De Geheime Woorden

Toelichting bij het Thomas Evangelie

Bram Moerland

Spring direct naar logion of naar het volgende logion »


Naakt zonder schaamte

37

Zijn leerlingen zeiden:
Wanneer zul je je aan ons openbaren?
Wanneer zullen wij je zien?
Jezus zei:
Wanneer je je kleren aflegt zonder schaamte,
en je kleren opneemt en op de grond onder je voeten legt
zoals kleine kinderen, en ze vertrapt,
dan zul je zelf een zoon van de levende zijn
en je zult niet meer vrezen.

 

Dit logion is een wonder van beknoptheid. In enkele beelden – voor de Joodse toehoorders van die tijd veelbetekenend – bepaalt Jezus zijn eigen positie en ook nog de kern van zijn leer.
De leerlingen vragen: ‘Wanneer zul je je aan ons openbaren?’ Ze zijn ervan overtuigd dat Jezus de Messias is die in het Oude Testament aan het Joodse volk werd beloofd. Wanneer gaat hij nu die rol eindelijk eens openlijk op zich nemen, willen ze weten: ‘Wanneer zullen we je zien in je ware gedaante als onze verlosser?’
Maar Jezus, die de vraag natuurlijk heel goed begrijpt, geeft wederom een verrassend antwoord, dat geheel buiten de verwachtingen van zijn leerlingen valt.
Zij willen dat een Messias hen komt verlossen, Jezus dus.
Maar Jezus wil die rol helemaal niet. Zijn antwoord is verrassend anders: Wil je me zien in mijn ware gedaante? Dan moet je eerst zelf veranderen. Je moet zelf een ‘zoon van de levende worden’.
Maar hoe doe je dat?
Het antwoord op die vraag moet voor zijn Joodse toehoorders vast als schokkend zijn ervaren.
In het boek Genesis wordt verteld dat Adam en Eva beseften dat ze naakt waren nadat ze gegeten hadden van de boom van kennis van goed en kwaad:
Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. (...)
Maar god, de Heer, riep de mens: ‘Waar ben je?’
Hij (Adam) antwoordde: ‘Ik hoorde u in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.

Adem en Eva schaamden zich dus omdat ze naakt waren, nadat ze van de boom van kennis van goed en kwaad gegeten hadden. En 'ze verborgen zich', raakten onwetend over zichzelf.
Maar god hielp hen hun naaktheid te bedekken: ‘god, de Heer, maakte voor de mens en zijn vrouw kleren van dierenvellen en trok hun die aan.’

En wat zegt Jezus nu in dit logion tot zijn leerlingen? Dat ze de kleren moeten afleggen die Jahweh voor hen gemaakt had. Ze kunnen dus worden als Adam en Eva nadat die van de boom van kennis van goed en kwaad hadden gegeten, maar dan zonder schaamte! Dan zullen ze ‘een zoon van de levende’ zijn.
Hoezo, ‘zoon van de levende’?
Toen Jahweh ontdekte dat Adam en Eva van de boom van kennis van goed en kwaad hadden gegeten, sprak hij tot zichzelf:
Nu wil ik voorkomen dat hij (de mens) ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven. (...) En nadat hij hem had weggejaagd, plaatste hij ten oosten van de tuin van Eden de cherubs en het heen en weer flitsende, vlammende zwaard. Zij moesten de weg naar de levensboom bewaken.
Jahweh ontneemt hier de mens dus de weg naar de levensboom.
Jezus wijst zijn leerlingen de weg terug naar de levensboom.

De weg terug naar de levensboom om ‘een zoon van de levende’ te worden moet je als eenling zelf afleggen. Dat kan een Messias niet voor je doen. Je moet daartoe de kleren van dierenvellen die Jahweh voor de mens gemaakt had afleggen, onder je voeten leggen en vertrappen. Maar je moet dat doen zoals kinderen dat zouden doen, niet in boosheid en wrok, maar spelend, letterlijk in onschuld.
De mens had zichzelf verborgen uit schaamte. Jezus roept zijn leerlingen hier op zichzelf te herinneren, terug te gaan naar het kind in zichzelf, en weer naakt te worden, maar dan zonder schaamte.
Als Jezus wordt geboren in Bethlehem, wordt hij 'in doeken gewikkeld'. Hij krijgt de kleren aan die Jahweh voor de mens had gemaakt, dat wil zeggen de Wet van Mozes. Maar als na de kruisdood Maria Magdalena het graf van Jezus bezoekt, vindt ze daar alleen zijn kleren. Jezus heeft zijn kleren van schaamte afgelegd, hij is naakt als Adam en Eva in het paradijs, opgestaan uit de spirituele dood en een 'zoon van de levende’ geworden.
Dat proces kan elk van ons in zichzelf herhalen.
Nadat je de kleren hebt afgelegd van 'de Machten' die je hebben doen geloven dat je permanent een boetekleed dient te dragen als een zondig wezen, kun je daarna jezelf bekleden met liefde.
En wat is daarvan het resultaat? Dat je niet meer zult vrezen. Er zal geen angst meer zijn. Er is niets meer om van verlost te worden. Er is dan dus ook geen Messias meer nodig.


De vertaling en toelichting van Bram Moerland bij het Thomas-evangelie is ook uitgegeven in boekvorm. Wil je dat boek bestellen? Je vindt de gegevens hier.



 


Parallellen

Evangelie van Maria Magdalena
Ook in het evangelie van Maria Magdalena speelt het achterlaten van de kleren een belangrijke rol. Zie Evangelie van Maria Magdalena

Christellijke mystiek
Het begrip naaktheid speelt ook een belangrijk rol in de christelijke mystiek. Je ziet daar echter grote verschillen in opvatting. Franciscus nam de naaktheid wel heel letterlijk op door geheel naakt te preken in Assisi. Bernardus van Clairvaux zag het als een oproep tot ascese, verzaking van het lichaam. Meister Eckhart verstond het symbolisch als een toestand van het bewustzijn die geheel 'naakt' is van voorstellingen. Bij hem is naaktheid het symboolwoord voor 'armoede van geest' (zie logion 54). Hadewych noemt het 'de ontbloting' van de geest, de blote geest.

Secret Revelation of John 18.16-17
He had entered into the light and was naked of evil.

Bijbel

Kolossenzen 3:14
En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt.
Nadat je de kleren hebt afgelegd van 'de Machten' die je hebben doen geloven dat je permanent een boetekleed dient te dragen als een zondig wezen, kun je daarna jezelf bekleden met liefde.

Openbaring 16:15
‘Ik kom onverwacht als een dief!’ Gelukkig is wie wakker blijft en zijn kleren aanhoudt: hij hoeft niet naakt rond te lopen en zich voor iedereen te schamen.
Het is een radicale omkering van de betekenis die Thomas toekent aan het naakt zijn. Naakt zijn is voor Thomas het beeld van het samenvallen met je ware zelf: naakt zonde bekleed te zijn met illusies. Zo niet voor de schrijver van Openbaring, die juist de naaktheid verwerpt. Maar dat klopt natuurlijk voor iemand die oproept tot geloof in een externe waarheid.

Genesis 2:25
Beiden waren ze naakt, de mens en zijn vrouw, maar ze schaamden zich niet voor elkaar.

Genesis 3
1 Van alle in het wild levende dieren die God, de HEER, gemaakt had, was de slang het sluwst. Dit dier vroeg aan de vrouw: ‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’ 2 ‘We mogen de vruchten van alle bomen eten,’ antwoordde de vrouw, 3 ‘behalve die van de boom in het midden van de tuin. God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven.’ 4 ‘Jullie zullen helemaal niet sterven,’ zei de slang. 5 ‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als goden (Ook mogelijk is de vertaling: ‘als God’) zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.’
6 De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan. 7 Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van.
8 Toen de mens en zijn vrouw God, de HEER, in de koelte van de avondwind door de tuin hoorden wandelen, verborgen zij zich voor hem tussen de bomen. 9 Maar God, de HEER, riep de mens: ‘Waar ben je?’ 10 Hij antwoordde: ‘Ik hoorde u in de tuin en werd bang omdat ik naakt ben; daarom verborg ik me.’ 11 ‘Wie heeft je verteld dat je naakt bent? Heb je soms gegeten van de boom waarvan ik je verboden had te eten?’ 12 De mens antwoordde: ‘De vrouw die u hebt gemaakt om mij ter zijde te staan, heeft mij vruchten van de boom gegeven en toen heb ik ervan gegeten.’ 13 ‘Waarom heb je dat gedaan?’ vroeg God, de HEER, aan de vrouw. En zij antwoordde: ‘De slang heeft me misleid en toen heb ik ervan gegeten.’ (...)
21 God, de HEER, maakte voor de mens en zijn vrouw kleren van dierenvellen en trok hun die aan.
22 Toen dacht God, de HEER: Nu is de mens aan ons gelijk geworden, nu heeft hij kennis van goed en kwaad. Nu wil ik voorkomen dat hij ook vruchten van de levensboom plukt, want als hij die zou eten, zou hij eeuwig leven. 23 Daarom stuurde hij de mens weg uit de tuin van Eden om de aarde te gaan bewerken, waaruit hij was genomen. 24 En nadat hij hem had weggejaagd, plaatste hij ten oosten van de tuin van Eden de cherubs en het heen en weer flitsende, vlammende zwaard. Zij moesten de weg naar de levensboom bewaken.

Exodus 26:33
Bevestig het voorhangsel zo dat het onder de vijftig gouden haken komt, en zet de ark met de verbondstekst erachter: het voorhangsel vormt de scheiding tussen het heilige en het allerheiligste.

Het woord 'voorhangsel' is ook een kleed, het kleed dus dat het heilige verbergt. Als Jezus sterft aan het kruis, zie verderop, scheurt het voorhangsel. Het heilige, de christusnatuur van de werkelijkheid, de oorspronkelijke staat van de mens, wordt zichtbaar, openbaar.

Sirach 50:5
Welk een glans omgaf hem toen hij uit het Huis van het voorhangsel kwam en zich tot het volk wendde.

Marcus 5
Onder hen was ook een vrouw die al twaalf jaar aan bloedverlies leed. 26 Ze had veel ellende doorgemaakt door de behandeling van allerlei artsen, aan wie ze haar hele vermogen had uitgegeven zonder dat ze ergens baat bij had gehad; integendeel, ze was alleen maar achteruitgegaan. 27 Ze had gehoord over Jezus, en ze begaf zich tussen de menigte en raakte zijn bovenkleed van achteren aan, 28 want ze dacht: Als ik alleen zijn kleren maar kan aanraken, zal ik al gered worden. 29 En meteen hield het bloed op te vloeien en merkte ze aan haar lichaam dat ze voorgoed van de kwaal genezen was. 30 Op hetzelfde ogenblik werd Jezus zich ervan bewust dat er kracht uit hem was weggestroomd. Midden in de menigte draaide hij zich om en vroeg: ‘Wie heeft mijn kleren aangeraakt?’ 31 Zijn leerlingen zeiden tegen hem: ‘U ziet dat de menigte zich om u verdringt en dan vraagt u: “Wie heeft mij aangeraakt?”’ 32 Maar hij keek om zich heen om te zien wie het gedaan had. 33 De vrouw, die bang was geworden en stond te trillen omdat ze wist wat er met haar was gebeurd, kwam naar hem toe en viel voor hem neer en vertelde hem de hele waarheid. 34 Toen zei hij tegen haar: ‘Uw geloof heeft u gered; ga in vrede en wees genezen van uw kwaal.’

Marcus 6
53 Nadat ze waren overgestoken, kwamen ze bij Gennesaret aan land en daar legden ze aan. 54 Toen ze uit de boot stapten, werd hij meteen herkend. 55 In het hele gebied ontstond een druk komen en gaan van mensen, die zieken op draagbedden meenamen naar elke plaats waarvan ze hoorden dat hij daar was. 56 Overal waar hij kwam, in dorpen, steden en gehuchten, legden ze de zieken op het plein. Ze smeekten hem of ze ten minste de zoom van zijn kleed mochten aanraken. En iedereen die hem aanraakte, werd gered en genas.

Marcus 9
2 Zes dagen later nam Jezus Petrus, Jakobus en Johannes met zich mee een hoge berg op, waar ze helemaal alleen waren. Voor hun ogen veranderde hij van gedaante, 3 zijn kleren gingen helder wit glanzen, zo wit als geen enkele wolwasser op aarde voor elkaar zou kunnen krijgen. (...)
9 Toen ze de berg afdaalden, zei hij tegen hen dat ze aan niemand mochten vertellen wat ze hadden gezien voordat de Mensenzoon uit de dood zou zijn opgestaan. 10 Ze namen zijn woorden ter harte, maar vroegen zich onder elkaar wel af wat hij bedoelde met deze opstanding uit de dood.

Marcus 10
46 Ze kwamen in Jericho. Toen hij met zijn leerlingen en gevolgd door een grote menigte weer uit Jericho vertrok, zat daar een blinde bedelaar langs de weg, een zekere Bartimeüs, de zoon van Timeüs. 47 Toen hij hoorde dat Jezus uit Nazaret voorbijkwam, begon hij te schreeuwen: ‘Zoon van David, Jezus, heb medelijden met mij!’ 48 De omstanders snauwden hem toe dat hij zijn mond moest houden, maar hij schreeuwde des te harder: ‘Zoon van David, heb medelijden met mij!’ 49 Jezus bleef staan en zei: ‘Roep hem.’ Ze riepen de blinde en zeiden tegen hem: ‘Houd moed, sta op, hij roept u.’ 50 Hij gooide zijn mantel af, sprong op en ging naar Jezus. 51 Jezus vroeg hem: ‘Wat wilt u dat ik voor u doe?’ De blinde antwoordde: ‘Rabboeni, zorg dat ik weer kan zien.’ 52 Jezus zei tegen hem: ‘Ga heen, uw geloof heeft u gered.’ En meteen kon hij weer zien en hij volgde hem op zijn weg.

'Hij gooide zijn mantel af, sprong op' - mooie symboliek van het afleggen van de kleren van Jahweh die blind maken, en de opstanding.

Marcus 14
50 Toen lieten allen hem in de steek en vluchtten weg. 51 Een jongeman, die alleen een linnen kleed aanhad, probeerde bij hem te blijven, maar toen ook hij werd vastgegrepen, 52 liet hij het kleed in hun handen achter en vluchtte naakt weg.

Koningsmantel, symbool van de namaak-verlossing

Matteüs 27
27 De soldaten van de prefect namen Jezus mee naar het pretorium en verzamelden de hele cohort om hem heen. 28 Ze kleedden hem uit en deden hem een scharlakenrode mantel om, 29 ze vlochten een kroon van doorntakken en zetten die op zijn hoofd. Ze gaven hem een rietstok in zijn rechterhand en vielen voor hem op de knieën. Spottend zeiden ze: ‘Gegroet, koning van de Joden,’ 30 en ze spuwden op hem, pakten hem de rietstok weer af en sloegen hem tegen het hoofd. 31 Nadat ze hem zo hadden bespot, trokken ze hem de mantel uit, deden hem zijn kleren weer aan en leidden hem weg om hem te kruisigen.

Marcus 15
16 De soldaten leidden hem weg, het paleis (dat wil zeggen het pretorium) in, en riepen de hele cohort bijeen. 17 Ze trokken hem een purperen gewaad aan, vlochten een kroon van doorntakken en zetten hem die op. 18 Daarna brachten ze hem hulde met de woorden: ‘Gegroet, koning van de Joden!’ 19 Ze sloegen hem met een rietstok tegen het hoofd en bespuwden hem, en bogen onderdanig voor hem. 20 Nadat ze hem zo hadden bespot, trokken ze hem het purperen gewaad uit en deden hem zijn kleren weer aan.

Verdobbelen kleren
Symbool van de strijd van allerlei sektarische belangengroepen (de soldaten) die zich de leer van jezus willen toe-eigenen, als middel tot macht, zonder die te hebben begrepen.

Matteüs 27:35
Nadat ze hem gekruisigd hadden, verdeelden ze zijn kleren onder elkaar door erom te dobbelen.

Marcus 15:24
Ze kruisigden hem en verdeelden zijn kleren onder elkaar; ze dobbelden erom wie wat zou krijgen.

Lucas 23:34
De soldaten verdeelden zijn kleren onder elkaar door erom te dobbelen.

Johannes 19:23-24
Nadat ze Jezus gekruisigd hadden, verdeelden de soldaten zijn kleren in vieren, voor iedere soldaat een deel. Maar zijn onderkleed was in één stuk geweven, van boven tot beneden. Ze zeiden tegen elkaar: ‘Laten we het niet scheuren, maar laten we loten wie het hebben mag.’

Voorhangsel tempel scheurt
Wat verborgen was wordt zichtbaar

Matteüs 27:51
Op dat moment scheurde in de tempel het voorhangsel van boven tot onder in tweeën, en de aarde beefde en de rotsen spleten.

Marcus 15:38
En het voorhangsel van de tempel scheurde van boven tot onder in tweeën.

Lucas 23:44
Rond het middaguur werd het donker in het hele land omdat de zon verduisterde. De duisternis hield drie uur aan. Toen scheurde het voorhangsel van de tempel doormidden.

Lijkwade Jezus
Liefdevolle vertaling van de boodschap van Jezus, tegenover die van de dobbelende soldaten.

Matteüs 27
59 Josef nam het lichaam mee, wikkelde het in zuiver linnen 60 en legde het in het nieuwe rotsgraf dat hij voor zichzelf had laten uithouwen.

Marcus 145
46 Josef kocht een stuk linnen, haalde Jezus van het kruis en wikkelde hem in het linnen. Daarna legde hij hem in een graf dat in de rots was uitgehouwen en rolde een steen voor de ingang.

Lucas 23
53 Nadat hij het lichaam van het kruis had gehaald, wikkelde hij het in linnen doeken en legde het in een rotsgraf dat nog nooit was gebruikt.

Johannes 19
40 Ze wikkelden Jezus’ lichaam met de balsem in linnen, zoals gebruikelijk is bij een Joodse begrafenis. 41 Dicht bij de plaats waar Jezus gekruisigd was lag een olijfgaard, en daar was een nieuw graf, waarin nog nooit iemand begraven was.

Graf leeg
De leegte van het graf: symboliek van de illusie die leeg is, dat wil zeggen zonder reëel bestaan. Zoals Valentinus zegt in het Evangelie der Waarheid: 'Want de angst en de vergetelheid en het product van de leugen waren niets.'
Vergelijkbaar met het begrip 'leegte' van het boeddhisme. Zie ook: Valentinus, Niets


Matteüs 28
1 Na de sabbat, toen de ochtend van de eerste dag van de week gloorde, kwam Maria uit Magdala met de andere Maria naar het graf kijken. 2 Plotseling begon de aarde hevig te beven, want een engel van de Heer daalde af uit de hemel, liep naar het graf, rolde de steen weg en ging erop zitten. 3 Hij lichtte als een bliksem en zijn kleding was wit als sneeuw. 4 De bewakers beefden van angst en vielen als dood neer. 5 De engel richtte zich tot de vrouwen en zei: ‘Wees niet bang, ik weet dat jullie Jezus, de gekruisigde, zoeken. 6 Hij is niet hier, hij is immers opgestaan, zoals hij gezegd heeft. Kijk maar, dat is de plaats waar hij gelegen heeft.

Marcus 16
1 Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus, en Salome geurige olie om hem te balsemen. 2 Op de eerste dag van de week gingen ze heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang, naar het graf. 3 Ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie zal voor ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen?’ 4 Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold; het was een heel grote steen. 5 Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk. 6 Maar hij zei tegen hen: ‘Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazaret die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd.

Lucas 24
1 Maar op de eerste dag van de week gingen ze bij het ochtendgloren naar het graf met de geurige olie die ze bereid hadden. 2 Bij het graf aangekomen, zagen ze echter dat de steen voor het graf was weggerold, 3 en toen ze naar binnen gingen, vonden ze het lichaam van de Heer Jezus niet. 4 Hierdoor raakten ze helemaal van streek. Plotseling stonden er twee mannen in stralende gewaden bij hen. 5 Ze werden door schrik bevangen en sloegen de handen voor hun ogen. De mannen zeiden tegen hen: ‘Waarom zoekt u de levende onder de doden? 6 Hij is niet hier, hij is uit de dood opgewekt.

Johannes 20
5 Hij boog zich voorover en zag de linnen doeken liggen, maar hij ging niet naar binnen. 6 Even later kwam Simon Petrus en hij ging het graf wel in. Ook hij zag de linnen doeken, 7 en hij zag dat de doek die Jezus’ gezicht bedekt had niet bij de andere doeken lag, maar apart opgerold op een andere plek.

Hebreeën 6:19
Welke wij hebben als een anker der ziel, hetwelk zeker en vast is, en ingaat in het binnenste van het voorhangsel

Hebreeën 9,3
Maar achter het tweede voorhangsel was de tabernakel, genaamd het heilige der heiligen

Hebreeën 10,20
20 Omdat hij voor ons met zijn lichaam een weg naar een nieuw leven gebaand heeft, door het voorhangsel heen.

Kolossenzen 3:14
En bovenal, kleed u in de liefde, dat is de band die u tot een volmaakte eenheid maakt.

Nag Hammadi

Handelingen van Thomas
Ik zal mij niet meer sluieren, daar het kleed der schande van mij is afgenomen en ik schaam mij niet meer
omdat het werk der schande verre van mij is
(Quispel, p.145-146)

Apocryphon of James: From this moment on I shall strip myself that I may clothe myself.
NH I, 14:35-36

Overig

Clemens Alexandrinus, Stromateis III, XIII, 92, 2
Wanneer jullie het kleed van de schande vertrapt
(Quispel, p.145-146)

Syrische Oden van Salomo 25, 8
En ik werd bedekt met de bedekking van uw geest
en ik verwijderde van mij het kleed van huid
(Quispel, p.145-146)

Johannes Cassianus, De institutis coenobrium (over de instellingen van het kloosterleven)
Alle schroom en verwarring wordt vertrapt om de wille van de naam en het verlangen naar Christus
(Quispel, p.145-146)

 


Reacties (8)

"en je kleren opneemt en op de grond onder je voeten legt
zoals kleine kinderen, en ze vertrapt,
dan zul je zelf een zoon van de levende zijn
en je zult niet meer vrezen."

Ik vind het een mooi ritueel beeld om mijzelf te zien dansen en springen om mijn kleden (lees overtuigingen) te vertrappen.
Maar Bram, dit gaat niet altijd "spelend in onschuld". Daar komt nog wel eens een golf emotie mee!


Nou en of!


Here i am
naked and vulnerable
but that is oke
because
it is only God
i have to face

Judith


Dank je Judith. Mooi.


Nog prachtiger als het raken van elkaars zielen is de naakte waarheid van het zien en ervaren, dat we altijd al EEN zijn: in Christus.


Maar Voorbijganger, het zien en ervaren dat we altijd al EEN zijn, zou je dat met iedereen moeten gaan voelen? Is dat niet een utopie? Dan is het juist zo mooi als je hier en daar op je levensweg voelt dat je iemand raakt op zielsniveau. het geeft je vleugels, zo ervaar ik het. En ook het besef, dat er zo veel meer mogelijk is dan ik altijd dacht.
En als dat "elkaar raken" in Christus is, prachtig. Daar wil ik wel voor gaan!


Francis, je schrijft:... het zien en ervaren dat we altijd al één zijn, zou je dat met iedereen moeten voelen?
Het antwoord is:JA !!!
Je één voelen met alles en iedereen is een onpersoonlijke ervaring en komt voort uit een onvoorwaardelijke liefde voor alles en iedereen.
Het ego snapt dit niet en voor het ego hoeft het ook niet zo nodig: "Ja, straks, ooit, maar nu even niet. Nu komt het net even ongelegen..."
Van dat ego kun je hooguit verwachten dat het alleen de uitverkorenen omhelst en geef je ego eens ongelijk, dat zijn er al meer dan genoeg!
Jezus zou dan zeggen: "dat doet iedereen al, het is juist de kunst dat we onze vijanden lief hebben, dat maakt ons één." Die stap is de dood van ons ego, zoals zaad sterft om te ontkiemen of een rups verstijft tot een pop.
We bevinden ons dus min of meer in een larve stadium, totdat we ons naar binnen keren in de schijndood van het graf en vandaar af herrijzen wij als ongebonden vlinders, fladderend in de vrijheid van de onvoorwaardelijke liefde.
Geen behoefte meer om "speciaal" te zijn, maar om alleen maar te ZIJN. Dan zijn we EEN met God, Kosmos en ons Menszijn.


Wat Jezus hier zegt is dat het om je persoonlijke religieuze pad gaat. De weg binnendoor. Je kunt wel naar de ander kijken. Maar dan zie je nog niet diens innerlijke worsteling. Dit logion is een vervolg op 35 en 36. Als je gebonden bent kun je je levensgeluk kw3ijtraken. Als je niet eerlijk ten opzichte van de ander staat raak je door onthechting je gevoel en je blijheid kwijt. Omdat je dan in een schijnwereld leeft. Als je je laat leiden door een ander zonder je innerlijke bron aan het woord te laten kom je los te staan van het werkelijke leven. Word je een stuurloos schip. Maar als je je innerlijke bron wel aan het woord laat, de weg binnendoor wel gaat, zal God in je je met liefde bekleden (= betekenis geven). Je kunt dienstbaar zijn aan de ander door zonder angst te laten zien wie je werkelijk bent. Door het zonder schroom of terughoudendheid delen van jouw ervaring.


 


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen worden berichten met http:// geweigerd.


Naam:
E-mail:
Reactie: