Zelfwerk 6. De dialoog met de ander

eenzaamheid en liefde

    door Nij, 20/11/2010 21:06. #39549. 2 reacties, laatste

"In de uiterwaarden woont een gans met een kapotte vleugel. Ik zag hem vandaag toen ik vanuit de stad terugfietste naar huis. Hij stond op het grasveldje naast de dijk, tussen het benzinestation en de stille meren, voor degenen die Arnhem een beetje kennen. En hij was alleen. Moederziel alleen zelfs, met een vleugel die verfomfaaid in de hoogte stak, en een stijf opgericht hoofd waarmee hij gespannen alles in de gaten hield.
Ganzen zijn nooit alleen. Ik heb ze al vaak geobserveerd tijdens mijn verkenningstochten door de uiterwaarden, en me verbaasd over hun sociale structuren. Vaak zie ik ze in paren, de ene gans ontspannen eten van het gras, de andere waakzaam en oplettend. Vaak ook zie ik meerdere paren bij elkaar, en eens in de zoveel tijd zijn ze er met hun hele clan; een zee van ganzen, de velden van de uiterwaarden bedekkend. Maar altijd zijn er ganzen die het hoofd omhoog geheven hebben, die waakzaam en oplettend zijn, zodat de andere ganzen vredig kunnen eten. Ze zorgen voor elkaar, ze beschermen elkaar, en ik heb daarom meer dan eens gedacht: als ik een dier zou zijn, zou ik wensen dat ik een gans was.
Het beeld van de eenzame gans raakte me in mijn hart. Het was alsof er een ongezegde en hartverscheurende kreet om hem heen hing: Waar zijn jullie? Waar zijn jullie? Voor deze gans was er geen ontspannen eten bij, geen plek om zich toe te vertrouwen aan de zorg van anderen. Hij was alleen.
In de eenzaamheid van de gans herkende ik een thematiek die me de laatste dagen erg bezig houdt. Er is veel geluk in mijn leven tegenwoordig, heel veel geluk zelfs. Ik vind dat niet iets dat vanzelfsprekend is. Vanuit mijn eigen ervaring weet ik maar al te goed dat geluk niet maakbaar is, dat het niet iets is dat je als mens zelf kunt creëren. Ik ben me er zeer van bewust waar ik mijn huidige geluk aan te danken heb: dat is mijn medemens, mijn ‘tegenover’, degene die maakt dat ik tot leven kom. Ja, zo voelt het ook werkelijk: als ‘tot leven komen’. Ik bevind me tegenwoordig vaak in de gezegende situatie waarin ik mijzelf als mens volledig ‘uit kan schenken’, dat ik voluit kan geven wat ik te geven heb. Maar de voorwaarde waaronder dit gebeurt, is dat er een ‘tegenover’ is, een medemens met wie er een werkelijke ontmoeting kan zijn. Het is mede om die reden dat ik ooit heb gekozen voor een beroep rondom de dood; de dood maakt dat mensen eerder geneigd zijn zich te tonen, iets van hun wezen te laten zien, en dat is de basis voor een werkelijk contact.
Ik ben daar heel gevoelig voor. Ik merk het ogenblikkelijk wanneer zo’n contact tot stand komt. Ik ben dan als een kind zo blij, en vooral ook heel dankbaar dat zo’n ontmoeting er kan zijn. Dat zijn de momenten waarop ik niet naar woorden hoef te zoeken: de woorden komen vanzelf, want ik heb de mens tegenover mij gezien.
De afgelopen dagen werd ik me echter diepgaand bewust van de andere kant van al dit geluk. Want daar waar ik tegenwoordig een onnoemelijk geluk kan ervaren in de relatie, de verbinding met mijn medemens, zo doet het me evenzoveel verdriet wanneer die vreugdevolle verbinding afwezig is. De Ierse dichter, priester en filosoof John O’Donohue omschrijft dit als ‘het punt van absolute onverbondenheid met al het andere en met ieder ander’. Er is een verbondenheid tussen mensen, en tegelijkertijd onverbondenheid. Er is een punt waar je als mens afgescheiden bent, waar je per definitie alleen bent – net zoals de gans in de uiterwaarden. Dit is het ‘heilige gat’ in ons bestaan, dat we vruchteloos met van alles willen vullen – bezittingen, werk, eten, enzovoort. Dit is de plek die we als mens maar al te graag willen ontlopen, niet willen kennen - maar daarmee ontkennen we iets dat ons als mens vormt, iets wat ten grondslag ligt aan ons zijn.
Hoe ga je daar als mens mee om? Hoe overleef je als mens de schaduw van het niets, de umbra nihili, in de woorden van Meister Eckhart?
Ik heb daar natuurlijk geen antwoord op. Maar wat ik wel weet is dat de ontmoeting met de eenzame gans in de uiterwaarden mij leerde dat ik niet de enige ben die onder de schaduw van het niets leeft. Ik ben niet de enige die bij tijd en wijle een gevoel doormaakt van absolute onverbondenheid. En die wetenschap, het besef niet de enige te zijn, maakt dat ik met andere ogen naar mijn medemens kan kijken. Met zachtere ogen wellicht, met meer begrip voor het wezen van de mens tegenover mij. Dat is precies het moment waarop er een andere beweging wordt ingezet; dat het gevoel van onverbondenheid verandert in verbondenheid. Want wanneer we elkaar als mens kunnen herkennen in onze fundamentele eenzaamheid, geeft dat een gevoel van verbondenheid die al het andere overstijgt.
Ik zal hem nog eens opzoeken, de eenzame gans in de uiterwaarden. Ik zal naar hem kijken, en met hem wachten en hopen, in de wetenschap dat op een dag de andere ganzen eindelijk teruggekeerd zullen zijn."

Angela Stoof



Ach, wat mooi, Nij. Dank hiervoor.


Een prachtverhaal Nij. Wat is het toch heerlijk, bijna een zegen, dat er mensen zijn die met hun verhalen, vaak zó mooi onder woorden gebracht, mij kunnen raken. Dank!


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen wordt een bericht met http:// geblokkeerd.

Naam:
E-mail:
Reactie:
 

Plaats zelf een nieuw bericht.