Bramhartigheden

Zelfaanvaarding

    door Bram, 09/03/2013 16:55. #44359. 9 reacties, laatste

Ik ben opgegroeid met de zwarte kousen-kerk. Daar was de mens zondig, heel erg zondig en onbekwaam tot enig goed. Ik herinner me een gesprek tussen mijn moeder en een oudere dame, een soort ingewijde uit die kerk.
Het gesprek ging over hun slechtheid. Ze vertelden aan elkaar hoe zondig ze wel niet waren. De een was nog zondiger dan de ander.
Ik was nog maar een kind. Ik zat met een blokkendoos te spelen. Ik wilde mijn moeder omarmen om haar te vertellen dat ik van haar hield, wat ze ook gedaan had. Maar dat deed ik niet. Waarom niet? Er klopte iets niet. Hun stem klopte niet met wat ze zeiden. Later heb ik me pas gerealiseerd dat in hun stem een soort geilheid doorklonk.
Ik weet natuurlijk nu ook dat die slechtheid past in het traditionele christendom. We zijn zondig, zelfs door en door zondig, zoals Augustinus zei. En dat je ook volgens Luther en Calvijns een zondig en nietswaardig wezen bent, kun je hier lezen.)

Hoe kan dat nu, zeggen dat je zegt dat je slecht en zondig bent en dat je daar dan ook nog een zeker wellust aan ontleent? Wat is dat voor een manier van met jezelf omgaan?

Het meest merkwaardige is nog wel dat het christendom beweert de liefde hoog in het vaandel te hebben. En er zijn natuurlijk wel degelijk christenen die die liefde ook in de praktijk brengen. Ik noem bijvoorbeeld het Leger des Heils, waar ik een mateloze bewondering voor heb. Maar, hoe rijm je dat nu met het beeld van de door en door zondige mens? Dat kan ik niet begrijpen en ik begrijp ook niet hoe anderen dat kunnen. Het verwondert me nog steeds.
Mijn verwondering over de populariteit van het beeld van de zondige mens in het christendom is een van de rode draden in mijn bestaan als filosoof.

Er is nog een tweede rode draad. Die heeft te maken met mijn filosofische praktijk.
Vaak zit er aan het begin van de gesprekken die ik met mensen heb, tegenover mij een compleet hoopje ellende.
Hoe pak ik dat aan? Het fundament van mijn gesprekken is mijn geloof in de mogelijkheid van die ander zichzelf te redden. Daar heeft die ander dan kennelijk steun bij gezocht, in de vorm van de gesprekken met mij, maar ik verlaat toch niet mijn uitgangspunt van de zelfredzaamheid: die medemens moet zichzelf redden. Daarbij wil ik tot steun zijn.
En dan, na een aantal gesprekken (helaas kan het soms nogal lang duren, soms gaat het verbazend snel), zie je iets gebeuren. Dat heeft iets magisch. Je werkt er naar toe, maar toch verrast het me elke keer weer.
Je herkent het als het gebeurt.
Die ander heeft het dikwijls zelf nog niet eens in de gaten. Maar ik wel. De uitstraling van die ander wordt anders. Van een hoopje ellende wordt het gewoon een mens.
Het is altijd bij die ander een soort thuiskomen in zichzelf. Het is een aanvoelen van iets wat heel wezenlijk bij die ander hoort. Die ander heeft zichzelf hervonden.
Er is daarover een prachtige tekst uit een gnostisch boek: het Evangelie van de Waarheid:

Zolang onwetendheid
hen vervulde met angst en verwarring,
en hen onevenwichtig, onzeker
en verdeeld achterliet,
waren er vele illusies waardoor zij
werden achtervolgd,
en lege waandenkbeelden,
alsof zij in een diepe slaap verzonken waren,
het slachtoffer van akelige dromen;
of zij vluchten ergens heen;
of zij zijn gedwongen het een of ander
na te jagen,
terwijl zij de kracht missen;
of zij zijn betrokken in ruzies,
geven klappen of krijgen klappen;
of zij vallen van grote hoogte naar beneden,
of zij vliegen omhoog, de lucht in,
terwijl zij niet eens vleugels hebben.
Op andere momenten is het alsof iemand
hen probeert te doden,
terwijl niemand hen werkelijk achtervolgt;
of dat zij de mensen om hen heen vermoorden,
want zij zijn bevlekt met bloed.

Tot het moment dat zij,
die dit alles meemaken,
ontwaken.
Dan zien zij, die al deze verwarringen hebben meegemaakt,
plotseling: niets.
Want het was niets,
alleen maar waandenkbeelden.

Zo werpen zij de onwetendheid ver van zich af,
zoals zij de slaap van zich afschudden
die zij niet belangrijk achten,
evenmin als zij deze visioenen beschouwen
als werkelijkheid.
Maar zij laten hen achter,
als een nachtelijke droom.

Zo heeft ieder gehandeld alsof hij in slaap was,
gedurende de tijd dat hij onwetend was,
en zo staat hij weer op,
alsof hij ontwaakt.
Vreugde voor de mens die zichzelf ontdekt
en ontwaakt!

Dit proces, het ontwaken uit een bange droom is het doel van een andere tak van godsdienst, naast het christendom, uit onze westerse cultuur: de gnostiek.
Bij die gnostiek hoort dat het wezen van de mens godverwant is. Dat is dus een groot verschil met het traditionele christendom. Het christendom zegt dat de mens zondig in zijn wezen is. De gnostiek zegt dat de mens goddelijk in zijn wezen is.
En ook dat fascineert mij. Hoe kun je zoiets denken? Dat je godgelijk bent? Is dat niet een waanzinnig soort zelfoverschatting?
Het merkwaardige is dat juist die waanzinnige zelfoverschatting de kern is van nog meer wereldreligies.
B.v. het boeddhisme. Daar spreekt men over Boeddha-natuur die in alles aanwezig is, ook in de mens.

Wat is dat die Boeddha-natuur?
Thartang Tulku noemt het:
Een innerlijke zon die ons verwarmt en alles om ons heen doordringt.
Chögyam Trungpa:
Het is sterk en zacht.
Opmerkelijk. In westen geldt sterk=dominant, en zacht=onderdanig.
Lama Mipham:
Het is kalm en helder.
Ngakpa Chögyam:
Het is innerlijke ruimte.

Er is dus in de mens iets heel bijzonders te vinden, zeggen deze boeddhisten. Ze hebben er wel allemaal verschillende namen voor, maar het zit in de mens en het is groots.
En datzelfde zegt het hindoeisme:
‘Gij zijt dat’.
In onze westerse filosofische traditie zei Democritos zo'n 300 vC:
Het is als het spiegelend oppervlak van een stil geworden woeste zee.
Het evangelie van Thomas noemt het zo:
Er is licht in een mens, en als hij niet straalt is hij duisternis.

Nu weten we nog niet wat dat is, laat staan hoe we daar bij kunnen komen.
Ja, inderdaad, hoe kom je daar? Kun je daar echt bij komen? Kun je daar je bestaan mee verbinden? Of is dat alleen maar een mooie fantasie?
Laten we eens te raden gaan bij Carlos Castaneda. In zijn boeken beschrijft hij zijn gesprekken met Don Juan, een indiaanse sjamaan.
Don Juan zegt dat het van belang is een pad met een hart te vinden.
Carlos vraagt:
-Maar hoe weet je wanneer een weg een hart heeft, Don Juan?
-Voordat je je erop begeeft stel je de vraag: heeft deze weg een hart? Indien het antwoord nee is, zul je dat weten, en dan moet je een andere weg kiezen.
-Maar hoe zal ik met zekerheid weten of een weg een hart heeft of niet?
-Dat weet iedereen. Het jammere is dat niemand zich die vraag stelt.
-Hoe moet ik te werk gaan om de vraag op de juiste manier te stellen, Don Juan?
-Stel ze gewoon maar.
-Ik bedoel, bestaat er een juiste methode, opdat ik mezelf niet zou beliegen en geloven dat het antwoord ja is, wanneer het in werkelijkheid neen is?
-Waarom zou je liegen?
-Misschien omdat op dat ogenblik de weg aangenaam en genietbaar is.
-Dat is onzin. Een weg zonder hart is nooit aangenaam. Je moet hard werken alleen al om je erop te begeven. Een weg met een hart, van zijn kant, is gemakkelijk. Hij vereist geen inspanning om er van te houden.
(Uit: Carlos Castaneda, De lessen van Don Juan)

Wat ik wezenlijk vind in dit verhaal is dat Don Juan zegt:
Stel je de vraag ‘heeft dit pad een hart’ en je zult het antwoord weten. Het probleem is dat de mensen die vraag niet stellen.
Ook hij wijst dus op een innerlijk weten, een weten dat er al is, maar waar we tegelijk onwetend van kunnen zijn.

Ik heb nu twee rode draden genoemd die deel zijn van het patroon van mijn leven.
rode draad 1: mens is in wezen zondig
rode draad 2: mensen kunnen iets goeds in zichzelf ontdekken.

Mijn keus is nooit moeilijk geweest. Ik heb niets met die zondigheid. Natuurlijk: ik ken momenten van grote vertwijfeling. Ik heb in diepe putten rondgedwaald. En ik heb daar zeer aan mijzelf getwijfeld. Maar ik ben er toch altijd weer uitgekomen.
En nu help ik in mijn filosofische praktijk anderen uit hun put te komen.
En wat is mijn geheim? Ik denk dat ik dat wel weet. Natuurlijk, ik heb mijn technieken. Daar heb ik voor geleerd. Maar dat is niet genoeg. Ik denk dat mijn geheim is dat ik in mensen geloof. En ik denk ook dat mijn geloof die ander helpt in zichzelf te geloven.
Het slechtste wat je kan overkomen, als je echt in de put zit, is dat een medemens probeert je te redden. Dat men je goede raad geeft. Wie zelf in de put heeft gezeten weet dat dat het alleen nog maar erger kan maken. De goede en opbeurende raad van een medemens kan je in een grote eenzaamheid doen belanden. En ook wat dat betreft spreek ik uit eigen ervaring.
Maar wat vreselijk belangrijk is, dat is dat je iemand ontmoet die in je gelooft. En die geen eisen aan je stelt. Die twee dingen: geloof en geen eisen. Iemand die je láát zijn, ook in je ellende. Maar iemand ook die niet vlucht voor je ellende. Die naar je kan luisteren zonder zelf in verwarring te raken.
Ik heb dat bevestigd gezien in mijn eigen praktijk. Een vrouw stortte tijdens een consult met mij volledig in elkaar. Ze kon alleen nog maar wat onsamenhangende klanken voortbrengen tussen haar huilbuien door. Ik heb dat laten gebeuren. Ik heb ernaar gekeken en de grootheid van haar verdriet gezien. (Denk niet dat dat zomaar gaat. Er treden allerlei verdedigingsmechanismen in werking die willen voorkomen dat je de grootte van dat verdriet werkelijk ziet. Als je het werkelijk ziet, zonder innerljk voorbehoud, zal het je diep raken. Dat mag, ik ben bereid in zo’n situatie ook zelf geraakt te worden.)
Later vertelde ze dat ze mij tijdens dat hele proces angstvallig in de gaten had gehouden of ik het wel aankon! Dat vond ik heel bijzonder.
En dat betekent voor mij dat ze met de moed van een medemens tot de bodem van haar put durfde gaan. En daar vond ze iets. Iets waar gnostici en de boeddhisten en Carlos Castaneda het over hebben. Het heeft geen naam nodig, want het is er gewoon, of het nu wel of niet een naam heeft. Maar om dat te ontdekken moet je soms eerst afdalen tot de bodem van de put. En als die er eenmaal is bereikt, dan zijn opeens de woorden van Thartang Tulka van toepassing. Wat je kunt ervaren is:
Een innerlijke zon die ons verwarmt en alles om ons heen doordringt.

En dat alles heeft mij tot een inzicht gebracht. Zelfaanvaarding is de sleutel tot grote veranderingsprocessen. Maar daar zijn we nu juist als we diep in de put zitten niet toe in staat. Maar dan is het een zegen als je iemand ontmoet die jou wil aanvaarden zoals je bent: diep in de put, zonder je er uit te willen halen. Dat is heel paradoxaal: helpen door niet te helpen. Die ander nabij zijn, alleen maar nabij zijn, zonder oordeel, zonder afweer. De aanvaarding van de ander in die oordeelloze nabijheid, dat kan die ander weer tot geloof in zichzelf brengen. En als dat gebeurt, als die ander weer tot zelfaanvaarding is gekomen, dan is dat dikwijls het begin van een proces van grote verandering.
Wij allemaal zitten wel eens in een diepe put. We mogen hopen dat we dan iemand tegenkomen die met ons mee wil die put in, zonder ons te begraven onder goede raad en andere dooddoeners.
Maar wat we ons nu kunnen afvragen is het volgende: kunnen wij zelf die ander zijn? Ben jij in staat een medemens in zijn of haar ellende te laten zijn? Kun je woordloos met die ander ‘mee lijden’? ‘Mee lijden’ is iets anders dan medelijden hebben. Om het laatste gaat het niet. Dat is veel te superieur. Echt met die ander mee de put in. Daar gaat het om. Durf je dat? Zonder reddingsplan? Als je dat durft zul je een zegen kunnen zijn voor je medemens.
Want dan kun je ze, zwijgend, door er alleen nabij te zijn, met je mede-leven die ander de weg laten ontdekken naar die innerlijke kwaliteit die in alle mensen schuilt waar boeddhisme en hinduisme en gnostiek het over hebben.
Jouw geloof in die ander kan die ander terugbrengen bij zichzelf, tot zelf-aanvaarding. En dat is een wonder wat je dan alleen nog maar hoeft gade te slaan.


Mooi stuk Bram over de essentie en intentie van de processen van zelfaanvaarding en de ander zijn proces te gunnen.



Ja Bram, ik vind dit ook een mooi stuk.
Eerlijk en open geschreven.

De bemerkingen van Johan over de éénheidservaring wil ik graag hieraan koppelen.Het ervaren van die kosmische éénheid tussen mensen,waardoor alle illusoire grenzen wegvallen en mensen in een tweegesprek, gewoon één op één,gelijk gesteld worden.Dan is er een mogelijkheid om elkaar écht na te zijn.
Ook de vermeende hierarchie helper/hulpeloze,valt dan weg.Ook dus de symbiose tussen hulpverlener en hulpzoekende die elkaar,aan de oppervlakte bezien,nodig hebben.

De tweede rode draad laat bij mij nog wat vraagtekens achter.

Ik open in de Herberg een discussie topic hierover.


Mooi stuk dit Bram,

Begin ook sterk het idee te krijgen dat mens in de kern echt goed is (maar dit is ook maar een idee)

Toch begin ik hier overtuigd van te raken omdat ik dat zelf zo ervaar,

Het is dus meer dan een idee,

Er is iets in mij wat wat echt zuiver goed is en ''losstaat'' van wie ik denk te zijn,

Als dat in mij aanwezig is is dat ook bij anderen aanwezig ongeacht hun persoonlijkheid of karakter,

Heb het idee dat het hele concept van ''zondigheid'' of ''zondig zijn'' omarmt word door mensen (en daarmee ook de cultuur) omdat er gewoon echt bepaalde zaken niet kunnen en om mensen hun impulsen te laten beheersen,

Bepaalde zaken kunnen gewoon echt niet,

Het is goed dat b.v een pedofiel erkent dat hij(of zij) zulke gevoelens of verlangens heeft, dat uitvoeren is natuurlijk een heel ander verhaal en het idee dat je zondig bent en volkomen afhankelijk bent van de ''Genade Gods'' kan je helpen die impulsen te beheersen,

Er gebeuren vaak dingen waarvan mensen weten dat je dat dat een ander mens niet aan mag en kunt doen en toch gebeurt het omdat mensen hun impulsen niet beheersen,

''Zondigheid'' is dan een plausibele verklaring voor zaken die niet gewenst zijn,

''We zijn nu eenmaal zondig'', ''Het vlees is zwak'',

''ik ben beschadigd'' (zoals ik het zelf lang heb gezien),

Vind het mooi dat je naar voren laat komen dat je als je iemand wilt helpen met hem ''mee kunt lijden'' ,

Daar gaat het, zoals ik het nu beleef, ook om, JE ECHT INLEVEN IN EEN ANDER,

Als je je echt inleeft in een ander zal je hem of haar geen kwaad doen en dus ook niet ''zondigen'',

Integendeel : Je zult de ander begrijpen en ''voelen'' wat die ander voelt en dat is misschien inderdaad wel het enige wat we als mensen nodig hebben,

Oplossingen zijn al aanwezig in ons zelf.






#44359@:
-Hoe moet ik te werk gaan om de vraag op de juiste manier te stellen, Don Juan?
-Stel ze gewoon maar.

@2-Wij allemaal zitten wel eens in een diepe put. We mogen hopen dat we dan iemand tegenkomen die met ons mee wil die put in, zonder ons te begraven onder goede raad en andere dooddoeners.
Maar wat we ons nu kunnen afvragen is het volgende: kunnen wij zelf die ander zijn? Ben jij in staat een medemens in zijn of haar ellende te laten zijn? Kun je woordloos met die ander ‘mee lijden’?
-

Vele jaren geleden had ik ook die hoop, ooit eens degene te ontmoeten die mij de weg kon wijzen uit dwaling en verwarring en uit de put waarin ik daardoor terecht was gekomen.
Toen was ik nog jong, maar al wel zoekende op deze weg. Op een zekere dag werd mijn zoeken toch beloond.
Ik ontmoette de mens die mèt mij in die 'put' is meegegaan...
En hij liet mij zien dat '-wie ik werkelijk bèn-' helemaal niet degene was die ik dacht , of meende te zijn.
Het voelde als een enorme bevrijding, als een verlossing van het 'denk-beeld' dat ik tot dan toe van mezelf had.

En zo is het tot op de dag van heden, dat ik hem nog steeds dankbaar ben, - sterker nog: dat hij voor mij nog steeds Leeft , al is hij reeds vele jaren geleden van deze aarde 'vertrokken' .

Leo


Beste Bram,
Ook ben ik dankbaar dat ik vele jaren daarna jouw Forum Gnostiek vond en ook daarin veel verhelderende inzichten heb mogen vinden; veel dank daarvoor!

Het lijkt soms alsof het 'Lot', of hoe je het ook noemen wilt, deze dingen op je weg brengt.
Ik hoop dat wij allen nog lang op deze Weg, die - zo zegt men - geen einde kent.., mogen voortgaan!
:)





Wat een herkenning van het "bijzondere" in mijzelf.

Af en toe kijk ik met verwondering naar mijzelf. Een vrouw die als kind weinig liefde heeft ervaren. Een vrouw die in haar jeugd weinig liefde heeft ervaren. Niet geleerd en niet gestudeerd. Na vele jaren overleven, leven, en zoeken naar liefde en indentiteit (op verkeerde plekken en goede plekken) zit hier nu een vrouw vol liefde voor haarzelf,kind medemens enz. Hoe ben ik hier gekomen?! Er is mij een ding gegeven, wat ik jaren als een beperking van mijzelf heb gezien en naar nu blijkt een enorme schoonheid aan mijzelf. Ik heb altijd met de vensters open geleefd. Daar genuanceerd mee omgaan en accepteren dat dat voor veel mensen lastig is, is een lange weg geweest. Geen therapiën, psychologen e.d. ten grondslag. Mijn medemensen, leven, boeken, en m.i. iets bijzonders in mij heeft mij zover als ik nu ben gebracht.

Ja, ik hoop dat ik een mens kan zijn die woordloos met iemand mag delen.


Willeke@Ja, ik hoop dat ik een mens kan zijn die woordloos met iemand mag delen.

Woordloos...
Als ik alleen ben met mezelf ben ik woordloos, soms ook gedachtenloos.
Er is een stilte, maar even zo goed kan het stormen.
Als ik bij de ander ben luister ik, maar even zo goed ratel ik.
Laatst zei iemand tegen me dat ik hyper was en dat klopte.
Iets zoekt dan een uitgang.
Toch ook als ik mezelf leegmaak sta ik met lege handen en kan ik woordloos met de ander mee lijden.
En ook is er weleens de vraag van de ander niet woordloos te zijn, en merk ik dat een woord houvast kan geven zoals het dat mij ook weleens kan geven.







Dank je Bram, voor je stukje over mee-lijden en naar de bodem van de put te durven gaan omdat er iemand durft mee te gaan. Het kan ook mij erg raken, tegenover iemand komen die eindeloos verdriet heeft omdat ik weet wat het is, maar meestal bedwing ik dan mijn tranen en laat de impuls om te troosten het overnemen omdat ik ervan uitga dat het op dat ogenblik mijn rol is. Koortsachtig beginnen mijn gedachten dan te zoeken naar wat ik kan doen, wat ik kan zeggen. Ik heb ingezien en gevoeld door jouw stukje (en ook door jouw omgang met het diepe verdriet van de vrouw bij jouw lezing onlangs in Aalst) wat mijn verdediging nog is om helemaal mee tot op de bodem te durven gaan. Het heeft zojuist heel wat tranen én waarschijnlijk bevrijding in de omgang met mezelf en anderen gebracht, waarvoor dank.


O, mooi Johan, hoe je mijn reactie op dat verdriet van die vrouw in Aalst hebt ervaren. Dat vind ik fijn te horen. Ik kreeg namelijk ook een heel andere reactie vanuit sterke overtuigingen. Die was heel veroordelend naar die vrouw.
En wat de troost betreft: soms kan iets wat je bedoelt als troost eerder een afweer zijn tegen je eigen geraakt worden. En vaak is een goed bedoelde reactie eigenlijk een ontkenning van het verdriet van die ander; het verdriet wordt dan weggeredeneerd.
En natuurlijk kan soms een opbeurend woord echte troost bieden, zoals Nij hierboven opmerkt.
Maar soms, vooral als het verdriet groot is, past alleen woordloze nabijheid, uit respect voor dat verdriet. Juist dan moet je je eigen afweer durven opgeven.


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: