Bramhartigheden

God is een rode boom

    door Bram, 21/11/2018 00:23. #47148. 0 reacties, laatste

Je maakt een wandeling met je kleindochter door een bos dat nu, in de herfst, rood, oranje, geel en op sommige plekken zelfs diep paars verkleurt. Je vertelt je kleindochter van een jaar of tien waarom er gebeurt wat er gebeurt.

Bodem drinken water uit de grond met hun wortels. Dat water stijgt via de stam omhoog en wordt door de bladeren uitgeademd. Zo gaat dat een hele zomer door. Maar in het najaar, als het koud wordt, kunnen de wortels het water niet meer zo goed opzuigen uit de grond. Als dan de blaadjes doorgaan met water verdampen zou de boom uitdrogen en doodgaan. Daarom stoot de boom de blaadjes af. Dan blijft ze in leven. Volgend voorjaar kan ze weer nieuwe blaadjes laten groeien en weer heerlijk fris water uit de grond opzuigen. Dat is dus heel slim van die boom.

Dan ga je samen op een bankje zitten. Je bent even heel stil en dan wijs je naar die rode bomen en zeg je, niet alleen tegen je kleindochter maar ook tegen jezelf: mooi hè. Je kleindochter knikt. Daar hoeft verder niets over gezegd te worden. Daar zit je dan, samen stil genietend van de schoonheid om je heen.

Op die manier heb je twee heel verschillende manieren aan je kleindochter getoond van een relatie met de werkelijkheid.
Uitleggen waarom de blaadjes van een boom verkleuren en door de boom afgestoten worden is een bepaalde vorm van kennisoverdracht, de overdracht van kennis van de wereld.
Maar naar de bomen wijzen en zeggen ‘mooi hè’ is ook een soort overdracht, maar niet van kennis van de wereld. Het is een uitnodiging om te ervaren.
Kennis van de wereld ervaar je niet. Schoonheid ervaar je.
Kennis van de wereld en ervaring van de wereld zijn dus twee heel verschillende manieren van het aangaan van een relatie met de werkelijkheid.

Het ervaren is ook een vorm van kennen, maar niet op de wijze van kennis van de wereld. Je zou het mystieke kennis kunnen noemen van het ingebed zijn van jezelf als mens in een omvattend geheel.
Dat omvattende zou je God kunnen noemen, maar dan van een God die zich toont in de natuur, maar daar ook in verborgen blijft. Daar kun je verhalen over vertellen, verhalen waarin je de ontroering van de ervaring van dat omvattende steeds weer opnieuw invoelbaar maakt. Daar kun je over zingen, over dansen, over op trommels slaan, op lier en fluit en ramshoorns spelen.
Ook op de momenten dat de ontroering over het omvattende niet in de natuur zelf ervaren wordt kunnen we als mens toch die ontroering ook op een andere manier oproepen en ervaren in verhalen, dans en muziek.
Maar je kunt daar niet over spreken op de wijze van kennis van de wereld. Doe je dat toch dan maak je de ervaring koud.

Alle mystiek is van oorsprong natuurmystiek. In oude religies wordt over de ervaring van de werkelijkheid, bijvoorbeeld van de schoonheid van in de herfst verkleurende bomen, maar ook van de angst voor een hevig onweer, verteld in verhalen over een aanwezigheid van iets groots wat zich in de natuurverschijnselen openbaart. De ervaring van schoonheid of van de dreiging van een onweer wordt ervaren als een uiting van een aanwezigheid. Maar die verhalen zijn niet ‘waar’ in de zin van kennis van de wereld. Het zijn expressies van ervaringen.
Daar kun je dus verhalen over vertellen, verhalen waarin je de ontroering van dat omvattende steeds weer opnieuw invoelbaar maakt. Daar kun je over zingen, over dansen, over op trommels slaan, op lier en fluit en ramshoorns spelen.
Ook op de momenten dat de ontroering over het omvattende niet in de natuur zelf ervaren wordt kunnen we als mens toch die ontroering ook op een andere manier oproepen en ervaren in verhalen, dans en muziek.
Maar je kunt daar niet over spreken op de wijze van kennis van de wereld. Doe je dat toch dan maak je de ervaring koud.

In het westen geldt Dionysius de Areopagiet, die leefde eind 5de en begin 6de eeuw, als de grondlegger van de traditie van de christelijke mystiek. Opmerkelijk is dat hij schreef dat God zich niet alleen liet kennen in de heilige boeken van het christendom, maar evenzeer in de natuur. De Ierse filosoof Johannes Scottus Eriugena (c. 815 – c. 877) zei dat God zich had geopenbaard in twee boeken, de bijbel en het boek van de natuur.
De God van Dionysius en van Johannes Scottus is aanwezig in het hier en nu. Zijn aanwezigheid kan in het hier en nu ervaren worden.
De belangrijkste betekenis van Dionysius voor de christelijke mystiek is dat hij er de nadruk op legde dat je God weliswaar kunt ervaren, maar dat je onmogelijk kunt zeggen hoe en wat en wie Hij is. Daar moet je dus over zwijgen.

Laten we even terugkeren naar die wandeling van opa met zijn kleindochter.
Er is kennis van de wereld mogelijk door te onderzoeken waarom een boom in de herfst verkleurt. Die kennis kun je overdragen, bijvoorbeeld als opa aan je kleindochter of als professor aan je studenten.
Maar die ervaring van schoonheid kun je niet overdragen. Je kunt wel naar die bomen wijzen en zeggen ‘mooi hè’, maar dan mag je alleen hopen dat je lieve kleindochter herkent in haar eigen ervaring wat je bedoelt.
Zo is dat ook met de mystieke ervaring, die niet wezenlijk anders is dan die ervaring van schoonheid van die rode bomen.

Maar met die christelijke God is iets gebeurd. Zoals het alom bekende ‘Onzevader’ zegt : “Onze vader die in de hemel is.” De christelijke God is onder invloed van de Griekse filosofie uit de natuur verbannen - die zit dus ver weg in de hemel onbewogen gans anders te zijn. De natuur, dat is minderwaardige materie, het leven op aarde is een ondermaans tranendal. De God van de christenen is niet alleen verdwenen uit Jouwerd, maar uit onze leefwereld in het hier en nu.
De christelijke God in de hemel is een bedenksel geworden op de wijze van kennis van de wereld. De verhalen over God zijn waarheden geworden. De mystieke ervaring is zo exclusief betiteld dat alleen gevorderde en erkende top-christenen, zogenaamde heiligen, die zouden kunnen ervaren.

Ik wil de mystiek weer terug naar hier op aarde, om me heen, nu in de herfst tijdens een wandeling met jouw en met iedereen door het rodebomenbos. God is een rode boom. Over die God in de hemel kun je maar beter zwijgen bij het wijzen naar die boom, als je althans wilt dat je kleindochter begrijpt wat je bedoelt.


Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie: