De Geheime Woorden

Toelichting bij het Thomas Evangelie

Bram Moerland

Spring direct naar logion of naar het volgende logion »


Noli me tangere

112

Jezus zei:
Wee het vlees dat afhangt van de ziel;
wee de ziel die afhangt van het vlees.

 

Vóór het prachtige slotakkoord van logion 113 nog een laatste waarschuwing: zorg er voor dat je niet afhankelijk wordt, waarvan dan ook.
En hoe word je ergens afhankelijk van? Door er een idee over te hebben en je aan dat idee vast te klampen als een onbetwistbare waarheid.

Zo kun je bedenken dat alleen de ziel er toe doet, en het lichaam verachtelijk is - dan ben je afhankelijk van de ziel.
Je kunt ook bedenken dat alleen het lichaam er toe doet; er is alleen materie - dan ben je afhankelijk van het lichaam.
Jezus verwerpt hier beide opvattingen. Hem gaat het om de non-dualistische eenheid, waarvan niets is buitengesloten. Jij was ook altijd al deel van die eenheid, met ziel én lichaam.
Op sommige momenten ervaar je je deelname aan die eenheid, zoals beschreven in het vorige logion, in een mystieke ervaring.
Je zult echter de toegang tot die eenheidservaringen afsluiten zodra je een deel van de werkelijkheid buitensluit. Je ontkent die dan of je acht die minderwaardig. Alleen in voorwaardeloze overgave aan de hele werkelijkheid in al zijn verscheidenheid kan de opstanding plaatsvinden van de Christus in jou, van het mystieke bewustzijn in jou.

Er is in dit verband een uitspraak in het evangelie van Johannes die veel vragen heeft opgeleverd. We vinden die in de volgende passage:

Maria stond nog bij het graf en huilde. Huilend boog ze zich naar het graf, en daar zag ze twee engelen in witte kleren zitten, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen. ‘Waarom huil je?’ vroegen ze haar. Ze zei: ‘Ze hebben mijn Heer weggehaald en ik weet niet waar ze hem naartoe gebracht hebben.’ Na deze woorden keek ze om en zag ze Jezus staan, maar ze wist niet dat het Jezus was. ‘Waarom huil je?’ vroeg Jezus. ‘Wie zoek je?’ Maria dacht dat het de tuinman was en zei: ‘Als u hem hebt weggehaald, vertel me dan waar u hem hebt neergelegd, dan kan ik hem meenemen.’ Jezus zei tegen haar: ‘Maria!’ Ze draaide zich om en zei: ‘Rabboeni!’ (Dat betekent ‘meester’.) ‘Houd me niet vast,’ zei Jezus.

Het is die laatste zin, ‘Houd me niet vast’, vaak geciteerd als ‘Noli me tangere’, die door de eeuwen heen nogal wat vragen heeft opgeroepen. Wat wordt daarmee bedoeld? Waarom mag Maria Magdalena Jezus niet vasthouden?
Het is een antwoord op het voornemen van Maria dat ze daarvoor uitspreekt. Ze wil weten waar Jezus is, zodat ze hem kan meenemen.

We kunnen deze ontmoeting zien als een symbolische beschrijving van een ontmoeting met de opgestane Christus in onszelf, met het mystieke bewustzijn.
Maar de opgestane in ons, symbool van het wakker worden van die bijzondere, mystieke bewustzijnsstaat, is voorbij elk begrip, voorbij alle woorden, hij is niet dit, niet dat. Je kunt hem dus niet inpakken in begrippen en woorden, en zo meenemen op je pad.

De opstanding, zoals in de nieuwtestamentische evangeliën verteld, is geen historische gebeurtenis.
De opgestane is van niemand en daarom van iedereen. Die kun je je niet als kerk toeëigenen.
De opgestane woont in elk van ons.
Maar de opgestane in onszelf kunnen we daar alleen vinden als we elke uiterlijke waarheid over hem loslaten, als we bereid zijn elk beeld, elk dogma, elk oordeel over hem steeds weer te kruisigen. Dan zal hij in onszelf ook steeds weer opstaan als de levende in ons.
Daarom zegt de opgestane: 'noli me tangere,' houd me niet vast, laat me los, want alleen dan kan ik in je wonen, kan ik deel van jou bestaan worden.
Het oorspronkelijke Grieks geeft daar een nog veel passender betekenis aan: 'raak dat wat van mij is niet aan.'

Er zijn in deze tekst uit Johannes enkele opmerkelijke parallellen met het Oude Testament. Op een daarvan worden we gewezen door iets merkwaardigs in de tekst zelf. Er staat:
‘Na deze woorden keek ze om’.
En dan ziet ze Jezus, en ze denkt dat het de tuinman is.
Dan roept Jezus haar bij haar naam en weer staat er:
‘Ze draaide zich om’.
Dat is heel vreemd, want dan staat ze met haar rug naar Jezus.

De parallel is bij nader inzien helder. In het Oude Testament wordt verteld dat de vrouw van Lot omkeek om daardoor veranderde in een zoutpilaar. Maria kijkt ook om en wil Jezus vastpakken, een onveranderlijk beeld van hem maken, net als de zoutpilaren.
Maar als Jezus haar bij haar naam noemt, en haar daarmee bevestigd in zichzelf, keert ze zich weer om en herstelt daarmee de fout van de vrouw van Lot. Ze maakt van Jezus geen zoutpilaar. Want hij is ‘de levende’. En we kunnen hem alleen als ‘de levende’ ontmoeten in onszelf als we hem niet in een beeld buiten onszelf, als een zoutpilaar, vastleggen.

Er is een tweede opmerkelijke parallel, namelijk met een passage uit het Hooglied. Die luidt:
De wachters vinden mij
op hun ronde door de stad.
‘Hebben jullie mijn lief ook gezien?’
Nog maar nauwelijks ben ik hun voorbij
of ik vind mijn lief.
Ik grijp hem vast en laat hem niet meer los,
tot ik hem gebracht heb in mijn moeders huis,
in de kamer van haar die mij baarde.

In deze passage van het Hooglied wordt de geliefde vastgegrepen, en niet meer losgelaten tot hij elders ondergebracht is, opgenomen in ‘mijn moeders huis’.
Jezus zegt tegen Maria in de passage hierboven uit Johannes dat ze hem nu juist niet moet vastpakken, meenemen en elders onderbrengen. Die tegenstelling tussen de passage uit het Hooglied en Johannes is ongetwijfeld bewust en betekenisvol.



De vertaling en toelichting van Bram Moerland bij het Thomas-evangelie is ook uitgegeven in boekvorm. Wil je dat boek bestellen? Je vindt de gegevens hier.

 


Parallellen

De parallellen zijn bedoeld voor nadere studie. Ze zijn zeker niet altijd in overeenstemming met het Thomas-evangelie. Want ook contrasten met bijvoorbeeld citaten uit de Bijbel zijn van belang voor het verstaan van de betekenis.
Ken je zelf een tekst die past bij dit logion? Het zou fijn zijn als je die hieronder wilde publiceren.



Hooglied 3:3-4
3 De wachters vinden mij
op hun ronde door de stad.
‘Hebben jullie mijn lief ook gezien?’
4 Nog maar nauwelijks ben ik hun voorbij
of ik vind mijn lief.
Ik grijp hem vast en laat hem niet meer los
tot ik hem gebracht heb in mijn moeders huis,
in de kamer van haar die mij baarde.

Exodus 20:4
Gij zult u geen gesneden beeld, noch enige gelijkenis maken, van hetgeen boven in den hemel is, noch van hetgeen onder op de aarde is, noch van hetgeen in de wateren onder de aarde is.

Johannes 12:39-40
Ze konden niet tot geloof komen, want Jesaja heeft ook gezegd:
‘Hij heeft hun ogen verblind
en hun hart gesloten,
anders zouden zij met hun ogen zien
en met hun hart begrijpen,
zij zouden zich omkeren
en ik zou hen genezen.’

Evangelie van Filippus 08
De heilige mens is helemaal heilig, met inbegrip van zijn lichaam. Immers als hij het brood ontvangen heeft, maakt hij dit heilig. Evenzo maakt hij de kelk en al het andere dat hij ontvangen heeft, rein. Waarom zou hij dan ook niet het lichaam rein maken?



Evangelie van Filippus 10:
Licht en duisternis, leven en dood en rechts en links zijn broers van elkaar. Ze kunnen niet van elkaar losgemaakt worden. Om die reden zijn noch de goeden goed, noch de slechten slecht en is leven niet alleen maar leven en dood niet alleen maar dood.
Daarom zal een ieder tot zijn eerste begin teruggebracht worden.

Evangelie van de Waarheid 58-59:
Zo staat het met hen die van oorsprong af iets bezitten van de onmetelijke Grootheid, waarbij ze zich uitstrekken naar de absoluut Ene en Volmaakte die zij hebben.
En zij dalen niet af in de onderwereld
en zij hebben geen afgunst, noch geklaag,
en er is ook geen dood onder hen,
maar zij rusten in hem die rust.
Daarbij zijn ze zonder moeite,
noch verstrikt in het zoeken van de waarheid,
maar ze zijn zelf de Waarheid.
En de Vader is in hen en zij zijn in de Vader,
volmaakt, onverdeeld in de waarlijk Goede,
in geen enkel opzicht tekort schietend,
maar rust schenkend, daar zij zachtmoedig zijn in de Geest.
En zij zullen naar hun wortel luisteren
en zich wijden aan hen in wie hij zijn wortel zal aantreffen
en zij zullen geen schade lijden aan hun ziel.
Dit is de plaats van de gelukzaligen, dit is hun plaats!

Thomas Evangelie 22:
Wanneer je de twee één hebt gemaakt,
wanneer je de binnenkant maakt als de buitenkant
en de buitenkant als de binnenkant
en het bovenste als het onderste,
en wanneer je het mannelijke en het vrouwelijke één maakt,
zodat het mannelijke niet meer mannelijk is
en het vrouwelijke niet vrouwelijk,
dan zul je binnengaan in het koninkrijk.

Thomas Evangelie 48
Jezus zei:
Als twee vrede sluiten met elkaar in één huis,
zullen ze tegen de berg zeggen: ga weg,
en hij zal gaan.

Eckhart
Het hoogste en uiterste wat een mens kan loslaten, is dat hij God omwille van God loslaat. Sint-Paulus nu liet God omwille van God los. Hij liet alles los wat hij van God nemen kon, en liet alles los wat God hem geven kon en alles wat hij van God ontvangen kon. Toen hij dit alles losliet, liet hij God omwille van God los, en daar bleef God voor hem zoals God in zichzelf is, dus niet op de wijze waarop Hij ontvangen of gewonnen wordt, maar in het zijn dat God in zichzelf is. Nooit gaf hij God iets of ontving hij iets van God; het is enkel één en louter één-zijn. Hier is de mens waarlijk mens. Zoals ik reeds vaker heb gezegd, is er iets in de ziel dat zo verwant is met God dat het één is en niet verenigd.

Ikoon
Catharina Visser
Er schuilt een gedaante in mijn eigen ‘ik’
die anders is en levender en vrijer
die in zichzelf geen muren kent en tralies
geen eigendunk heeft en geen geldingsdrang
die zich weet los te maken uit de windsels
van angst en gal en treurig zelfbeklag
die opengaat en ademt in de ruimte
en luisteren wil, geduld heeft, troosten kan
en minnend inziet wat een ander mens bezielt
die geen bedenkingen, geen grenzen kent
en lachend geeft en deelt vanuit een
wijd besef dat allen op de aarde één zijn
en dat geen lot ons breken kan
omdat wij gronden in de echte liefde.

Soms in het donker kijkt dat diepste ‘ik’ mij aan
en ik herken het als de levende ikoon
van wat ons ooit is aangezegd:
de nieuwe mens in mij en iedereen verborgen
zo ver, zo ver – maar onder ons bereik…
(uit: Catharina Visser, Door schemering en dageraad)

 


Reacties (13)

Veel uitspraken van Jezus komen ogenschijnlijk hardvochtig over. Zie bijvoorbeeld logion 16, 55 en 99. En dan zegt hij in het evangelie van Johannes tegen Maria (van Magdala): "Houd me niet vast." Noli me tangere. Onder alle omstandigheden blijft Jezus een Meester. Vóór zijn dood en ná zijn dood. Jezus weet dat Maria een van zijn beste leerlingen was, zo niet dé beste, en wat hij nu zegt klinkt erg tegendraads, ja, hardvochtig, maar zoiets kan je van een echte Meester verwachten. Jezus spreekt op dit voor Maria zeer emotionele moment, de verlossende woorden "Houd me niet vast". In één klap valt alles op zijn plaats en wordt ze verlicht. De woorden van Jezus vormden het laatste zetje dat ze nodig had. Ontroerend!


Ikoon
Er schuilt een gedaante in mijn eigen ‘ik’
die anders is en levender en vrijer
die in zichzelf geen muren kent en tralies
geen eigendunk heeft en geen geldingsdrang
die zich weet los te maken uit de windsels
van angst en gal en treurig zelfbeklag
die opengaat en ademt in de ruimte
en luisteren wil, geduld heeft, troosten kan
en minnend inziet wat een ander mens bezielt
die geen bedenkingen, geen grenzen kent
en lachend geeft en deelt vanuit een
wijd besef dat allen op de aarde één zijn
en dat geen lot ons breken kan
omdat wij gronden in de echte liefde.

Soms in het donker kijkt dat diepste ‘ik’ mij aan
en ik herken het als de levende ikoon
van wat ons ooit is aangezegd:
de nieuwe mens in mij en iedereen verborgen
zo ver, zo ver – maar onder ons bereik…
(uit: Catharina Visser, Door schemering en dageraad)


Heel mooi!


Ja, heel mooi. Ik kwam die tekst tegen op de website van Annemiek Schjrijver en ben zo vrij geweest die nu ook hier bij de parallellen te zetten. Met dank aan Annemiek.
Hij past prachtig bij dit logion.


Letters, woorden en zinnen zijn wonderen en hebben een kracht in zich om je achter de beelden te brengen zodat je je niet vast hoeft te klampen en onafhankelijk mag zijn.
Geweldig dat er mensen zijn die een gave hebben om je daar bij te helpen en dat aanreiken in de vorm van dit Ikoon.
Dank.




Je staat ergens voor. Dus heb je een mening. Misschien wordt je door anderen daarom gewaardeerd en plaatsen ze je op een voetstuk. Maar dan nog steeds zul je van tijd tot tijd de bakens moeten verzetten. Zonder je aan je eerdere uitspraak vast te klampen. Leven is veranderen. Houd de ander niet vast en laat de ander jou ook niet beklemmen. Noli me tangere. Blijf dicht bij jezelf. Want in geestelijke zin hoef je niet van de ander afhankelijk te zijn. En de ander niet van jou. Je bent de ander in een andere gedaante.


De parallel met het Hooglied is uiterst betekenisvol.
Hetzelfde noli me tangere wordt tot uitdrukking gebracht in de zin die volgt op
bovengenoemde passage.

Hooglied 3:5
5. Ik bezweer u, gij dochteren van Jeruzalem! die bij de reeen of bij de hinden des velds zijt, dat gij de liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het haar luste!

Liefde laat zich niet dwingen.
Kan niet toegeëigend en bezeten worden.
Die is van niemand en van alles en iedereen.
Zij stroomt als levend water.


Ook regel 4 vind ik prachtig. In de statenvertaling staat het zo:

4. Toen ik een weinigje van hen weggegaan was, vond ik Hem, Dien mijn ziel liefheeft; ik hield Hem vast, en liet Hem niet gaan, totdat ik Hem in mijner moeders huis gebracht had, en in de binnenste kamer van degene, die mij gebaard heeft.

De bruid koestert haar liefde voor de bruidegom in het intiemste van haarzelf, diep inzichzelf.
Ze hield de liefde vast en liet hem niet gaan, net zolang totdat die geboren werd in haar wezenskern.
Naar binnen, naar binnen, steeds dieper en dieper en dieper dan dat, totdat de liefde uit zichzelf, en vanzelf overstroomde, geboren werd in haar.
Zodoende liet ze haar vlees niet afhangen van haar ziel, en haar ziel niet van haar vlees.
En “ rolden hemelen en aarde zich in haar op”.

