Bramhartigheden

Wat mij aanspreekt in de gnostiek...

    door Bram, 18/09/2013 11:33. #44987. 5 reacties, laatste

Wat mij aanspreekt in de gnostiek is dat die de morele verantwoordelijkheid van het handelen bij de mens zelf plaatst en niet in wetten, eventueel van een god gegeven, los van de mens.

Wat me aanspreekt in de gnostiek is het bewust afwijzen van het verbod op kennis van goed en kwaad in het paradijsverhaal in het Oude Testament.

Wat mij aanspreekt in de gnostiek is dat die afstand neemt van de wreedheid en wraakzucht van de god van het Oude Testament en van alle door godsdient of ideologie gerechtvaardigd geweld. Het was hun duidelijk dat de liefdevolle ‘Vader’ van Jezus niet dezelfde kon zijn als de toornige Heer van het Oude Testament. Daar ben ik het mee eens.

Wat me aanspreekt in de gnostiek is hun gerichtheid op het aardse leven, onder andere in de uitspraak ‘Het koninkrijk is uitgespreid over de aarde, maar de mensen zien het niet”. Het koninkrijk van de gnostiek is dus niet in de hemel, maar in het hier en nu.

Wat mij aanspreekt in de gnostiek vind ik in een verwijt van een kerkvader: ‘Het lijkt wel alsof iedere gnosticus zijn eigen evangelie heeft’. Ja, dat vind ik nou mooi, ieder z’n eigen evangelie, en daar dan geen ruzie over maken.

Wat mij aanspreekt in de gnostiek is de gelijkwaardigheid van mannen en vrouwen.

En dat alles spreekt mij aan, niet omdat het waar zou zijn, maar omdat ik er voor kies.

Hoe heerlijk vrij het er vroeger bij de gnostici toeging kunnen we leren van een boze RK-kerkvader, Tertullianus. De vrijheid die hij beschimpt spreekt me erg aan, is voor mij zelf wezenlijk. Helaas is die vrijheid in bloed gesmoord.

Tertullians schreef verontwaardigd over de bijeenkomsten van de gnostici:
“Om te beginnen staat het niet vast wie er toehoorder is en wie een gelovige: iedereen heeft toegang op voet van gelijkheid. Ze ontmoeten elkaar in hun eigen huizen, ze luisteren naar elkaar als gelijken en bidden samen als gelijken. Zelfs als heidenen daaraan deelnemen voeren ze wat heilig is aan deze honden, en hun parels, hoewel vals, schenken ze aan deze zwijnen. Ze willen geen discipline, en het belang dat wij daaraan hechten noemen ze onderdrukking van de zwakken. Met iedereen die langs komt delen ze de vredeskus, want zij geven er niet om dat zij over bepaalde onderwerpen verschillend denken. Maar is er is wel degelijk verdeeldheid onder hen, want zij houden er allerlei verschillende opvattingen op na, behalve de waarheid waar ze oorlog tegen voeren. Ze noemen iemand al volmaakt zonder dat die enige vorming heeft ontvangen. De ketterse vrouwen zijn zelfs brutaal genoeg – met onbedekt hoofd! - om anderen te onderwijzen, om deel te nemen aan discussies, misschien wel om te dopen. Nergens is het zo gemakkelijk aanzien te verwerven als bij een bijeenkomst van deze ketters, want alleen al het feit dat je aanwezig bent wordt als een grote verdienste beschouwd. Vandaag is daar de één een bisschop en morgen weer een ander.De diaken van vandaag is morgen weer leek. Ja, zelfs leken laten zij het priesterambt uitoefenen! Hoe lichtzinnig, hoe werelds, hoe louter menselijk is het, zonder ernst, zonder gezag, zonder discipline, net als hun geloof.(Tertullianus, Recepten tegen ketterij, 41)”


Juist wat Tertullianus zo verfoeid spreekt mij zo aan. Die gelijkheid, het anders mogen denken en geloven enz.

Ik heb moeite met geestelijke leiders die zich boven anderen stellen.


Heerlijk dit betoog van Tertullianus!


Mooi verwoord Bram.

Wanneer je het verhaal leest van Tertullianus bekruipt me het gevoel dat hij misschien wel zeer jaloers was op deze mensen.

Misschien wilde hij het zelf ook. Maar wanneer je denkt veel of alles te verliezen van je huidige status, maakt het misschien het verzet ertegen des te groter althans zo proeft het voor mij een beetje.

De ironie van zijn verhaal dat hetwat mij betreft, zowel kwaad als goed doet over time, zonder dat hij dat zelf ooit heeft kunnen vermoeden denk ik.

Groetjes


Ja, dat is eigenlijk heel grappig, Johan. We weten helemaal niets van de gnostici zelf over hun samenkomsten. Alleen hun bestrijders, zoals Tertullianus, vertellen daarover. Het is heel ironisch, en voor Tertullianus natuurlijk totaal onbedoeld, dat we juist door hun bestrijders kennis opdoen van hun bijeenkomsten en daar dan ook nog sympathie voor de gnostici aan ontlenen.



Mooi Bram, hetgeen jouw beweegt.

Het heeft iets dieps tragisch zoals Tertullianus zich uitte, alsof  hij zichzelf  niet aanvaardt. 


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: