3. Non-dualisme.

kennis van goed of kwaad

    door Jurgen, 06/06/2016 23:43. #46731. 3 reacties, laatste

Geachte heer Moerland,

Momenteel ben ik uw boek Gnosis en Gnostiek aan het lezen. Hier schrijft u op blz. 148 "Dat verbod op de kennis van goed of kwaad in het Bijbelboek Genesis heeft mij altijd verbaasd". Ik ben persoonlijk niet heel bijbelvast maar ik heb dit verbod zelf juist altijd als iets non-dualistisch gezien. Als de Mens geen kennis heeft van goed of kwaad dan moet al zijn handelen uit zichzelf komen. En volgt hij niet gewoon de regels op die hij geleerd heeft. Dan kun je je dus niet beter voor doen dan je bent, je kunt niet gewoon goed doen omdat dat je een plekje in de Hemel oplevert bijvoorbeeld. Je kunt dan eigelijk alleen maar jezelf zijn.
Als u enigszins begrijpt wat ik bedoel ben ik benieuwd wat uw kijk hier op is.


Jezelf zijn sluit kennis van goed en kwaad in. Het is het morele besef van elk mens. Dat morele besef is de basis van vrijheid, want het stelt elk mens in staat zelf te oordelen.
Maar die vrijheid is niet populair bij machthebbers. Het waren de Joodse priesters die terugkeerden uit Babylonië die zich tegen die individuele morele zelfstandigheid verzetten, met hun verbod op de kennis van goed en kwaad.
Dat verhaal in Genesis, met het verbod op kennis van goed en kwaad, is overigens het jongste hoofdstuk uit het Oude Testament. Het staat nu weliswaar op de eerste plaats, de Bijbel begint ermee, maar dat is historisch niet correct. Het is het laatst geschreven en toegevoegd.


Bedankt voor uw verhelderende reactie. Nu is mij toch nog iets niet geheel duidelijk omtrent non-dualiteit. "Het goede en kwade behoort niet tot het domijn van de werkelijkheid". Kan ik dit opvatten als: er bestaan geen goede of slechte mensen, er zijn alleen mensen en deze mensen doen goede en slechte dingen? En als het klopt wat ik zeg hoe zit het dan Jahwe, Hij wordt binnen de gnostiek toch wel de Heer van het kwaad genoemd?


Wezenlijk voor de gnostiek is dat de mens een moreel wezen is. De mens bepaalt wat goed en kwaad is. Het weten daarvan is in de ervaring gegeven.
Dat is geen relativisme, in de betekenis dat dan alles maar mag en kan. Want de kern van het morele oordeelsvermogen van de mens is het weten van de liefde.
Laat ik een voorbeeld geven:

Meneer Pastoor
Laten we ons in gedachten eens een rooms-katholieke pastoor voorstellen, een echte herder in de goede betekenis van het woord, met hart voor zijn parochianen. Op een dag ontvangt hij een bericht dat in een gezin uit zijn parochie een kind geboren is, dat echter kort daarna ongedoopt is gestorven.
De pastoor kent het gezin goed en gaat er meteen heen. Hij weet hoe vol blijde verwachting de moeder en vader waren, en beseft dus de maat van hun verdriet.
Wat moet hij daar zeggen?
Kerkvader Augustinus beweerde in de vijfde eeuw dat een kind al bij zijn geboorte één en al zondigheid is. Hij voegde er aan toe dat een pasgeboren kind, wanneer het sterft zonder gedoopt te zijn, niet door de doop gereinigd zou zijn van de erfzonde.
Die opvatting is door de rooms-katholieke kerk als geldig overgenomen.
Als trouw en gelovig lid van de kerk is de pastoor ook die overtuiging toegedaan. Dat heeft hij zo geleerd, en hij heeft dat nooit betwijfeld. Hij weet dus wat hij de ouders als dienaar van de kerk te vertellen heeft. Hij moet hun mee gaan delen dat hun kind niet in gewijde aarde begraven mag worden. Want dan zou het met zijn zondige lichaampje de gewijde aarde ontheiligen.

Maar, op weg naar het huis van de bedroefde ouders gaat de pastoor steeds langzamer lopen. Er rijst een protest in hem op. Er speelt zich in hem een strijd af tussen de zekerheid van zijn geloof zoals hij dat heeft geleerd, en de innerlijke weigering daarnaar te handelen.
Die weigering is hem niet aangeleerd. Die dient zich zomaar vanzelf in hem aan. Dat is een uiting van het weten van de liefde zoals die in elk mens aanwezig is.
Wat zal hij straks doen? Wat zal hij volgen, zijn geloof of zijn innerlijke weigering?
Oog in oog met de verbijsterde ouders staat zijn mond hem niet toe de dingen te zeggen die hij zou moeten zeggen vanuit de augustijnse zondeleer. Er rest hem niets anders dan trouw te zijn aan het innerlijk protest. We kunnen in het midden laten wat zijn antwoord precies in-houdt. Maar het kind wordt in gewijde aarde begraven, tot troost van de ouders.

Wat geldt als het kwaad, in de traditie van de gnostiek? Dat is het willens en wetens handelen tegen het innerlijk weten van de liefde in.
Wat is het goede? Dat is het handelen vanuit het innerlijk weten van de liefde.

Met zijn verbod op kennis van goed en kwaad is Jahweh het mythische symbool van het kwaad, als de verleider die de mens ervan wil weerhouden naar het innerlijk weten van de liefde te luisteren.
in de uitleg van de gnostici is Jahweh degeen die Jezus in de woestijn probeert te verleiden om zijn charismatische kwaliteiten in te zetten om macht te verwerven over andere mensen.



Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie:
 

Plaats zelf een nieuw bericht.