De Geheime Woorden

Toelichting bij het Thomas Evangelie

Bram Moerland

Spring direct naar logion of naar het volgende logion »


Vraag de weg aan het kind in jou

4

Jezus zei:
Een man, oud van dagen, zal niet aarzelen
om een klein kind van zeven dagen oud
te vragen naar de plaats van het leven
en hij zal leven.
Want vele eersten zullen de laatsten zijn
en zij zullen één zijn.

 

Hoe kun je ‘een levende’ worden, zodat je ‘de dood niet zult smaken’ zoals bedoeld in logion 1? Hoe vind je de weg naar het koninkrijk in jezelf waartoe je opgeroepen wordt in logion 3?
Dat moet je vragen aan een kind van zeven dagen oud.
Waarom is dat zo?
Ook hier moeten we bedenken dat Jezus sprak in de Joodse cultuur.
In de Joodse samenleving was het gebruikelijk jongetjes op de achtste dag na hun geboorte te besnijden. In het Oude Testament staat:

Al uw mannelijke kinderen moeten als ze acht dagen oud zijn besneden worden. Iedere onbesnedene moet uit zijn stam verwijderd worden. (Genesis 17:12)

Die besnijdenis is niet alleen lichamelijk een ingrijpende gebeurtenis. Er gebeurt meer. De besnijdenis is een rite de passage, een rituele inwijding als lid van een groep. Na de besnijdenis valt de identiteit van het kind niet meer met zichzelf samen. Het wordt lid van een collectiviteit en krijgt de sociale identiteit van ‘een besnedene’. Het raakt daardoor vervreemd van zijn ware zelf. Vanaf dat moment woont hij niet meer in ‘het koninkrijk,’ maar in de wereld van besnedenen en niet-besnedenen.

De besnijdenis vervreemdt het kind niet alleen van zichzelf. Door de besnijdenis ontstaat meteen ook vervreemding van alle andere mensen. Men ziet alle anderen niet meer als mens, maar als ‘besnedenen’ en ‘niet-besnedenen’. Dat is de oordelende blik, dat is kijken naar je medemens met een balk in je oog. Die oordelende blik maakt blind, niet alleen voor het eigen ware zelf, maar ook voor het ware zelf van alle andere mensen.
Maar, als je weer als een kind zou kunnen kijken, als een kind van zeven dagen oud dat nog niet besneden is, naar jezelf en naar je medemensen, zonder die balk in je oog, dan zul je ‘zien-wat-is,’ de mens in jezelf en in de ander. Dan ben je samen één, in alle natuurlijke ver-scheidenheid.

Hier wordt ons dus gezegd hoe je ‘een levende’ kunt worden en ‘de dood niet smaken’. Het kind in ons dat gestorven is door de besnijdenis moet uit de dood opgewekt worden. Je moet daartoe weer terug naar de staat van zijn waarin je je eigen identiteit en die van anderen nog niet ontleende aan ‘de wereld’. Je moet terug naar het begin, naar wat je van oorsprong zelf was. Zo zul je ten laatste weer zijn als in het begin. Dan zullen tenslotte vele laatsten, zoals de man oud van dagen, weer zijn als de eersten, als het kind in zichzelf. En dan ben je weer één met je eigen ware zelf. Dan is elk mens je naaste, en niet alleen je stamgenoten.

Als in het Nieuwe Testament wordt verteld dat Jezus kinderen uit de dood opwekt, kunnen we dat symbolisch verstaan als het opwekken van het innerlijke kind van zeven dagen oud, zoals hier bedoeld. In het verhaal over het dochtertje van Jaïrus zegt Jezus: ‘Het kind is niet gestorven, het slaapt.’

De terugkeer naar het kind van zeven dagen oud is de gnostische betekenis van de wedergeboorte. Je keert terug naar begin van je leven, alsof je opnieuw geboren wordt, en dan zonder de opgelegde betekenis van buitenaf, als een heel mens, levend vanuit de innerlijke levensbron.

Contrast met Oude Testament:
Dit logion kan gelezen worden een bewust contrast met:
Vraag uw vader ernaar, hij zal het vertellen;
vraag de oudsten en zij zullen verhalen.
(Deuteronomium 32:7)

In Thomas wordt je opgeroepen naar de plaats van het leven te vragen aan het kind in jezelf. In Deuteronomium moet je dat vragen aan je vader of aan de oudsten. Het is een groot en wezenlijk contrast.


De vertaling en toelichting van Bram Moerland bij het Thomas-evangelie is ook uitgegeven in boekvorm. Wil je dat boek bestellen? Je vindt de gegevens hier.



 


Parallellen

De parallellen zijn bedoeld voor nadere studie. Ze zijn zeker niet altijd in overeenstemming met het Thomas-evangelie. Want ook contrasten met bijvoorbeeld citaten uit de Bijbel zijn van belang voor het verstaan van de betekenis.
Ken je zelf een tekst die past bij dit logion? Het zou fijn zijn als je die hieronder wilde publiceren.



Oxyrhynchus
(Griekse versie van het Thomas Evangelie, waarvan enkele fragmenten werden gevonden bij Oxyrhynchus, Egypte)

[Jezus zei:]
Een ma[n, oud van da]gen, zal niet aarzelen
om [een klein kind, zeven dagen oud,]
te vragen naar de plaats van het [leven,
en hij zal leven].
Hij [zal bese]ffen dat vele ee[rsten] de [laatsten] zullen zijn, en de laatsten de eersten,
en zij [zullen één zijn].

Bijbel

Kind

Dochtertje van Jaïrus

In Marcus 5:35-43 lezen we het volgende:
Nog voor hij uitgesproken was, kwamen enkele mensen tegen de leider van de synagoge zeggen: ‘Uw dochter is gestorven, waarom valt u de meester nog lastig?’ 36 Maar Jezus hoorde dat en zei tegen de leider van de synagoge: ‘Wees niet bang, maar blijf geloven.’ 37 Hij stond niemand toe om met hem mee te gaan, behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus. 38 Ze kwamen bij het huis van de leider van de synagoge en zagen daar een groep mensen die luid stonden te huilen en te weeklagen. 39 Hij ging naar binnen en zei tegen hen: ‘Waarom maken jullie zo’n misbaar en huilen jullie? Het kind is niet gestorven, het slaapt.’ 40 Ze lachten hem uit. Maar hij stuurde hen allemaal naar buiten en ging met de vader en moeder van het kind en de leerlingen die bij hem waren de kamer van het kind binnen. 41 Hij pakte de hand van het kind vast en zei tegen haar: ‘Talita koem!’ In onze taal betekent dat: ‘Meisje, ik zeg je, sta op!’ 42 Meteen stond het meisje op en begon heen en weer te lopen. Ze was twaalf jaar. Iedereen was met stomheid geslagen. 43 Hij drukte hun op het hart dat niemand dit te weten mocht komen, en zei dat ze haar te eten moesten geven.

Probeer deze tekst nu eens niet te lezen als het verslag van een feitelijke gebeurtenis, als een wonder dus, maar als pure symboliek over de terugkeer door de leider van de synagoge naar het kind in hemzelf, als zijn eigen opstanding uit de dood. Het kind in de leider van de synagoge was gestorven. Maar Jezus zegt dat het kind in hem alleen maar slaapt.
Het woord ‘slaap’ is - naast ‘leven’ en ‘dood’- nog zo’n typisch symboolwoord uit de gnostiek. Met de slaap, hier dus van het dochtertje van Jaïrus, wordt de staat van onwetendheid van het ware zelf aangeduid.
Ook de woorden ‘een groep mensen,’ ‘buiten’ en ‘binnen’ zijn in dit verhaal symboolwoorden. Wie besneden is behoort tot de groep van de besnedenen. 'Buiten zijn’ betekent: met je identiteit opgaan in een menigte, een groep, een collectiviteit. Je identiteit komt dan van buiten jezelf. Om het kind in jezelf te vinden moet je de groep verlaten en ‘naar binnen gaan’ in 'de kamer van het kind' in jezelf.
Jezus vraagt aan de duivel in Marcus 5:9: ‘Wat is je naam?’ En hij antwoordde: ‘Legioen is mijn naam, want we zijn met velen.’ Heel symbolisch!
Opmerkelijk is natuurlijk ook dat Jezus de getuigen van deze opwekking op het hart drukt dat niemand dit te weten mocht komen. Dat zou voor een letterlijke gebeurtenis wel heel vreemd zijn, want er stond ‘een menigte’ buiten. Dus ook daaruit blijkt dat het hier gaat om iets anders dan een fysieke dood.

Enig kind van een weduwe

Het is fascinerend om niet alleen het Thomas evangelie, maar ook de teksten uit het Nieuwe Testament op deze manier te leren verstaan. Zo kunnen we ook nog eens opnieuw kijken naar de volgende tekst:
Toen Jezus een stad naderde kwam er een begrafenisstoet de stadspoort uit. Het enige kind van een weduwe was gestorven. Jezus erd bewogen door het verdriet van de moeder. Hij raakte de baar aan waarop het dode kind gedragen werd en hij sprak: ‘Kind, ik zeg u, sta op!’ Het dode kind ging overeind zitten en begon te spreken. (Lucas 7:11)

Ook deze tekst zit vol van gnostische symboolwoorden voor ‘wie oren heeft om te horen’.
De stad is hier symbool voor ‘de menigte’, de kudde. Wil het dode kind in jezelf weer tot leven gewekt worden dat moet het eerst ‘de stad’ uitgedragen worden, de kudde verlaten.
Een vrouw is in de gnostiek vaak het symbool voor de persoonlijke natuur, of de ziel van de mens. Een weduwe is in die symboliek een ziel die niet meer verbonden, gehuwd is met de eigen Christus. Van zo iemand is het innerlijke kind gestorven. Het is een enig kind, want elk innerlijk kind is enig. In die enigheid staat het los van de ‘de menigte’. Ieders innerlijke kind is een eniggeboren kind van god, als een uniek en onvervangbaar wezen.

De bewogenheid van het hart, de liefde, is het helende vermogen van de mens. Liefde geneest en wekt tot leven. Jezus wordt bewogen door het verdriet van de weduwe. Als de baar waarop het dode kind ligt wordt aangeraakt door Jezus vanuit oprechte liefde, wordt het innerlijke kind van de weduwe uit de dood opgewekt. De liefde overwint de dood van het innerlijke kind.
En als het kind dan begint te spreken, spreekt het de taal van Pinksteren, die van het hart, die door alle mensen over de hele wereld verstaan kan worden, besneden of niet.
Nu het kind van de weduwe weer leeft, kan deze ziel weer huwen met de innerlijke Christus.

Matteüs 18
Hij riep een kind bij zich, zette het in hun midden neer en zei: ‘Ik verzeker jullie: als je niet verandert en wordt als een kind, dan zul je het koninkrijk van de hemel zeker niet binnengaan. 4 Wie zichzelf vernedert en wordt als dit kind, die is de grootste in het koninkrijk van de hemel.
Wat een verschil met Thomas! Volgens Matteus moet je net zo nederig worden als een kind. Hier wordt de oproep van Jezus om op zoek te gaan naar het kind in jezelf, zo uitgelegd dat je jezelf dient te ontkennen, om niet te geloven in jezelf.

Marcus 5:35-43, Dochtertje van Jaïrus
35 Nog voor hij uitgesproken was, kwamen enkele mensen tegen de leider van de synagoge zeggen: ‘Uw dochter is gestorven, waarom valt u de meester nog lastig?’ 36 Maar Jezus hoorde dat en zei tegen de leider van de synagoge: ‘Wees niet bang, maar blijf geloven.’ 37 Hij stond niemand toe om met hem mee te gaan, behalve Petrus, Jakobus en Johannes, de broer van Jakobus. 38 Ze kwamen bij het huis van de leider van de synagoge en zagen daar een groep mensen die luid stonden te huilen en te weeklagen. 39 Hij ging naar binnen en zei tegen hen: ‘Waarom maken jullie zo’n misbaar en huilen jullie? Het kind is niet gestorven, het slaapt.’ 40 Ze lachten hem uit. Maar hij stuurde hen allemaal naar buiten en ging met de vader en moeder van het kind en de leerlingen die bij hem waren de kamer van het kind binnen. 41 Hij pakte de hand van het kind vast en zei tegen haar: ‘Talita koem!’ In onze taal betekent dat: ‘Meisje, ik zeg je, sta op!’ 42 Meteen stond het meisje op en begon heen en weer te lopen. Ze was twaalf jaar. Iedereen was met stomheid geslagen. 43 Hij drukte hun op het hart dat niemand dit te weten mocht komen, en zei dat ze haar te eten moesten geven.
Probeer deze tekst eens niet te lezen als het verslag van een feitelijke gebeurtenis, als een wonder dus, maar als pure symboliek over de terugkeer door de leider van de synagoge naar het oorspronkelijke kind in hemzelf, als zijn opstanding uit de dood. Het kind in de leider van de synagoge was gestorven. Maar Jezus zegt dat het kind in hem alleen maar slaapt en wekt het op uit de dood.
Het woord ‘slaap’ is - naast ‘leven’ en ‘dood’- nog zo’n typisch symboolwoord uit de gnostiek. De de slaap, hier dus van het dochtertje van Jaïrus, wordt de staat van onwetendheid van het ware zelf aangeduid.
Ook de woorden ‘menigte,’ ‘buiten’ en binnen’ zijn in dit verhaal symboolwoorden. Wie besneden is behoort tot de 'menigte' van de besnedenen. 'Buiten zijn’ betekent: deel zijn van een menigte. Om het kind in jezelf te vinden moet je de menigte verlaten en ‘naar binnen gaan’ in 'de kamer van het kind' in jezelf.
Het is fascinerend om niet alleen het Thomas evangelie, maar ook de teksten uit het Nieuwe Testament op deze manier te leren verstaan.


Marcus 9:36-37
Hij pakte een kind op en zette het in hun midden neer; hij sloeg zijn arm eromheen en zei tegen hen: 37 ‘Wie in mijn naam één zo’n kind bij zich opneemt, neemt mij op; en wie mij opneemt, neemt niet mij op, maar hem die mij gezonden heeft.’
Ja, wie het kind in zichzelf opneemt, en dus weer tot leven wekt, wordt zelf een Christus, en daarmee één met de Bron.

Marcus 10:13-16
De mensen probeerden kinderen bij hem te brengen om ze door hem te laten aanraken, maar de leerlingen berispten hen. 14 Toen Jezus dat zag, wond hij zich erover op en zei tegen hen: ‘Laat de kinderen bij me komen, houd ze niet tegen, want het koninkrijk van God behoort toe aan wie is zoals zij. 15 Ik verzeker jullie: wie niet als een kind openstaat voor het koninkrijk van God, zal er zeker niet binnengaan.’ 16 Hij nam de kinderen in zijn armen en zegende hen door hun de handen op te leggen.
Ach, wat is dit toch een mooie tekst als je de symboliek begrijpt. De mensen komen bij Jezus, niet met hun echte kinderen, maar met het kind in zichzelf. Het kind in hen is door Jezus aangeraakt en ze willen daar meer van weten. Ze willen dat het kind in henzelf door Jezus opnieuw aangeraakt wordt. 'Ik ben geraakt' zeggen we als we een diepe ontroering ervaren. In het Aramese Jezus-gebed staat 'Bron van zijn die ik ontmoet in wat mij ontroert'.
De mensen in deze bijbeltekst zijn geraakt door Jezus, ze zijn ontroerd, het kind in hen is wakker geschud. Maar de discipelen zien dat (nog) niet zo. Ze berispen de mensen. Maar Jezus ontfermt zich over de mensen die zich kwetsbaar tegenover hem hebben opgesteld, en neemt hen in bescherming in dat zegenende gebaar van de handoplegging. En hij legt de discipelen uit dat dit nu precies is wat hij bedoelt: mensen raken in hun hart, niet een leer opleggen uit het hoofd, maar mensen zegenen, dat wil zeggen bevestigen in hun geraaktheid.


Lukas 3
11 Niet lang daarna ging Jezus naar een stad die Naïn heet, en zijn leerlingen en een grote menigte gingen met hem mee. 12 Toen hij de poort van de stad naderde, werd er net een dode naar buiten gedragen, de enige zoon van een weduwe. Een groot aantal mensen vergezelde haar. 13 Toen de Heer haar zag, werd hij door medelijden bewogen en zei tegen haar: ‘Weeklaag niet meer.’ 14 Hij kwam dichterbij, raakte de lijkbaar aan – de dragers bleven stilstaan – en zei: ‘Jongeman, ik zeg je: sta op!’ 15 De dode richtte zich op en begon te spreken, en Jezus gaf hem terug aan zijn moeder.
Ook hier is het 'geraakt worden' het genezende middel voor de opstanding uit de dood. In de zin van Thomas is het de boodschap van Jezus die het hart raakt en tot leven wekt, niet een lichamelijk wonder.

Psalm 82
1 Een psalm van Asaf.
God staat op in de hemelse raad,
hij spreekt recht in de kring van de goden:
2 ‘Hoe lang nog oordeelt u onrechtvaardig
en kiest u partij voor wie kwaad doen? sela
3 Doe recht aan weerlozen en wezen,
kom op voor verdrukten en zwakken,
4 bevrijd wie weerloos zijn en arm,
red hen uit de greep van wie kwaad wil.
5 U toont geen inzicht, geen begrip,
en doolt in duisternis rond,
de aarde wankelt op haar grondvesten.
6 Ooit heb ik gezegd: “U bent goden,
zonen van de Allerhoogste, allemaal.”

Eersten en laatsten

Matteus 19:30
Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.

Matteus 20:16
Zo zullen de laatsten de eersten zijn en de eersten de laatsten.

Marcus 10:31
Vele eersten zullen de laatsten zijn en vele laatsten de eersten.

Lucas 13:30
En bedenk wel: er zijn laatsten die de eersten zullen zijn, en er zijn eersten die de laatsten zullen zijn.

Opmerkelijk is hier dat de toevoeging in Thomas 'en zij zullen één zijn' ontbreekt in het Nieuwe Testament. Voor Thomas is die eenwording de essentie van de uitspraak.

Velen, groep, menigte

Markus 5,9
Jezus vroeg hem: ‘Wat is je naam?’ En hij antwoordde: ‘Legioen is mijn naam, want we zijn met velen.’

Lucas 8,30
Jezus vroeg hem: 'Hoe heet je?’ Hij antwoordde: ‘Legioen’ – er woonden namelijk veel demonen in hem.
Zie de toelichting bij 'het dochtertje van Jaïrus' hierboven over 'de menigte'. 'Legioen' betekent ook 'menigte, of 'groep' of 'velen', zoals 'velen stonden om het kind'. Dat zijn symboolwoorden voor de sociale orde waaraan je je sociale masker ontleent, en die je vervreemdt van het kind in jezelf.

Terug naar Nazareth
Jezus komt uit Nazareth, in Galilea, vertelt Marcus 1:9:
'In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen.'
En waar kunnen de leerlingen de opgestane Jezus weer 'zien'? In Nazaret! Nazaret staat hier symbool voor het oorspronkelijk bestaan van Jezus, voor het kind in Jezus. Zie maar, Marcus 16:1-8:
'Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus, en Salome geurige olie om hem te balsemen. 2 Op de eerste dag van de week gingen ze heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang, naar het graf. 3 Ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie zal voor ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen?’ 4 Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold; het was een heel grote steen. 5 Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk. 6 Maar hij zei tegen hen: ‘Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazaret die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. 7 Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.”’

Jesaja41
Ik, de HEER, ik was de eerste
en ook bij de laatsten zal ik zijn.

Besnijdenis
Brief aan de Romeinen 2:17
25 Dat u besneden bent strekt u weliswaar tot voordeel wanneer u de wet naleeft, maar wanneer u de wet overtreedt bent u toch in wezen onbesneden. 26 En wanneer iemand die niet besneden is de voorschriften van de wet in acht neemt, zal hij dan door God niet als besneden worden beschouwd? 27 Wie onbesneden is gebleven maar zich aan de wet houdt, zal zijn oordeel vellen over u die, ook al hebt u de wet op schrift en bent u besneden, de wet overtreedt. 28 Jood is men niet door zijn uiterlijk, en de besnijdenis is geen lichamelijke besnijdenis. 29 Jood is men door zijn innerlijk, en de besnijdenis is een innerlijke besnijdenis. Het is het werk van de Geest, niet een voorschrift uit de wet, dus wie innerlijk een Jood is, ontvangt geen lof van mensen maar van God.

Een man, oud van dagen

Deuteronomium 32:7
Vraag uw vader ernaar, hij zal het vertellen;
vraag de oudsten en zij zullen verhalen.

Job 12:20
Hij knevelt de tong van wijze mannen
en berooft de ouden van hun oordeelskracht.

Job 18:20
Over zijn dag zullen de nakomelingen verbaasd zijn, en de ouden met schrik bevangen worden.

Martinus Nijhoff
Het kind en ik


Ik zou een dag uit vissen,
ik voelde mij moedeloos.
Ik maakte tussen de lissen
met de hand een wak in het kroos.

Er steeg licht op van beneden
uit de zwarte spiegelgrond.
Ik zag een tuin onbetreden
en een kind dat daar stond.

Het stond aan zijn schrijftafel
te schrijven op een lei.
Het woord onder de griffel
herkende ik, was van mij.

Maar toen heeft het geschreven,
zonder haast en zonder schroom,
al wat ik van mijn leven
nog ooit te schrijven droom.

En telkens als ik even
knikte dat ik het wist,
liet hij het water beven
en het werd uitgewist.

T.S. Eliot
Wij zullen niet aflaten te verkennen. En het doel van onze verkenning is daar aan te komen waar we zijn begonnen en die plaats voor het eerst leren kennen. (Kleine Gidding, Four Quartets)

Charles Dickens
Want naarmate ik dichterbij het einde kom, reis ik in een kring terug naar het begin. Het lijkt alsof het een soort gladstrijken, een soort voorbereiden van het pad is. Mijn hart wordt geroerd door vele herinneringen die lang geleden in slaap waren gevallen. (Twee steden)

Carlos Castaneda
-Voor mij is er alleen het reizen langs wegen met een hart, langs welke weg dan ook, als die maar een hart heeft. Daar reis ik, en de enige uitdaging die de moeite loont is die weg over zijn hele lengte te bereizen. En daar reis ik - kijkend, ademloos toekijkend.
-Maar hoe weet je wanneer een weg een hart heeft, Don Juan?
-Voordat je je erop begeeft stel je de vraag: heeft deze weg een hart? Indien het antwoord nee is, zul je dat weten, en dan moet je een andere weg kiezen.
-Maar hoe zal ik met zekerheid weten of een weg een hart heeft of niet?
-Dat weet iedereen. Het jammere is dat niemand de vraag stelt; en wanneer een mens uiteindelijk beseft dat hij een weg zonder hart heeft gekozen, is die weg in staat hem te doden. Op dat punt gekomen kunnen zeer weinig mensen halt houden om na te denken, en de weg verlaten.
-Hoe moet ik te werk gaan om de vraag op de juiste manier te stellen, Don Juan?
-Stel ze gewoon maar.
-Ik bedoel, bestaat er een juiste methode, opdat ik mezelf niet zou beliegen en geloven dat het antwoord ja is, wanneer het in werkelijkheid neen is?
-Waarom zou je liegen?
-Misschien omdat op dat ogenblik de weg aangenaam en genietbaar is.
-Dat is onzin. Een weg zonder hart is nooit genietbaar. Je moet hard werken alleen al om je erop te begeven. Een weg met een hart, van zijn kant, is gemakkelijk. Hij vereist geen inspanning om er van te houden.
(Citaat uit:
Carlos Castaneda, De lessen van Don Juan, p. 9 en 162.)


 


Reacties (9)

Een mooie parallel uit het Corpus Hermeticum:

Beschouw aandachtig de ziel van een kind, mijn jongen. Die is nog niet van haar ware Zelf vervreemd geraakt, omdat het lichaam van het kind nog maar klein is en zich nog niet volledig ontwikkeld heeft. Hoe schoon die ziel, nog helemaal niet bezoedeld door de driften van het lichgaam, welhaast nog hangende aan de wereldziel. Maar wanneer het lichaam dik geworden is en die ziel neergedwongen heeft in het zware lijf, dan heeft de ziel zich van haar diepste Zelf vervreemd en baart zij vergetelheid, zij heeft geen deel meer aan het goede en schone.
(CH 10.15)


Alleen de laaste zin wordt niet echt verklaard hier: "En zij zullen één zijn." Worden hiermee de eersten bedoeld (die uiteindelijk laatsten zullen zijn)? Zoja wat is de betekenis van één in deze context?


Pancho,
Een belangrijk thema in het Thomas-is: de twee één maken.
Die eenheid staat tegenover afgescheidenheid. Je kunt afgescheiden zijn van je ware zelf, en daarmee ook van de Bron van zijn.

In de toelichting staat: "Aan het eind van het spirituele pad (van het Thomas-evangelie) zullen vele laatsten, zoals de man oud van dagen, weer zijn als de eersten, als het kind in zichzelf. En dan ben je weer één met je eigen ware zelf en daarmee ook één met de Bron.
Als dit je nog niet duidelijk is, laat je me dat dan weten? Vraag gerust.



Zou het niet ook zo kunnen zijn dat alles zich in de leider van de synagoge afspeelt?

Zijn huis is zijn lichaam. De apostelen die meegaan staan voor kwaliteiten die je nodig hebt om je kind tot leven te wekken. Ik ben niet zo bijbelvast maar Petrus lijmig me vertrouwen, Johannes liefde en Jakobus weet ik niet, maar vanuit mijn ervaring met kinderen heb je zelf een bepaalde speelsheid en openheid nodig om contact te maken.
Die menigte die zo staat te huilen is dan het drama van alledag dat wij volwassenen altijd in ons hebben rondwaren, en die moet je natuurlijk wegsturen wil er plek komen voor je kind.
Vervolgens wordt het nu een meisje van 12 jaar. Dit zal ook wel schokkend zijn (en nog steeds) maar de symboliek is hetzelfde. Rond die leeftijd wordt het meisje vrouw en daarmee gebeurt natuurlijk hetzelfde als met het besneden jongetje, het wordt gezien binnen de sociale context van 'vrouw-zijn'. Misschien is het daarom dat vrouwen vaak spiritueler dan mannen zijn omdat ze langer 'als een kind' blijven?
En dan voeden - het kind moet gevoed worden door ook in onze volwassen staat open te blijven, te spelen, transparant te zijn, etc. Al die kwaliteiten waar we bij kinderen zo van genieten.

Deze interpretatie komt enorm bij mij binnen en verschaft kracht en plezier.


Maar natuurlijk kun je het zo zien, Gerdt. Dat is de gnostische manier om met die teksten om te gaan.
Mooi dat je zegt "Deze interpretatie komt enorm bij mij binnen en verschaft kracht en plezier."


Het is prachtig als je in een omgeving leeft waar er van je gehouden wordt om wie je bent. Want dan verandert je wereld. Zie je een liefdevolle wereld. Dan kun je de kleur tonen die je hebt. De sleutel daarvoor ligt echter niet buiten jezelf, maar in jezelf. Om het geloof en vertrouwen in onszelf te versterken. Maar dat is niet altijd zo. Want je kunt ook in je ziel beschadigd worden. Dan zie je geen wereld die verandert en heb je niet het gevoel dat je wordt geaccepteerd. Als je diep van binnen gekrenkt bent. Het vertrouwen weg is. Dan heb je tijd nodig om je alleen al thuis te voelen bij andere mensen. Ook dat zit vanbinnen. Je kunt de sleutel naar je ziel niet meer vinden. Je gaat vragen stellen en zekerheden stellen als het je aan liefde ontbreekt, omdat je niet meer onbevangen bent. En juist daardoor raak je de liefde kwijt. Dan ga je eenzaam je weg. Je gaat de weg binnendoor. Door dan na een lange weg jezelf weer liefde te durven geven. Door je voorzichtig weer open te stellen. Door vooral liefdevol te denken en te doen. Dan komt er weer onbevangenheid terug. En dan, als onbevangenheid hersteld is, dan voel je pas weer dat er van je gehouden wordt. Dan verandert je wereld. Voel je weer dat je weer geaccepteerd wordt. Door oordeelloos te kijken. Durf je weer een beetje te vertrouwen. En voel je je weer wat vanbinnen geraakt. Je omgeving is hetzelfde gebleven, maar je bent zelf veranderd omdat je anders kijkt en weer onbevangen kunt zijn. Een kind kijkt onbevangen de wereld in. Is zich zeven dagen oud nog niet bewust van de eisen die anderen stellen. Heeft nog het oorspronkelijke gelaat.



Beste Frits,

Wat je hierboven zo messcherp maar evenzo sympathiek stelt voelt voor mij aan als waar.Letter voor letter.

Er is voor mij nog een lange binnendoor weg te gaan.

Dank.





zich steeds weer in vraag stellen;
opzoek naar zichzelf, de kern , de bron;
zich laten raken en onbevangen kijken als een kind;
zo ook de medemens ervaren ongeacht zijn uiterlijk zijn;
een vorm van naïviteit die uitmond in een nieuwe nativiteit;
een geestelijke oefening die nooit een einde kent;
steeds een wedergeboorte...dag na dag.....


Voor mij betekent het dat je veel kan leren van een kind. Die s namelijk nog niet zo weg gehaald van zijn ware zelf. Een kind is nog onschuldig en ziet de dingen hoe het is. Ook wij zijn nog kinderen maar ergens in ons leven verliezen wij onszelf door indoctrinatie en bangheid. Dus een kind kan ons helpen ons terug te vinden. Mooi zijn de woorden van Jezus.


 


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen worden berichten met http:// geweigerd.


Naam:
E-mail:
Reactie: