Bramhartigheden

De wereld van Heinrich

    door Bram, 17/06/2014 09:59. #45504. 0 reacties, laatste

Het is 1943. Ergens hoog in een klein bergdorpje in Duitsland woont Heinrich. Hij is veertien jaar. Het vaderland is in gevaar en Heinrich wordt opgeroepen om soldaat te worden en het vaderland te verdedigen.
Aangekomen in de soldatenkazerne krijgt hij niet alleen nieuwe kleren, ook zijn geest wordt geüniformeerd. Hij krijgt verhalen te horen over mensen met kromme neuzen die laaghartig samenspannen om de wereldheerschappij te veroveren. Hij leert ook de Russen kennen als een soort ongedierte waar je geen enkel respect voor hoeft te hebben. Hem wordt verteld dat de Fransen sadisten zijn die Duitsland op smadelijke wijze hebben vernederd. En natuurlijk krijgt hij ook verhalen te horen over de historische missie van het Duitse volk, dat de mens-heid moet leiden naar de volgende fase van de evolutie: de suprematie van het Arische ras. En hij krijgt ook een nieuwe identiteit. Hem wordt verteld dat hij zelf ook een Ariër is.
In de verhalen over Joden, en andere vijanden van het Duitse volk, over het Arische ras, zijn de waarden gebundeld van het Duitse fascisme.
Heinrich gelooft in die verhalen. Hij gelooft ook in zijn nieuwe identiteit als Ariër. De rollen en de waarden van de fascistische verhalen worden het richtsnoer voor zijn handelen in de wereld.
Als hij een mens tegenkomt waarvan wordt gezegd dat het een Jood is – door ernaar te wijzen zoals je wijst naar een steen, en te zeggen: ‘Dat is een Jood’ – kent hij aan die mens de waarden toe die in zijn fascistische verhalen bij het woord ‘Jood’ horen. Die waarden zullen zijn handelen jegens die medemens bepalen. De waarden die in het fascistisch verhaal bij ‘Joden’ horen, zullen hem de rechtvaardiging verschaffen die medemensen te vergassen.
Als hij aan het Oostfront een Rus moet executeren, waarop mikt hij dan met zijn geweer? Hij richt zijn geweer niet op die ene, unieke mens die daar staat, maar op zijn eigen beeld van een Rus als onderdeel van zijn fascistische illusie over de werkelijkheid. Dat beeld rechtvaardigt dat hij de trekker overhaalt.
Als hij een Fransman moet ondervragen die tot het verzet behoort, zal het heilige doel dat hij meent te dienen de motivatie bieden waarmee hij zijn weerzin tegen het martelen van een medemens kan overwinnen.
Heinrich woont in een angstige wereld. Hij is er vast van overtuigd dat de wereld wordt bevolkt door de mensen die hij bestrijdt. Maar die mensen bestaan alleen maar in zijn eigen verbeelding. De echte mensen die Heinrich al strijdende doodt ziet hij niet. Daar is hij door zijn identificatie met de fascistische verhalen blind voor geworden.
Als tegenpool van zijn angsten heeft Heinrich ook visioenen van een gelukzalige wereld waarin zijn fascistische dromen werkelijkheid zijn geworden.
De beelden die Heinrich heeft van Joden, Russen en Fransen, het beeld dat hij heeft van het Duitse volk en van zichzelf als Ariër, al die beelden zijn met elkaar verweven. Het ene beeld is de oorzaak van het andere, en omgekeerd; ze wekken elkaar op en houden elkaar in stand. Samen hebben ze de werking van een patroon (een raster, zeggen postmoderne filosofen) dat over de werkelijkheid gelegd wordt. Die beelden hebben geen wortel in de werkelijkheid zelf. Ze bestaan alleen in de angsten en de dromen van Heinrich en van zijn medegelovigen in de fascistische verhalen. Ze hebben met de echte mensen die hij vergast, executeert en martelt niets van doen. Het zijn slechts willekeurige betekenissen die het collectief, de kudde waartoe hij heeft geleerd te behoren, aan deze mensen toekent, waarvan hij ten onrechte meent dat ze tot het wezen van die mensen behoren.
Het is net als met de streepjes en puntjes in de grot van Niaux. Elke betekenis die je eraan toekent berust op een volstrekt willekeurige afspraak. Maar als je door dagelijks gebruik ge-wend bent geraakt aan de betekenissen die aan die tekens zijn gegeven, kun je dat haast niet meer anders zien, net als de verkeersborden uit het voorwoord bij dit boek.
Zo is ook Heinrich vergeten dat de betekenissen die hij aan de Joden, de Russen en de Fran-sen en zichzelf toekent, op afspraken berusten die hij met zijn medefascisten uit het niets ge-schapen heeft. Hij denkt dat die betekenissen tot de werkelijkheid zelf behoren, dat ze be-staan zoals stenen bestaan. Die misvatting maakt hem tot de gevangene van zijn eigen beel-den. Als je denkt dat je verbeelding bestaat zoals stenen bestaan, kun je daar nog slechts met de grootste moeite los van komen.
Het fundament van die gevangenschap van Heinrich is het geloof in zijn eigen rol als Ariër. Met die identiteit ketent hij zichzelf vast aan de andere betekenissen van zijn fascistische ideologie. Van zijn rol als Ariër zegt hij: ‘Dat ben ik.’ Heinrich zit met zijn zelfbeeld geke-tend aan alle andere fascistische fantasieën.
Omdat alle beelden en fantasieën van de fascistische ideologie met elkaar verweven zijn, stort dat hele stelsel in elkaar op het moment dat Heinrich zijn geloof in zichzelf als SS’er verliest.
Vanaf het moment dat je niet meer in je ideologische identiteit gelooft ben je een vrij mens, omdat de illusie waarvan je eerst een deel was met een beeld van jezelf, dan geen greep meer op je heeft.


Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: