Vragen?

Vraag

    door Rob, 26/12/2016 16:48. #46836. 1 reacties, laatste

Beste Bram. Ik zit nu in de rubriek dat ik vragen mag stellen? Ik ben weer voor de 15 keer geloof ik, het stuk aan het doornemen dat je geschreven hebt: Het arrogante denken en het luisterende denken: de Demiurg en de Christus in ons. Ik ben momenteel ook bezig met de 7 -voudige indeling van de mens die ik op de theosofische websites gevonden heb. Wat ik vooral moeilijk vindt zijn de woorden of termen die gebruikt worden en deze te vergelijken met andere woorden of termen. Ik ben geen theosoof maar een onbenullige domkop. Daarom leg ik de volgende vragen bij een echte filosoof om na te checken of ik het goed begrepen heb of een beetje in de goede richting zit:
1: Oerbron: is dat de Atman? Het hoogste deel van de monade?
2:Sohia: het bewustwording van het bewustzijn, is dat de Buddhi, het voertuig van Atman?
3:De 2 zonen van Sophia: A de christus, is dit de hogere Manas, de manasaputra?( 3a, samen met 1 en 2 de eenheid die iedere reincarnatie overleeft)
3B de Demiurg: de Kama Manas/kama rupa, de lagere Manas, welke in de Kama Loka moet oplossen?

4: wat is de betekenis van de Pistis Sophia?: zijn we zelf gevallen engelen, die voorlopig afzien van de Nirvana, die afgedaald zijn en hier voor de mensheid ploeteren in de modder, om vervolgens weer naar de bron terug te keren?Zodat de oerbron weer ervaring heeft opgedaan en zich nog meer bewust is van zichzelf?Is dat uiteindelijk het doel van de oerbron?

De prana, de linga sarira en de stula sarira lijken me wel inderdaad belangrijke stoffelijke delen, ondanks dat Plato, in je artikel, van andere mening was. Want zonder stoffelijk lichaam kunnen we hier op aarde niet ploeteren voor het goede doel, toch?

Met vriendelijke groet,
Rob



Beste Rob, ik heb de indruk dat je al de termen die je noemt nogal letterlijk wilt verstaan, in de zin van 'Wat is het?
Niets van dat alles 'is'. Het zijn woorden in geloofsovertuigingen.
Je kunt je wel afvragen wat er mee bedoeld wordt. En elk woord heeft alleen betekenis binnen een eigen samenhang, binnen de eigen geloofsovertuiging.
De zeven dwergen kunnen niet begrepen worden door iets te vertellen over roodkapje. En roodkapje ken niet uitgelegd worden met het verhaal over de zeven dwergen.
Hoewel de theosofen geneigd zullen zijn om hun verhaal gnostisch te noemen, is er wezenlijk verschil. Er is overeenkomst en verschilt. Het verschil vind ik wel erg groot. Het verschil zit in de waardering van de materiële werkelijkheid.

Eerder schreef ik iets over gnostiek en advaita vedanta. Hier is het nog een keer:

Je kent ongetwijfeld de uitspraak uit het hindoeïsme “Gij zijt Dat” (Tat twam asi). Daarmee wordt bedoeld dat er iets in de individuele mens is dat wezensgelijk is aan het alomvattende wezen van de werkelijkheid. Wat er van ‘Dat’ in de mens aanwezig is, noemt men in het hindoeïsme Atman, het persoonlijke zelf. Het alomvattende wezen van de werkelijkheid heet daar Brahman, ofwel het kosmische zelf. Voor hindoes geldt: Atman is Brahman. Dat is ook het basisconcept van de advaita vedanta.
Zowel Atman als Brahman zijn zuiver bewustzijn. Dat bewustzijn toont zich in de mens als de Ziener, of de innerlijke getuige. Wij kunnen ons als mens bewust zijn van onszelf, maar ook van onze gevoelens en gedachten. We kunnen als het ware naar onszelf kijken. Wie kijkt er dan? Dat is Atman, het persoonlijk aandeel van de individuele mens in het kosmisch bewustzijn.

Dat concept van het toeschouwend bewustzijn is typisch oosters. Ik ken het niet op die manier binnen de westerse christelijk-mystieke traditie en ook niet in de westerse filosofie.

Tot mijn verrassing kwam ik een overeenkomstig concept tegen in de teksten die gevonden werden bij Nag Hammadi, met name in De Drievoudige Verhandeling.
In De Drievoudige Verhandeling wordt ‘de Vader’ van Jezus voorgesteld als een bron:
‘Hij is als een bron die niet opdroogt.’
Die ‘Vader’ is de bron van alle zijn. De werkelijkheid stroomt uit die bron voort. Dat is een permanent scheppingsproces.
De werkelijkheid is dus niet op één moment lang geleden geschapen en daarna aan zichzelf overgelaten, maar wordt in deze visie in stand gehouden in een nooit eindigend scheppingsproces.
Daar voegt De Drievoudige Verhandeling aan toe dat ook elk mens een ‘Vader’ is, dat wil zeggen dat ook elk mens een scheppend wezen is:
‘Want evenals Hij, zijn ook wie uit Hem voorgekomen in staat te scheppen.’

Dat lijkt heel veel op atman=brahman. Alleen zijn daar andere woorden voor gebruikt. Men spreekt in de gnostiek wel over de godsvonk in de mens.

Maar er is een wezenlijk verschil tussen het persoonlijk bewustzijn van de advaita vedanta en dat van de gnostiek.
Atman, het persoonlijk bewustzijn, de Ziener, van de advaita vedanta, is louter waarnemer. De Ziener ziet, maar neemt niet deel aan wat gezien wordt.
In de gnostiek is het persoonlijk bewustzijn scheppend aanwezig in wat het ziet.
Dat verschil heeft gevolgen.

De advaita vedanta noemt zich non-dualistisch. Wat bedoelen ze daarmee? De advaita vedanta leert dat het bewustzijn ‘het Ene’ is. Alleen aan het bewustzijn komt het kenmerk van bestaan toe. Het bewustzijn en alleen het bewustzijn bestaat. Het bewustzijn is de ultieme en enige werkelijkheid.
Alles wat het bewustzijn ziet is maya, illusie, en bestaat dus niet. De kosmos, de aarde, mijn lichaam, mijn gevoelens en gedachten, dat is allemaal maya, niet werkelijk bestaand.

In de advaita vedanta wordt dat standpunt over het niet-bestaan van het waargenomene consequent doorgedacht. Zoals Shankara, een van de grote oergoeroes van de advaita vedanta, zegt:
‘Het bewustzijn is werkelijk, het heelal is onwerkelijk.’
Op grond daarvan noemt de advaita vedanta zich non-dualistisch.
Laten we daar helder over zijn. Alleen door de waargenomen werkelijkheid een niet bestaande illusie te noemen, kan de advaita vedanta zich non-dualistisch noemen.

De advaita vedanta kent een onverloste staat. Wat is dat? Die bestaat uit gehechtheid aan het waargenome, dus aan de kosmos, het lichaam, de gevoelens en gedachten. Door die gehechtheid verkeert de mens in een staat van illusie. Shankara zegt over mensen die daaraan gehecht zijn:
‘Dergelijke mensen zijn zelfmoordenaars. Zij klampen zich vast aan het onwerkelijke en richten zichzelf te gronde.’
De verlossing, moksha, een staat van permanente gelukzaligheid, kan alleen verkregen worden door totale onthechting van al het waargenomene. Shankara:
‘Onthechting is het volledig opgeven van alle genoegens van de ogen, de oren en de andere zintuigen, het opgeven van alle objecten van voorbijgaande vreugde, het opgeven van verlangen naar een fysiek lichaam.’
Maar lastig is dat wel. Shankara zegt daarover:
‘Dit alles kan niet verworven worden tenzij door de verdiensten van wel dat honderd miljard goed geleefde levens.’
En dan alleen nog, ook volgens Shankara:
‘door Gods genade.’

En nu de gnostiek. Ook daar wordt het persoonlijk bewustzijn gezien als wezensgelijk aan ‘de Vader’ het kosmisch bewustzijn als de bron van alle zijn.
En ook de gnostiek kent een onverloste staat. De onverloste staat van de gnostiek ontstaat door de afgescheidenheid tussen het persoonlijk bewustzijn en het bewustzijn van ‘de Vader’. Dan leef je in een wereld van angst. In de gnostiek noemt men dat ‘de dwaling’. De gnostiek als spiritueel pad gaat over het herstel van die verbinding. Dat heet ‘de twee één maken’ of ook wel: ‘de opstanding.’ De wereld van angst wordt dan een wereld van liefde. Maar wat heeft dat herstel voor gevolgen voor de werkelijkheid zoals we die waarnemen: de aarde, ons lichaam, onze gevoelens en gedachten, de bloemetjes en de bijtjes?

In een tekst uit Nag Hammadi, Het Gesprek met de Verlosser staat:
‘De verlosser zei: De lamp van het lichaam is het bewustzijn. Als je binnenste helder is, straalt je lichaam.’
In het gnostische Evangelie van Filippus staat:
‘Het is noodzakelijk om in dit vlees op te staan, omdat alles daarin aanwezig is.’
En:
‘Een heel mens is helemaal heilig, met inbegrip van zijn lichaam.’
Het evangelie van de Waarheid ziet de betekenis van Jezus als volgt:
‘Hij reinigt het al en brengt het terug tot de Vader en tot de Moeder.’
Door het herstel van de verbinding van het persoonlijk bewustzijn met het bewustzijn van ‘de Vader’, verlaat men de wereld van angst en wordt men medeschepper van de wereld van liefde.
Het helderst is dat verwoord in het evangelie van Thomas:
‘Het koninkrijk is in je hart en in je oog’
Wat je ziet, als waarnemer, is afhankelijk van je verbinding met de bron van alle zijn. Ben je daarvan afgesloten, dan zie je een wereld van angst. Ben je ermee verbonden, dan kijk je met ogen van liefde. Nee, dan is de werkelijkheid niet meteen veranderd in een paradijs. Maar je zult dan wel weten wat je bestemming is in het hier en nu.

Samenvattend: de overeenkomst tussen gnostiek en advaita vedanta is dat het persoonlijk bewustzijn wezensgelijk is aan het kosmisch bewustzijn.
Het verschil, en dan vooral een verschil voor de alledaagse praktijk van het leven, zit in de waardering van het aardse bestaan. Voor de advaita vedanta is de alledaagse werkelijkheid slechts een illusie waarvan men zich dient te onthechten. Voor de gnostiek is de alledaagse werkelijkheid het scheppende werkterrein van de liefde, als deelnemer in het scheppingsproces van ‘de Vader’.
Daarbij gelden de gevoelens als boodschappers van de ziel. De gevoelens, als de taal van het hart, laten ons weten wat ons te doen staat en wat niet.

Als je dit in de gaten houdt kun je wellicht zelf wat beter allerlei termen hun juiste plaats geven in hun eigen verhaal.


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie:
 

Plaats zelf een nieuw bericht.