ ervaring, kan volgens mij elke mens dat goddelijke dat in zichzelf zit ervaren, zodat men ook een grote verbondenheid kan ervaren met anderen en alles waarin dat goddelijke eveneens zit, maar dat men ook contact kan maken met dat grotere overkoepelende geheel.

Een ander uitgangspunt van mij is dat, omdat elke mens uniek is als individu, deze ‘mystieke’ ervaring voor iedereen dan ook anders zal zijn. Wat dat unieke van elk mens betreft had ik ook dat gevoel van herkenning in het citaat van Castaneda dat Yvonne plaatste in #42773 : “…dat iedereen die contact maakt met een kind een leraar is die niets anders doet dan ‘de wereld’ voor het kind beschrijven, tot het moment dat het kind in staat is zelf de wereld te ervaren zoals die beschreven werd …”
Dat is met name ook wat ik onlangs trachtte te omschrijven, waarna jij mij er, zeer terecht trouwens, op wees dat de uniciteit van de mens niet enkel een oorzaak is van externe factoren, maar dat reeds vanaf de geboorte elk mens uniek is. Zo begrijp ik dat dan ook wanneer er wordt gezegd dat men, om het koninkrijk Gods te ervaren, men opnieuw moet worden als een kind. Meer zelfs, niet als een willekeurig kind, maar als hét kind. Hét kind dat je vroeger zelf was, voor je aan je ‘leerproces’ begon waarin men de wereld rondom jou voor jou begon te beschrijven.

Dit unieke van elk mens maakt dan ook dat deze ‘mystieke’ weg je zal helpen om de wereld rondom jou te begrijpen op jou eigen manier waardoor je een totaal andere kijk krijgt op die wereld rondom jou. Dat houdt in dat deze ‘mystieke’ weg voor elk individu een ander resultaat zal geven, zodat dat ‘goddelijke’ rondom en in jou voor jou als individu als helder wordt ervaren.

Waarom schrijf ik nu steeds ‘mystiek’ tussen aanhalingstekens? Ik weet dat het bestaat, maar zoals ik reeds aanhaalde ben ik niet zo’n belezen man en ik vrees dat ik niet echt precies weet wat het inhoudt. Mogelijkerwijs heb ik dat woord dus voortdurend verkeerd gebruikt.


Bram, misschien is wat je hierboven schreef: "Want volgens mij gaat het Thomas-evangelie ook over de mogelijkheid tot die mystieke eenheidservaring, ook zonder geloof."
reeds een antwoord op mijn vraag. Of zie ik dat verkeerd?



Ja Bram, ik ga even slijmen bij je.Daar hou ik helemaal niet van.Maar a man's got to do what a man's got to do.

Wat je hierboven hebt opgeschreven vind ik een prachtig zelfportret.Bram in een notendop.(Als-ie daar tenminste in past haha).

l



Ik zou me een pantheist kunnen noemen.Met dien verstande dat ik de onpersoonlijke god van het pantheisme ook als persoonlijk ervaar omdat een alles doortrekkende god ook mij persoonlijk doortrekt.


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: