Bramhartigheden

Leugen en waarheid volgens Valentinus

    door Bram, 16/07/2012 12:33. #42886. 1 reacties, laatste

In de begintijd van het christendom was er een verwarrend grote verscheidenheid aan opvattingen over Jezus. Het Nieuwe Testament wekt de indruk alsof er al vanaf het begin een helder verhaal over Jezus en zijn betekenis was. Maar dat is bepaald niet zo. Pas in 367 is de samenstelling van het Nieuwe Testament min of meer canoniek bepaald met de paasbrief van bisschop Athanasius. Hij zegt daarin welke teksten het ware geloof bevatten en welke, althans volgens hem, vervalsingen zijn van boosaardige misleiders.
Een van de 'boosaardige misleiders' was Valentinus.
Valentinus is de schrijver van het Evangelie van de Waarheid. Hij leefde in het midden van de tweede eeuw. Hij vertegenwoordigt een stroming uit de begintijd van het christendom die gewoonlijk de Valentiniaanse gnostiek wordt genoemd. Die vertoont een opmerkelijk grote overeenkomsst met de leer van Zarathustra. Valentinus verbleef in Rome. Hij was daar bisschop van de christelijke kerk, en werd nog bijna tot paus verkozen.
De kernopvatting van de valentiniaanse gnostiek is dat de mensen gevangen zijn geraakt in een leugen over de werkelijkheid. Door een gelovige te worden van die leugen, zijn ze zichzelf kwijtgeraakt, en onwetend geworden van zichzelf en van de werkelijkheid. Afgesneden zijn van je ware zelf, dat is een anstige toestand. Valentinus zegt over die angst in zijn prachtige bloemrijke taal:

De angst verdichtte zich als een nevel, zodat niemand meer in staat was te zien.
Daardoor werd de Dwaling sterk, zij bewerkte haar materie in dwaasheid, zonder enige kennis van de Waarheid.
Zij ging aan het scheppen en vervaardigde met macht en praal een vervanging van de Waarheid.
Dit was evenwel geen nederlaag voor de Onbegrijpelijke en Ondenkbare, want de angst en de vergetelheid en het product van de leugen waren niets, terwijl de vaste Waarheid onaantastbaar is, onwankelbaar en van een volmaakte schoonheid.
Daarom, veracht de Dwaling!

Er is enerzijds de werkelijkheid. Die werkelijkheid is zichzelf. Dat is de vaste waarheid waar Valentinus over spreekt. De mens is daar met zijn ware zelf deel van. Maar er zijn ook leugens over de werkelijkheid. Als gelovige in zo'n leugen over de werkelijkheid, raak je ontworteld van je eigen zijn. Over de existentiële angst die dat oproept zegt Valentinus:
Doordat dit zich uitte in angst en verwarring
en instabiliteit en twijfel en verdeeldheid,
waren er veel waandenkbeelden
en loze onzinnigheden waaraan zij leden,
alsof ze in slaap gedompeld waren en aan verwarde dromen ten prooi.
Ze vluchtten ergens heen,
of ze zijn niet bij machte vooruit te komen bij de achtervolging van anderen,
of ze zijn aan het slaan,
of ze krijgen zelf slaag,
of ze vallen van grote hoogte,
of ze vliegen door de lucht, hoewel ze geen vleugels hebben.
Dan weer is het of iemand hen vermoordt, al is er niemand die hen achtervolgt,
of zij doden zelf die hen nastaan, want ze zijn met hun bloed bevlekt.
Tot het moment dat zij die dit alles meemaken wakker worden:
zij die in al deze verwarringen waren, zien dan
niets,
omdat het geen reële dingen zijn.
Zo is het met hen die de onwetendheid hebben afgeworpen als de slaap:
ze houden haar niet voor iets reëels,
noch houden ze haar werken voor werkelijkheden,
maar ze laten ze achter zich als een droom in de nacht.
Zo heeft iedereen als in slaap gehandeld toen hij onwetend was,
en zo is hij tot kennis gekomen alsof hij ontwaakte.
Gelukkig de mens die zal terugkeren en ontwaken,
gelukzalig hij die de ogen der blinden geopend heeft!

‘Hij die de ogen der blinden geopend heeft,’ volgens Valentinus is dat Jezus.
Over Jezus zegt Valentinus dat hij ‘de lege ruimten van de angst is binnengegaan’ en:

In scholen trad hij op en voerde als leraar het woord. Wijzen in eigen ogen kwamen tot hem en stelden hem op de proef, maar hij ontmaskerde hen als leeghoofden. Zij haatten hem, omdat het geen echte wijzen waren.
Na al dezen kwamen de kleine kinderen, aan wie de kennis van de Vader behoort. Toen zij bevestigd werden, leerden zij de gelaatstrekken van de Vader kennen: zij kenden en werden gekend. Ieder krijgt zijn ware naam.
Zo is hij een rustige en toegewijde gids geworden. Daardoor heeft hij hen die zich door de vergetelheid in de duisternis bevonden, verlicht. Hij heeft hen verlicht en hun een weg gewezen.
Wie zo gnosis heeft, weet waar hij vandaan gekomen is en waar hij heen zal gaan. Hij weet, zoals iemand die dronken was weer nuchter is geworden, en, tot zichzelf gekomen, zijn zaken weer op orde heeft gesteld.
Daarbij zijn ze zonder moeite,
noch verstrikt in het zoeken van de waarheid,
maar ze zijn zelf de Waarheid.




In scholen trad hij op en voerde als leraar het woord. Wijzen in eigen ogen kwamen tot hem en stelden hem op de proef, maar hij ontmaskerde hen als leeghoofden. Zij haatten hem, omdat het geen echte wijzen waren.
Na al dezen kwamen de kleine kinderen, aan wie de kennis van de Vader behoort. Toen zij bevestigd werden, leerden zij de gelaatstrekken van de Vader kennen: zij kenden en werden gekend.
Ieder krijgt zijn ware naam.
Wie zo gnosis heeft, weet waar hij vandaan gekomen is en waar hij heen zal gaan. Hij weet, zoals iemand die dronken was weer nuchter is geworden, en, tot zichzelf gekomen, zijn zaken weer op orde heeft gesteld.
Daarbij zijn ze zonder moeite,
noch verstrikt in het zoeken van de waarheid,
maar ze zijn zelf de Waarheid.

Met name dit stukje ontroert me enorm Bram.
Als Valentinus het geschopt had tot......... binnen de kerk, dan had ik naar de kerk gegaan.

Groetjes


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: