Bramhartigheden

Pythagoras en het Omvattende

    door Bram, 31/01/2017 11:27. #46877. 0 reacties, laatste

Niet iedereen zal het ook zo ervaren hebben, maar ik vond wiskunde op de middelbare school leuk. Dat was voor mij toen een reden om me in de geschiedenis van de wiskunde te verdiepen. En zo kwam ik bij Pythagoras, die van de beroemde stelling.
Hij leefde zo’n 600 jaar vC.

Er was niet zoveel bekend over Pythagoras. Maar het weinige dat ik vond boeide me mateloos. Het was me al snel duidelijk dat voor Pythagoras wiskunde veel meer betekende dan wat ik op school leerde. Voor hem had wiskunde een religieuze betekenis.
Ik heb, net aangekomen aan de Universiteit van Leiden, als eertejaars nog een verhandeling gehouden voor een dispuut over ‘De religieuze aspecten van de stelling van Pythagoras.’ Ja, die zijn er dus.

Voor Pythagoras was wiskunde een religieuze taal. Je kon er niet alleen de orde van het universum mee beschrijven, maar ook de plek van de mens daarin. En dat raakte me.
Ik zal uitleggen waarom.

Teken een rechthoekige driehoek, een driehoek dus met één hoek van 90 graden.
Laat een loodlijn neer vanuit de rechte hoek op de tegenoverliggende zijde.
Die loodlijn verdeelt de oorspronkelijke driehoek in twee kleinere.
Het bijzonder daarvan is dat de twee kleinere driehoeken gelijkvormig zijn aan de eerste grotere.
Als je nu vanuit de rechte hoek van een van de kleinere driehoeken opnieuw een loodlijn neerlaat op de tegenoverliggende zijde, dan ontstaan er weer twee, nu nog kleinere driehoeken. En ook die nog kleinere driehoeken zijn gelijkvormig aan de eerste driehoek.
En dat kun je zo eindeloos herhalen. Steeds zijn de kleinere driehoeken gelijkvormig aan de eerste grotere.
Maar dat niet alleen: alle zo gevormde driehoeken zijn ook nog gelijkvormig aan elkaar.

Voor Pythagoras betekende dat een kosmisch principe: elk aspect van het leven op aarde is gelijkvormig aan iets wat de hele kosmos omvat en alles is in wezen verwant aan elkaar.
Pythagoras noemde dat allesomvattende ‘de logos’.
Ja, dat raakte me.
Dat had te maken met een andere ervaring uit mijn jeugd.

Ik heb al eens eerder verteld dat ik als jongeman uren kon ronddwalen over de Zeeuwse schorren. Maar ik had er ook een vast plekje. Ik zat daar graag. En dan luisterde ik naar de geluiden om me heen. Ik kon daar zo in opgaan dat het wel leek alsof ik met alles om me heen versmolt.
En nu leek het voor mij net alsof Pythagoras het daarover had, over dat versmelten met alles om je heen.

Elke kleine driehoek, ikzelf bij wijze van spreken, was op een geheime manier verbonden met iets groots, iets groots dat alles omvatte. Maar niet alleen was ik als kleine driehoek verbonden met dat grootse, alles omvattende, maar ook met alles om me heen.
En dat klopte op een geheimzinnige manier precies met mijn ervaring op dat vaste plekje op de schorren.

Ik herinner me nog goed hoe ik bij het lezen van die verhandeling over Pythagoras een beetje duizelig, zelfs een beetje bibberig werd, met een onbestemd gevoel in mijn buik.
Ik werd mij op een nog vage en onbegrepen manier ergens bewust van. Maar ik had daar toen beslist nog geen vast omlijnd begrip van, van wat dat was en wat dat betekende.
Het vervulde me wel met een raadselachtig en niet te miskennen besef dat dit er toe deed.
Like


Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: