De Geheime Woorden

Toelichting bij het Thomas Evangelie

Bram Moerland

Spring direct naar logion of naar het volgende logion »


De dieven in de nacht

21

Maria zei tegen Jezus:
Op wie lijken jouw discipelen?
Hij zei:
Zij zijn als kinderen die wonen op een land dat niet van hen is.
Als de eigenaars van het land komen, zullen deze zeggen:
geef ons ons land terug.
Zij zullen zich uitkleden in hun aanwezigheid
om het land aan hen te laten en terug te geven.
Daarom zeg ik:
Als de eigenaar van een huis weet dat de dief komt,
zal hij wakker blijven tot hij komt,
en hem niet toestaan in te breken in zijn huis,
om zijn bezittingen daaruit weg te dragen.
Wat jullie betreft,
sla acht op het begin van de wereld.
Bescherm jezelf met grote kracht,
opdat de rovers geen weg tot jou vinden,
want het gevaar dat je verwacht, zal zeker opdagen.
Moge er onder jullie iemand zijn die dit goed begrijpt:
Toen het graan rijp werd,
snelde de dief toe met zijn sikkel en oogstte het.
Wie oren heeft, die hore!

 

Dit logion gaat ook over bevestiging, zoals al besproken bij het vorige logion. Dit logion is de nadere uitwerking daarvan. Maar er zit nu ook een belangrijke waarschuwing bij.
Eerst dan maar de waarschuwing.

Als iemand zijn geloof in zichzelf verloren heeft, zich in ‘diepsten van ellende’ bevindt, is hij een gemakkelijke prooi voor allerlei geloofsverkondigers. Dat zijn, in de soms wel erg krasse beeldtaal van de gnostiek, de dieven in de nacht. In de zielenood van de ander zien zij hun kans schoon. Zij hebben immers de antwoorden! Met hun voorgebakken antwoorden beroven ze de mens in nood van zijn eigen weten en voeren hem tot spirituele slavernij.
Zit je diep in de put, zie je het niet meer zitten, ben je ten einde raad? Weet dan dat de dieven in de nacht klaar staan, met valse beloftes van gelukzaligheid. Als je het na een tijdje weer ziet zitten, zullen ze zeggen: ‘Dat heb je aan ons te danken,’ of: ‘Dat is van ons’, zoals in dit logion wordt gezegd. Ze zullen toesnellen als je weer opbloeit en jouw voor eigen gewin oogsten. Ze zullen niet zeggen:‘De kracht in jouzelf heeft je genezen’, nee, ze zullen zeggen: ‘Ons geloof heeft je genezen.’

Kun je dan nooit hulp van anderen aannemen? Natuurlijk wel. Er zijn ook andere hulpverleners dan de ‘dieven in de nacht’. Aleid Schilder heeft dat ooit schitterend verwoord in een artikel in dagblad Trouw. Ze vertelt daarin:
‘Mijn visie is dus dat wij allemaal iets van God in ons hebben en dat onze bestemming is gelegen in het realiseren van die Kern, in het er uiteindelijk mee samenvallen.’
Die ‘gnostische’ opvatting heeft gevolgen voor het handelen van de schrijfster als therapeute:
‘Ik hoef die ander niet te redden en kan dat ook niet. Daarbij geloof ik dat mijn gesprekspartner in wezen zelf het beste ‘weet’ wat er moet gebeuren.’
Dat zou welhaast letterlijk zo door een oude gnosticus gezegd kunnen zijn.
De overtuiging dat de ander in wezen ‘goddelijk’ is, leidt tot respect voor het zijn van die ander. Als we al in een relatie van hulpverlening tot die ander staan, kan en mag die hulp niet verder gaan dan het wekken van die ander tot ‘zijn eigen weten’, opdat die ander ‘zichzelf kan verlossen’. Dat is precies de rol die aan Jezus wordt toegekend in de oude gnostische geschriften. Hij is daar de boodschapper die de mens helpt ‘zichzelf te herinneren.’
Als je in een levenscrisis zo’n wijs medemens treft, en dat hoeft helemaal geen professioneel hulpverlener te zijn, dan kan die je helpen om gesterkt uit je levenscrisis tevoorschijn te komen.

Maar wat zijn nu die ‘kinderen die wonen in een land dat niet van hen is’? Stel, je bent een psychotherapeut, zoals Aleid Schilder. Een mens in nood komt bij je. Die ander legt zijn leven in jouw handen. Je wordt dan, in de gnostische terminologie van het koningschap, regent over het land van die ander. Daar is helemaal niets mis mee. Maar je woon op dat moment in een land dat niet van jou is, namelijk het koninkrijk van die ander. Ook daar is niets mis mee. Het is zelfs heel mooi als je de kunst verstaat om op deze onbaatzuchtige manier, niet uit op eigen gewin, bij die ander aanwezig te zijn.
Als dan die ander zichzelf hervindt, mede door de liefdevolle aandacht die je aan die ander schonk, zal er een moment komen waarop die ander zijn eigen land weer voor zichzelf opeist, zelf weer koning wil worden over zijn eigen land. Zo hoort dat ook. Dan heb je je werk als hulpverlener goed gedaan. Maar dan moet je het bestuur van het land van die ander wel weer teruggeven aan die ander. Je moet je kleed van dienstbaarheid uitdoen, dat wil zeggen, je rol als hulpverlener beëindigen en die ander weer als gelijkwaardig medemens in zijn eigen waardigheid herstellen. Het afbouwen van de hulpverlenerrelatie bestaat uit het beëindigen van de afhankelijkheid en het herstel van de koningschap van die ander. Pas dan is die ander werkelijk hersteld.

Datzelfde geldt natuurlijk voor spirituele leraren, zoals de discipelen van Jezus. Dus, ‘Wat voor soort spirituele leraren zijn jouw discipelen?,’ vraagt Maria. Dat zijn dus geen zendelingen die erop uit zijn andere mensen te bekeren tot hun eigen geloof, maar mensen die anderen helpen hun eigen kracht en innerlijke weten te mobiliseren zodat die zichzelf kunnen verlossen. Althans, zo is dat hier door Jezus bedoeld. Maar, let op, 'wie oren heeft die hore': iedere goedbedoelende hulpverlener, dominee, priester, psychotherapeut of spiritueel leraar, loopt het gevaar, zonder dat hij of zij dat misschien zelfs maar in de gaten heeft, om ook een dief in de nacht te worden.
Dus dit logion bevat niet alleen belangrijke richtlijnen voor mensen in zielennood, namelijk dat ze goed moeten opletten aan wie ze hun vertrouwen schenken, maar ook voor hulpverleners, psychologisch of spiritueel: trap niet in de valkuil om je tijdelijke ongelijke relatie tot die ander te willen vasthouden. Geef de macht over het leven van die ander terug.

Maria
Opmerkelijk is overigens dat hier Maria een vraag stelt. Dat zal wel Maria Magdalena zijn.
In de meeste logions stellen ‘de leerlingen’ een vraag. ‘De leerlingen’ begrijpen er meestal niet veel van, maar dat is hun didactische functie. Zij zijn de aangevers van de domme vraag, met Jezus als de leermeester die het voor ons nog een keer uitlegt.
Maar hier is dat anders. Om te beginnen staat er niet ‘Maria vroeg Jezus’, maar 'Maria zei tegen Jezus'. Het is een klein maar wel heel opmerkelijk verschil.
Wat Maria zegt is weliswaar een vraag maar het is geen domme vraag zoals in vele andere logions gesteld door ‘de leerlingen’; het is veel meer een kritische toetsing. Het lijkt wel alsof ze Jezus ter verantwoording roept: ‘Wat doen jouw leerlingen met jouw wijze lessen, beste Jezus, andere mensen vrij maken of gevangen nemen?’
Jezus stelt Maria gerust: ‘Zij zullen zich uitkleden in hun aanwezigheid om het land aan hen te laten en terug te geven.’
Ja, zo is het bedoeld: Ze zullen de mensen het koningschap over hun eigen leven teruggeven, nadat hun die ontnomen was door ‘de machten’, door de dieven in de nacht.
Maria kan tevreden zijn.

De naam Maria los van verwantschap
Heel opmerkelijk is ook dat de naam van Maria los staat van enige familiale verwantschap. Het was gebruikelijk in de tijd van Jezus om een vrouw aan te duiden als dochter, vrouw of moeder van een man, alsof een vrouw geen identiteit van zichzelf zou kunnen hebben. Maar hier staat slechts 'Maria' en dat is opvallend ongebruikelijk. Voor de volgelingen van Jezus uit zijn tijd moet dat voldoende zijn geweest: ze kenden Maria als een zelfstandige vrouw, los van enige verwantschap, en zo wordt ze hier dus ook benoemd, met haar eigen naam, meer niet.
Hetzelfde geldt voor Salomé in logion 61b. Ook daar alleen 'Salomé'. Salomé wordt ook genoemd in het oudste evangelie, dat van Markus, met alleen haar eigen naam. Matteüs corrigeert dat later als hij het verhaal van Markus overneemt; hij noemt haar dan 'Salomé, de moeder van de zonen van Zebedeus'. Dan klopt het weer volgens het vrouwbeeld van die tijd.
Hier, in Matteüs, zie je dus opnieuw in miniatuur hoe de overgang subtiel plaatsvindt van Salomé als zelfstandige vrouw onder de volgelingen van Jezus, naar Salomé als moeder van mannen, de zonen van Zebedeus.


De vertaling en toelichting van Bram Moerland bij het Thomas-evangelie is ook uitgegeven in boekvorm. Wil je dat boek bestellen? Je vindt de gegevens hier.


 


Parallellen

De parallellen zijn bedoeld voor nadere studie. Ze zijn zeker niet altijd in overeenstemming met het Thomas-evangelie. Want ook contrasten met bijvoorbeeld citaten uit de Bijbel zijn van belang voor het verstaan van de betekenis.
Ken je zelf een tekst die past bij dit logion? Het zou fijn zijn als je die hieronder wilde publiceren.



Evangelie van Maria Magdalena
Ook in het evangelie van Maria Magdalena speelt het achterlaten van de kleren een belangrijke rol. Zie Maria Magdalena

Bijbel

Matteüs 11:16-17
16 Waarmee zal ik de mensen van deze generatie vergelijken? Ze lijken op kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen:
17 “Toen we voor jullie op de fluit speelden, wilden jullie niet dansen,
toen we een klaaglied zongen, wilden jullie niet rouwen.”

Marcus 15:40-47
40 Van een afstand keken ook enkele vrouwen toe, onder wie Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus de jongere en van Joses, en Salome. 41 Toen hij in Galilea verbleef, waren deze vrouwen hem gevolgd en hadden ze voor hem gezorgd, net als vele andere vrouwen die met hem waren meegereisd naar Jeruzalem.
42 Toen de avond al gevallen was (het was de ‘voorbereidingsdag’, dat wil zeggen de dag voor de sabbat), 43 kwam Josef van Arimatea, een vooraanstaand raadsheer, die zelf ook de komst van het koninkrijk van God verwachtte. Hij raapte al zijn moed bijeen en ging naar Pilatus, die hij om het lichaam van Jezus vroeg. 44 Het bevreemdde Pilatus dat hij al dood zou zijn en hij riep de centurio bij zich, aan wie hij vroeg of Jezus al gestorven was, 45 en toen de centurio dat bevestigd had, gaf hij het lijk aan Josef. 46 Josef kocht een stuk linnen, haalde Jezus van het kruis en wikkelde hem in het linnen. Daarna legde hij hem in een graf dat in de rots was uitgehouwen en rolde een steen voor de ingang.
47 Maria uit Magdala en Maria de moeder van Joses keken toe in welk graf hij werd gelegd.

Lucas 7:32
Ze lijken op kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen:
“Toen we voor jullie op de fluit speelden, wilden jullie niet dansen,
toen we een klaaglied zongen, wilden jullie niet treuren.”

Matteus 24:44
Daarom moeten ook jullie klaarstaan, want de Mensenzoon komt op een tijdstip waarop je het niet verwacht.

Matteus 24:43
Besef wel: als de heer des huizes had geweten in welk deel van de nacht de dief zou komen, dan zou hij wakker gebleven zijn en niet in zijn huis hebben laten inbreken.

Lucas 12:39
Besef wel: als de heer des huizes had geweten op welk uur de dief zou komen, dan zou hij niet in zijn huis hebben laten inbreken.

Matteus 6:19
Verzamel voor jezelf geen schatten op aarde: mot en roest vreten ze weg en dieven breken in om ze te stelen.

Matteus 12:29
Trouwens, hoe kan iemand het huis van een sterkere binnengaan en zijn inboedel roven, als hij die sterkere niet eerst heeft vastgebonden? Pas dan zal hij zijn huis kunnen leegroven.

Marcus 3:27
Bovendien kan niemand het huis van een sterkere binnengaan om zijn inboedel te roven, als hij die sterkere niet eerst vastgebonden heeft; pas dan kan hij zijn huis leeghalen.

Matteus 24:42-43
42 Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag jullie Heer komt. 43 Besef wel: als de heer des huizes had geweten in welk deel van de nacht de dief zou komen, dan zou hij wakker gebleven zijn en niet in zijn huis hebben laten inbreken.

Matteus 25:13
Wees dus waakzaam, want jullie weten niet op welke dag en op welk tijdstip hij komt.

Marcus 13:33
Pas op, wees waakzaam, want jullie weten niet wanneer die tijd zal komen.

Lucas 12:35-39
35 Sta klaar, doe je gordel om en houd de lampen brandend, 36 en wees als knechten die hun heer opwachten wanneer hij terugkeert van een bruiloft, zodat ze direct voor hem opendoen wanneer hij aanklopt. 37 Gelukkig de knechten die de heer bij zijn komst wakend aantreft. Ik verzeker jullie: hij zal zijn gordel omdoen, hen aan tafel nodigen en hen bedienen. 38 Gelukkig degenen die hij zo aantreft, ook al komt hij midden in de nacht of kort voor het aanbreken van de dag. 39 Besef wel: als de heer des huizes had geweten op welk uur de dief zou komen, dan zou hij niet in zijn huis hebben laten inbreken.

1 Rechters 18:46
Elia werd door de hand van de HEER gegrepen. Hij schortte zijn lendendoek op en rende voor Achab uit, helemaal tot Jizreël.

Lucas 11:22
Maar zo gauw iemand die sterker is hem aanvalt en hem overwint, dan neemt die sterkere hem de wapenrusting waarop hij vertrouwde af en verdeelt hij de buit.

Marcus 4:26-29
26 En hij zei: ‘Het is met het koninkrijk van God als met een mens die zaad uitstrooit op de aarde: 27 hij slaapt en staat weer op, dag in dag uit, terwijl het zaad ontkiemt en opschiet, ook al weet hij niet hoe. 28 De aarde brengt uit zichzelf vrucht voort, eerst de halm, dan de aar, en dan het rijpe graan in de aar. 29 Maar zo gauw het graan het toelaat, slaat hij er de sikkel in, omdat het tijd is voor de oogst.’

Joël 4:13
Sla de sikkel erin,
het is tijd om te oogsten.
Kom de wijnpers treden,
de persbak is vol,
de kuipen lopen over,
zó talrijk zijn hun misdaden.

Matteus 11:15
Laat wie oren heeft goed luisteren!

Matteus 13:9
Laat wie oren heeft goed luisteren!’

Marcus 4:9, 23
9 En hij zei: ‘Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’
23 Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’

Marcus 7:16
(7:15) Andere handschriften hebben een extra vers: ‘[16] Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’

Lucas 8:8
Maar er viel ook wat zaad in vruchtbare aarde, en dat bracht honderdvoudig vrucht voort toen het was opgeschoten.’ Hij voegde er met luide stem aan toe: ‘Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren.’

Lucas 14:35
Ook voor de bemesting van de grond is het niet meer bruikbaar, dus wordt het weggegooid. Wie oren heeft om te horen, moet goed luisteren!’

Eckehart
Toen God de mens maakte, maakte Hij de vrouw uit de zijde van de man, opdat zij zijn gelijke zou zijn. Hij maakte haar niet uit het hoofd van de man, noch uit diens voeten, zodat zij noch vrouw noch man voor hem zou zijn, maar Hij maakte haar zo dat zij zijn gelijke was. Zo moet de rechtvaardige ziel als gelijke bij God zijn en als naaste bij Hem zijn, precies terzelfder hoogte, niet lager of hoger.” (Over God wil ik zwijgen, II Preken, Meister Eckhart, p. 160, Hist. Uitg. Groningen, 2001) (Ingezonden door Toon Desmet)








 


Reacties (21)

Wat mooi deze woorden van Maria Hillen!

Kniel voor dat wat je ziet als je tegenhang
en neem het in je op
en zie hoe het jou verenigt.






Hier speelt nog een heel andere gnostische gedachte. Namelijk als je je zekerheden zoals een stapeltje kleren aflegt kun je je weg gaan met je eigen naakte zelfvertrouwen. Dan kun je de volgende dag opnieuw beginnen omdat je los hebt gelaten wat de vorige dag goed of slecht was. Dan kun je onbevangen zijn als een kind (zie ook Logion 4). Het mooie willen zien. De zingeving van vandaag kan de gevangenis van morgen zijn. Als je morgen vandaag imiteert is je dag niet echt meer. Dan speel je een spel. Het gaat erom de moed te hebben om los te laten. Anderen kunnen hun land opeisen. Maar jouw ziel moet open blijven staan voor het nieuwe door je over te geven en het oude los te laten.


#39626@Namelijk als je je zekerheden zoals een stapeltje kleren aflegt kun je je weg gaan met je eigen naakte zelfvertrouwen

dag Frits

Mogelijk dat dan ook het zelf wegvalt en je je weg kunt gaan in vertrouwen, vertrouwen om niet..


Hallo Nij

Of inderdaad op je Zelf vertrouwen. Degene die je in werkelijkheid bent als je alle beelden van anderen over je achter je hebt gelaten.


#39661@Degene die je in werkelijkheid bent als je alle beelden van anderen over je achter je hebt gelaten.

hoi Frits

Prikkelende woorden..

Naar mezelf toe ontstaat dan de vraag ..als ik beelden over mezelf achter me gelaten heb, betekent denk ik dat ik beelden van anderen achter me laat.
In de praktijk van het leven ontkom ik niet aan beeldvorming zowel van mezelf als de ander.
Dit zien geeft me ruimte



Hallo Nij

Ja ik denk dat het voor beiden geldt. Voor verwachtingen en beelden die anderen van je hebben en beelden die je jezelf hebt opgelegd als gevolg daarvan. Als je daar los van komt kun je pas echt jezelf zijn zoals je oorspronkelijk bedoeld bent.


#39690@"Voor verwachtingen en beelden die anderen van je hebben en beelden die je jezelf hebt opgelegd als gevolg daarvan."

Dank je voor je reactie Frits.
Wat ik bedoel is niet alleen wat anderen mij hebben opgelegd door hun beeldvorming.
Ik heb het ook over mijn eigen beeldvorming en meningen over anderen, bv als mij iets niet bevalt.
Omdat dit zien mij ruimte geeft, heb ik de keuze of dit te projecteren op de ander of het enkel bij zien te laten.




Hallo Nij
Ik ben het helemaal met je eens.
Groet, frits


Dieven

Wees weerbaar en voorbereid;
wees wakker.

Houd je heel-zijn in stand;
je innerlijke rust en vrede.
Verdedig het tegen de dieven:
jaloezie, angst, hebzucht, kwaadsprekerij...
Ze willen inbreken
en je heel-zijn verstoren.

Wees weerbaar en voorbereid;
wees wakker.

Peter van de Goolberg


dag Peter

Wakker zijn heeft voor mij vooral te maken met het zien en onderkennen van de momenten van eigen jaloezie, angst , hebzucht, kwaadsprekerij en zo.
Dit ervaar ik als heelheid.
Ipv verdediging is er alertheid, voelen/zien bij mezelf en bij de ander en los laten.
Meer is het niet. Dit geeft me enorme ruimte.


Dag Nij,

Dank voor je woorden. Ik kan me er goed in vinden. Ik doelde ook op eigen angst, jaloezie, etc. De wakkerheid; daar gaat het inderdaad om.


Je leeft een tijdje op geleend licht als je in de put zit. Later moet je het terug geven


Ik weet niet precies wat je bedoelt, Annette, maar oprechte liefde is altijd gratis, zonder dat een tegenprestatie verlangd wordt.


Als iemand je steunt en de weg wijst, dan is dat geleend licht van die ander. Als je uit die put komt moet dat licht terug en op eigen kracht verder, met eigen inzicht.

En zeker, liefde is altijd gratis, anders is het handelswaar.


Ik zeg het verwarrend zie ik.

Stel dat ik in de put zit en jij mij helpt, vooruit helpt en troost. Dan heb ik jou licht geleend.

Maar daarna moet je op eigen licht verder. Natuurlijk kan het zijn dat ik veel van jou leer en eigen maak, maar het moet dan wel van mijzelf worden, eigen inzicht.


Voor mij is liefde daar waar de ik en jij verdwijnt.
Liefde Is, doet om Niets.


Jij Bent mij in een andere vorm.


Inderdaad Yvonne 'Liefde Is'. En meer valt er eigenlijk niet over te zeggen. Net zo min als God onder woorden te brengen is . En als je er toch meer over wilt zeggen dan kan dat alleen met woorden waarbij je je geen voorstellingen kunt maken.

In het OT was het de Joden ook verboden om beelden (voorstellingen) te maken; m.i. omdat het gewoon onmogelijk is om je God voor te stellen.

Ik heb enige jaren geleden geprobeerd om LIEFDE op deze manier te 'omschrijven'. Misschien heb je hier iets aan.

LIEFDE

Liefde is eenvoudig, onveranderlijk
Liefde is eeuwig en eenduidig
Liefde is Licht
Goddelijk Licht
Licht dat verwarmd
Licht dat verbindt
Licht dat omhult
Alles en iedereen
Liefde kent geen polariteiten,
vragen; noch antwoorden
Liefde is de grote Leegte
Waarin Alles plaatsvindt
Waarin het Niets en het Al
In elkaar overgaan
in onvoorwaardelijk Zijn


voor mij zijn liefde en God synoniem, Henk...


Natuurlijk Yvonne, voor mij ook. Fijn dat je daar nog even op terug komt. We zeggen God(Liefde) Is en zwijgen dan, want in die wetenschap verliezen woorden hun betekenis.


Precies Henk, niet te vangen in concepten.


 


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen worden berichten met http:// geweigerd.


Naam:
E-mail:
Reactie: