De Geheime Woorden

Toelichting bij het Thomas Evangelie

Bram Moerland

Spring direct naar logion of naar het volgende logion »


Stel je open voor de mens achter de woorden

14

Jezus zei tot hen:
Als je vast, maak je jezelf zondig,
en als je bidt, roep je een oordeel over je af,
en als je aalmoezen geeft, schaad je jullie geesten.
Als je naar een of ander land gaat en daar rondtrekt
door die streken, en je wordt ergens ontvangen,
eet dan wat men je voor zal zetten,
en verzorg de zieken onder hen.
Want wat je mond binnengaat zal je niet onrein maken,
maar wat je mond verlaat - dat zal je onrein maken.

 

Nu enkele belangrijke principes van het gnostieke spirituele pad zijn verhelderd, volgt een nadere uitwerking van logion 6. Daar werd al verteld dat het niet gaat om de naleving van regels, maar om trouw aan jezelf. Nu wordt daar aan toegevoegd dat het geloof in regels verstrekkende gevolgen kan hebben.
Elke regel die je schept, creëert ook de overtreding daarvan.
Door de regel dat je zou moeten vasten, schep je tegelijkertijd gulzigheid.
Als je je onderwerpt aan een externe god, schep je zelf je afgescheidenheid van God.
Als je een aalmoes geeft aan een bedelaar, alleen maar omdat je hebt geleerd dat het zo hoort, kun je dat ervaren als de bevestiging van een ongelijkwaardige relatie tussen jullie beiden, en niet als oprechte betrokkenheid bij een medemens.

Het geloof in regels, alsof het alleen daarom zou gaan, schept spirituele gevangenschap; je wordt de gevangene van je eigen regels.
En zo kan het ook gaan met je eigen spirituele overtuigingen. Ook daar kun je een vast geloof van maken en zelfs menen dat jij de waarheid bezit en anderen niet.

Maar wat moet je dan doen?
Als je in een ander land komt, waar de mensen een ander geloof hebben, zegt dit logion, probeer dan eerst de mensen daar te verstaan. ‘Eten’ is het gnostische symboolwoord voor ‘verstaan met je hart’, voor een doorvoeld begrijpen van wat de ander beweegt. Stel je open voor de mens achter de woorden, beelden en rituelen. Kijk voorbij de regels, kijk voorbij het geloof, ook je eigen geloof.
En als je ontdekt dat een medemens daar in geestelijke nood verkeert, probeer dan niet je eigen waarheid op te dringen, je eigen geboden en verboden op te leggen, maar genees de ander door hem te bemoedigen, hem de weg te tonen naar de mystieke kern in hemzelf, want dat is het wezenlijke herstel, ongeacht het geloof van die ander. En aarzel zelfs niet om voor de beschrijving van die kern in de ander, en van de weg daarheen, de taal te gebruiken van diens eigen land, dat wil zeggen, van diens eigen en vertrouwde spirituele traditie.
Zou je een medemens veroordelen naar je eigen religieuze leerstelligheid, als ketter bijvoorbeeld of als heiden, dan maak je niet alleen de ander maar ook jezelf onrein, dat wil zeggen: afgesneden van je eigen mystieke kern.
Maar als je je open stelt voor het zijn van de ander, dan kan je in die ander iets herkennen wat aan geen tijd, geen land, geen leerstelligheid gebonden is. Dan ontmoet je in die ander ook jezelf.
De inwijding in een spirituele traditie bestaat voor een belangrijk deel in het leren spreken van de taal van die traditie, van de geheime woorden. Maar dat is niet waar het echt om gaat. Wezenlijk is dat je ook leert verstaan met je hart waar die woorden werkelijk over spreken, in welke taal en in welke traditie dan ook.


De vertaling en toelichting van Bram Moerland bij het Thomas-evangelie is ook uitgegeven in boekvorm. Wil je dat boek bestellen? Je vindt de gegevens hier.


 


Parallellen

De parallellen zijn bedoeld voor nadere studie. Ze zijn zeker niet altijd in overeenstemming met het Thomas-evangelie. Want ook contrasten met bijvoorbeeld citaten uit de Bijbel zijn van belang voor het verstaan van de betekenis.
Ken je zelf een tekst die past bij dit logion? Het zou fijn zijn als je die hieronder wilde publiceren.



Bijbel

Paulus, Romeinen 3:20
...want juist de wet leert ons de zonde kennen.

Marcus 2:19
19 Jezus antwoordde: ‘Bruiloftsgasten kunnen toch niet vasten zolang de bruidegom bij hen is? Nee, zolang ze de bruidegom bij zich hebben, kunnen ze niet vasten.

Matteüs 6:7
7 Bij het bidden moeten jullie niet eindeloos voortprevelen zoals de heidenen, die denken dat ze door hun overvloed aan woorden verhoord zullen worden.

Matteüs 7:21
21 Niet iedereen die “Heer, Heer” tegen mij zegt, zal het koninkrijk van de hemel binnengaan, alleen wie handelt naar de wil van mijn hemelse Vader.

Jesus Sirach 7:14

Matteüs 6:3
3 Maar als je aalmoezen geeft, laat dan je linkerhand niet weten wat je rechterhand doet.

Lucas 10:8-9
8 En als jullie een stad binnengaan en daar welkom zijn, eet dan wat je wordt voorgezet, 9 genees de zieken die er zijn en zeg tegen hen: “Het koninkrijk van God heeft jullie bereikt.”

1 Korintiërs 10:27
27 Wanneer een ongelovige u uitnodigt om bij hem te komen eten en u neemt zijn uitnodiging aan, kunt u rustig alles eten wat u aangeboden wordt. Het is niet nodig dat u omwille van uw geweten vraagt waar het vandaan komt.

Lucas 9:6
6 Ze gingen op weg en trokken van de ene plaats naar de andere, terwijl ze het goede nieuws verkondigden en overal zieken genazen.

Matteüs 15:11
11 Niet wat de mond ingaat maakt een mens onrein, maar wat de mond uitkomt, dat maakt een mens onrein.’

Handelingen 11:8
Heer, in geen geval, want ik heb nog nooit gegeten van iets dat verwerpelijk of onrein is.”

Marcus 7:1-23
1 Ook de Farizeeën en enkele van de schriftgeleerden die uit Jeruzalem waren gekomen, hielden zich in zijn nabijheid op. 2 En toen ze zagen dat sommige leerlingen brood aten met onreine handen, dat wil zeggen, met ongewassen handen 3 (de Farizeeën en alle andere Joden eten namelijk pas als ze hun handen gewassen hebben, omdat ze zich aan de traditie van hun voorouders houden, 4 en als ze van de markt komen, eten ze pas als ze zich helemaal gewassen hebben, en er zijn nog allerlei andere tradities waaraan ze zich houden, zoals het schoonspoelen van bekers en kruiken en ketels 5 toen vroegen de Farizeeën en de schriftgeleerden hem: ‘Waarom houden uw leerlingen zich niet aan de tradities van onze voorouders en eten ze hun brood met onreine handen?’ 6 Maar hij antwoordde: ‘Wat is de profetie van Jesaja toch toepasselijk op huichelaars als u! Er staat immers geschreven:
“Dit volk eert mij met de lippen,
maar hun hart is ver van mij;
7 tevergeefs vereren ze mij,
want ze onderwijzen hun eigen leer,
voorschriften van mensen.”
8 De geboden van God geeft u op, maar aan tradities van mensen houdt u vast.’ 9 En hij vervolgde: ‘Mooi is dat, hoe u Gods geboden ongeldig maakt om uw eigen tradities overeind te houden! 10 Heeft Mozes niet gezegd: “Toon eerbied voor uw vader en uw moeder”, en ook: “Wie zijn vader of moeder vervloekt, moet ter dood gebracht worden”? 11 Maar u leert dat iemand tegen zijn vader of moeder mag zeggen: “Alles wat van mij is en voor u van nut had kunnen zijn is korban”’ (wat ‘offergave’ betekent), 12 ‘waarmee u hem niet toestaat nog iets voor zijn vader of moeder te doen, 13 en zo ontkracht u het woord van God door de tradities die u doorgeeft; en u doet nog veel meer van dit soort dingen.’ 14 Nadat hij de menigte weer bij zich had geroepen, zei hij: ‘Luister allemaal naar mij en kom tot inzicht. 15 Niets dat van buitenaf in de mens komt kan hem onrein maken, het zijn de dingen die uit de mens naar buiten komen die hem onrein maken.’
17 Toen hij een huis was binnengegaan, weg van de menigte, vroegen zijn leerlingen hem om uitleg over deze uitspraak. 18 Hij zei tegen hen: ‘Begrijpen ook jullie het dan nog niet? Zien jullie dan niet in dat niets dat van buitenaf in de mens komt, hem onrein kan maken 19 omdat het niet in zijn hart, maar in zijn maag komt en in de beerput weer verdwijnt?’ Zo verklaarde hij alle spijzen rein. 20 Hij zei: ‘Wat uit de mens komt, dat maakt hem onrein. 21 Want van binnenuit, uit het hart van de mensen, komen slechte gedachten, ontucht, diefstal, moord, 22 overspel, hebzucht, kwaadaardigheid, bedrog, losbandigheid, afgunst, laster, hoogmoed, dwaasheid; 23 al deze slechte dingen komen van binnenuit, en die maken de mens onrein.’

Matteüs 12:36-37
36 Ik zeg u: van elk nutteloos woord dat mensen spreken, zullen ze op de dag van het oordeel rekenschap moeten afleggen. 37 Want op grond van je woorden zul je worden vrijgesproken, en op grond van je woorden zul je worden veroordeeld.’

Paulus, Galaten 2:11
11 Maar toen Kefas in Antiochië was, heb ik me openlijk tegen hem verzet, want zijn gedrag was verwerpelijk. 12 Hij at altijd met de heidenen, maar toen er afgezanten van Jakobus kwamen, trok hij zich terug en at hij apart, uit angst voor de voorstanders van de besnijdenis. 13 De andere Joden deden met hem mee, en zelfs Barnabas liet zich meeslepen door hun huichelarij. 14 Toen ik zag dat ze niet de rechte weg naar het ware evangelie bewandelden, zei ik tegen Kefas, in aanwezigheid van iedereen: ‘Jij bent een Jood, maar je leeft als een heiden en houdt je niet aan de Joodse gebruiken; hoe kun je dan opeens heidenen dwingen als Joden te leven?’

Nag Hammadi

Evangelie van Filippus 74.5-10

Deuteronomium 23:23 (Statenvertaling, Jongbloed)
23 Wat uit uw lippen gaat, zult gij houden en doen; gelijk als gij den HEERE, uw God, een vrijwillig offer beloofd hebt, dat gij met uw mond gesproken hebt.


 


Reacties (3)

Wat jullie mond uitgaat kan jullie onrein maken. Kan, want het hoeft niet. Wat is je doel als je iets zegt? Is datgene wat je zegt bedoeld om de ander te verhogen? Of wil je je gelijk halen ten koste van het geluk van de ander? Moet je er zelf beter van worden? Maak je de droom van de ander stuk omdat je jezelf zo belangrijk vindt? Jezus zei: “Heb je broeder lief als je ziel, behoed hem als je oogappel.” (Logion 25) Dan kun je de ander niet bestelen of bedriegen omdat je het niet verdragen kan. Het gaat dan ook niet meer om het volgen van wetten en regels omdat ze je opgelegd zijn (zoals de rechtvaardige doet in de Joodse cultuur, zoals het houden aan de reinheidswetten, maar ook aan een dogmatische uitleg) maar omdat je het zelf wilt.
De volgelingen in dit logion willen weten of ze wel genoeg doen in de zin van rechtvaardigheid. Het staat ook mooi beschreven in een parallel, het Liber graduum: “Waarom vasten wij niet tweemaal per week, zoals de rechtvaardigen is voorgeschreven? De volmaakten vasten iedere dag. En waarom bidden wij niet driemaal per dag en 's morgens en 's avonds, zoals de rechtvaardigen is voorgeschreven? Het leven van de volmaakte is een ononderbroken gebed. En waarom houden wij ons niet aan de Wet Gods en geven wij geen aalmoezen en bidden wij niet op deze dagen, zoals voor de rechtvaardigen is voorgeschreven? De volmaakten houden iedere dag nachtwake.” (Liber graduum VII, 20, Kmosko 183/186)
Niet wat de ander van je verwacht bepaalt, Dan benader - je gedreven door jouw wil – de ander op een hoogstaande manier. Beheer je jezelf en de natuur overeenkomstig, maar waar je zelf achter staat.


Vanuit je hart

Handel vanuit je hart
in plaats vanuit
regels en dogma's.

Laat je hart spreken
in plaats van
te doen 'wat hoort'.

Kijk met de ogen van je hart
in plaats van
door de bril van je vooroordelen.

Laat de ander toe in je hart.
Laat liefde je drijfveer zijn!

Peter van de Goolberg



Ik geniet van de figuur Job. Hij laat zich niet misleiden door de cliché`s die zijn vrienden hem voor houden. Hij houd zijn relatie met zijn persoonlijke god zo zuiver mogelijk en schroomt niet hem het vuur aan de schenen te leggen.


 


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen worden berichten met http:// geweigerd.


Naam:
E-mail:
Reactie: