Bramhartigheden

De zeef van oud en nieuw

    door Bram, 31/08/2014 11:13. #45743. 3 reacties, laatste


Als ik een oude tekst lees, bijvoorbeeld een evangelie uit het Nieuwe Testament, wil ik vooral weten wat daarin nieuw is, nog nooit eerder gezegd. Ik gooi bij wijze van spreken die tekst in een zeef, en alles wat eerder is gezegd valt door die zeef. Wat overblijft is nieuw en dat is interessant.
Dat kun je ook toepassen op uitspraken van Jezus.
Aan Jezus zijn allerlei uitspraken toegekend. Heel veel daarvan vind je ook in het oude Testament. Dat gaat zelfs zover dat bijvoorbeeld de evangelisten beweren dat Jezus iets zegt 'opdat in vervulling moest gaan' wat in het Oude Testament is voorzegd. Maar juist dat ontkracht de nieuwheid van Jezus.
Je krijgt geen plek in de geschiedenis door alleen maar te herhalen wat eerder is beweerd. Daarvoor moet je een vernieuwer zijn, iemand die iets heel nieuws zegt, of die op het al bekende een verrassend nieuw licht werpt.
Staan er in het Nieuwe Testament ook oorspronkelijke woorden van Jezus, vroeg iemand me onlangs. Nou en of! Maar of die samenvallen met de betekenis die later in het kerkelijk geloof aan Jezus is toegekend valt nog te betwijfelen. Dat is voor ons hedendaagse onderzoekers nog extra verduidelijkt door de vondst van de gnostische teksten bij Nag Hammadi. Die teksten laten mij in elke geval op een nieuwe manier naar het Nieuwe Testament kijken om daar het onderscheid tussen oud en nieuw te vinden.

Die teksten die gevonden werden bij Nag Hammadi maken duidelijk dat er in de begintijd van het christendom twee verschillende stromingen bestonden over de betekenis van Jezus. Volgens de ene stroming was Jezus de vervulling van het Oude Testament. Volgens de andere stroming (die we nu de gnostiek noemen) was Jezus een breuk met het Oude Testament.
Het nieuwe Testament is pas enkele eeuwen na Jezus opgesteld. Er deden toen veel meer teksten de ronde over Jezus dan die we nu kennen uit het Nieuwe Testament. En waarom werden nu juist deze teksten gekozen?
Het Nieuwe Testament werd opgesteld door de zich enkele eeuwen na Jezus vormende kerk van Rome. De keuze van die teksten was bepaald niet willekeurig. Ze moesten de opvatting verdedigen dat Jezus de vervulling was van het Oude Testament. Daar werden allerlei theologische concepten aan vastgekoppeld. Onder andere dat Jezus met zijn lijden zou hebben geboet voor de zonden van de mens. Dat concept van Jezus als zondebok is oudtestamentisch. Jezus als zondebok is een vervolg op de opvatting zoals we die kennen uit psalm 51:

"Wees mij genadig, o God, naar uw goedertierenheid
delg mijn overtredingen uit naar uw grote barmhartigheid;
was mij geheel van mijn ongerechtigheid,
reinig mij van mijn zonde.
Want ik ken mijn overtredingen,
mijn zonde staat bestendig voor mij.
Tegen U, U alleen, heb ik gezondigd
en gedaan wat kwaad was in uw ogen,
opdat gij rechtvaardig blijkt in uw uitspraak,
zuiver in uw gericht.
Zie, in ongerechtigheid ben ik geboren,
in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen.
Red mij van bloedschuld, o God, God mijns heils."

In psalm 51 wordt een beeld geschetst van de mens als een zondig wezen. Die opvatting – 'in zonde heeft mijn moeder mij ontvangen' - zal later in de kerkelijke dogmatiek de naam krijgen van erfzonde.
Bij dat beeld van de mens als een zondig wezen past ook een godsbeeld. Dat is het beeld van Jahweh als een wrekende rechter.
Er hoort daar ook nog bij: de rol van de priester met absoluut gezag. Dat absolute gezag past bij de zondige mens. Die zondige mens moet met straffe hand door de priesters in het gareel gehouden worden.
Voor zover we in het Nieuwe Testament die beelden tegenkomen van de mens als een zondig wezen en van God als een wrekende rechter, kunnen we die gevoeglijk weglaten. Die vallen door de zeef waarmee oud van nieuw wordt onderscheiden. Ook de voorspelling van een laatste oordeel en de wederkomst van Jezus als wrekende rechter in de rol van de oudtestamentische Jahweh, valt dan door de mand. Dat is oude angstaanjagerij. Het is werkelijk een gotspe dat de man die over liefde sprak, zelfs voor je vijand, later deze rol is toegekend.

Wat blijft er dan over in de zeef van oud en nieuw? Als we in het Nieuwe Testament alle angstaanjagende uitspraken van Jezus schrappen over het oudtestamentische beeld van de zondige mens en van de straffende Jahweh, dan blijven er twee geheel nieuwe thema’s over.
De ene is het beeld van God als ‘bron van alle zijn’. Dat is een uitwerking van het hebreeuwse woord ‘El’, wat je ook vindt in ‘Elohim.’ Dat betekent letterlijk ‘geboortegever’. Jezus noemt die 'mijn Vader'.
Die 'Vader' is de Bron waaruit alles als een rivier voortvloeit. Dat is op zichzelf al heel anders dan het beeld van god als rechter. Maar van nog grotere betekenis is de daaruit te trekken conclusie over de verhouding van de mensen onderling. Alle mensen komen namelijk voort uit die ene Bron. En daarom zijn alle mensen in wezen verwant aan elkaar, zoals ook kinderen uit een gezin verwant zijn aan elkaar door hun gemeenschappelijke ouders. Dat concept van onderlinge verwantschap van alle mensen uit zich in de vanzelfsprekendheid van de naastenliefde. In de grond van ons wezen zijn we allemaal een gelaat van die ene Vader. Daarom kun je van een medemens zeggen ‘Jij bent mij in een andere vorm’. En zo kun je ook de uitspraak verstaan ‘Heb je naaste lief als jezelf.' Dat betekent dus niet dat je je naaste lief moet hebben zoals je jezelf liefhebt, maar dat je naaste in diens wezen aan jou gelijk is. Heb dus die naaste lief alsof je die ander zelf bent.
God, als Bron van alle zijn, is liefde. Dat is in het Nieuwe Testament het nieuwe godsbeeld, met daaraan verbonden een nieuw model van de mens, de mens als verwant aan de Bron, en daarmee ook de zienswijze van alle medemensen als gelijken in wezen.
Valt dat nieuwe beeld ook samen met de oorspronkelijke woorden van Jezus? Hoe kunnen we dat weten?
Een verrassend helder antwoord op die vraag kwam tevoorschijn in het Thomas-evangelie dat teruggevonden werd bij Nag Hammadi, in Egypte. Die tekst bevat de zogenaamde ‘geheime woorden van Jezus’. Volgens de huidige wetenschappers is het Thomas-evangelie hoogstwaarschijnlijk eerder opgesteld dan de evangeliën uit het Nieuwe Testament. Daarin is de mens niet zondig. Daarin wordt met geen enkel woord verwezen naar het laatste oordeel en de wederkomst van Jezus. Daarin worden vrouwen gelijkgesteld aan mannen. Maar vooral: daarin is niemand buitengesloten van de liefde. Nee, niet de liefde van God. God als liefde is maar een beeld. Als verteld wordt dat deze God in de mens woont in de vorm van liefde, dan is de boodschap, de nieuwe boodschap, dat elk mens weet heeft van wat liefde. Dat die liefde goddelijk wordt genoemd is een wijze van zeggen dat die het opperste wezen van de mens is. Het is daarom aan de mens om die liefde tot levenspraktijk te maken.
Voor die mens, als verwant aan de Bron, is geen priesterlijk gezag nodig. Die weet vanuit zijn eigen wezenskern wat liefde is en wat hem te doen staat. En daarmee vervalt ook de rechtvaardiging van het absolute gezag van de priester.
Dat is volgens mij het wezenlijk nieuwe in het Nieuwe Testament. Dat is wat er overblijft in de zeef van oud en nieuw.


@Voor die mens, als verwant aan de Bron, is geen priesterlijk gezag nodig. Die weet vanuit zijn eigen wezenskern wat liefde is en wat hem te doen staat. En daarmee vervalt ook de rechtvaardiging van het absolute gezag van de priester.

...daarmee vervalt de rechtvaardiging van het absolute gezag de priester weg en ook denk ik al het andere gezag dat een medemens over een ander medemens meent te kunnen hebben.


Bram, als vanzelf gingen mijn gedachten bij het lezen van deze mooie tekst naar het door jou navertelde joodse verhaal "Mosje komt bij God"
En met name de een na laatste alinea waarin God zegt: "Weet je, ik ben Liefde, ik kan niet anders dan je toelaten in de hemel, want ook ik moet als God mijn bestemming volgen. Hier is iedereen altijd welkom. Dat je welkom bent, dat is de hemel. Dus daar is de hemelpoort"
Dit joodse verhaal heeft op mij een diepe indruk gemaakt en het sluit voor mij naadloos aan bij "de zeef van oud en nieuw" in je laatste Bramhartigheid.
Ik word weer opnieuw blij met dit "nieuwe bericht"
Dank Bram

Voor de geïnteresseerden, het volledige verhaal van Mosje is te vinden bij teksten in de linker kolom van de site. Daarna kies je verhalen Bram Moerland en kies je het onderste verhaal.





@Het is daarom aan de mens om die liefde tot levenspraktijk te maken.

"In de wereld zijn en niet van deze wereld"

Je neemt nog steeds aan deze wereld deel, maar je bent geworteld in de diepere werkelijkheid waaruit ze ontspringt. De Bron.
Leven vanuit de bron brengt de innerlijke en de uiterlijke wereld samen. Het trancendeert beide en schenkt jouw gedachten de kracht van de natuur zelf.
Vanuit de bron heeft m.i. iedereen voordeel met wat jij doet. Dat kan voor de hand liggend of subtiel zijn, zich direct voordoen of met vertraging optreden.
Het is niet aan jou om de zaken op zo'n manier te manipuleren dat iedereen er gelukkig van afkomt,
maar alleen ervoor te zorgen dat het bewustzijn zich op het hoogste niveau kan ontplooien door jouw Zijn.


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: