Bramhartigheden

De maagdelijkheid van moeder Maria

    door Bram, 28/02/2014 14:27. #45346. 2 reacties, laatste

Van iemand die het weten kon vernam ik de volgende anekdote over kardinaal Simonis, toen nog bisschop van Utrecht.

Als iemand bij het bisdom in Utrecht solliciteerde voor secretaresse, chauffeur of een andere functie die niets te maken had met liturgie of sacramenten, dan moest de sollicitant na het gesprek met de personeelschef toch ook nog even bij monseigneur Simonis langs.

Op de gang voor de kamer van monseigneur hield de personeelschef de sollicitant dan even staande. Hij zei:
“ Ik moet je nog even wat vertellen. Monseigneur is een heel aardige man en zal vragen naar man, vrouw, kinderen en wat al niet meer. En dan ineens, alsof het hem zo maar plotseling te binnen schiet, zal hij zeggen: ‘Wat vind je eigenlijk van de maagdelijkheid van Maria voor en na de geboorte van Christus? ‘
“En”, zo waarschuwde de personeelschef, “als je dan ook maar enige twijfel uit of dat werkelijk letterlijk zo gebeurd is, dan krijg je de baan niet. Want volgens monseigneur Simonis sta je dan feitelijk buiten het christendom. “
En dan besloot de personeelschef zijn waarschuwing met: “ Je moet zelf maar weten of je de baan wilt hebben of niet”.
Tot zover deze anekdote.

Het gaat hier om een bepaalde traditionele opvatting over hoe je met de verhalen in de Bijbel om dient te gaan. Het letterlijk verstaan van die verhalen is kennelijk voor Simonis (en voor vele andere christenen) de lakmoesproef of je wel of niet een echte christen bent.

Maar, in de dertiende eeuw was er nog iemand met een opvatting over die maagdelijkheid . Dat was de mysticus Meister Eckhard. Die schreef ook over moeder Maria en dat die voor en na de geboorte van de Christus maagd was. Maar in zijn verhaal legt hij uit dat Maria onze eigen ziel symboliseert. En daarmee gaat hij met het verhaal om zoals dat in de klassieke oudheid in de tijd van Jezus heel gebruikelijk was.
Dat verhaal gaat zo verstaanover onze eigen ziel. Als je alle beelden loslaat, die je bijvoorbeeld hebt over jezelf en over God, kom je in een soort leegte terecht, de leegte van het niet-weten waar ook de mysticus Johannes van het Kruis over schrijft. Dat is de maagdelijkheid van de ziel. En alleen in die leegte kan de Christus in de mens geboren worden.

Het is mooi om het traditionele kerstverhaal van Lukas op die manier te verstaan. Maria en Jozef gingen op reis naar de plaats waar ze vandaan kwamen. Dat is gnostische taal: terug naar je oorsprong als mens, terug naar het kind in jezelf. Maar, zo vertelt Lukas:
"Er was geen plaats meer voor hen in een herberg."
Nee, natuurlijk niet. De Christus kan alleen in je geboren worden als je niet meer schuilt onder het dak van een bestaande overtuiging. Dat is de maagdelijkheid van moeder Maria als symbool van de ziel.
In de leegte van alle overtuigingen, in de leegte van het niet-weten, in de maagdelijkheid dus van moeder Maria, wordt de Christus in de mens geboren.
Dat gaat niet over een gebeurtenis in het verleden, maar over ieders eigen ziel. Het gaat dus om de geboorte van Christus in de mens.
Na de geboorte van de Christus in de maagdelijke ziel, moet die ziel wel maagdelijk blijven. Als je je hebt bevrijd van de ene morele slavernij en je stapt weer in een andere, dan gaat de Christus in jou er weer vandoor.
Dat is dus een heel ander verhaal dan in het letterlijke verstaan van Simonis.


De nieuwe kleren van de keizer (Hans Christian Andersen)

Vele jaren geleden leefde er een keizer die zo vreselijk veel van mooie, nieuwe kleren hield dat hij al zijn geld uit gaf om zich mooi te maken. Hij bekommerde zich niet om zijn soldaten, en het theater of een rijtoer in het bos vond hij alleen maar leuk om zijn nieuwe kleren te laten zien. Voor ieder uur van de dag had hij een ander gewaad, en zoals je over een koning zegt dat hij in de ministerraad is, zo zeiden ze hier altijd: "De keizer is in zijn kleedkamer!"

In de grote stad waar hij woonde was het leven heel genoeglijk. Iedere dag waren er vreemdelingen en op een dag kwamen er twee bedriegers, die zich voor wevers uitgaven en zeiden dat ze de mooiste stoffen konden weven die je je maar denken kon. Niet alleen de kleuren en het patroon waren ongelooflijk mooi, maar ook hadden de kleren die ervan gemaakt waren, de wonderbaarlijke eigenschap dat ze onzichtbaar waren voor iedereen die niet voor zijn ambt deugde of die onvergeeflijk dom was. Wat een fijne kleren, dacht de keizer. Als ik die aan heb, kan ik erachter komen wie er in mijn rijk niet deugt voor zijn ambt en dan kan ik de knappen van de dommen onderscheiden. Die stof moet ik meteen laten weven! En hij gaf de bedriegers een flink handgeld, zodat ze met hun werk konden beginnen. Ze zetten ook twee weefgetouwen op en deden alsof ze werkten, maar er zat helemaal niets op het weefgetouw. Brutaalweg vroegen ze om de fijnste zijde en het prachtigste goud. Dat stopten ze in hun eigen zak en ze werkten aan de lege weefgetouwen, en dat nog wel tot diep in de nacht.

"Nu zou ik eigenlijk toch wel eens willen weten hoever ze zijn met de stof," dacht de keizer, maar het werd hem wel een beetje vreemd te moede als hij eraan dacht dat wie dom was of niet voor zijn ambt deugde, de stof helemaal niet kon zien. Hij wist natuurlijk wel dat hij voor zichzelf niets te vrezen had, maar hij wilde toch liever eerst iemand anders sturen om te zien hoe het ermee stond. Alle mensen in de hele stad wisten welke wonderbaarlijke kracht de stof had en iedereen was erop gebrand om te zien hoe slecht of dom zijn buurman was.

"Ik stuur mijn oude, eerlijke minister naar de wevers!" dacht de keizer. "Die kan het best zien hoe de stof wordt, want hij heeft verstand en niemand doet zijn werk beter dan hij!"

Toen trad de brave, oude minister de zaal binnen waar de twee bedriegers aan de lege weefgetouwen zaten te werken. "De hemel beware me!" dacht de oude minister en hij sperde zijn ogen wijd open. "Ik zie niets!" Maar dat zei hij niet.

De beide bedriegers verzochten hem dichterbij te komen en vroegen hem of het geen mooi patroon was en of het geen prachtige kleuren waren. Toen wezen ze naar het lege weefgetouw en de arme, oude minister sperde zijn ogen steeds verder open, maar hij zag niets, want er was niets. "Lieve hemel!" dacht hij. "Zou ik dom zijn? Dat had ik nooit gedacht en dat mag geen mens weten! Zou ik niet deugen voor mijn ambt? Ik kan ze toch niet vertellen dat ik de stof niet kan zien!"

"Nou, u zegt zo weinig!" zei de één, die aan het weven was.

"O, maar het is prachtig! Gewoonweg schitterend!" zei de oude minister en hij keek door zijn bril. "Dat patroon en die kleuren! Ja, ik zal aan de keizer zeggen dat het mij bijzonder goed bevalt!"

"O, dat doet ons plezier," zeiden de twee wevers en nu noemden ze de kleuren en ze beschreven het bijzondere patroon. De oude minister lette goed op, zodat hij dat kon navertellen als hij bij de keizer kwam, en dat deed hij.

Nu verlangden de bedriegers meer geld, meer zijde en goud. Dat hadden ze nodig voor het weven. Ze staken alles in hun eigen zak, er kwam geen draad aan het weefgetouw, maar ze gingen nog steeds door met weven aan het lege weefgetouw.

De keizer stuurde weldra weer een brave raadsheer om te zien hoe het met het weven ging en of de stof gauw klaar was. Het verging hem net als de minister, hij keek en keek, maar omdat er niets anders was dan lege weefgetouwen, zag hij niets.

"En, is het geen prachtig stuk stof?" vroegen de bedriegers en ze vertelden over het prachtige patroon dat er helemaal niet was. "Dom ben ik niet," dacht de man. "Zou ik dan niet deugen voor mijn goede ambt? Dat is toch te gek! Maar dat moet je niet laten merken!" En toen prees hij de stof die hij niet zag en verzekerde hen hoe goed de mooie kleuren en het prachtige patroon hem bevielen. "Het is gewoonweg schitterend!" zei hij tegen de keizer. Alle mensen in de stad spraken over de prachtige stof.

Toen wilde de keizer zelf ook gaan kijken terwijl de stof nog op het weefgetouw zat. Met een hele schare uitgelezen mannen, waaronder de twee oude, brave raadslieden die er al eerder waren geweest, ging hij naar de listige bedriegers, die nu uit alle macht weefden, maar dat had geen draad om het lijf.

"En, is het niet magnifiek?" vroegen de twee brave raadslieden. "Moet Uwe Majesteit eens zien, wat een patroon, wat een kleuren!" En toen wezen ze op het lege weefgetouw, want ze dachten dat de anderen de stof vast wel konden zien.

"Wat krijgen we nou?" dacht de keizer. "Ik zie niets! Maar dat is verschrikkelijk! Ben ik dom? Deug ik niet voor het keizerschap? Dit is het vreselijkste dat me kon overkomen!"

"O, het is heel mooi!" zei de keizer. "Het heeft mijn allerhoogste instemming!" En hij knikte tevreden en bekeek het lege weefgetouw, hij wilde niet zeggen dat hij niets kon zien. Het hele gevolg dat hij bij zich had, keek en keek, maar zag al niets meer dan alle anderen. Toch zeiden ze net als de keizer: "O, het is heel mooi!" en ze raadden hem aan van deze nieuwe prachtige stof kleren te laten maken voor de grote optocht die binnenkort zou komen. "Het is magnifiek, schitterend, excellent!" klonk het van mond tot mond en allemaal waren ze er zielstevreden over. De keizer gaf ieder van de bedriegers een ridderorde voor in hun knoopsgat en de titel van weefjonker.

De hele nacht vóór de ochtend waarop de optocht zou plaatsvinden, bleven de bedriegers op en ze hadden wel zestien kaarsen aan. De mensen konden zien dat ze het druk hadden om de nieuwe kleren van de keizer af te krijgen. Ze deden alsof ze de stof van het weefgetouw haalden, ze knipten met grote scharen in de lucht, ze naaiden met naalden zonder draad en zeiden ten slotte: "Kijk, nu zijn de kleren klaar!"

De keizer kwam zelf naar ze toe met zijn voornaamste hovelingen, en de twee bedriegers hielden een arm omhoog alsof ze iets vasthielden en zeiden: "Kijk, hier is de broek. Hier is de jas. Hier de mantel!" en zo verder. "Het is licht als spinrag! Je zou denken dat je niets aanhad, maar dat is juist het bijzondere ervan!"

"Ja!" zeiden alle hovelingen. Maar ze zagen niets, want er was niets.

"Zou het Uwe Keizerlijke Majesteit aller genadigst behagen uw kleren uit te doen?" vroegen de bedriegers. "Dan zullen we u de nieuwe aantrekken, hier voor deze grote spiegel!"

De keizer deed al zijn kleren uit en de bedriegers deden alsof ze hem steeds een van de nieuwe kledingstukken gaven die ze gemaakt zouden hebben, en de keizer stond voor de spiegel te draaien.

"Lieve hemel, wat staat dat mooi! Wat zit dat goed!" zeiden ze allemaal. "Wat een patroon! Wat een kleuren! Dat is een kostbaar kostuum!"

"Buiten staan ze te wachten met het baldakijn dat in de optocht boven Uwe Majesteits hoofd gehouden wordt!" zei de opperceremoniemeester. "Ik ben ook klaar!" zei de keizer. "Zit het niet goed?" En toen draaide hij nog een keer voor de spiegel alsof hij zijn pracht nog eens goed bekeek.

De kamerheren die de sleep moesten dragen, tastten met hun handen over de vloer, alsof ze de sleep opnamen: ze liepen iets in de hoogte te houden, ze durfden niet te laten merken dat ze niets konden zien.

En zo liep de keizer in de optocht onder het prachtige baldakijn en alle mensen op straat en voor de ramen zeiden: "Ach heer, wat zijn de nieuwe kleren van de keizer weergaloos, wat een prachtige sleep heeft hij aan zijn mantel! Het zit als gegoten!" Niemand wilde laten merken dat hij niets zag, want dan deugde hij immers niet voor zijn ambt of was hij heel dom. Nog nooit hadden de kleren van de keizer zo'n succes gehad.

"Maar hij heeft niets aan!" zei een klein kind.

"Ach heer, de waarheid moet je uit een kindermond horen," zei de vader en de één fluisterde tegen de ander wat het kind zei.

"Hij heeft niets aan," zegt een klein kind, "hij heeft niets aan!"

"Maar hij heeft helemaal niets aan," riep tenslotte het hele volk. En de keizer kromp inéén, want hij vond dat ze gelijk hadden, maar hij dacht: "Ik moet het maar tot het eind volhouden." En de kamerheren liepen de sleep te dragen die er helemaal niet was.

Bron: www.beleven.org/verhaal/de_nieuwe_kleren_van_de_keizer.



Dag Bram,

Aha, deze vraag betreffende de maagdelijkheid van Maria hield mij soms bezig, en had hetzelfde symbolische antwoord.
Bevestiging van het feit dat mijn beeld dus klopte.

Hartelijke groet,
Alice


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: