Bramhartigheden

Het zwijgende niet-weten

    door Bram, 09/11/2018 12:15. #47142. 2 reacties, laatste

Als kind leer je de wereld kennen door mee te gaan met wat je opvoeders je daarover vertellen. Je voegt je in een vertrouwdheid waarin ook de mensen om je heen zich bevinden. Je weet wie wie is, hoe het hoort, enzovoort, maar vooral hoe jezelf te voegen en te handhaven in die vertrouwdheid. Dat kan behoorlijk mislukken of juist heel erg geslaagd zijn, maar dat is dan je lot binnen de aangeboden vertrouwdheid van je bestaan.

Die kennis van de wereld kun je uitbreiden door onderzoek. Je kunt bijvoorbeeld ontdekken waarom de bladeren aan de bomen in de herfst verkleuren, sommige tot dieprood, andere tot felgeel. Je kunt ontdekken dat die verkleuring komt doordat het groene chlorofyl zich uit de bladeren terugtrekt in de takken, waardoor andere kleurstoffen die al in de bladeren zaten nu zichtbaar worden. Je kunt ontdekken dat er zich dan ook tussen het steeltje van het blad en de tak een turfachtig laagje vormt, waardoor de boom of struik het blad loslaat en neer laat dwarrelen op de grond waar zich dan weer hele andere processen gaan afspelen.
Dat kun je allemaal te weten komen en nog veel meer. Zo doe je kennis van de wereld op.

Maar bij dat alles kun je overvallen worden door een heel speciaal gevoel van ontzag, ontzag voor de grootsheid van wat daar bijvoorbeeld allemaal in zo’n nietig boomblaadje gebeurt. Dat ontzag is een heel speciaal soort verwondering. Dat ontzag en die verwondering kan je ook overvallen opJe kunt daar vast je eigen voorbeelden bij geven.
In zo’n ervaring van ontzag en verwondering ontsnap je aan de alledaagse vertrouwdheid van je bestaan. De feitelijke kennis van die verkleurende bladeren in de herfst kun je nog wel integreren in je vertrouwdheid van alledag, maar dat ontzag en die verwondering plaatsen je daarbuiten. Ze laten je in een mysterieus vermoeden over de grenzen van je vertrouwdheid heen reiken.
Het ontzag en de verwondering openen een venster op iets wat buiten je ervaring van de alledaagse vertrouwdheid valt. De filosoof Nietzsche heeft daar een prachtige betiteling voor: ‘Pfeile der Sehnsucht zum anderen Ufer’, pijlen van heimwee naar de andere oever.

Het mooie van die dichterlijke beschrijving van Nietzsche is, vind ik, dat het niets zegt over wat zich aan gene zijde van de alledaagse vertrouwdheid bevindt, maar dat het verwijst naar wat die ervaring van ontzag en verwondering in je kan oproepen, namelijk een heimwee naar dat andere.
Het woord heimwee vind ik hier passend, omdat dat andere niet alleen anders is, maar ook op een geheimzinnige manier als een thuiskomen kan worden ervaren bij iets waarvan het lijkt alsof je daarvan al een verborgen weten had.
Zo’n ervaring kan je, mij althans, diep raken en ontroeren.
De filosoof Jaspers noemt dat andere ‘het omvattende’ en hij wil daarmee zeggen dat de ervaring daarvan een geborgenheid openbaart die wezenlijk anders is dan de vertrouwdheid van alledag.
Dat andere zou je God kunnen noemen, maar dat woord is voor mij onbruikbaar geworden omdat het geheel ingepakt is in alledaagse zekerheden en ook tot rechtvaardiging is geworden van onderdrukking. Zoals paus Johannes Paulus II zei: 'Van mij mogen vrouwen wel in het ambt, maar het mag niet van God'.
Misschien was het woord God ooit bedoeld als een ‘Pfeil der Sehnsucht’, maar die betekenis is er voor mij geheel afgesleten.

Het andere kan de drang oproepen om dat andere op te nemen in het alledaagse. De openheid waarin het andere zich manifesteert, kun je bijvoorbeeld afsluiten door er een God bij te bedenken met het concept van een ‘intelligent design’. Het andere is daarmee binnengehaald in de banaliteit van de alledaagse zekerheid die elk venster op dat andere weer afsluit. De intelligente God wordt dan opgesloten in de kennis van de wereld. Die God is een bedenksel geworden en bedenksels kun je niet ervaren. Die God kun je wel bekleden met geboden en driftige waarheden, maar daar trekt het andere zich niets van aan.

Er is een andere mogelijkheid van omgang met de ervaring van het andere. Die andere mogelijkheid is om er in eerbied over te zwijgen, en in dat zwijgen de ruimte van het niet-weten waarbinnen dat andere zich kan openbaren open en toegankelijk te houden. Dat zwijgende niet-weten is geen erkenning van passieve onwetendheid, geen scepsis, maar een actief, zorgvuldig bewaken van openheid. Het zwijgende niet-weten is dan een blijvende uitnodiging aan dat andere zich naamloos in je bestaan te manifesteren.
Het weten van dat andere in het zwijgende niet-weten is wezenlijk verschillend van de kennis van de wereld. Het is een naamloos weten waarin je eigen wezen weerklinkt.


"Er is een andere mogelijkheid van omgang met de ervaring van het andere. Die andere mogelijkheid is om er in eerbied over te zwijgen, en in dat zwijgen de ruimte van het niet-weten waarbinnen dat andere zich kan openbaren open en toegankelijk te houden. Dat zwijgende niet-weten is geen erkenning van passieve onwetendheid, geen scepsis, maar een actief, zorgvuldig bewaken van openheid. Het zwijgende niet-weten is dan een blijvende uitnodiging aan dat andere zich naamloos in je bestaan te manifesteren.
Het weten van dat andere in het zwijgende niet-weten is wezenlijk verschillend van de kennis van de wereld. Het is een naamloos weten waarin je eigen wezen weerklinkt"




Ik lees vandaag net het verhaal van Hans uit het boek "Heiliging" van Anker Larsen en Hans ontdekt als kind "een nieuwe wereld" Hij ziet overal het Goddelijke weerspiegeld. Wanneer hij opgroeit ontdekt hij dat de preken van de dominee , door (feiten)kennis het Goddelijke alleen maar wordt weggepraat en niet meer ervaren kan worden. Vanaf dat moment stelt hij zichzelf ten doel zijn eigen leven daadwerkelijk te verwezenlijken door voorbeelden te stellen. Op een ochtend hangt er een zeer dichte mist waarin niets te zien is, zijn ouders leggen uit dat dat laaghangende wolken zijn, maar de kleine Hans ziet het zo dat de hemel naar de aarde is gekomen met maar 1 doel: alles nieuw te maken. Terwijl hij door de mist loopt, speelt hij dat hij een lantaarn is die door God wordt vastgehouden en dan voelt hij ineens dat er licht binnenin hem is. Het oog van God kijkt bij hem naar binnen en door hem heen naar buiten. Terwijl de mist optrekt blijkt niets meer zoals het was, alles is nieuw en fris, er is een nieuwe wereld gekomen... en zo ziet Hans dat God overal is. Deze korte beschrijving doet het hele verhaal geen recht, maar vond het synchroon lopen aan dit verhaal over ontzag en verwondering van Hans.


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: