De Geheime Woorden

Toelichting bij het Thomas Evangelie

Bram Moerland

Spring direct naar logion of naar het volgende logion »


Gelijk worden aan Jezus

108

Jezus zei:
Wie uit mijn mond drinkt
zal zijn zoals ik
en ik zoals hij;
en wat verborgen was zal hem geopenbaard worden.

 

Kan het nog duidelijker? Wie in de kerkelijke traditie is opgevoed zal het misschien als godslasterlijk kunnen ervaren als wordt gezegd dat je zou kunnen worden als Jezus.
Hier zegt Jezus dat met nadruk zelf.
Het zou al duidelijk zijn geweest als hij had gezegd ‘Wie uit mijn mond drinkt zal worden als ik’. Maar hij voegt daar nog eens ten overvloede aan toe: ‘En ik als hij.’

Epiphanes citeert Jezus in zijn Panarion (26.3.1) als volgt: ‘Jij bent mij en ik ben jou.’
Dat is een heel andere Jezus dan die waaraan we misschien gewend zijn geraakt. Of beter gezegd: als het beeld van hem waaraan we gewend waren geraakt in de christelijke geloofstraditie. Deze Jezus is niet verheven boven de mensen. Hij is zelf, en wil dat ook zijn, mens met de mensen.
Maar als mens is hij, net als alle andere mensen, drager van een godsvonk, de Christus in hem.

En hier, bijna op het eind van het Thomas evangelie, benadrukt hij nog eens duidelijk wat hij al eerder tegen Thomas zei in kogion 13: ‘Ik ben jullie meester niet.’

Ja, je kunt veel van de Jezus van het Thomas evangelie leren. Hij is een leraar, zeker weten. Maar hij is niet anders dan alle andere mensen. Hij heeft als mens met de mensen iets ontdekt, en hij wil ons laten weten dat wij diezelfde schat, die hij gevonden heeft in zichzelf, de schat van de liefde, ook allemaal met ons meedragen, niemand uitgezonderd.
Misschien is die schat verborgen, bedekt onder allerlei opgelegde geboden en verboden. Geeft niet. Blijf zoeken, maar zoek in jezelf, want alleen daar kun je die vinden.
En als je dan beseft dat we allemaal voortkomen uit dezelfde Bron, kun je tegen een medemens zeggen: ‘Jij bent mij in een andere vorm.’ Die wezensgelijkheid, niet alleen met Jezus, maar met elk medemens, dat is het geheim van Thomas dat alleen in jezelf geopenbaard kan worden.


De vertaling en toelichting van Bram Moerland bij het Thomas-evangelie is ook uitgegeven in boekvorm. Wil je dat boek bestellen? Je vindt de gegevens hier.

 


Parallellen

De parallellen zijn bedoeld voor nadere studie. Ze zijn zeker niet altijd in overeenstemming met het Thomas-evangelie. Want ook contrasten met bijvoorbeeld citaten uit de Bijbel zijn van belang voor het verstaan van de betekenis.
Ken je zelf een tekst die past bij dit logion? Het zou fijn zijn als je die hieronder wilde publiceren.



Thomas 13
Jezus zei:
Ik ben jouw meester niet.
Omdat jij hebt gedronken,
ben je dronken geworden van de opwellende bron
die ik je heb getoond.

Nag Hammadi-geschriften, Gesprek met de Verlosser
Maria (Magdalena) zei: De leerling is als de leraar.

Apocryphon of James
If you do the Father's will, I say that he will love you and will make you equal with me and will consider that you have become beloved through his providence according to your free choice.

Bijbel

Marcus 9:41
Ik verzeker je: wie jullie een beker water te drinken geeft omdat jullie bij Christus horen, die zal zeker beloond worden.

2 Korintiërs 2
7 Welnu, als de dienst van de dood, met letters op stenen gegrift, al met zo’n heerlijkheid gepaard ging dat de Israëlieten niet konden opzien naar het gelaat van Mozes wegens de luister die ervan uitstraalde – overigens zou die weldra weer verdwijnen – 8 hoeveel te heerlijker moet dan de dienst van de Geest zijn! 9 En als de dienst die tot veroordeling leidt, al luisterrijk was, hoeveel te meer dan de dienst die tot gerechtigheid voert! 10 Van heerlijkheid kan eigenlijk geen sprake zijn als die heerlijkheid verbleekt bij deze allesovertreffende heerlijkheid. 11 Als wat verdwijnen zou al met heerlijkheid gepaard ging, hoeveel te meer geldt dit dan voor het blijvende.
12 Een dergelijke verwachting koesterend treden wij dus met grote vrijmoedigheid op, 13 geheel anders dan Mozes, die zijn gelaat met een sluier bedekte, opdat de Israëlieten het einde van die voorbijgaande luister niet zouden bemerken. 14 Maar hun denken raakte verstard, want tot op de dag van vandaag is diezelfde sluier aanwezig als zij lezen in het oude verbond. Hij wordt niet weggenomen, omdat alleen Christus hem laat verdwijnen. 15 Tot op heden ligt er een sluier over hun hart, telkens wanneer Mozes wordt voorgelezen. 16 Maar telkens als iemand zich bekeert tot de Heer, wordt de sluier verwijderd. 17 Welnu, ‘de Heer’ staat hier voor de Geest, en waar de Geest van de Heer is, daar is vrijheid. 18 Het is ons, die met onverhuld gelaat de glorie van de Heer als in een spiegel aanschouwen, gegeven om herschapen te worden tot een steeds heerlijker gelijkenis met Hem, door de Geest van de Heer.

Johannes 6:56
Wie mijn lichaam eet en mijn bloed drinkt, blijft in mij en ik blijf in hem.

Johannes 7:37-39
37 Op de laatste dag, het hoogtepunt van het feest, stond Jezus in de tempel, en hij riep: ‘Laat wie dorst heeft bij mij komen en drinken! 38 “Rivieren van levend water zullen stromen uit het hart van wie in mij gelooft,” zo zegt de Schrift.’ 39 Hiermee doelde hij op de Geest die zij die in hem geloofden zouden ontvangen; de Geest was er namelijk nog niet, want Jezus was nog niet tot Gods majesteit verheven.

Johannes 13:8
‘O nee,’ zei Petrus, ‘míjn voeten zult u niet wassen, nooit!’ Maar toen Jezus zei: ‘Als ik ze niet mag wassen, kun je niet bij mij horen,’

Johannes 15:4
Blijf in mij, dan blijf ik in jullie. Een rank die niet aan de wijnstok blijft, kan uit zichzelf geen vrucht dragen. Zo kunnen jullie geen vrucht dragen als jullie niet in mij blijven.

Johannes 4:7-16
7 Toen kwam er een Samaritaanse vrouw water putten. Jezus zei tegen haar: ‘Geef mij wat te drinken.’ 8 Zijn leerlingen waren namelijk naar de stad gegaan om eten te kopen. 9 De vrouw antwoordde: ‘Hoe kunt u, als Jood, mij om drinken vragen? Ik ben immers een Samaritaanse!’ Joden gaan namelijk niet met Samaritanen om. 10 Jezus zei tegen haar: ‘Als u wist wat God wil geven, en wie het is die u om water vraagt, zou u hém erom vragen en dan zou hij u levend water geven.’ 11 ‘Maar heer,’ zei de vrouw, ‘u hebt geen emmer, en de put is diep – waar wilt u dan levend water vandaan halen? 12 U kunt toch niet meer dan Jakob, onze voorvader? Hij heeft ons die put gegeven en er zelf nog uit gedronken, en ook zijn zonen en zijn vee.’ 13 ‘Iedereen die dit water drinkt zal weer dorst krijgen,’ zei Jezus, 14 ‘maar wie het water drinkt dat ik hem geef, zal nooit meer dorst krijgen. Het water dat ik geef, zal in hem een bron worden waaruit water opwelt dat eeuwig leven geeft.’ 15 ‘Geef mij dat water, heer,’ zei de vrouw, ‘dan zal ik geen dorst meer hebben en hoef ik ook niet meer hierheen te komen om water te putten.’ 16 Toen zei Jezus tegen haar: ‘Ga uw man eens roepen en kom dan weer terug.’

Openbaring 3:20
Ik sta voor de deur en klop aan. Als iemand mijn stem hoort en de deur opent, zal ik binnenkomen, en we zullen samen eten, ik met hem en hij met mij.

Openbaring 22:17
De Geest en de bruid zeggen: ‘Kom!’ Laat wie luistert zeggen: ‘Kom!’ Laat wie dorst heeft komen; laat wie dat wil vrij drinken van het water dat leven geeft.

Sirach 24-21
Wie mij eet krijgt nog meer honger,
wie mij drinkt krijgt nog meer dorst.

Odes van Salomo 30:1
Levend water stroomt van de lippen van de Heer.

Epiphanius van Salamis, Panarion 26.3.1
Jij bent mij en ik ben jou

Pistis Sophia 96
Irenaeus, Adversus Haeresis I.13.3

Valentinus, Evangelie van de waarheid 8
Want hij heeft hén in zich gevonden en zij hebben hém in zich gevonden.

Openbaring van Petrus NHC VII.3:71
Hij is nu onder hen verschenen
hij in wie de zoon des mensen
tot aanschijn is gekomen
hij die boven de hemelen verheven is
in gemeenschap met mensen
van hetzelfde wezen.

Epiphanius
Ik ben jou, en jij bent mij, en waar jij bent ben ik; in alles ben ik aanwezig.
(Haer.26.3, Hans Jonas, Gnositicism p.60)

Eckhart
Toen God de mens maakte, maakte Hij de vrouw uit de zijde van de man, opdat zij zijn gelijke zou zijn. Hij maakte haar niet uit het hoofd van de man, noch uit diens voeten, zodat zij noch vrouw noch man voor hem zou zijn, maar Hij maakte haar zo dat zij zijn gelijke was. Zo moet de rechtvaardige ziel als gelijke bij God zijn en als naaste bij Hem zijn, precies terzelfder hoogte, niet lager of hoger.” (Over God wil ik zwijgen, II Preken, Meister Eckhart, p. 160, Hist. Uitg. Groningen, 2001)

Eckhart
"De Heilige Schrift zegt: 'Niemand kent de Vader dan alleen de Zoon'(Matth.11:27). Dat wil zeggen: wil je de God kennen, dan moet je niet alleen gelijk zijn aan de zoon, je moet de zoon zelf zijn."
("Meester Eckhart, Waar God Naamloos is." Ingeleid en gedirigeerd door Hans Stolp. Uitgeverij Mirananda)

 


Reacties (2)

De mond waar Jezus mee spreekt is de mond van iemand, die één is met het universele Christusbewustzijn. Hij belichaamde dit bewustzijn. Als wij uit dezelfde Bron van ons Christusbewustzijn drinken, spreken we met dezelfde mond. Wij zijn dan zoals hij: zijn tweeling. EEN met Christus, zijn we dus tevens tweeling en kunnen dan met hem zeggen: "Ik en de Vader/Moeder zijn EEN, IK BEN het Licht, de Waarheid en het Leven, etc..."
"Wat verborgen was zal hem geopenbaard worden" wil zeggen dat we het Goddelijke alléén kunnen kennen door middel van het direct ervaren ervan. Zijn we er rijp voor, dan zal het zich openbaren.


Het gaat hier om het spreken van het levende woord. (Dit zijn de levende woorden.. zoals in de aanhef van dit evangelie van Thomas). Dat geldt voor Jezus en voor ieder van ons. vanuit ons Zelf, onze ziel, de diepte van ons Zijn. We zijn elkaar tot hulp gegeven. We kunnen elkaar inspireren en van elkaar leren. Wij zijn mens met de mensen. Drager van de goddelijke vonk.


 


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen worden berichten met http:// geweigerd.


Naam:
E-mail:
Reactie: