Groeiend inzicht

Over het Moeder-Ei

    door Johan, 06/10/2009 12:44. #37208. 0 reacties, laatste

Over het Moeder-Ei


MIRDAD: In de stilte van deze nacht wilde Mirdad uw bezinning leiden naar het Moeder-Ei.

De Ruimte, en al hetgeen zich daarin bevindt, is een ovum, een ei, waarvan de dop gevormd wordt door de Tijd. Dat is het Moeder-Ei.
Door dit Ei te omgeven, zoals de lucht de Aarde omgeeft, onthult zich God, de Macro-God, het onbelichaamde, oneindige, onuitsprekelijke Leven.
Besloten in dit Ei, is God verhuld, de Micro-God, het belichaamde, evenzeer oneindige, onuitsprekelijke Leven.
Hoewel het Moeder-Ei naar s mensen maatstaven onmetelijk is, zo heeft het toch zijn grenzen. Terwijl het zelf niet oneindig is, grenst het aan alle zijden aan de oneindigheid.

Alle dingen en wezens in het Universum zijn slechts ruimte-tijd-eieren, die dezelfde Micro-God in zich besloten houden, doch in verschillende stadia van ontplooiing. De Micro-God in de mens heeft een grotere ruimte-tijd-ontplooiing dan de Micro-God in het dier; en die in het dier een grotere ontplooiing dan die van de plant, enzovoort, al naar de rangorde der schepping.
De talloze ova, die alle dingen en wezens, zowel de zichtbare als de onzichtbare, omvatten, zijn zo binnen het Moeder-Ei gerangschikt dat de grotere in ontplooiing de onmiddellijk erop volgende kleinere bevatten, hoewel zij door ruimten gescheiden zijn; enzovoort tot het kleinste ei, dat de oneindig kleine centrale kern is die in ruimte en tijd is besloten.

Een ei binnen een ei, binnen een ei, enzovoort, alle menselijke getallen te boven gaande, en alle door God en met God bevrucht, dat is het Universum, Arkgenoten.
Toch voel ik dat mijn woorden geen voldoende houvast aan uw verstand geven, en ik zou willen dat ze veilige, hechte spaken waren; dat alle woorden die ooit gesproken zijn, veilige hechte spaken waren in de ladder die tot het volmaakte Inzicht leidt. Richt u op aan meer dan woorden en met meer dan uw verstand, zo ge de hoogten en diepten en breedten zoudt willen bereiken, die Mirdad voor u wenst.
Woorden zijn, op zijn best, bliksemflitsen die horizonten onthullen; maar zij vormen niet de weg erheen; en nog minder zíjn zij die horizonten. Wanneer ik dan ook tot u spreek over het Moeder-Ei en over ova, en over Macro-God en over Micro-God, klemt u dan niet aan de letter vast, maar volgt de bliksemflits. En ge zult bevinden dat mijn woorden machtige vleugels zijn voor uw nog zwakke inzicht.
Neemt de Natuur rondom u waar. Ziet ge niet dat zij op het beginsel van het ei gebouwd is? Ja, in het ei zult ge de sleutel tot de gehele schepping vinden.
Uw hoofd, uw hart, uw oog is een ei. Iedere vrucht en iedere zaadkorrel ervan is een ei. Een druppel water en ieder zaad van ieder levend schepsel is een ei. En zijn de talloze bollen, die hun geheimzinnige banen op het aangezicht van het uitspansel beschrijven, niet alle ova, eieren, die de kwintessens van het Leven, de Micro-God in verschillende stadia van ontplooiing bevatten? Treedt niet het gehele Leven voortdurend uit een ei te voorschijn en keert het niet voortdurend in een ei terug?

Wonderbaarlijk en ononderbroken is het scheppingsproces. De stroom van Leven van de oppervlakte van het Moeder-Ei tot in het middelpunt ervan, en van het middelpunt naar de oppervlakte, gaat ononderbroken voort. Wanneer hij zich in Ruimte en Tijd ontplooit, gaat de Micro-God in de centrale kern van ovum tot ovum, van de laagste tot de hoogste graad van Leven, waarbij de laagste graad de minst, en de hoogste graad de meest in Ruimte en Tijd ontplooide is, terwijl de tijd voor de overgang van het ene ei in het andere varieert van een oogwenk tot een eoon. En zo gaat het proces voort, tot de dop van het Moeder-Ei doorbroken wordt, en de Micro-God als Macro-God te voorschijn treedt.

Aldus is het Leven een ontplooiing, een zich openvouwen, een groei en een voortgang, maar niet zoals de mensen gewoon zijn van groei en voortgang te spreken. Want groei is voor hen een toenemen in volume, en voortgang een voorwaarts gaan. Terwijl groei een alzijdige ontplooiing in Ruimte en Tijd is, en voortgang een beweging, die zich gelijkelijk in alle richtingen uitsteekt: achterwaarts zowel als voorwaarts en neerwaarts en zijwaarts en opwaarts. De laatste groei is daarom het ontgroeien aan de Ruimte; en de laatste voortgang het ontstijgen aan de Tijd, en het aldus binnengaan in Macro-God, en het bereiken van Zijn vrijheid van de banden van Ruimte en Tijd, die de enige vrijheid is die deze naam verdient. En deze is de bestemming van de Mens.

Denkt terdege over deze woorden na, o monniken. Als uw bloed ze niet zeer gretig indrinkt, zullen uw pogingen uzelf en anderen te bevrijden licht meer schakels aan uw en hun ketenen toevoegen. Mirdad zou u tot inzicht willen brengen, opdat ge alle hunkerenden kunt helpen te verstaan. Mirdad zou u de vrijheid willen doen binnengaan, opdat ge het ras van hen, die hunkeren naar de overwinning en de vrijheid, tot de Vrijheid zult mogen leiden. Daarom zal hij dit ovum-beginsel nog nader toelichten, in het bijzonder met betrekking tot de Mens.

Alle orden van wezens lager dan de Mens zijn ingesloten in groeps-ova. Zo zijn er dus voor planten evenveel ova als er plantesoorten zijn, waarbij de meer ontplooide al de minder ontplooide in zich besloten houden. En zo is het met insecten, vissen en zoogdieren; en altijd omgeven de meer ontplooide orden van Leven de orden lager dan zij, tot aan de centrale kern toe.
Zoals de dooier en het eiwit in het gewone ei tot doel hebben het embryonale kuiken te voeden en tot ontwikkeling te brengen, zo dienen alle ova, in enig ovum besloten, tot het voeden en ontwikkelen van de Micro-God daarbinnen.
In ieder volgend ovum vindt de Micro-God ruimte-tijd-voedsel dat een weinig verschilt van wat hem in het voorgaande ovum werd verschaft. Vandaar het verschil in ruimte-tijd-ontplooiing. Terwijl hij in gassen diffuus en vormloos is, wordt hij in vloeistoffen meer geconcentreerd en komt vorm nabij; in mineralen neemt hij duidelijk vorm en een vaste toestand aan, al blijft hij verstoken van alle kenmerken van Leven, die zich in de hogere vormen openbaren. In planten neemt hij vorm aan, met het vermogen om te groeien, zich te vermenigvuldigen en tot gevoelservaring. In dieren gevoelt hij, beweegt hij, plant hij zich voort, heeft hij geheugen en rudimenten van gedachten. Maar in de Mens verwerft hij, boven dit alles, een persoonlijkheid en de bekwaamheid aandachtig na te denken, zich uit te drukken en te scheppen. Zeker, s Mensen schepping verhoudt zich tot die van God als een kaartenhuisje dat door een kind is gebouwd, tot een prachtige tempel, of een voornaam kasteel, dat door een super-architect is gebouwd. Toch is het niettemin een schepping.
Iedere mens wordt een individueel ovum, waarvan de meer ontplooiden de minder ontplooiden in zich besloten houden, tezamen met de dierlijke, plantaardige en lagere ova tot aan de centrale kern toe. Terwijl de meest ontplooide, de Overwinnaar, alle menselijke en de beneden-menselijke ova omvat.

De maat van het ovum, dat enig mens omvat, wordt gemeten door de breedte van de tijd-ruimte-horizonten van die mens. Terwijl het Tijd-bewustzijn van de ene mens niet meer overziet dan de spanne van zijn kindsheid tot op dit uur, en zijn Ruimte-horizon niet meer omvat dan zijn oog kan waarnemen, reiken de horizonten van de andere tot in onheuglijke tijden en verre toekomsten, en tot afstanden in ruimten, die zijn ogen nog nimmer aanschouwden.

Het voedsel dat aan alle mensen voor hun ontplooiing wordt verschaft is gelijk, maar hun vermogen zich te voeden en het voedsel te verteren is niet gelijk; want zij zijn niet uit hetzelfde ovum gekomen, en niet op dezelfde plaats en tijd. Dit verklaart het verschil in hun ruimte-tijd-ontplooiing; en ook waarom er geen twee precies gelijk zijn.
Van dezelfde tafel, die voor alle mensen zo rijk en overvloedig gedekt is, verlustigt de een zich in de zuiverheid en schoonheid van goud, en is verzadigd; terwijl de ander zijn geneugte heeft in het goud zelf, en altijd hongerig is. Een jager die een ree ziet, krijgt de aandrang haar te doden en op te eten. Een dichter die dezelfde ree ziet, wordt als op vleugelen gedragen in ruimten en tijden, waarvan de jager nooit droomt.
Micayon, die met Shamadam in dezelfde Ark woont, droomt van uiteindelijke vrijheid en van de bergtop der bevrijding van de begrenzingen van Ruimte en Tijd, terwijl Shamadam altijd druk bezig is zich met langer en sterker kabels aan Ruimte en Tijd te kluisteren. Micayon en Shamadam zijn inderdaad, ofschoon zij vlak bij elkaar leven, wel zeer ver van elkaar verwijderd. Micayon omvat Shamadam; maar Shamadam omvat Micayon niet. Daarom kan Micayon Shamadam begrijpen, maar Shamadam niet Micayon.

Het leven van een Overwinnaar raakt het leven van iedere mens aan alle kanten; want zijn leven omvat het leven van alle mensen. Terwijl daarentegen het leven van een Overwinnaar door niemands leven aan alle kanten wordt aangeraakt. Aan de eenvoudigste mens verschijnt de Overwinnaar als de eenvoudigste mens. Aan de hoog ontplooide verschijnt hij als een hoog ontplooide. Maar er zijn aan hem altijd kanten, die alleen een Overwinnaar kan voelen of begrijpen. Vandaar zijn eenzaamheid, en het gevoel van in de wereld te zijn en toch niet ervan.

De Micro-God zou niet ingesloten, niet begrensd willen zijn. Hij werkt altijd aan zijn eigen bevrijding van de begrenzingen van Ruimte en Tijd, en gebruikt een intelligentie die verre boven die van de mens uitgaat. In lagere wezens noemt men het instinct. In gewone mensen noemt men het verstand. In hogere mensen duidt men het aan als profetisch vermogen. Het is dit alles en veel meer dan dat. Het is die onuitsprekelijke kracht, die sommigen zeer gepast De Heilige Geest hebben genoemd, en die Mirdad aanduidt als De Geest van het Heilig Inzicht.

De eerste Zoon des Mensen die de schaal des Tijds doorbrak en de grens der Ruimte overschreed, wordt terecht de Zoon Gods genoemd. Zijn omvatten van zijn goddelijkheid wordt zeer juist De Heilige Geest genoemd. Maar weest verzekerd dat ook gij zonen Gods zijt, en dat ook in u de Heilige Geest doende is zijn doeleinden tot vervulling te stuwen. Werkt met hem mede, en nimmer tegen hem in.
Maar laat niemand vóór hij de schaal des Tijds doorbreekt en de begrenzing der Ruimte overschrijdt, zeggen: Ik ben God. Zeg integendeel: God is Ik. Houdt dit terdege in gedachte, opdat niet hoogmoed en ijdele verbeeldingen uw hart verderven en het werken des Heiligen Geestes in u dwarsbomen. Want de meeste mensen werken het werk des Heiligen Geestes tegen, en vertragen daardoor hun toekomstige bevrijding.
Om de Tijd te overwinnen moet ge de Tijd met de Tijd bestrijden. Om over de Ruimte te zegevieren moet ge de Ruimte de Ruimte doen verteren. Wie de vriendelijke gastheer tegen deze beide speelt, zal een gevangene van beide blijven, en een gijzelaar voor de eindeloze grollen van Goed en Kwaad.

Zij die hun bestemming gevonden hebben en branden van verlangen om deze te verwezenlijken, verliezen geen tijd met het vertroetelen van de Tijd, en geen voetstappen met rondgaan in de Ruimte. In één kort leven kunnen zij eonen van tijd verwerken en onmetelijke uitgestrektheden overspannen. Zij stellen zich niet in op de Dood, om door deze in het volgende ovum te worden opgenomen; maar vertrouwen erop dat het Leven hen zal helpen de schalen van vele ova tegelijk te doorboren.
Daartoe moet ge u van alles losmaken, opdat Ruimte en Tijd geen greep zullen hebben op uw hart. Hoe meer ge bezit, hoe meer ge bezeten wordt. Hoe minder ge bezit, hoe minder ge bezeten wordt.

Ja, weest los van alles, behalve van uw Geloof, uw Liefde, en uw hunkering naar verlossing door Heilig Inzicht.

Groetjes



Er zijn nog geen reacties geplaatst.

Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie:
 

Plaats zelf een nieuw bericht.