1. Ik zocht des nachts op mijn leger Hem, Dien mijn ziel liefheeft; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet; ik zeide:
2. Ik zal nu opstaan, en in de stad omgaan, in de wijken en in de straten; ik zal Hem zoeken, Dien mijn ziel liefheeft; ik zocht Hem, maar ik vond Hem niet.
3. De wachters, die in de stad omgingen, vonden mij: ik zeide: Hebt gij Dien gezien, Dien mijn ziel liefheeft?
4. Toen ik een weinigje van hen weggegaan was, vond ik Hem, Dien mijn ziel liefheeft; ik hield Hem vast, en liet Hem niet gaan, totdat ik Hem in mijner moeders huis gebracht had, en in de binnenste kamer van degene, die mij gebaard heeft.
5. Ik bezweer u, gij dochteren van Jeruzalem! die bij de reeen of bij de hinden des velds zijt, dat gij de liefde niet opwekt, noch wakker maakt, totdat het haar luste!

Dan is de liefde vanzelf en uitzichzelf levend en voelbaar in alles en iedereen.

En ervaart Maria Magdalena diezelfde liefde bijvoorbeeld in de tuinman, die achter haar staat!
Ja, dan zie je tot je eigen verbijstering dat het koninkrijk verspreid ligt over de aarde.

'Houd me niet vast, 'zei Jezus.
WANT: 'Ik ben nog niet opgestegen naar de Vader. Ga naar mijn broeders en zusters en zeg tegen hen dat ik opstijg naar mijn Vader, die ook jullie Vader is, naar mijn God, die ook jullie God is.'

Maar, het koninkrijk is in je hart
én in je oog.
Als je jezelf kent,
dan zul je ook gekend worden,
en je zult beseffen
dat ook jij een kind bent van de levende vader.


Hooglied in concordante vertaling:

1 Op mijn bed, in de nachten, zocht ik die mijn ziel liefheeft. Ik zocht hem, maar ik vond hem niet.
2 Ik zal opstaan, alstublieft, en ik zal rondgaan in de stad, op de wegen en op de pleinen. Ik zal zoeken die mijn ziel liefheeft. Ik zocht hem en ik vond hem niet.
3 De bewakers die rondgaan in de stad vonden mij. "Zagen jullie die mijn hart liefheeft?"
4 Het duurde maar kort nadat ik hen passeerde tot ik vond die mijn ziel liefheeft. Ik hield hem vast en ik laat hem niet ontspannen totdat ik hem naar het huis van mijn moeder had gebracht en tot de kamer van die zwanger van mij was.
5 Ik bezweer jullie, dochters van Jeruzalem, bij de gazellen of de hinden van het veld, indien jullie wakker worden en indien jullie de liefde wekken, doe het pas wanneer die het verlangt.
6 Wie is dit die opstijgt uit de wildernis als kolommen van rook, die gerookt wordt uit mirre en wierook, van al het poeder van de handelaar?
7 Zie!, het bed dat van Salomo is; zestig krachtige mannen staan er omheen, uit de krachtige mannen van Israel.
8 Zij allen houden het zwaard, geleerd in de oorlogsvoering, ieder met zijn zwaard op zijn dij, vanwege het alarm in de nachten.
9 Koning Salomo maakte voor zichzelf een draagkoets van het hout uit Libanon.
10 De kolommen maakte hij van zilver, zijn stoel van goud, het zadel van purper, het binnenste met liefde bekleed door de dochters van Jeruzalem.
11 Trek uit en zie, dochters van Zion, koning Salomo, met de kroon waarmee zijn moeder hem kroonde in de dag van zijn bruiloft en in de dag van het verheugen van zijn hart!


Noli me tangere.
In beide tekstfragmenten staat dezelfde bezwering, vermaning, waarschuwing centraal.
Vergelijkbaar met het taoistische grondbeginsel wu wei : "niet handelen tegen de aard der dingen in". Je niet verzetten tegen de stroom, de beweging, het onvermijdelijke.
Een onderdeel van het paradoxale begrip wei wu wei : "handelen door niet te handelen".
Laten.
Nalaten & toelaten ineen.

Met andere woorden: Het is een beweging en een rust.
Laat de beweging aan zichzelf, van zichzelf, vanzelf gaan.

Hoe zou een oceaan zich kunnen verzetten tegen haar ebben en vloeden?

Beide teksten samen vormen een eenheid, zijn elkaars complement, verbeelden het doorgaande en onontkoombare bewegen van eb en vloed.
Staat bij Johannes het ebben, het onvermijdelijke afscheid van twee zielsbeminden centraal.
In het Hooglied de op handen zijnde ontmoeting tussen bruidegom en bruid.

In beide tekstfragmenten gaat het eveneens over leegte en vorm.
Ziel en vlees.
De verbijsterende leegte die Jezus achterlaat in het graf wordt beschermd en bewaakt door twee engelen in witte kleren, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen.
Noli me tangere.
Laat de verticale levensas, tussen zijn hoofd en voeten, zijn verbinding tussen hemel en aarde die daar nu horizontaal op de grond ligt, met rust.
Blijf van zijn leegte af. Raak het niet aan.

Leegte heeft vorm, vlees, bescherming nodig.

In het Hooglied wordt het lege bed beschermd en bewaakt.
Zie!, het bed dat van Salomo is; zestig krachtige mannen staan er omheen, uit de krachtige mannen van Israel.
8 Zij allen houden het zwaard, geleerd in de oorlogsvoering, ieder met zijn zwaard op zijn dij, vanwege het alarm in de nachten.
Blijf daarvan af. Raak het niet aan.
NO WAY.
Raak de onontkoombare eenwording, het vloeden, het in elkaar overstromen van bruidegom en bruid, niet aan.
Raak het niet aan vanwege "het alarm in de nachten".
want wanneer hij vindt
zal hij geschokt zijn
en geschokt zijnde
zal hij zich verwonderen

Wanneer je de twee één hebt gemaakt,
wanneer je de binnenkant maakt als de buitenkant
en de buitenkant als de binnenkant
en het bovenste als het onderste,
en wanneer je het mannelijke en het vrouwelijke één maakt,
zodat het mannelijke niet meer mannelijk is
en het vrouwelijke niet vrouwelijk,
dan zul je binnengaan in het koninkrijk.

Noli me tangere.
Laat het heel.
In tact.

De tegenstelling tussen de passage uit het Hooglied en Johannes is ongetwijfeld bewust en betekenisvol.
Zij vormen elkaars complement.
Als ziel en vlees.
Vormen een eenheid.

Leven, dood en liefde vormen zo een drie-eenheid.
Als eb, vloed, en water.
Het levende water.

Eenheid.
1

En hij zei:
Iedereen die de betekenis van deze woorden vindt,
zal de dood niet smaken.



Noli me tangere. Open hart.
In beide tekstfragmenten staat dezelfde bezwering, vermaning, waarschuwing centraal.
Vergelijkbaar met het taoistische grondbeginsel wu wei : "niet handelen tegen de aard der dingen in". Je niet verzetten tegen de stroom, de beweging, het onvermijdelijke.
Een onderdeel van het paradoxale begrip wei wu wei : "handelen door niet te handelen".
Laten.
Nalaten & toelaten ineen.

Met andere woorden: Het is een beweging en een rust.
Laat de beweging aan zichzelf, van zichzelf, vanzelf gaan.

Hoe zou een oceaan zich kunnen verzetten tegen haar ebben en vloeden?

Beide teksten samen vormen een eenheid, zijn elkaars complement, verbeelden het doorgaande en onontkoombare bewegen van eb en vloed.
Staat bij Johannes het ebben, het onvermijdelijke hartsverscheurende afscheid van twee zielsbeminden centraal.
In het Hooglied de op handen zijnde hartsverbindende ontmoeting tussen bruidegom en bruid.

In beide tekstfragmenten gaat het eveneens over leegte en vorm.
Ziel en vlees.
De verbijsterende leegte die Jezus achterlaat in het graf wordt beschermd en bewaakt door twee engelen in witte kleren, een bij het hoofdeind en een bij het voeteneind van de plek waar het lichaam van Jezus had gelegen.
Noli me tangere.
Laat de verticale levensas, tussen zijn hoofd en voeten, zijn verbinding tussen hemel en aarde die daar nu horizontaal op de grond ligt, met rust.
Blijf van zijn leegte af. Raak het niet aan.

Leegte heeft vorm, vlees, bescherming nodig.

In het Hooglied wordt het lege bed beschermd en bewaakt.
Zie!, het bed dat van Salomo is; zestig krachtige mannen staan er omheen, uit de krachtige mannen van Israel.
8 Zij allen houden het zwaard, geleerd in de oorlogsvoering, ieder met zijn zwaard op zijn dij, vanwege het alarm in de nachten.
Blijf daarvan af. Raak het niet aan.
NO WAY.
Raak de onontkoombare eenwording, het vloeden, het in elkaar overstromen van bruidegom en bruid, niet aan.
Raak het niet aan vanwege "het alarm in de nachten".
want wanneer hij vindt
zal hij geschokt zijn
en geschokt zijnde
zal hij zich verwonderen

Wanneer je de twee één hebt gemaakt,
wanneer je de binnenkant maakt als de buitenkant
en de buitenkant als de binnenkant
en het bovenste als het onderste,
en wanneer je het mannelijke en het vrouwelijke één maakt,
zodat het mannelijke niet meer mannelijk is
en het vrouwelijke niet vrouwelijk,
dan zul je binnengaan in het koninkrijk.

Noli me tangere.
Laat het heel.
In tact.

De tegenstelling tussen de passage uit het Hooglied en Johannes is ongetwijfeld bewust en betekenisvol.
Zij vormen elkaars complement.
Als ziel en vlees.
Als man en vrouw
Als boezem en kamer.
Eenheid.



Leven, dood en liefde vormen zo een drie-eenheid.
Als eb, vloed, en water.
Het levende water.
Open hart.

Eenheid.
1

En hij zei:
Iedereen die de betekenis van deze woorden vindt,
zal de dood niet smaken.



Dag Martha,
Ik heb genoten van je bijdrage.
Hoe je de tegenstellingen bij elkaar brengt en Hooglied en Noli me tangere mooi tegenover elkaar zet.
Ik moet je wel verklappen dat dit gedeelte uit de gnostiek me al vele malen "vlinders in de buik" heeft opgeleverd.
Ik moet er daarom voor oppassen dat de beelden van dit mystieke gebeuren mij niet meenemen in de werkelijkheid.
Philippus heeft me er al voor gewaarschuwd en op dit forum ook anderen.
Maar toch wil ik je laten weten dat je bijdrage me weer opnieuw heeft geïnspireerd stil te worden en die stilte te vullen met diep ontzag voor de Liefde waaruit ik ben ontstaan en dit leven mag leven zoals het bedoeld is.
Met alle tegenstellingen zoals je beschreven hebt met de oceaan met zijn eb en vloed.
Maar als resultaat de Eenheid voorstelt waar we met zijn allen in uitkomen, zelfs het kleinste druppeltje!

Dank voor het delen Martha.


Dag Martha,
Ik heb genoten van je bijdrage.
Hoe je de tegenstellingen bij elkaar brengt en Hooglied en Noli me tangere mooi tegenover elkaar zet.
Ik moet je wel verklappen dat dit gedeelte uit de gnostiek me al vele malen "vlinders in de buik" heeft opgeleverd.
Ik moet er daarom voor oppassen dat de beelden van dit mystieke gebeuren mij niet meenemen in de werkelijkheid.
Philippus heeft me er al voor gewaarschuwd en op dit forum ook anderen.
Maar toch wil ik je laten weten dat je bijdrage me weer opnieuw heeft geïnspireerd stil te worden en die stilte te vullen met diep ontzag voor de Liefde waaruit ik ben ontstaan en dit leven mag leven zoals het bedoeld is.
Met alle tegenstellingen zoals je beschreven hebt met de oceaan met zijn eb en vloed.
Maar als resultaat de Eenheid voorstelt waar we met zijn allen in uitkomen, zelfs het kleinste druppeltje!

Dank voor het delen Martha.


Ja, Wim, ’t is je wat! Die ont-roering.
De staat van vervoering die opwelt bij het lezen van zulke diepzinnige etherische wortelteksten ken ook ik.
Innigste poëzie.
Diepte.
Grond.
Oergrond.
O

Wee het vlees dat afhangt van de ziel…….

Life is for the living!
Flesh and Blood
More real than “This”.


 


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen worden berichten met http:// geweigerd.


Naam:
E-mail:
Reactie: