2. Het ware zelf.

zelfrealisatie en naastenliefde

    door Paul Van Tieghem, 20/04/2013 16:17. #44571. 38 reacties, laatste

Leidt zelfrealisatie altijd tot naastenliefde ?
Automatisch ?


Dat is een heel wezenlijke vraag Paul. Ik kom daar over een paar dagen op terug.


Maar nu vast dit: er is niet zoiets als een onomstotelijke, onpersoonlijke waarheid waaruit een zeker antwoord op je vraag kan worden afgeleid. Maar wat dan wel?
Het antwoord gaat allereerst om keuzes. Er zijn geen waarheden, maar wel keuzes met gevolgen. Er zijn keuzes die waargemaakt kunnen worden.
Je kunt je ook niet op een waarheid beroepen om aan je eigen keuzes te ontkomen. Alles is altijd een keus, ook hier. Je bent onherroepelijk vrij.
Je kunt die vrijheid wel ontkennen, maar ook dat is een keuze.
En is dan wat ik nu zeg geen waarheid?
Nee, dat is het niet. Het is mijn keus voor een waarheid waaruit ik wil leven, omdat ik mijn vrijheid niet prijs wil geven aan een waarheid buiten mij, hoe spiritueel ook verpakt. Ik heb vaak voor dat soort keuzes gestaan, maar de aangeboden waarheid heb ik steeds ervaren als een verleiding tot een verraad van iets heel wezenlijks van en in mijzelf en daarom als een reden om er niet in mee te gaan. En juist dat heeft mij iets gebracht wat ik als een geldig antwoord op jouw vraag ervaar. Maar daarover later meer.


Boeiend Bram en ik zie uit naar jouw verdere antwoord. Vroeger heb je al duidelijk gemaakt dat ook het boeddhisme kan verpakt worden als een waarheid buiten mij.
Nu was de oorsprong van mijn vraag het tekstje rond zelfrealisatie en meer bepaald: "Het zelf is de poort naar de eenheid met het omvattende. Die eenheid is de basis van naastenliefde, niet als gebod, maar als vanzelfsprekendheid."


#44576 aanvulling van vorige tekst.
Vroeger heb je al duidelijk gemaakt dat je moet voorzichtig zijn voor een waarheid buiten jezelf hoe spiritueel verpakt ook. En dat was als reactie op mijn ervaring dat boeddhistische inzichten mij vooruit hadden geholpen.


Beste Paul, daar kom ik dan met het beloofde meer uitgebreide antwoord op je vraag. Griep, koorts en een zeer hoofd vol watten weerhielden me eerder daarvan.

Je zei dat het boeddhisme je vooruit had geholpen. Dat is mooi, en dat geldt ook voor mij, alweer lang geleden.
Het boeddhisme is een rijke traditie. Ik heb er veel van geleerd, maar ik heb ook afstand genomen tot enkele, voor mij onaanvaardbare dogmatische waarheden in het boeddhisme. Je kan zelfs wel zeggen dat in die afstand mijn eigen ontwikkeling vorm heeft gekregen, wat tenslotte heeft geleid tot het stappenplan voor spirituele groei zoals je dat hier hebt aangetroffen.

Wat heb ik van het boedhisme geleerd?
In een boekje over Lama Mipham, een Tibetaan van de Nyingma-orde, las ik:

In deze natuurlijke staat, zonder iets vast te houden, daalt het onuitsprekelijk zinvolle neer, en verschijnt er een onbetwistbare ervaring.

Dat was voor mij een nieuw inzicht. Ik had mij voorheen al verdiept in de westerse mystiek, en daar had ik vernomen dat er zoiets was als een godservaring. De mystieke ervaring werd daar geduid als een ervaring van God. Jan Luyken beschrijft dat in zijn beroemde gedicht als volgt:
De ziele betracht de nabyheyt Gods

Ick meende oock de Godheyt woonde verre
in eenen troon, hoogh boven maen en sterre,
en heften menighmaal mijn oogh
met diep versuchten naer omhoogh.
maer toen ghij u beliefden ’t openbaren
toen sagh ick niets van boven nedervaren,
maer in den grondt van mijn gemoet
daer wierd het lieflijck ende soet
daer quamt ghy uyt der diepten uytwaerts dringen.
en, als een bron, myn dorstigh hart bespringen,
soo dat ick u, o godt! bevondt
te zyn de grondt van mynen grondt.

Jan Luyken heeft dus een bijzondere ervaring meegemaakt. Die ervaring is wat die is. Maar Luyken kent daaraan vervolgens een betekenis toe: het was God, en niet zomaar een god, maar de God van het christendom, en ook niet zomaar een christelijke God: het was de God van de protestanten, zelfs die van Calvijn.

Bij Lama Mipham las ik voor het eerst een heel andere benadering van die ervaring. Hij noemde het een natuurlijke staat van het bewustzijn. Dat was voor mij nieuw, en ik vond het mooi. Daar kon ik wat mee, want ik heb niets met de calvinistische God van Jan Luyken. Het boeddhisme heeft voor mij de mystieke ervaring losgemaakt van het christendom.

Maar ook Lama Mipham doet iets met die ervaring. Want wat is het doel van het boeddhisme, en dus ook van Lama Mipham? Dat is om die bijzondere staat van bewustzijn permanent te maken. Dan ben je verlicht.
Let wel: hier gebeurt iets. De staat van bewustzijn die Lama Mipham beschrijft, is wat die is. Die hoort bij het gegevene van de werkelijkheid. Maar net als Jan Luyken voegt Lama Mipham daar iets aan toe: het streven om permanent in die bewustzijnstoestand te willen verblijven. En daarmee geeft hij die ervaring een plaats binnen het boeddhisme als leer, zoals Jan Luyken die ervaring plaatste binnen de leer van Calvijn. Daarmee doen ze hetzelfde als de drie eerste roodborstjes in mijn verhaal over het mysterie van het everzwijn: ze brengen beide een op zich staande ervaring onder in een betekenisstructuur. Ze duiden die ervaring en voegen er conclusies aan toe die niet tot de ervaring zelf behoren.

De exclusieve gerichtheid op de God van het christendom van Jan Luyken en de exclusieve gerichtheid op de permanente staat van gelukzaligheid in het boeddhisme hebben gevolgen: de ontkenning van de alledaagse staat van zijn, de ontkenning van ‘de gewone wereld’. Daar hoort bij de verachting van het lichaam. Lama Mipham schrijft:
Wat wij een lichaam noemen is niet anders dan deze onreine delen:
Vlees, bloed, beenderen, merg en vet;
inwendige organen en holle organen;
ledematen, zintuigen;
ontlasting en urine, wormen, haar, nagels enzovoort.
Dus, als je het lichaam gaat zien als een smerige machine, een hoop stenen, stokken en pus,
een zeepbel die op het punt staat uit elkaar te spatten,
blijf dan met oplettende aandacht bij dit waarde volle inzicht.

Er zijn dus twee overeenkomsten:
-de mystieke ervaring, die is wat die is, als een universeel menselijke mogelijkheid;
-de verachting van het lichaam als toevoeging achteraf aan die ervaring.
Meer nog in het algemeen kun je zeggen dat zowel boeddhisme als calvinisme wereldvijandig zijn. Die wereldvijandigheid is geen eigenschap van de mystieke ervaring. Het is een duiding achteraf die er denkend aan is toegevoegd. Het zijn waarheden die alleen als bedenksel bestaan, kortom als een dogmatisch geloof dus.
Ik ervoer de wereldvijandigheid en met name de verachting van het lichaam, zowel in het christendom als in het boeddhisme, als een hoogst curieuze overeenkomst. Voor mij was dat vervolgens een reden om afstand te nemen van het boeddhisme als leer, zoals ik al eerder afscheid had genomen van Calvijn.

De mystieke ervaring als een natuurlijke staat van zijn vind je terug in mijn toelichting bij de proloog van het Thomas-evangelie. Ik noem het daar het transpersoonlijk bewustzijn. Dat is een benoeming die los staat van enige vorm van religie of leer, omdat ik, net als Lama Mipham, dat beschouw als iets wat tot de natuur van de mens behoory, iets waartoe elk mens in staat is, zonder dat je gelovig of boeddhist hoeft te zijn.
En waarin wijkt die proloog nu af van Calvijn en het boeddhisme? Voor mij is dat heel wezenlijk. Namelijk hierin dat aan het alledaagse bestaan, met alles erop en eraan, inclusief het lichaam en alle lichamelijke ervaringen, dezelfde waardigheid toekomt als die van de mystieke ervaring. Ik vond het buitengewoon verrassend om te ontdekken dat het Thomas-evangelie die twee toestanden van het bewustzijn, het alledaagse en het mystieke, met elkaar wil verenigen in volkomen gelijkwaardigheid. Dat heet ‘de twee één maken’. Dat is het tweeling-aspect van het Thomas-evangelie.
Daarin herkende ik mijzelf. Zo wil ik ook zelf in het leven staan. Voor mij heeft dat alles te maken met overgave aan het leven in al zijn aspecten, met niets daarvan buitengesloten.
Dat is voor mij een fundamentele keus waar alle andere antwoorden voor mij uit voortvloeien, ook het stappenplan voor spirituele groei.

Beste Paul, ik kom nog terug op je vraag, want het bovenstaande is nog geen antwoord, maar wel vast een fundament waar mijn antwoord uit voortkomt.



Ik glip even tussendoor Bram..

Zo wil ik ook in het leven staan.


Dat is het mooie Harry, dat jij en ik daarin niet alleen staan. Ook dat is voor mij een verrassende ontdekking geweest.


Fijn dat je er terug bent Bram.
En je boeit me !


Van het boeddhisme heb ik het inzicht overgenomen dat de mystieke ervaring niet noodzakelijk een godservaring genoemd hoeft te worden, maar dat die een natuurlijk vermogen is van de mens.
Maar met een andere opvatting in het boeddhisme die met de mystieke ervaring te maken heeft, ben ik niet meegegaan. Het boeddhisme streeft ernaar de gelukzalige toestand van de mystieke ervaring permanent te maken en wijst daarom de alledaagse ervaring van de werkelijkheid af.
De krasse stellingname die uit die afwijzing voortkomt is dat de alledaagse werkelijkheid een illusie is. Die illusie wordt door gehechtheid in stand gehouden. We kunnen ons daarom van de illusie bevrijden door ons geheel van de alledaagse werkelijkheid te onthechten.
Maar waarom en vooral hoe zouden we ons moeten onthechten? Daartoe moeten we ons bevrijden van het lichaam. We zijn gehecht aan ons lichaam, leert ook Lama Mipham die ik hiervoor al citeerde. Willen we de staat van verlichting bereiken die het boeddhisme belooft, dan moeten we ons bevrijden van de begeerte die het lichaam oproept.
En om je te bevrijden van het lichaam zijn er meditatieve oefeningen, waarbij je je lichaam bijvoorbeeld voorstelt als reeds gestorven en wegrottend. Daarmee leer je je lichaam voorstellen, zoals Lama Mipham voorschrijft, als ‘gezichtsbedrog, als het geprojecteerde beeld van een toverlantaarn.’ Kortom, het lichaam bestaat niet, het is slechts de projectie van je eigen geest.
Het is de illusie van het lichaam, die de begeerte veroorzaakt, die ons dan weer aan het lichaam kluistert. Dus ook die begeerte is een illusie.
En wat is daar nou weer verkeerd aan? Die begeerte veroorzaakt lijden. En dat lijden is het tegenovergestelde van de mystieke ervaring. De begeerte die samengaat met de illusie van het lichaam houdt ons af van de staat van verlichting. Daarom zegt Lama Mipham:

Mediteer daarom over het vergankelijke lichaam,
want die is het wezen van het lijden zelf;
Zelfs als het zich voordoet als vreugde,
wordt ze later de oorzaak van het lijden.
Overweeg, zo goed als je kunt,
dat het lichaam de grondslag is
van al het lijden dat in de wereld bestaat.
Daarom noemt men het lichaam de oorsprong van het lijden,
een vuile modderpoel, een vuurkuil, een kannibalen-eiland.
Blijf bij dit inzicht,
dit is de wezenlijke leer over het lijden.
Zweer daarom elke gehechtheid af.
Dat zal de laatste sporen van schadelijke emoties vernietigen.
Naargelang je de ellende van het geconditioneerde bestaan inziet, leer je het onvoorwaardelijke ontkomen-aan-het-lijden- kennen,
en een onovertroffen sereniteit en vrede.

Eerder zei ik al dat ik niet meega in de boeddhistische verwerping van de alledaagse werkelijkheid en het streven om alleen in te zetten op de permanente toestand van gelukzaligheid van de mystieke ervaring.
Maar evenmin ga ik mee met de verwerping van het lichaam als bron en oorzaak van het lijden. Dat berust voor mij op een keus die ik al maakte lang voor ik met bezighield met het boeddhisme en de gnostiek. En daarom was ik zo verrast met een uitspraak uit het gnostische evangelie van Filippus:
Dit lichaam heeft alles wat nodig is voor de opstanding.
Niet alleen omarm ik het Thomas-evangelie waarin wordt benadrukt de twee één te maken, dat wil zeggen: het mystieke bewustzijn en het alledaagse bewustzijn, maar ook, en als voor mij een wezenlijke keus, het lichaam. Sterker nog: ik zie het lichaam als het anker in de werkelijkheid. Eenwording met de Bron gaat voor mij via het lichaam. Het herstel van het lichaamsbewustzijn, wanneer dat door allerlei overtuigingen verdoezeld en ontkend is, is daarom een wezenlijke onderdeel van de stapstenen voor spirituele groei.


@Niet alleen omarm ik het Thomas-evangelie waarin wordt benadrukt de twee één te maken, dat wil zeggen: het mystieke bewustzijn en het alledaagse bewustzijn, maar ook, en als voor mij een wezenlijke keus, het lichaam. Sterker nog: ik zie het lichaam als het anker in de werkelijkheid. Eenwording met de Bron gaat voor mij via het lichaam. Het herstel van het lichaamsbewustzijn, wanneer dat door allerlei overtuigingen verdoezeld en ontkend is, is daarom een wezenlijke onderdeel van de stapstenen voor spirituele groei.

Duidelijke uitleg Bram,

weet niet zo goed wat ik hier van moet denken, komt misschien omdat ik een tijd opgetrokken heb met Rozenkruisers,( en omdat ik Jehovah's Getuige ben geweest)

Word er een beetje paranoide van, er zit ergens in mijn achterhoofd het idee dat mijn lichaam tussen mij en die mystieke ervaring staat of dat mijn lichaam ''zondig''
is of nog erger, ik mij ''hecht aan begeerten of deze wereld'' als ik mijn lichaam accepteer zoals jij ook al aanhaalde,

Toch ben ik mij sterk bewust dat dat niet het geval is, tenminste, als ik naar mijn intuitie luister.


@
Maar waarom en vooral hoe zouden we ons moeten onthechten? Daartoe moeten we ons bevrijden van het lichaam. We zijn gehecht aan ons lichaam, leert ook Lama Mipham die ik hiervoor al citeerde. Willen we de staat van verlichting bereiken die het boeddhisme belooft, dan moeten we ons bevrijden van de begeerte die het lichaam oproept.

Dit is toch het antwoord..? - niet de bevrijding (of zelfs ontkenning) van het lichaam is essentieel, maar de bevrijding van de begeerte..
De staat van verlichting wordt eveneens door het lichaam ervaren als een bevrijding van al de zorgen en problemen die juist ontstaan door al die begeerten, die we menen: 'toch - O zo NODIG - te hebben.
Je te bevrijden van het lichaam is dus helemaal niet nodig. zoals Bram ook al zegt in de laatste alinea van #44595.
Het gaat erom je - te leren - vrij te maken van al die begeerten waarvan je meent dat je er niet buiten kunt..

Daarom nog even: ten overvloede waarschijnlijk, de uitspraak in #44595:

'Dit lichaam heeft alles wat nodig is voor de opstanding.'






Ik zie geen enkele reden, Leo, waarom we ons zouden moeten bevrijden van begeerte. In het woord 'begeerte' schuilt een negatieve betekenis, ongeveer zoals je een paardebloem 'onkruid' kunt noemen. Is datgene wat 'begeerte' genoemd wordt, wel 'begeerte' van zichzelf in de negatieve zin van het woord? Misschien is dat alleen maar een willekeurige betekenisgeving ergens aan.
In plaats van datgene wat begeerte wordt genoemd weg te willen werken kun je er ook anders naar kijken, er een andere betekenis aan geven, en er dan mee om gaan op een prettige wijze, of er zelfs van genieten.
Kortom, ik zie dat hele concept 'begeerte' niet zitten. En daarom hoef ik er ook niet van bevrijd te worden. Een paardebloem kun je ook mooi vinden.


Dit vind ik echt superinteressant,
Die verschillende manieren om te kijken naar begeerte,

Zelf heb ik hier lang moeite mee gehad omdat begeerte inderdaad bij mij toch vaak ongewenst was, niet zozeer omdat die begeerte op zich slecht is maar omdat ik het idee had dat mij van alles opgelegd werd door de natuur wat me irriteert,

Wil niets opgelegd krijgen, nu merk ik naarmate ik mij wat toleranter opstel naar mijn eigen begeerten ik me ook veel vrijer voel omdat ik daardoor toch meer de regie in handen krijg, Het voelt minder opgelegd en begeerten hoeven natuurlijk niet slecht te zijn,

Toch moet je naar mijn idee wel je impulsen beheersen.


Helemaal mee eens Bram!
Het woord of begrip 'Begeerte' hoeft niet persé negatief te zijn, of als zodanig te worden opgevat.
Je kunt ook best wel 'leuk begeren..' ha, ha! en dat hoeft dan ook niet negatief te zijn. :-)
Fijn dat jij een paardebloem ook best wel mooi vindt!



Het valt mij op dat die afwijzing van het lichaam te maken heeft met angst voor intuïtief weten en natuurlijk zijn. Kenmerken die vaak aan vrouwelijk zijn worden gegeven (maar net zo goed bij de man horen...). Kan mij niet aan de indruk onttrekken dat met name vrouwen daarom in een ondergeschikte rol worden geplaatst. Wist eerder niet dat in het boeddhisme je als vrouw niet verlicht kan raken, maar gelukkig wel als laatste leven dan in een mannelijk lichaam mag terug komen om de uiteindelijke stap te maken... Nou, ben ik even blij dat ik een vrouw ben, kan ik die hoop nu wel laten varen!

Zelf herken ik dat niet in het lichaam willen zijn te maken heeft met pijnlijke ervaringen en een behoefte aan controle. In het denken zitten in plaats van in het gevoel was voor mij een overlevingsstrategie en dat creëerde juist meer illusies, zeker ook op spiritueel vlak, er waren ideeën over ... maar geen werkelijk ervaren. Gegrond raken betekende voor mij ontkende en verdrongen pijn aangaan en daarbij een werkelijk vertrouwen hervinden dat het ook te doen is. Sterker nog dat het juist deze overgave is wat 'gevraagd' wordt. Nog steeds is gegrond zijn soms lastig maar als ik mij verbonden weet dan voel ik een rust en een tintelende blijheid door mijn lichaam gaan, dat ik als een groot kado ervaar.


Marianne, je zegt:
"Het valt mij op dat die afwijzing van het lichaam te maken heeft met angst voor intuïtief weten en natuurlijk zijn."

Michel heeft daarvan een prachtig voorbeeld gegeven:
"Word er een beetje paranoide van, er zit ergens in mijn achterhoofd het idee dat mijn lichaam tussen mij en die mystieke ervaring staat of dat mijn lichaam ''zondig''
is of nog erger, ik mij ''hecht aan begeerten of deze wereld'' als ik mijn lichaam accepteer zoals jij ook al aanhaalde.

Zo kan dus een overtuiging je angstig maken voor je natuurlijke zijn en zelfs voor je intuïtieve weten.

En natuurlijk, de ontkenning van het lichaam is een pijnvermijdende reactie. Daar is de boeddhistische tekst die ik hierboven aanhaalde heel duidelijk, zelfs boeddhistisch dogmatisch in: het lichaam is de bron van het lijden. Dus: weg met het lichaam, net doen alsof het niet bestaat, alsof het alleen maar illusie is. Als het lichaam louter illusie is, dan is dus ook pijn een illusie. Doen alsof het lichaam niet bestaat is werkelijk een ultieme vorm van ontkenning.

Ik vind het mooi dat je je bestaan 'gegrond' noemt. Dat is iets heel anders dan 'verlicht'. Ik ga ook voor gegrond, precies zoals je dat beschrijft. Niet vluchten voor de pijn in ontkenning, maar aangaan in overgave. En dat is een heel lichamelijk proces.


Bram, ik waag het nog eens om de vraag ik eerder gesteld heb nog eens te herhalen want ze blijft in mijn hoofd dwalen. (zie 44571 en 44572) Leidt zelfrealisatie tot naastenliefde ? Automatisch ? Altijd ?
Ik ben benieuwd wat jij en andere lezers hierover denken.


Beste Paul, ik begon mijn antwoord op je oorspronkelijke vraag met te zeggen dat er geen waarheid is waaruit met zekerheid een onbetwistbaar antwoord op je vraag is te geven - er zijn alleen keuzes met consequenties.
Ik ben nu bezig mijn keuzes helder te maken die tenslotte zullen leiden naar een antwoord op je vraag. Komt.
Eerst moet duidelijk zijn wat ik onder zelfrealisatie versta. Dat maak ik helder in het contrast en de overeenstemming met het boeddhisme, precies zoals het mijzelf vergaan is toen ik mij in het boeddhisme verdiepte. Door mijn nee en ja van toen werd mij helderder dan voorheen waar ik zelf sta en vooral wil staan. Mijn keuzes drongen zich als het ware aan me op, onontkoombaar. Dat was een prachtige voorbereiding op mijn latere studie van de gnostiek, omdat ik toen mijn eerdere strikt persoonlijke keuzes daarin kon terugvinden.


Dat er geen direct antwoord gegeven wordt zegt al genoeg. Het lijkt me goed om eerst duidelijk te krijgen wat zelfrealisatie inhoudt, daarna is alles hypothetisch.
Wie zal zeggen hoe 'diegene' zal handelen of niet zal handelen?


Hier moest ik bij de vraag van Paul aan denken..?

De God van Zarathustra legt uit dat Hij de mens geschapen heeft om de schepping te voltooien. Het woord voltooien dien je te verstaan als ‘te voorzien van tooi, te versieren.’ De mens moet de schepping versieren met liefde.
Daartoe plant Hij kennis van goed en kwaad in de harten van de mensen. Hij schenkt elk mens bovendien kennis van zijn persoonlijke bestemming en de nodige talenten om aan die bestemming te kunnen voldoen. En God zegt tegen Zarathustra:
“Laat daarom een ieder voor zichzelf oordelen wat hij behoort te doen.” (Gathas Y30)

Als een mens handelt in overeenstemming met de kennis van goed en kwaad die in hem aanwezig is, verbindt hij zijn eigen wil met die van God. God voegt daaraan de belofte toe:
"Vreugde voor hem die handelt in overeenstemming met zijn ziel.”

En:
“De eenwording met Mij kan alleen verkregen worden door daden van barmhartigheid.”


1ling, je zei:
"Wie zal zeggen hoe 'diegene' zal handelen of niet zal handelen?"
Nou, jij zeker niet. Jij bestaat toch niet? Jij bent toch alleen maar illusie?


Ha, Willeke, dank voor je reactie. Wezenlijk voor Zarathustra is dat de schepping geen illusie is. Daar sluit de tekst van logion 113 mooi bij aan: 'Het koninkrijk is uitgespreid over de aarde.'
Dus: geen verlossing van de wereld, geen verlossing van het lichaam, geen egoloosheid. Maar wel: zelfrealisatie als besef van je persoonlijke eigenheid, van je eigen individuele bestemming, en van de mogelijkheid zelf, woekerend met je talenten, een bijdrage te kunnen leveren aan de wereld.



Zou het andersom zijn?

Alleen naastenliefde leidt tot zelfrealisatie?


#44608@"Het lijkt me goed om eerst duidelijk te krijgen wat zelfrealisatie inhoudt"

Ik vind dit eigenlijk best een goeie vraag 1ling.
Zo vraag ik me nu af:wat houdt zelfrealisatie in voor mij?
De woorden die dan komen zijn..in het reine komen met mezelf, steeds weer opnieuw.
Woorden van de Mountain Dreamer helpen mij op momenten
als ik oog in oog sta met de pijn van mezelf of die van een ander of ik die kan laten zijn, zonder die weg te stoppen of minder erg te maken of beter te maken.


Zoals ik al zei, Nij: "Eerst moet duidelijk zijn wat ik onder zelfrealisatie versta." @44607
En het is niet zo dat er één eenduidige betekenis van dat woord bestaat. Je kunt dus niet zeggen: zelfrealisatie is....
Dus wil ik helder maken wat ik versta onder zelfrealisatie als wezenlijk onderdeel van de stapstenen voor spirituele groei. En ik wil dat vooral helder maken in bewust contrast met andere opvattingen zoals in het boeddhisme en de advaita vedanta. Ook in de advaita vedanta wordt alles wat we in het westen de materiële wereld noemen beschouwd als maya, illusie, inclusief het lichaam, begeerte en emoties.


@En het is niet zo dat er één eenduidige betekenis van dat woord bestaat. Je kunt dus niet zeggen: zelfrealisatie is....

Nee Bram dat is niet wat ik zeg.
Ik zeg wat waar is voor
mij, de betekenis die het voor mij heeft, niet als geldende waarheid.
Daarnaast lees ik jouw benadering met belangstelling.


Nij, je zei:
"Nee Bram dat is niet wat ik zeg."
Dat had ik al begrepen, hoor.


Voor mij betekent zelfrealisatie bewust de positie van mijn oorspronkelijke natuur innemen. Dan is er m.i. volmaakte synchroniciteit met wat is. Daar is voor mij geen behoefte aan hoop, of zelfs niet aan liefde, want liefde (en dan ook naastenliefde) is voor mij inherent aan mijn oorspronkelijke natuur. Dus de vraag van deze topic of zelfrealisatie leidt tot naastenliefde, dan denk ik dat ze samengaan en dat er geen weg is om er te komen, maar enkel door er te Zijn.


Dag Yvonne, dat heb je, wat mij betreft, prachtig verwoord. Maar, omdat ik hier nu probeer heel precies uit te leggen wat ik bedoel met zelfrealisatie, toch een kanttekening.
Ik citeerde een tekst uit de boeddhistische literatuur:
"In deze natuurlijke staat, zonder iets vast te houden, daalt het onuitsprekelijk zinvolle neer, en verschijnt er een onbetwistbare ervaring."
De schrijver daarvan, een Tibetaanse Lama, heeft het dus over 'deze natuurlijke staat'. Zoals ik al zei, heeft mij dat verlost van het idee dat de mystieke ervaring een godservaring is. De mystieke ervaring is een natuurlijke ervaring - hij behoort tot de natuur van de mens. Mooi.
Maar in het boeddhisme en ook in de advaita vedanta is dat de enige natuurlijke staat. Het lichaam en het zelf zijn daar geen deel van, evenmin als emoties; ze zijn deel van samsara, maya. Die behoren dus niet bij de natuur. Die worden beschouwd als niet werkelijk bestaand, dus als onnatuurlijk. Vandaar dus dat je als fundamentalistische boeddhist een medemens, waarmee je in discussie wilt, niet bij zijn naam noemt, maar 'diegene' noemt, en dan ook nog tussen aanhalingstekens. Want als je iemand bij zijn naam zou noemen dan suggereer je al dat die werkelijk zou bestaan. Oef. Net als calvinisten met hun tale Kanaäns hebben ook fundamentalistische boeddhisten zo hun eigen kenmerkende taalgebruik.
Dus, Yvonne, wat bedoel jij met je 'oorspronkelijke natuur'? Hoort daar ook dat aspect van je bestaan bij wat we in het westen gewoonlijk tot de natuur rekenen, de bloemetjes en de bijtjes en alles wat daarmee samenhangt? Is zelfrealisatie voor jou ook afscheid nemen van je lichaam?
En dat is een open vraag, een vraag die je niet met feitelijke zekerheid kunt beantwoorden. Je kiest voor het een of voor het ander. Voor een ieder die een mystieke ervaring heeft gehad is het een vraag die zichzelf opdringt, waar je niet omheen kan. Maar het antwoord is een keus.


#44627 Maar het antwoord is een keus.

Die je meerdere malen op een dag, week, leven mag maken.

De mystieke ervaring is dan het veranderpunt. De deur naar een nieuwe tijd die tijdelijk voorbij gaat volgens ogenschijnlijk vastomlijnde 'veilige' kaders. Tot zich weer zo'n ervaring voordoet en alles even op z'n kop lijkt te staan. En je een antwoord geeft, even niet meer meedoen om vervolgens weer verder te gaan.

Tot je huidige bestaan weer ophoudt en in een accent A',B' of C', #' vorm weer voortgaat.

Op die manier wordt de mystieke ervaring, voorzover je die herkend als zodanig, iets normaals. Iets van jou dat functioneel is voor jou wereld op dat moment.

De vraag die zich opdringt draait dan niet langer om het antwoord. Je weet dat de weg verder gaat. Of je nou kiest of niet.

Voor mij is het antwoord op de vraag dus niet meer of ik meedoe. Maar in welke vorm. Dus hoe doe ik mee? Want ook een fundamentalistische ascetische boedhistische monnik doet mee. Op een kussen, met een taal, met gedachten, met angsten, hoop en vrees, kleding en rituelen. Maar om daar achter te komen hebben sommigen het nodig een fundamentalistische boedhistische monnik te worden.

Ik zie er wel een waarde in om af en toe niet mee te doen en te beschouwen of wat je koos nog steeds functioneel is op het punt waar je nu staat. Dat punt is telkens anders. En daarom wordt die keuze in meer of mindere mate steeds opnieuw gemaakt. De mystieke ervaring is de alarmbel of de noodklok. Een lange periode van onachtzaamheid of een heftige, traumatische gebeurtenis zal leiden tot een zeer krachtige ervaring. Waar je van moet herstellen.

Daarin ervaar ik vrijheid maar ook een onrust. Omdat je weet dat er een moment komt waarop je die keuze niet meer kan maken. Dat is het moment waarop je sterft, berust en werkelijk niet meer mee doet. In de vorm die je steeds voor waar aan hebt genomen.

Om je daar op voor te bereiden is een heel leven en wellicht meerdere levens nodig om op die plaats, dus zonder lichaam en fysieke noden, je rust te vinden.

Het absolute antwoord op dat laatste is niet te geven zolang je leeft en voel zelf de behoefte daartoe op dit moment in mindere mate. Maar ik vermoed dat er momenten zullen komen dat de vraag weer terugkomt en dat ik er dan weer een antwoord op zal moeten geven door opnieuw een keuze te maken.

En nu ga ik de groene container aan de weg zetten want hij zit helemaal vol.


Leuk om hier weer eens te lezen.

Alle goeds en liefs voor eenieder.


Ha, Rienk, ook voor jou alle goeds en zo.
En dank voor je zinvolle bijdrage in 44630, en dan vooral voor deze zin:
"Voor mij is het antwoord op de vraag dus niet meer of ik meedoe. Maar in welke vorm. Dus hoe doe ik mee?"


Dankjewel Bram,

Dat is inderdaad de kern en de vraag die mij wel bezig houdt. En hopelijk ook nog een tijdje bezig mag houden.


En, Rienk, weet je wat ik nou het aardige vind van die vraag? Dat het een beroep doet op je creativiteit. Het antwoord kan niet meer ergens vandaan opgehaald worden, maar moet je zelf scheppen, zonder enige gronding buiten jezelf.


"Ondanks alle overeenkomsten heeft elke levenssituatie, als een pasgeboren baby, een nieuw gezicht, dat er nog nooit eerder is geweest is en nooit opnieuw zal komen. Het vraagt een reactie van jou die niet op voorhand voor te bereiden is. Het vraagt niets van wat al gebeurd is. Het vraagt aanwezigheid en verantwoordelijkheid; het vraagt jou."
Martin Buber



#44627 Ik heb het daar al eens eerder met je over gehad Bram, over dat voor mij alles Bewustzijn is, incl. gevoelens en gedachten. All inclusive. Niets uitgesloten.

Jij had het er toen over dat in de Advaita ook wordt gezegd dat alles Bewustzijn is, maar dat gevoelens en gedachten weer illusie zijn. Daar hebben we het uitgebreid over gehad.

Als alles Bewustzijn Is, dan is dat voor mij ook “Alles.”

Ik denk dat je jezelf heel goed de vraag kunt stellen of je de positie van je oorspronkelijke natuur inneemt of niet. Dat weet je gewoon, als een soort van innerlijk kompas.
Je hebt een persoonlijke natuur naast je oorspronkelijke natuur, en die 2 zijn samen 1.
Dus als persoon kan ik bewust die positie innemen, zo boven, zo beneden.
Het woord wordt vlees, zo iets.


@Je hebt een persoonlijke natuur naast je oorspronkelijke natuur, en die 2 zijn samen 1.
Dus als persoon kan ik bewust die positie innemen, zo boven, zo beneden.

Dit beleef ik ook zo Yvonne en ik ken ook heel goed het verschil tussen die twee naturen, krijg ook steeds meer het idee dat de ene natuur niet zonder de andere kan,
door het besef van je oorspronkelijke natuur valt voor mij wel veel weg,

vind niet zoveel dingen belangrijk meer maar dat maakt mij des te dankbaarder voor veel dingen waar ik eerst geen oog voor had, kleine dingen uit de natuur, de vorm, vogels, mijn eigen hartslag, enz...

Ik word gelukkiger door steeds meer alleen maar te zijn en me meer te richten op zaken waar het volgens mij echt om gaat.


Uit deze verhandeling over ' Het Ware Zelf ' wordt vooral heel duidelijk op welke wijze de zuiverheid van de Zijnsbeleving - hoe deze individueel ook mag zijn voor ieder -, in diverse religies en zelfs in het boeddhisme tot dogma's verstard wordt.

Zodra het denken op de een of andere manier de zuivere ervaring van het 'Zijn'.., - de natuurlijke staat van het bewust-zijn, wil gaan vastleggen, verstarren in een denkbeeld, dan heeft men een 'godsdienst' bedacht ( 'uitgevonden' ) En daarmee is de zuivere ervaring van die werkelijkheid tot een verstard beeld - een dogma - geworden!
En dan komt ook als schrille tegenhanger van dit verstarde godsbeeld, de eveneens verstarde en veroordeelde 'zondigheid' van de mens naar voren, .... waar de kerk zo graag mee dweept, want zonder welke zij geen bestaansmogelijkheid meer zou hebben.


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie:
 

Plaats zelf een nieuw bericht.