Bramhartigheden

Paulus: je hebt het in je...

    door Bram, 25/09/2013 11:38. #45010. 0 reacties, laatste

In het oudste evangelie, dat van Thomas, is Jezus gewoon mens. En in Thomas zegt Jezus dat je als medemens kunt worden als hijzelf, dat je zelfs aan hem gelijk kunt worden (logion 108).
Het oudste evangelie in het Nieuwe Testament, Marcus, noemt Jezus een ‘mensenzoon’ en dat betekent gewoon ‘mens’ (Marcus 10).

De eerste die Jezus anders noemde, namelijk als de Christus, was Paulus. Daarmee begon de zogenaamde christologie, de leer van Jezus als de Christus. Van sommige teksten zegt men dat ze een lage christologie hebben, zoals het evangelie van Thomas en van andere dat ze een hoge christologie hebben, zoals het evangelie van Johannes.
Paulus is daar dus mee begonnen, om Jezus als de Christus te benoemen. Als we ons nu afvragen wat Paulus daarmee bedoelde, moeten we beseffen dat alles wat daar later aan leerstelligheid over is beweerd, toen nog niet bestond. We moeten de benoeming van Jezus als de Christus door Paulus dus proberen te verstaan met oren van die tijd. En voor tijdgenoten van Jezus was dit een volstrekt nieuwe zienswijze.
Dus, wat bedoelde Paulus te zeggen tegen zijn tijdgenoten?

Paulus sprak Grieks. Hij verkondigde zijn leer aan Grieks sprekende toehoorders. Het woord ‘christus’ is Grieks voor ‘gezalfde’. En ‘gezalfde’ is een Joods synoniem voor hun koningen. Een Joodse koning is ‘een gezalfde des Heren’.
Jezus een Christus, dus een ‘gezalfde’ noemen, is een betekenisvolle sprong. Paulus maakt daarmee Jezus tot koning. Maar wat voor koning? Dat is niet de latere Jezus, zittende ter rechterhand Gods, ver weg in de hemel dus.
Jezus als koning troont voor Paulus in de mens zelf!

Daar zijn twee betekenissen mee verbonden.
De eerste is dat je als mens kunt worden als Jezus. Je hebt het in je, zou je met een hedendaagse term kunnen zeggen. Zo zeggen we dat nu als we iemand bemoedigend willen toespreken. En zo bedoelde Paulus dat ook, je hebt het in je om als Jezus te worden, geheel in overeenstemming met het Thomas-evangelie.
Maar er is nog een tweede aspect aan dat paulinische koningschap. Dat sluit aan bij de klassieke cultuur van die tijd. In die tijd was een veel besproken filosofisch thema ‘de koninklijke kwaliteit van de ziel.’ Wat is die koninklijke kwaliteit? Dat is dat de ziel van de mens over zichzelf kan beschikken. De koninklijke kwaliteit van de ziel is dus vrijheid, innerlijke vrijheid. Voor de klassieke cultuur van die tijd was dat een gedurfd, nieuw filosofisch concept van de mens.
En zo laat Paulus de eenwording met Jezus als de innerlijke Christus aansluiten bij een toen nieuw thema in de cultuur van het Romeinse Rijk. Door Jezus tot innerlijke Christus, dus innerlijke koning te maken, gezeten op een innerlijke troon, koppelt hij de eenwording met Jezus met de klassieke koninklijke kwaliteit van de ziel.
Dat is best wel een knappe redenering. Het is gewoon een vondst om het zo te zien en te presenteren. Maar wat betekende dat volgens Paulus voor de praktijk van het leven?

Wat was ook weer de boodschap van Jezus? Dat is liefde, dat de mens in staat is tot liefde. En Paulus verbindt die liefde met de koninklijke vrijheid. Vrijheid en liefde gaan voor Paulus samen als een onafscheidelijk koppel. Die twee samen maken de mens tot Christus, een innerlijke koning dus, geheel conform logion 2 van het Thomas-evangelie.

Met de benoeming van Jezus als de innerlijke Christus, start Paulus de ontwikkeling van de christologie. In latere teksten is die ontwikkeling veel verder gegaan en zeker anders dan Paulus het aanvankelijk bedoelde. In toenemende mate werd Jezus vermythologiseerd en vergoddelijkt, als een God los van de mens. In het evangelie van Johannes is Jezus helemaal tot God geworden - geen mensenzoon meer, maar de enige zoon van God, zelf ook God.
De johannitische Jezus als een goddelijke gestalte treffen we ook aan bij de gnostici, en ook bij de katharen. Het evangelie van Johannes was zelfs heel populair onder de gnostici en de katharen. Maar de betekenis die aan de vergoddelijkte Jezus werd gegeven door de gnostici is totaal anders dan die van het instituut kerk.

De kerk maakte de afstand tussen Jezus en de mens steeds groter. De vergoddelijkte Jezus van Johannes is in de kerk onbereikbaar gemaakt voor de mens. Van eenwording is geen sprake meer.
Daar hoort ook een kerkelijke invulling bij van de oproep van Paulus dat je alleen door het geloof verlost kunt worden. Als we dat nu lezen zullen we bijna als vanzelfsprekend menen dat Paulus het geloof bedoelde zoals dat vastgelegd is in het credo van de kerken. Maar dat credo was er toen nog niet. Dat wordt pas eeuwen later opgesteld.
Voor de gnostici en de katharen is de inhoud van het geloof vooral dit: dat je kunt geloven dat je liefdevol als Jezus kunt zijn, dat je dus kunt geloven in de Christus in jezelf. Door de liefdevolle navolging van Jezus wordt Jezus tot de Christus in jezelf. Zo verstaan de gnostici Paulus. Ook al was het evangelie van Johannes populair onder de gnostici, toch is de Christus van de gnostici paulinisch, ook in hun uitleg van Johannes.
De kerk heeft de afstand die Johannes schildert tussen mens en Jezus onoverbrugbaar groot gemaakt. De gnostici zien ook wel die afstand, maar maken het slechten van die afstand tot inzet van hun geloof. In de toepassing van de naastenliefde in de praktijk van het leven wordt de afstand tot Jezus opgeheven en word je zelfs aan hem gelijk, en wordt je, net als Jezus, zelf ook een Christus, in wie vrijheid en liefde zijn verenigd.



Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: