De Geheime Woorden

Toelichting bij het Thomas Evangelie

Bram Moerland

(Je kunt ook alleen de tekst van het Thomas Evangelie bekijken.)

Spring direct naar logion of naar het volgende logion »


Proloog: Christus als ieders tweeling

Dit zijn de geheime woorden
die de levende Jezus sprak
en die zijn opgeschreven door Judas Thomas de Tweeling.

 

Het Thomas Evangelie begint meteen al spannend: 'Dit zijn de geheime woorden...'
Wordt ons de onthulling van een tot nu toe verborgen geheim toevertrouwd?

Waarom staat hier 'de levende Jezus? Omdat Jezus deze woorden sprak nog tijdens zijn leven? Dat zou kunnen. Of bedoelt men daarmee de opgestane Jezus na zijn kruisdood? Dat is niet waarschijnlijk omdat de kruisdood en de opstanding niet in Thomas voorkomen. Of is 'de levende' nu juist zo’n geheim woord waarvan we de betekenis nog moeten leren verstaan?
Misschien is die betekenis wel het geheim van Thomas, de kernboodschap van het hele Thomas-evangelie.

En waarom heet Judas Thomas 'de Tweeling'? Omdat hij een echte tweelingbroer van Jezus zou zijn? Dat lijkt niet erg waarschijnlijk. Wat betekent het dan wel?
De belangrijkste raadsels zijn gegeven: geheime woorden, levende Jezus, de Tweeling.
Wat zijn de antwoorden?
Als we de antwoorden op al deze vragen zouden weten, dan…

Christusnatuur
Laten we eerst eens stilstaan bij het woord 'tweeling'. Thomas betekent op zich al tweeling, dus het is dubbel op als daaraan nog eens wordt toegevoegd 'de Tweeling'.
Eigenlijk heet de schrijver van het Thomas-evangelie Judas. Dat is, zo kun je zeggen z'n alledaagse roepnaam. Maar hier wordt deze Judas tweemaal tweeling genoemd. Kennelijk is dat belangrijk. Waarom?
In het Thomas evangelie is ook ‘tweeling’ een ‘geheim woord’, dat wil zeggen dat de betekenis niet alledaags is, maar symbolisch.
Waar gaat het dan over? Het gaat over de twee naturen van de mens. Die vormen samen een tweeling.

Wij hebben als mens twee naturen.
De ene natuur is de persoonlijke natuur, waarbij men zichzelf ervaart als in de tijd geplaatst, met een geboorte en een dood. Dat is de mens met een geschiedenis en een persoonlijke identiteit. Daarbij hoort het 'persoonlijk bewustzijn'.
De tweede natuur van de mens is zijn tijdloze goddelijke kern. Deze tijdloze goddelijke kern van de mens heet in de gnostiek 'de Christus.' Als bijvoorbeeld in de brief aan de Kolossenzen in het Nieuwe Testament gezegd wordt: 'Het geheim is dit: Christus woont in u,' dan is dat voor een gnosticus duidelijk verstaanbaar. Ja, dat is het geheim waar het in de gnostiek over gaat. 'De Christus' woont in elk mens. Ook wordt over Paulus verteld dat hij de Christus in een visioen ontmoette. Precies, de Christus is geen historische persoon die men 'in het vlees,' als een ander mens, kan tegenkomen. De Christus is geïncarneerd, vleesgeworden, in elk van ons, niemand uitgezonderd.

Er is hier een grote verwantschap met het boeddhistische begrip 'Boeddhanatuur'. Elk mens, alle wezens en alle dingen hebben Boeddhanatuur, leert het boeddhisme. Het spirituele pad van het boeddhisme heeft als doel het persoonlijk bewustzijn van de individuele mens te verenigen met zijn eigen tijdloze Boeddhanatuur, die tegelijk ook de Boeddha-natuur is van de ganse werkelijkheid.
Ook in het hindoeïsme spreekt men over de twee naturen van de mens: Atman en Brahman. Atman is het persoonlijk zelf, Brahman het kosmisch zelf. Ook daar gaat het om de vereniging van Atman en en Brahman. In de Bhagavad Gita zegt Krishna (de goddelijke personificatie van Brahman) tegen Arjuna:
'Ik ben het Zelf tronend in het hart van de mensen.'
In de gnostiek wordt hetzelfde gezegd over de Christus.

Doel van de gnostiek is het persoonlijk bewustzijn te verbinden met het Christusbewustzijn. Dat heet in de gnostiek symbolisch: 'de vereniging in het bruidsvertrek'.

In het Nieuwe Testament wordt verteld dat Jezus door Johannes de Doper in de Jordaan gedoopt werd. Op dat moment, zo gaat de vertelling, daalt de Heilige Geest op hem neer.
We zijn gewend geraakt, want zo is ons dat geleerd, om die vertelling te lezen als het verslag van een historische gebeurtenis. Maar als we willen proberen het Thomas evangelie te verstaan moeten we op een heel andere manier leren lezen: ‘Wie oren heeft die hore’, zegt het Nieuwe Testament voortdurend. We moeten de geheime woorden leren verstaan, betekent dat. En als we dat hebben geleerd, horen we ook in de voor velen zo vertrouwde teksten uit het Nieuwe Testament een heel ander verhaal.
De Jordaan bijvoorbeeld staat symbool voor de stroom van het zijn die voortvloeit uit de oerbron van het leven, de Bron van alle zijn. De historische mens Jezus wordt hier symbolisch met zijn persoonlijke natuur ondergedompeld in de oerstroom van het leven, en ervaart op dat moment zijn tijdloze Christusbewustzijn. Hij is een Christus geworden en zal voortaan zijn discipelen leren hoe ook zij een Christus kunnen worden, dat wil zeggen, zich bewust worden van de Christusnatuur die reeds in hen, en in alle mensen, aanwezig is. En zijn discipelen kunnen op hun beurt die blijde boodschap weer doorvertellen, aan iedereen die het horen wil.

Op zoek naar je innerlijke tweeling
Maar hoe zit het nu met die tweeling? Welnu, Judas, de schrijver van dit evangelie (die we voortaan toch maar Thomas zullen blijven noemen omdat dat nu eenmaal gebruikelijk is) is een mens in de geschiedenis. Als mens in de geschiedenis heeft hij een persoonlijke natuur. Maar hij heeft ook een tijdloze, goddelijke kern, de Christus in hem. Zijn tijdelijke persoonlijke natuur is de tweeling van zijn tijdloze Christusnatuur, en andersom. Hier zeggen dat hij een tweeling is, betekent voor de oren van die tijd dat hij laat weten dat hij ernaar streeft zijn persoonlijke natuur te verbinden met zijn innerlijke Christusnatuur.
Thomas, de schrijver van dit evangelie, zegt hier dus eigenlijk voor wie oren heeft om te horen: 'Ik weet dat ik een tweeling in mij heb, en ik ga jullie lezers vertellen hoe jullie ook die tweeling in jezelf kunnen leren kennen.'

Net als deze Thomas, is dus elk mens een tweeling, met een persoonlijke natuur, je historische identiteit, en een Christusnatuur, je tijdloze goddelijke kern. Maar de meeste mensen kennen alleen hun persoonlijke natuur. De Christusnatuur in zichzelf zijn ze vergeten. De gnostiek als spirituele traditie roept nu de mens op zich je Christusnatuur te herinneren, op zoek te gaan naar je innerlijke tweeling.
Het spirituele inzicht dat elk mens een innerlijke tweeling heeft, vinden we ook terug in de traditie van kloosterlingen die bij hun intree een nieuwe naam krijgen, hun spirituele naam. Ze hebben dus een wereldse naam, uit de burgerlijke stand, en een spirituele naam die verwijst naar de Christusnatuur in henzelf. Van oorsprong verwijst dat naar de tweeling in zichzelf.

In oecumenische zin zijn gnostiek, boeddhisme en hindoeïsme en vele andere spirituele tradities slechts variaties op hetzelfde thema over de vereniging van de twee naturen van de mens. Al deze tradities kunnen elkaar aanvullen en verrijken. Alleen wie meent in het exclusieve bezit te zijn van de enige zaligmakende waarheid plaats zich buiten dat spirituele deelgenootschap.

Mens én God
Als in deze proloog wordt gesproken over de 'levende Jezus, is 'levend' ook zo’n symboolwoord. Waarom is Jezus levend? Hij wordt in de symbooltaal van de gnostiek levend genoemd omdat hij zich als mens verenigd heeft met zijn goddelijke Christusnatuur.
Zoals in het kerkelijk christendom gewoonlijk beleden wordt had Jezus twee naturen. Hij was mens én God. Die twee naturen van Jezus waren een heftig twistpunt bij het concilie van Nicea in 325 waarbij de grondtrekken van het kerkelijk christendom werden vastgelegd. Onder tegenstand van de monofysieten, zij die meenden dat Jezus alleen goddelijk, of alleen menselijk was, dus maar één natuur had, werd besloten dat Jezus zowel God als mens was.
Thomas zou het daar helemaal mee eens geweest zijn, maar met dien verstande dat hetzelfde geldt voor alle mensen, en niet alleen voor Jezus.
Want de kern van de spirituele boodschap van het Thomas evangelie is dat elk mens, niemand uitgezonderd, diezelfde twee naturen heeft als Jezus, en de mens in hem kan verenigen met de Christus in hem, om zo, net als Jezus, een 'levende' te worden, mens én God ineen.
Bijna aan het eind van het Thomas evangelie, in logion 108, zegt Jezus zelf:
Wie uit mijn mond drinkt
zal zijn zoals ik
en ik zoals hij.

Wordt je dan ook 'een levende' net zoals Jezus hier genoemd wordt?


De vertaling en toelichting van Bram Moerland bij het Thomas-evangelie is ook uitgegeven in boekvorm. Wil je dat boek bestellen? Je vindt de gegevens hier.


 


Parallellen

De parallellen zijn bedoeld voor nadere studie. Ze zijn zeker niet altijd in overeenstemming met het Thomas-evangelie. Want ook contrasten met bijvoorbeeld citaten uit de Bijbel zijn van belang voor het verstaan van de betekenis.
Ken je zelf een tekst die past bij dit logion? Het zou fijn zijn als je die hieronder wilde publiceren.



Oxyrhynchus (Griekse versie van het Thomas Evangelie, waarvan enkele fragmenten werden gevonden bij Oxyrhynchus, Egypte)

Dit zijn de geheime woorden die de levende Jezus sprak en die zijn opgeschreven door Judas, die ook Thomas genoemd wordt.

Naam Thomas

Johannes 20:24
Een van de twaalf, Tomas (dat betekent ‘tweeling’), was er niet bij toen Jezus kwam.

Johannes 20:26
Een week later waren de leerlingen weer bij elkaar en Tomas was er nu ook bij. Terwijl de deuren gesloten waren, kwam Jezus in hun midden staan. ‘Ik wens jullie vrede!’ zei hij, En daarna richtte hij zich tot Tomas: ‘Leg je vingers hier en kijk naar mijn handen, en leg je hand in mijn zij. Wees niet langer ongelovig, maar geloof.’ Tomas antwoordde: ‘Mijn Heer, mijn God!’

Johannes 21:2
Bij het meer waren Simon Petrus en Thomas (dat betekent ‘tweeling’), Natanaël uit Kana in Galilea, de zonen van Zebedeüs en nog twee andere leerlingen.

Geheim

Paulus 1 Korintiërs 2
6 Toch is wat wij verkondigen wijsheid voor wie volwassen is in het geloof. Het is echter niet de wijsheid van deze wereld en haar machthebbers, die ten onder zullen gaan. 7 Waar wij over spreken is Gods verborgen en geheime wijsheid, een wijsheid waarover God vóór alle tijden besloten heeft dat wij door haar zouden delen in zijn luister. 8 Geen van de machthebbers van deze wereld heeft die wijsheid gekend; zouden ze haar wel hebben gekend, dan zouden ze de Heer die deelt in Gods luister niet hebben gekruisigd. 9 Maar het is zoals geschreven staat: ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft.’ 10 God heeft ons dit geopenbaard door de Geest, want de Geest doorgrondt alles, ook de diepten van God. 11 Wie is in staat de mens te kennen, behalve de geest van de mens? Zo is alleen de Geest van God in staat om God te kennen. 12 Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in zijn goedheid heeft geschonken. 13 Daarover spreken wij, niet op een manier die ons door menselijke wijsheid is geleerd, maar zoals de Geest het ons leert: wij verklaren het geestelijke met het geestelijke. 14 Een mens die de Geest niet bezit, aanvaardt niet wat van de Geest van God komt, want voor hem is het dwaasheid. Hij kan het ook niet begrijpen, omdat het geestelijk moet worden beoordeeld. 15 Maar een mens die de Geest wel bezit, kan alles beoordelen, en zelf wordt hij door niemand beoordeeld. 16 Er staat immers geschreven: ‘Wie kent de gedachten van de Heer, zodat hij hem zou kunnen onderwijzen?’ Welnu, onze gedachten zijn die van Christus.

Marcus 7:36
Hij beval de omstanders om aan niemand te vertellen wat er gebeurd was; maar hoe strenger hij het hun verbood, hoe meer ze het rondvertelden.

Marcus 8:16-21
16 Ze hadden het er met elkaar over dat ze geen brood hadden. 17 Toen hij dit merkte, zei hij: ‘Waarom praten jullie erover dat je geen brood hebt? Begrijpen jullie het dan nog niet, en ontbreekt het jullie aan inzicht? Zijn jullie dan zo hardleers? 18 Jullie hebben ogen, maar zien niet? Jullie hebben oren, maar horen niet? Weten jullie dan niet meer 19 hoeveel manden vol stukken brood jullie hebben opgehaald toen ik vijf broden brak voor vijfduizend mensen?’ ‘Twaalf,’ antwoordden ze. 20 ‘En toen ik zeven broden brak voor vierduizend mensen, hoeveel manden vol stukken brood hebben jullie toen opgehaald?’ ‘Zeven,’ antwoordden ze. 21 Toen zei hij: ‘Begrijpen jullie het dan nog niet?’

Marcus 9:9-10
9 Toen ze de berg afdaalden, zei hij tegen hen dat ze aan niemand mochten vertellen wat ze hadden gezien voordat de Mensenzoon uit de dood zou zijn opgestaan. 10 Ze namen zijn woorden ter harte, maar vroegen zich onder elkaar wel af wat hij bedoelde met deze opstanding uit de dood.

Mat 13:10
De leerlingen kwamen naar hem toe en vroegen: ‘Waarom spreekt u in gelijkenissen tot hen?’
(…) Dit is de reden waarom ik in gelijkenissen tot hen spreek: omdat zij ziende blind en horende doof zijn en niets begrijpen.

Mat 13:34
Al deze dingen zei Jezus in gelijkenissen tot de menigte; hij sprak uitsluitend in gelijkenissen tot hen. Zo ging in vervulling wat gezegd is door de profeet: ‘Ik zal het woord nemen en spreken in gelijkenissen; ik zal bekendmaken wat sinds de grondvesting van de wereld verborgen was.’

Markus 3:23
Toen hij hen bij zich geroepen had, sprak hij tot hen in gelijkenissen.

Markus 4:2
Hij onderwees hen uitvoerig en sprak hen toe in gelijkenissen.

Markus 4:11,13
Hij zei tegen hen: ‘Aan jullie is het geheim van het koninkrijk van God onthuld; maar zij die buiten blijven staan, krijgen alles te horen in gelijkenissen.’ (…) Hij zei tegen hen: ‘Begrijpen jullie deze gelijkenis niet? Hoe zullen jullie alle andere gelijkenissen dan begrijpen?

Markus 4:33-34
Met zulke en andere gelijkenissen maakte hij hun het goede nieuws bekend, voorzover ze het konden begrijpen. Hij sprak alleen in gelijkenissen tegen hen, maar wanneer hij alleen was met zijn leerlingen, verklaarde hij hun alles.

Lucas 8:10
Hij antwoordde: ‘Jullie mogen de geheimen van het koninkrijk van God kennen, maar de anderen krijgen alles in gelijkenissen te horen, opdat ze zien zonder inzicht en horen zonder iets te begrijpen.

Romeinen 16:25
Aan hem die bij machte is u kracht te geven, overeenkomstig het evangelie van Jezus Christus dat ik verkondig, overeenkomstig de onthulling van het geheim waarover eeuwenlang gezwegen is.

Openbaringen 10:7
Op het moment dat de zevende engel zijn bazuin zal laten klinken, zal Gods geheim werkelijkheid worden, zoals hij zijn dienaren, de profeten, heeft beloofd.

Tweeling

Paulus, Romeinen 9
1 Omdat ik één ben met Christus

Paulus Galaten 4
Wie Christus Jezus toebehoort, heeft zijn eigen natuur met alle hartstocht en begeerte aan het kruis geslagen.
Hier zien we een fundamenteel verschil tussen Thomas en Paulus. Paulus wil de persoonlijke natuur verzaken en richt zich uitsluitend op de Christus in hem. Thomas wil beide naturen verenigen. Voor Paulus is de kruisiging de dood van de persoonlijke natuur. In Thomas komt de kruisiging niet voor. Daar is sprake van de bruiloft van de twee naturen (zoals ook in het evangelie van Filippus). Kruisiging of bruiloft, dat is een heel groot verschil.

Geheime Boek van Johannes, NHC III.1, 37
Zij allen hebben, kortom, twee (soorten) namen:
(die) waarmee ze door de hemelse heerlijkheden worden aangesproken; (en die) waarmee ze volgens de manifeste waarheid van hun aard worden benoemd.

Een mooie parallel van deze openingszin en logion 2 vinden we in het Boek van Thomas de Kampvechter (NHC II.7, 138):
"De geheime woorden die de Verlosser tot Judas Thomas gesproken heeft, en die ik, Mathaias, heb opgeschreven toen ik onder het wandelen hoorde hoe ze met elkaar praatten.
De Verlosser zei: 'Broeder Thomas, zolang je de tijd in deze wereld hebt, luister naar me en ik zal je dat openbaren, waarover je in je hart hebt nagedacht. Want omdat men gezegd heeft dat jij mijn tweelingbroer en mijn ware metgezel bent, dien je jezelf te onderzoeken, opdat je zult begrijpen wie je bent, hoe je hier bent en wat je zult worden. Daar men jou mijn broeder noemt, past het niet dat je over jezelf onwetend bent. Ik weet dat je hebt begrepen, omdat je al eerder inzag dat ik de kennis van de waarheid ben. In de tijd dat je me vergezelt, ben je, ofschoon je onwetend was, al tot kennis gekomen; daarom zal men jou "de zelf-kenner" noemen.
Want hij die zichzelf niet heeft gekend, heeft niets gekend. Maar hij die zichzelf heeft gekend, heeft ook kennis over de diepte van het Al verkregen. Daarom heb jij nu, mijn broeder Thomas, het voor de mensen verborgene gezien; dat is datgene waaraan zij aanstoot nemen, omdat zij het niet kennen.' "

Evangelie van Filippus 51
Glaswerk en aardewerk worden gemaakt met behulp van vuur. Maar als glaswerk breekt, wordt het opnieuw gemaakt, want glas is geblazen, terwijl aardewerk verloren gaat als het breekt, want dit is zonder adem ontstaan.

Paulus, Brief aan de Galaten 19
Kinderen, zolang Christus geen gestalte in u krijgt...

Openbaring van Petrus NHC VII.3:83
Ik ben de bewustgeworden geest die vol is van stralend licht

Eckehart
Toen God de mens maakte, maakte Hij de vrouw uit de zijde van de man, opdat zij zijn gelijke zou zijn. Hij maakte haar niet uit het hoofd van de man, noch uit diens voeten, zodat zij noch vrouw noch man voor hem zou zijn, maar Hij maakte haar zo dat zij zijn gelijke was. Zo moet de rechtvaardige ziel als gelijke bij God zijn en als naaste bij Hem zijn, precies terzelfder hoogte, niet lager of hoger.” (Over God wil ik zwijgen, II Preken, Meister Eckhart, p. 160, Hist. Uitg. Groningen, 2001) (Ingezonden door Toon Desmet)

Levende
Brief van Jacobus
Uit vrije wil heeft hij ons het leven geschonken door het Woord.
Met ''het leven' is hier niet het feitelijk bestaan, maar een bepaalde wijze van zijn bedoeld. Het Woord is synoniem voor Jezus.

Ikoon
Catharina Visser

Er schuilt een gedaante in mijn eigen ‘ik’
die anders is en levender en vrijer
die in zichzelf geen muren kent en tralies
geen eigendunk heeft en geen geldingsdrang
die zich weet los te maken uit de windsels
van angst en gal en treurig zelfbeklag
die opengaat en ademt in de ruimte
en luisteren wil, geduld heeft, troosten kan
en minnend inziet wat een ander mens bezielt
die geen bedenkingen, geen grenzen kent
en lachend geeft en deelt vanuit een
wijd besef dat allen op de aarde één zijn
en dat geen lot ons breken kan
omdat wij gronden in de echte liefde.

Soms in het donker kijkt dat diepste ‘ik’ mij aan
en ik herken het als de levende ikoon
van wat ons ooit is aangezegd:
de nieuwe mens in mij en iedereen verborgen
zo ver, zo ver – maar onder ons bereik…
(uit: Catharina Visser, Door schemering en dageraad)

Juan Ramon Jiminez
Ik ben niet ik

ik ben
degene die aan mijn zijde gaat
zonder dat ik hem zie,
die ik, soms, bezoek
en die ik, soms, vergeet.
Die kalm zwijgt
wanneer ik spreek,
die zachtmoedig vergeeft
wanneer ik haat,
die gaat waar ik niet kom,
ik ben
die
naast mij
in mij
is.

 


Reacties (5)

Ik heb pas met erg veel
interesse, fascinatie en ontroering het
volledige Thomas Evangelie gelezen met
de daarbij behorende uitleg. Het is echt
een ongelooflijk wijs document met
waarheden die, in ieder geval voor mij, de
visie op het leven weergeven zoals ik
het wil leven. Laat meer mensen
ontdekken wie ze zijn en wat hun plek is in
het leven zonder beperkt te zijn door van
buiten af opgelegde identiteiten!


Dualisme: zo boven, zo beneden

Laatst kreeg ik een inzicht betreffende de dubbele tweeling waarover het in de proloog over gaat. Het omvat het dualisme, de ziel, de vrije wil, de overgave, het grote geheel, de eenheid. Ik heb het inzicht dat tot mij kwam zo geformuleerd:

Laatst had ik een rare droom.

Een engel toonde mij het volgende: Ik zag een cirkel. Vervolgens zag ik deze cirkel met daarin het middelpunt. Daarna zag ik een horizontale lijn die door het middelpunt de cirkel in twee stukken sneed. Nu had de cirkel een bovenste en een onderste helft die elkaars spiegelbeeld waren. Vervolgens zag ik een verticale lijn die vertrok vanuit het middelpunt en die doorliep tot aan de onderste rand van de cirkel. Het onderste gedeelte van de cirkel had nu een linker en een rechter helft. Vervolgens liep deze lijn vanuit het middelpunt verder naar boven toe. Nu had ook de bovenste helft van de cirkel een linker en een rechter helft. Er stond nu een kruis in de cirkel. De cirkel leek nu een wiel met vier spaken. Aan de uiteinden van deze spaken vormden zich kortere stukken aan de omtrek van de cirkel, dwars op het kruis; bovenaan naar rechts, onderaan naar links, aan de linkerzijde naar boven en aan de rechterzijde naar onder. Het kruis leek nu op het oeroude symbool van de swastika. Vervolgens draaide het geheel een kwartslag naar rechts. Vervolgens begon het wiel in de andere richting te draaien, sneller en sneller. Uiteindelijk zag ik, door het optische bedrog opnieuw alleen de cirkelomtrek.

De engel verklaarde me: “Wat je zag, was het goddelijke Al dat uitademde. Probeer het je als volgt voor te stellen: De volmaakte cirkel is het goddelijke Al wanneer het onbewogen is. Wanneer je het middelpunt zag verschijnen, dan wil dit zeggen dat god zich in zichzelf keerde in dit ene punt, waardoor alles naar buiten zou komen. Vervolgens kwam de horizontale lijn door het middelpunt. God spiegelde zich. De bovenste helft staat voor de wijsheid, de waarheid. De onderste helft staat voor de geest. Dit was de eerste opdeling. De wijsheid staat voor het vrouwelijke principe, de geest voor het mannelijke principe. Hier ontstond dus de eerste dualiteit, maar er was nog niets om dit waar te nemen.
Vervolgens werd de onderste helft opgedeeld in twee gelijke delen, hij werd gespiegeld. De geest spiegelde zich waardoor het stoffelijke ontstond. Hierbij staat de geestelijke helft voor het mannelijke principe en de stoffelijke helft opnieuw voor het vrouwelijke principe. Dit was een tweede opdeling, een tweede spiegeling, een tweede dualiteit.

Vervolgens liep de verticale lijn verder naar boven, waardoor ook de bovenste halve cirkel van de wijsheid in twee gelijke stukken werd verdeeld. Dit is het ogenblik van de bezieling van het individu. De wijsheid is de ziel. De bovenste helft stelde dus de universele wijsheid, de universele ziel voor. De linkerzijde van de bovenste helft, de universele wijsheid, wordt gespiegeld naar de rechterzijde van de bovenste helft die nu symbool staat voor de hersenen, het verstand, het denkvermogen.
Dit is het ogenblik van de individuele bezieling van het menselijke ras. In uw evolutie zoals jullie dat bezien, betreft dit het ogenblik waarop in het ‘menselijke ras’ het mannelijke en het vrouwelijke zijn intrede deed. Met andere woorden, het ogenblik dat men zich geslachtelijk begon voort te planten. Vanaf dit ogenblik kon het verstand zich goed beginnen te ontwikkelen. Dit is het ogenblik waarop de dualiteit kon worden waargenomen. Dit is het punt waarop de mensheid het besef kreeg van goed en kwaad. Vanaf dit ogenblik, vanaf dat de mens zich geslachtelijk begon voort te planten, zou ‘de mens’ voortaan zijn kinderen baren met pijn. Het paradijs waarin ‘de mensheid’ aanvankelijk leefde, zonder dat men de dualiteit waarnam, zonder dat er een geslachtelijke voortplanting was, was voorbij voor de mensheid. De dualiteit had zijn intrede gemaakt. Hierdoor ontstonden jullie tegengestelden, goed en kwaad, leven en dood, liefde en leed, licht en duisternis, alles en niets…
De slang van het scheppingsverhaal staat dus symbool voor de universele wijsheid die neerdaalde waardoor het verstand van het ‘menselijke ras’ zich kon ontwikkelen en de universele ziel het individu had bezield.
De volledige linkerzijde van de cirkel omvat nu dus het goddelijke gedeelte, de geest en de universele wijsheid; de rechterzijde van de cirkel omvat nu dus het stoffelijke gedeelte, het lichaam en het verstand, het brein.
Vervolgens draaide het geheel van de cirkel een kwartslag naar rechts. Nu zal je merken dat het ‘goddelijke’ gedeelte (geest en wijsheid) van boven staat (in de hemel) en het ‘menselijke’ gedeelte (lichaam en verstand) onderaan (op de aarde).
Zo boven, zo beneden.

Zoals de wijsheid en de geest boven is, zo is ook het lichaam en het verstand beneden. Zo is het met alles. Zoals alles is in de kosmos boven ons, zo is het ook beneden op uw aarde, zo is het ook met u mensen.
Zoals ik vroeger reeds uitlegde verliep de ontwikkeling van de kosmos, alsook de ontwikkeling van de mens en de gehele mensheid in groeifasen. Voor de mensheid was deze stap van de bezieling een enorm belangrijke stap.
Groeifasen gaan gepaard met groeipijnen. Dat wordt in feite zeer goed weergegeven in je leven. Op het fysieke (stoffelijke) vlak, krijgt een baby tandjes, later in de puberteit, wanneer het lichaam plots erg snel begint te groeien, ervaren de meeste jongeren ook groeipijnen. Zo gaat het ook op geestelijk vlak. Je moet door diepe dalen gegaan zijn om van het uitzicht op de top van een berg te kunnen genieten. Je ervaart liefde en geluk, maar evengoed emotionele tegenslagen en ongeluk. Het is de dualiteit van je leven.
Zoals deze groeifasen voor de individuele mens zijn, zo is dat ook met de mensheid op zich. Jezus de Christus kwam nadien tot de mensheid om de goddelijke vonk aan te wakkeren, om het mosterdzaadje te planten. Het mosterdzaadje moet echter de tijd hebben om uit te groeien tot een plant. Daarom zal de mensheid in zijn geheel langzaamaan evolueren, door het lijden (groeipijnen) heen.
Omdat elk individu de goddelijke vonk in zich heeft, omdat bij elk individu het mosterdzaadje werd geplant, kan iedereen op individueel niveau reeds verder groeien, evolueren door het lijden heen.

Uiteindelijk zag je dat de cirkel, het wiel, begon te draaien, alsmaar sneller en sneller. Hierdoor kon je door het ‘optische bedrog’ opnieuw de volledige cirkel zien. Dit toont aan dat je zintuigen je bedriegen. Je verstand weet dat de cirkel is opgedeeld in verschillende vlakken, maar door de snelheid van het draaien, kunnen je ogen dit niet meer volgen. Je ziet opnieuw de volmaakte cirkel. Je ziet opnieuw het volmaakte goddelijke, hoewel je verstand je blijft zeggen dat de cirkel nog steeds is opgedeeld in vlakken.

Je neemt jou leefwereld waar met je zintuigen die je koppelt aan je verstand. Je leeft dus in een wereld die voor jou vol dualiteit is, maar in feite maakt deze wereld, deze opgedeelde cirkel deel uit van de volmaakte cirkel die nog niet was opgedeeld, van het volmaakte goddelijke Al.

Om het goddelijke Al opnieuw te kunnen bereiken, om opnieuw met dit goddelijke verenigd te kunnen worden, moet je dus door de dualiteit heen en je moet je brein leeg maken, zodat je opnieuw door de universele wijsheid gevoed kan worden.

Zoals het goddelijke Al zich in zichzelf keerde (in het middelpunt van de cirkel), waarna het goddelijke zich spiegelde (opdeling cirkel, dualiteit), zo moet de mens de dualiteit uitschakelen door zijn brein leeg te maken, door zijn vooroordelen, zijn levenservaring, zijn ego, van zich af te schudden (zalig zijn de armen van geest) door zich in zichzelf te keren in dat punt van rust in de grote diepte en leegte van zichzelf. Door je brein leeg te maken, door je levenservaring van je af te schudden, door je vooroordelen op te geven, zal de universele wijsheid tot jou kunnen komen door het inzicht dat je dan gegeven wordt, door het inzicht dat dan tot jou komt.
Zoals het goddelijke Al naar buiten kwam door zich in zichzelf te keren, zo kan ook de mens terugkeren naar het goddelijke door zich in zichzelf te keren. Zo boven, zo beneden.”

Ik dacht even na en vervolgens vroeg ik de engel: “Dus het brein, het verstand is in feite de ziel van de mens?”

De engel glimlachte en sprak: “Neen. Het brein is in feite de stoffelijke weerspiegeling van je ziel. Zoals je brein een geheugen bevat, zo heeft ook de ziel een geheugen. Het geheugen van je brein dient om alle ervaringen die je hebt opgedaan te gebruiken om te leren uit deze ervaringen. Dit ego dat je hebt opgebouwd, de keuzes die je gemaakt hebt en de gevolgen die deze keuzes hadden, dit ‘karma’, wordt ook opgeslagen in je ziel. Om terug één te worden met het goddelijke, moet men zijn ego leegmaken, moet men zijn ziel reinigen.

Jou individuele ziel maakt deel uit van de universele ziel. Daarom moet niet alleen jijzelf, maar moeten alle bezielde wezens ernaar streven om zijn ziel te reinigen, om opnieuw één te worden met het goddelijke. Maar de mens heeft zijn vrije wil. Hij kan dus denken en handelen naar goeddunken. God gaf de mens deze vrije wil door hem het verstand te geven, maar door hem deze vrije wil te geven, gaf hij hem in feite ook de verantwoordelijkheid voor zichzelf. Dit is de individuele bezieling. God heeft dus in feite, door zich in zichzelf te keren, zijn eigen vrije wil opgegeven en deze aan de mensheid, aan alle bezielde wezens gegeven. Daarom moet men, om opnieuw één te kunnen worden met het goddelijke Al, vrijwillig en onbaatzuchtig zijn vrije wil opnieuw afstaan aan god (de overgave) (het eigenbelang opgeven), zodat god door jou naar buiten kan stromen, zodat god door jou zal kunnen werken. Het eigenbelang is dan verdwenen. Je leeft dan niet meer voor jezelf, je leeft dan voor anderen. Je zal veranderen, je zal alles in een ander licht kunnen zien.
Daarom heeft elk individu een eigen verantwoordelijkheid, maar ook een voorbeeldfunctie om anderen te kunnen inspireren.

Het goddelijke is weerspiegeld in al wat is, in al wat stof is, in al wat geest is, in de wijsheid en het verstand, in alles. Want alles kwam uiteindelijk voort van de oorspronkelijke volmaakte cirkel, van het goddelijke Al.

Men zegt vaak: ’Alles is anders, niets is hetzelfde.’ Dit is in feite de absolute dualiteit, het alles en het niets. Herinner je wat ik je leerde over het alles en het niets. Wanneer alles is samengebundeld in dat ene grote geheel, is er niets meer dat dit geheel nog kan aanschouwen, kan beseffen, behalve dit grote geheel zelf. Dat grote geheel dat alles bevat, is dus in feite het niets. Het is god die ingeademd heeft. Door de opsplitsing van dit geheel, van dit niets dus, ontstond alles, maar dit kan slechts worden waargenomen door de opsplitsing, in de dualiteiten. Het is god die dan uitgeademd heeft.

Wanneer men dus zegt: ‘Alles is anders, niets is hetzelfde’ dan zegt men in feite dat niets hetzelfde is dan alles en dat anders gelijk is aan hetzelfde, dat alles deel uitmaakt van dat ene grote geheel. Wat je dus waarneemt als ‘anders’, in dualiteiten dus, is in feite toch ‘hetzelfde’, de eenheid.
In feite zijn er dus geen dualiteiten, hoewel je de wereld toch zo ervaart en waarneemt, maar is alles in feite één grote eenheid.

Dit geldt ook voor jullie mensen. Elk individu is anders maar maakt toch deel uit van dat ene grote geheel. Dit geldt voor al wat is, voor al het stoffelijke dat kan worden waargenomen. Alles maakt deel uit van dat volmaakte geheel.
Alles is anders, niets is hetzelfde. Alles vergaat, niets is eeuwig. En dit niets is dus het goddelijke Al.

De volmaakte cirkel werd opgesplitst maar blijft toch nog steeds dezelfde cirkel. De dualiteiten die men waarneemt zijn slechts illusies, de werkelijkheid is het grote geheel.
Zo boven, zo beneden.”


Ik lees met genoegen de uitleg van de tweeling. Ik herken daarin de visie die ook is te vinden in de Course in Miracles, een prachtig boek dat door een medium (een atheistisch psychologe) is geschreven in de jaren zeventig en dat volgens de tekst is geinspireerd door Jezus, of de Christus in Jezus of in termen van de gnostische tekst door de Tweeling van jezus.
Paul


Ik lees met genoegen de uitleg van de tweeling. Ik herken daarin de visie die ook is te vinden in de Course in Miracles, een prachtig boek dat door een medium (een atheistisch psychologe) is geschreven in de jaren zeventig en dat volgens de tekst is geinspireerd door Jezus, of de Christus in Jezus of in termen van de gnostische tekst door de Tweeling van jezus.
Paul



Ja Paul,

Niets werkelijks kan bedreigd worden.

Niets onwerkelijks bestaat.

Hierin ligt de vrede van God.

Dat is een mooi thema voor een boek toch?

De screensaver van mijn PC bestaat uit deze tekst.


 


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.

Naam:
E-mail:
Reactie: