Vragen?

Thomas en Johannes

    door Brigitte, 12/07/2013 09:15. #44761. 2 reacties, laatste

Regelmatig lees ik uw uitleg bij de logions en er vindt dan vaak een feest van herkenning plaats.
Een vraag die regelmatig bij mij opkomt, ligt in een verhaal over de Apostel Thomas dat ik hoorde in mijn jeugd.
Thomas wilde niet geloven, hij moest het zien voordat hij wilde geloven.
Vandaar dat hij de ongelovige Thomas werd genoemd.
Nu begrijp ik, op basis van uw teksten, dat Thomas niet iemand was die wilde geloven, maar op zoek was naar kennis. Op zoek naar zijn innerlijk weten.
Een interpretatie, die het gedrag van Thomas in een ander daglicht stelt.
De vraag die sindsdien steeds door mij hoofd blijft spelen is: werd 'de ongelovige Thomas' zo genoemd, omdat het Thomas Evangelie eigenlijk altijd al bekend is geweest?


De Thomas van het Thomas-evangelie, dat is inderdaad 'de ongelovige Thomas' uit het Johannes-evangelie.

Het is na de vondst van Thomas duidelijk geworden dat de schrijver van het Johannes-evangelie bewust stelling neemt tegen de kernboodschap van Thomas.

Voor Thomas is wezenlijk dat Jezus tegen hem zegt:
Ik ben jouw meester niet. (logion 13)

Johannes laat Jezus daarentegen zeggen:
Jullie zeggen altijd “meester” en “Heer” tegen mij, en terecht, want dat ben ik ook. (Johannes 13)

Thomas laat Jezus zeggen:
Wie uit mijn mond drinkt zal zijn zoals ik
en ik zoals hij. (logion 108)


Johannes daarentegen maakt Jezus wezenlijk ongelijk aan de mens:
Jezus vervolgde: U bent van beneden, ik ben van boven; u hoort bij deze wereld, ik hoor niet bij deze wereld. (Johannes 8:23)

De verlossing volgens Thomas bestaat uit de ontdekking dat 'het licht' in elk mens zelf aanwezig is en daar ook gevonden kan worden:
Er is licht in een mens van licht,
en zo iemand verlicht de hele wereld.
Als hij niet straalt, is hij duisternis. (logion 24)


En over dat licht in elk mens zegt Thomas:
Jezus zei: Als je tevoorschijn brengt wat in je is zal dat je redden. Als je niet tevoorschijn brengt wat in je is,
zal het je doden. (logion 70)


Maar voor Johannes is dat anders. Daar is Jezus zelf, en alleen Jezus, dat licht:
Jezus nam opnieuw het woord. Hij zei: Ik ben het licht voor de wereld. Wie mij volgt loopt nooit meer in de duisternis, maar heeft licht dat leven geeft. (Joh 1:12)

Voor Thomas moet je het licht in jezelf vinden. Daar komt geen geloof aan te pas. Voor Johannes is Jezus het Licht, en bestaat de verlossing in het geloof in Jezus.

Thomas waarschuwt ook tegen de opvatting van Johannes dat 'het licht' alleen in het goddelijke is. Thomas zegt:
Maar het licht dat in hen is, blijft verborgen in het beeld van het licht van de vader. (logion83)
Als je het licht buiten jezelf zoekt, in God de Vader of in de vergoddelijkte Jezus, zul je juist daardoor het licht in jezelf onvindbaar maken.

Johannes vertelt dat Jezus, na zijn opstanding, de apostelen zegent en hen uitzendt om het evangelie te verkondigen. Fijntjes vermeldt hij dat Thomas daar niet bij was. De bedoeling is duidelijk: Thomas en zijn volgelingen horen niet bij de apostolische erfopvolging. En meteen daarop wordt Thomas door Johannes als klap op de vuurpijl 'de ongelovige' genoemd. (Johannes 20:19-29). Rome heeft zijn macht altijd gebaseerd op de apostolische erfopvolging. Het zal duidelijk zijn dat Rome geen belang had bij de boodschap van Thomas die de mens oproept het licht in zichzelf te zoeken. Rome kon zich daarbij beroepen op deze passage uit Johannes.

Het wezenlijke, overkoepelende verschil is dit: in Thomas is Jezus een rabbi, een wijze leermeester, een mens met de mensen, die zijn medemensen oproept het licht in zichzelf te zoeken. Voor Johannes is Jezus de goddelijke Christus, en hij dient ook zo erkend en gevolg te worden om verlost te kunnen worden van je zonden. Die zondigheid speelt in Thomas geen enkele rol.

Het grappige is nu dat de ontdekking dat Johannes zich bewust keert tegen uitspraken in Thomas, duidelijk maakt dat Thomas er al was voor het evangelie van Johannes werd geschreven. En daarmee erkent Johannes onbedoeld het belang van Thomas. Want daardoor is duidelijk dat het Thomas-evangelie toen al een brontekst moet zijn geweest voor een belangrijke stroming onder de volgelingen van Jezus, belangrijk en invloedrijk genoeg om je er fel tegen te verzetten. En zelfs wordt daardoor nog meer aannemelijk dat Thomas de oorspronkelijke boodschap van Jezus weergeeft en niet Johannes met zijn vergoddelijking van Jezus en zijn vernedering van de mens als een zondig en onbekwaam wezen.

In de zogenaamde synoptische evangeliën van Marcus, Lucas en Mattheus is Jezus nog gewoon Jezus. Voorzover hij daar verheerlijkt wordt is hij de messias uit het Oude Testament. Maar ook als messias is hij nog mens.
Paulus heeft Jezus nooit in levende lijve ontmoet. Hij schrijft zelf dat Jezus aan hem verschenen is in een visioen. Paulus is de eerste die van Jezus 'de Christus' maakt. Die paulinische Christus is vooral in de mens zelf aanwezig. Dat heeft nog iets gnostisch'. Johannes gaat een grote en wezenlijke stap verder en hij maakt Jezus tot de historische verschijning van 'de Christus', dus niet als een innerlijke Christus, maar als een uiterlijke goddelijke verschijning, ver verheven boven de mens. Het is die visie die gewonnen heeft en die is overgeleverd in de kerkelijke instituten, zowel rooms als protestants.



Beste Bram,
Ik heb de uitleg gelezen, deze is helder en mooi.
Het geeft kracht en moed.
Heel hartelijk dank.


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie:
 

Plaats zelf een nieuw bericht.