Bramhartigheden

Mens sta op en herinner jezelf

    door Bram, 23/12/2013 10:54. #45216. 10 reacties, laatste

Jezus zegt in logion 106 van het Thomas evangelie:
Als jullie de twee één maakt,
zul je een zoon van de mens worden.

De schrijver van het evangelie van Matteüs noemt Jezus verschillende malen de Mensenzoon. Volgens Matteüs is Jezus die Mensenzoon, hij en alleen hij. En dat is ook de gebruikelijke betekenis die aan dat woord toegekend wordt.
Maar hier in Thomas staat dus dat wij allemaal ‘een zoon van de mens’ kunnen worden. Dat betekent niets anders dan dat we dan ‘mens’ worden. Want dat is van oorsprong de betekenis van het woord mensenzoon, gewoon ‘mens’, meer niet.

Van Jezus wordt in de kerkelijke traditie gezegd dat hij mens geworden is. En ook dat slaat dus volgens Thomas op elk van ons in die zin dat elk van ons net als Jezus mens kan worden. Dat is zelfs de opzet van het Thomas evangelie.
Maar met die menswording wordt hier wel iets heel anders bedoeld dan de gebruikelijke betekenis die alleen aan Jezus wordt toegekend. Onder de menswording van Jezus wordt gewoonlijk verstaan dat hij als God de nederige gedaante van een mens heeft aangenomen. Hij is als God mens geworden, neergedaald uit de hemel op aarde.
Maar dat verhaal tref je niet aan in het Thomas evangelie. Daar gaat het om iets heel anders, namelijk dat iedereen een mens zou kunnen worden. Dat is vreemd, want dat zijn we toch al? Wat wordt er dan mee bedoeld?
Dat kunnen we het beste uitleggen aan een voorbeeld.
Een sprekend voorbeeld is de volgende ware gebeurtenis.

Een Joodse moeder en een Palestijnse moeder verloren elk op dezelfde dag een dochtertje van 12 jaar. Als Jodin en als Palestijnse waren deze twee vrouwen eerst elkaars vijanden. Ze zagen in elkaar alleen maar het beeld van de ander als een vijand.
De joodse had bij haaar opvoeding geleerd dat ze een jodin was. De palestijnse vrouw had bij haar opvoeding gehoord dat ze een palestijnse was. Dat zeiden ze ‘ik’ tegen.
“Ik ben een jodin.”
“Ik ben een palestijnse.”
Bij dat zelfbeeld van deze twee vrouwen hoorde ook een beeld van de ander. In dit geval is de ander een vijand. Voor de jodin is de palestijnse vrouw haar vijand. Voor de palestijnse vrouw is de jodin haar vijand. Dat hebben ze elk zo geleerd als lid van een collectief waaraan ze hun zelfbeeld ontleenden.
Het zelfbeeld en het beeld van de ander als vijand bepaalde de onderlingen relatie.
Maar door deze droevige gebeurtenis, de dood van een dochtertje, herkenden ze in de ander iets van zichzelf: het verdriet om het verlies van een kind. Ze bezochten elkaar en vielen elkaar in de armen. Als mens met een medemens konden ze elkaar tot troost zijn. Wat verdwenen was onder het zelfbeeld en het vijandsbeeld was teruggekeerd: de mens in de ander. Door de mens inde ander te zien werden ze zelf ook mens. Zij konden nu hun vijand liefhebben, door achter het masker van de vijand de oorspronkelijke mens te zien, het oorspronkelijk gelaat van de medemens.
Ze waren beiden mens geworden.

Dat is de menswording die het Thomas evangelie bedoelt.
Dat is de verlossing van de gnostiek, de je verlost wordt van een vals zelf dat je aangeleerd werd als lid van een collectief, maar dat niet samenvalt met je ware zelf, en dat je je menselijkheid ontneemt.

Een wellicht zeer verrassend logion dar hier duidelijk bij past is 107. Dat gaat over een schaap dat de kudde verlaat. Dat verhaal kennen we al uit het Nieuwe Testament. Daar zoekt de herder het verdwaalde schaap op en brengt het terug naar de kudde. Hij is de Goede Herder, symbool van god die niet aflatend trouw over al zijn schaapjes waakt.
Matteüs noemt het verloren schaap:
Een van de geringen waarvan god niet wil dat deze verloren gaat.
Volgens Lucas is het:
Een zondaar die tot inkeer is gekomen.
Maar Thomas vertelt dat heel anders.
Jezus zei:
Het koninkrijk is als een herder die honderd schapen had.
Een van hen, de grootste, ging ervandoor.
De herder verliet de negenennegentig
en zocht naar die éne, tot hij hem vond.
En nadat hij zich al die moeite had getroost
zei hij tegen het schaap:
Jij telt voor mij meer dan die negenennegentig.

Het schaap uit Thomas is geen geringe zoals bij Matteüs, en ook geen zondaar zoals bij Lucas, maar heet hier ‘de grootste’. En het wordt niet teruggebracht naar de kudde, maar geprezen omdat het verkiest zijn eigen weg te gaan.
En logion 74 vertelt:
Hij zei:
Meester, velen staan rond de bron,
maar er is niemand in de bron.

Als je in een gnostische tekst het woord 'velen' of 'een menigte' leest dan wordt daarmee een collectiviteit bedoeld die aan de leden een zelfbeeld schenkt dat niet samen valt met hun ware zelf. En alleen met je ware zelf ben de deel van de Bron, ben je in de Bron, niet met je collectieve nep-identiteit.
Het verlaten van de kudde, dat kun je alleen zelf. Dat is zelfverlossing. Dat lijkt een eenzame weg. Maar daarmee geraak je in een verbondenheid die aansluit bij het eenheidsbesef van de mystieke ervaring. Want wie nergens bij hoort, hoort overal bij. De vrijheid van de eenling leidt naar de liefde.




Is het niet een uitspraak van Jezus in het Thomas Evangelie, waarin Hij zegt:

"Ik Ben zij allen die in Mij Ik Ben!"


Nee, die uitspraak komt niet in het Thomas evangelie voor.
Overigens begrijp ik de zin niet die je meende te citeren. Bedoel je iets anders?


Dan heb ik deze uitspraak waarschijnlijk gelezen in een ander geschrift of mogelijk in de bijbel.
Het zou een uitspraak van Jezus zijn.

De strekking ervan sprak mij erg aan.
Het betekent volgens mij dat wanneer je in jezelf verenigd bent met de Bron, dat je je dan ook verenigd weet met allen die in zich de Bron gevonden hebben.

Hopelijk heb ik zo enigszins verduidelijkt wat ik bedoelde.


Die opvatting komt wel voor in Thomas, maar niet met de zinsnede die jij meende te citeren. Als je naar de website thomasevangelie.info gaat, zie je rechts 'Zoek op thema'. Als je daar op klikt krijg je een lange lijst van trefwoorden. Een daarvan is 'Eenheid met de Bron'. Als je daar dan weer op klikt zie je waar die opvatting te vinden is.


In logion 72 vond ik een uitspraak die uitdrukking geeft aan wat ik bedoelde met de uitspraak in #45245

'Als erfgenamen van de Bron, erft elk mens precies hetzelfde, namelijk de wezensgelijkheid met de Bron.'

en:

'Als we beseffen dat we allemaal in onze wezenskern afstammen uit die ene Bron, als we die fundamentele gelijkheid onder elkaar erkennen, kunnen we zelfs tegen een medemens zeggen, sprekend vanuit je eigen wezenskern: ‘Jij bent mij in een andere vorm’. Het maakt niet uit of die ander bijvoorbeeld een man is of een vrouw. De vorm, het lichaam, waarmee je op aarde aanwezig bent, die is niet wezenlijk.


Mooi verwoord Bram,

Wat men vind, heeft helaas nog voor veel mensen teveel macht betekenis vrees ik.

Doen wat je hart je ingeeft tegen het men vind, men verwacht van me etc......

Het vergt inzicht om het te kunnen zien.

Het vergt moed om er tegen in te durven gaan.

Het vergt tijd d.m.v. ervaren, dat geloof ik echt maar dat we daar komen daar ben ik van overtuigd niemand uitgezonderd.

Groetjes,



Zeker Johan, daar heb je moed voor nodig. Een citaat van Pericles (300 vC):
"Geluk is de vrucht van vrijheid en vrijheid is de vrucht van moed."


Een wijs mens lijkt me die Pericles.

Maar misschien kan dit hier nog aan vooraf gaan.

En misschien is inzicht de vrucht van tijd.

En moed de vrucht van inzicht.

Groetjes,


Mijn jongste zoon koos onlangs om een andere weg in te slaan.
Hij had een " mooie" baan in het vooruitzicht, die hij weigerde.
Op het afscheidsfeest sprak ik hem toe dat hij moed had, de moed om voor vrijheid te kiezen. ( ik weet ik geef me nu zelf een pluim, maar het voelt zo fijn dit te lezen)
Voel me blij omdat hij een leven nastreeft op intrinsieke  waarde.

Bedankt wijze mensen


Wat fijn voor je zoon en voor jou Marie.

Groetjes


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: