De Geheime Woorden

Toelichting bij het Thomas Evangelie

Bram Moerland

Spring direct naar logion of naar het volgende logion »


Zie de mens!

5

Jezus zei:
Zie wie voor je aangezicht is,
en wie eerst voor jou verborgen was,
zal tevoorschijn treden.
Want er is niets verborgen
dat zich niet zal tonen
en alles wat verdwenen is zal terugkeren.

 

In het Evangelie van Matteüs staat een opmerkelijke passage. Twee blinde mannen komen bij Jezus. Ze vragen hem of hij hen ziende wil maken. Jezus doet dat, de mannen worden weer ziende, van hun blindheid genezen. Maar dan zegt Jezus iets merkwaardigs: Zorg dat niemand het te weten komt. Dat is heel vreemd.
Stel dat deze mannen fysiek blind waren. En plots konden ze weer zien. Zou je dat verborgen kunnen houden? Dat is toch niet waarschijnlijk.
Het is dus maar de vraag of hier sprake is van een lichamelijk wonder. In de geheime woorden van de gnostiek betekent blindheid en de genezing van blindheid iets heel anders.
In het vorige logion werd je opgeroepen op zoek te gaan naar het kind in jezelf. Dat is het begin van de spirituele zoektocht die het Thomas-evangelie je aanraadt. Als dat je lukt, als je verbinding kunt maken met je innerlijke kind, kun je vervolgens op een andere manier naar de wereld en je medemensen kijken. Dan heb je het koninkrijk in jezelf gevonden, en dat kun je dan uitbouwen in je blik naar de wereld.
Hoe is dat?
Hier word je gevraagd om, zoals een kind, door alle sociale etiketten heen te kijken die we gewoonlijk op onze medemens plakken, en in plaats daarvan de mens, het kind in de ander te zien. Zie de mens! Als mens met de mensen, als kind met de kinderen, zal het koninkrijk dan werkelijk 'onder u' zijn (Lucas 17:21).
De kern daarvan is het zien. Als je oordelend kijkt naar je medemens, met het oordeel als een balk in je oog, zie je alleen je eigen oordeel. Maar als je teruggekeerd bent naar het onbesneden kind in jezelf, kun je oordeelloos kijken, en pas dan kun je je medemens liefhebben als jezelf.
Pas dan zie je je medemens.
Dan zal wat eerst verborgen was weer terugkeren: de oorspronkelijke mens in de ander. Zie, het koninkrijk is in het gelaat van de ander.

Een sprekend voorbeeld uit de levenspraktijk is de volgende ware gebeurtenis.
Het is de ontmoeting van de Joodse moeder en de Palestijnse moeder die elk op dezelfde dag een dochtertje van 12 jaar hadden verloren. Als Jodin en als Palestijnse waren deze twee vrouwen eerst elkaars vijanden. Ze zagen in elkaar alleen maar het beeld van de ander als een vijand. Dat oordeel was de blind makende balk in hun ogen. Maar door deze droevige gebeurtenis herkenden ze in de ander iets van zichzelf: het verdriet om het verlies van een kind. Ze bezochten elkaar en vielen elkaar in de armen. Als mens met medemens konden ze elkaar tot troost zijn, elkaar zelfs liefhebben. Wat verdwenen was onder het vijandsbeeld was teruggekeerd: de mens in zichzelf en in de ander. Het koninkrijk was nu onder hen. Zij konden hun vijand lief-hebben, door achter het masker van de vijand de oorspronkelijke mens te zien, het oorspronkelijk gelaat van de medemens.

In de evangelien uit het nieuwe testament staan verschillende verhalen over Jezus die kinderen opwekt uit de dood. Het gaat daarbij niet om echte kinderen, maar om het kind in onszelf. Het kind dat dood lijkt te zijn, blijkt alleen maar te slapen, zo wordt verteld. En dat is dus ook de manier waarop Jezus mensen weer ziende maakt. Eerst weer zelf het kind in je wakker maken, terugkeren naar het begin in jou, zoals verteld in het vorige logion. Dan leren kijken als een kind naar alles om je heen, van je blindheid genezen. Dan zal alles wat eerst verborgen was zichzelf weer aan je tonen.
Maar toch blijft de vraag: hoe vind je dan dat kind in jezelf? Hoe kan ik liefdevol naar andere mensen leren kijken?
Dat begint met trouw aan jezelf, zegt het volgende logion.


 


Parallellen

Oxyrhynchus (Griekse versie van het Thomas Evangelie, waarvan fragmenten werden gevonden bij Oxyrhynchus)

Jezus zei:
Zie [wat voor] je aangezicht is,
en [wat] voor jou [verborgen] was,
zal onthuld worden.
[Want er is] niets verborgen
dat niet zichtbaar zal worden,
en niets dat verdwenen is dat niet weer zal terugkeren.

Nag Hammadi Library, Dialogue of the Savior:
The Lord said, "I have told you that it is the one who can see who reveals."

Bijbel

Deuteronomium 29:28
Wat verborgen is, behoort de HEER, onze God, toe; wat openbaar is, komt ons toe. Wij en onze kinderen dienen ons altijd te richten naar alle bepalingen van deze wet.

Wat Mozes hier zegt is duidelijk: het verborgene is niet voor mensen. Dat is natuurlijk in overeenstemming met het verbod op kennis van goed en kwaad uit het paradijsverhaal over Adam en Eva:

Genesis 3:7
Van alle in het wild levende dieren die God, de HEER, gemaakt had, was de slang het sluwst. Dit dier vroeg aan de vrouw: ‘Is het waar dat God gezegd heeft dat jullie van geen enkele boom in de tuin mogen eten?’ 2 ‘We mogen de vruchten van alle bomen eten,’ antwoordde de vrouw, 3 ‘behalve die van de boom in het midden van de tuin. God heeft ons verboden van de vruchten van die boom te eten of ze zelfs maar aan te raken; doen we dat toch, dan zullen we sterven.’ 4 ‘Jullie zullen helemaal niet sterven,’ zei de slang. 5 ‘Integendeel, God weet dat jullie de ogen zullen opengaan zodra je daarvan eet, dat jullie dan als God zullen zijn en kennis zullen hebben van goed en kwaad.’
6 De vrouw keek naar de boom. Zijn vruchten zagen er heerlijk uit, ze waren een lust voor het oog, en ze vond het aanlokkelijk dat de boom haar wijsheid zou schenken. Ze plukte een paar vruchten en at ervan. Ze gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en ook hij at ervan. 7 Toen gingen hun beiden de ogen open en merkten ze dat ze naakt waren. Daarom regen ze vijgenbladeren aan elkaar en maakten er lendenschorten van.

Maar dan:

Spreuken 25:2
Eer aan God, omdat hij dingen verbergt,
eer aan de koning, omdat hij dingen onderzoekt.

‘De koning die dingen onderzoek’ zie logion 2 waarin gezegd wordt dat je door te zoeken koning zult worden.

En vervolgens:


Jeremia 3:33
Roep mij aan, en ik zal je antwoorden, ik zal je grote, wonderlijke dingen bekendmaken.

Jesaja 48:6
Vanaf nu laat ik je nieuwe dingen horen:
wat nog verborgen is en jou onbekend.

Daniël 2:22
Hij onthult diepe, verborgen dingen,
hij weet wat in duister is gehuld,
en het licht woont bij hem.

En dan, hoe verrassend in dit perspectief, het Nieuwe Testament, geheel in tegenstelling met Genesis en Mozes:

Marcus 4:22
Alles wat verborgen is, moet openbaar worden gemaakt, en alles wat in het geheim is ontstaan, moet aan het licht komen.

Lucas 12:2
Niets is verborgen dat niet onthuld zal worden, en niets is geheim dat niet bekend zal worden.

Lucas 8:17
Want niets dat verborgen is blijft geheim; alles wat verborgen is zal bekend worden en aan het licht komen.

Matteüs 10:26
Want niets is verborgen dat niet onthuld zal worden en niets is geheim dat niet bekend zal worden.

Goed beschouwd zijn de opmerkingen in deze evangeliën over 'wie zoekt zal vinden', in strijd met het verbod van Jahweh op het eten van de boom van kennis. Van Jahweh (en Mozes) mag de mens niet eens zoeken.

Duidelijk moge zijn dat Thomas de oproep van Jezus om het verborgene te onderzoeken en te leren zien, beschouwt als de kern van Jezus' leer. Ja, Thomas wilde 'zien' en niet geloven, zoals Johannes geheel terecht over hem vertelt.


1 Johannes 3:2
Geliefde broeders en zusters, wij zijn nu al kinderen van God. Wat we zullen zijn is nog niet geopenbaard, maar we weten dat we aan hem gelijk zullen zijn wanneer hij zal verschijnen, want dan zien we hem zoals hij is.
Belangrijk is hier de wezensgelijkheid tussen de mens en de Christus die duidelijk zal worden bij het zien van Christus

Plato

Plato gebruikte het beeld van gevangenen die opgesloten zaten in een grot en alleen de schaduwen van de buitenwereld konden zien op de muren van de grot. Plato leerde dat filosofen degenen zijn die bevrijd zijn uit de grot, en het verblindende licht zien van de dag – ‘van aangezicht tot aangezicht’. Die zin geeft een rituele formule weer uit de heidense mysteriën. In De Bacchanten van Euripides lezen we: ‘Hij schonk mij die mysteriën ‘van aangezicht tot aangezicht’. Lucius Apuleius schrijft over zijn initiatie: 'Ik drong door tot in de aanwezigheid van de goden zelf, zowel onder als boven, waar ik in aanbidding verzonk ‘van aangezicht tot aangezicht’. Justinus de Martelaar erkent dat: het doel van het platonisme is God te aanschouwen van ‘aangezicht tot aangezicht’. Plato beschrijft hoe ‘gemeenschap met de goden plaats heeft van ‘aangezicht tot aangezicht’. (Freke en Gandy, De mysterieuze Jezus, p 205)
Maar er is een groot verschil tussen Plato en Thomas. Plato leert dat je kunt leren ‘zien’ door alles te verzaken wat met materie te maken heeft, ook het menselijk lichaam. Bij Thomas vind je dat niet. Die vertelt dat je eerst als een kind moet worden om te kunnen ‘zien’. Bij Plato moet je je bevrijden van de materie en het lichaam, bij Thomas moet je je bevrijden van illusies en wanen. Dat is werkelijk radicaal anders en daarin ligt de sublieme en grote betekenis van het Thomas-evangelie als spiritueel document. Het is het enige spirituele document uit het christelijke westen dat gericht is op bevrijding in het hier en nu. Plato daarentegen wil ons laten vluchten uit het hier en nu naar een buiten de aarde gelegen, extra-mundane transcendente werkelijkheid.
Het kerkelijke christendom heeft die visie van Plato overgenomen. De christelijke hemel is de transcendente werkelijkheid van Plato.
Maar Thomas is gericht op de bevrijding in het aardse bestaan in het hier en nu.
Zie ook: Dualisme van Plato

 


Reacties (19)

Dit logion gaat volgens mij ook over het ontdekken van onze oorspronkelijke natuur of ons ware gezicht, dat dichter bij ons is als het puntje van onze neus. Wij zien het niet omdat het zo dichtbij is. Het lijkt alleen maar verborgen, is er echter de hele tijd. Ik denk bij dit logion ook aan een uitspraak van Vivekananda, die zegt dat we ons gedragen als iemand die met de handen voor de ogen jammert dat het donker is. Het enigste wat we hoeven doen, is de handen weghalen om te ontdekken dat het altijd al licht geweest is.
Zie je dus zelf zoals je in werkelijkeid bent en niet zoals je denkt dat je bent.


Twee spreuken van Jezus en dan mijn gevoel hierover:

Zijn leerlingen zeiden:
Toon ons de plaats waar je bent,
want het is nodig dat we die zoeken.
Hij zei hun:
Wie er oor voor heeft, laat hij horen.
Er is licht in het binnenste van een verlicht mens en hij verlicht de hele wereld.
Als hij geen licht geeft, dan is hij duisternis.

Tegen de Samaritaanse vrouw zei Jezus:
Als u de gave Gods zou beseffen
en wie het is die voor u staat die tot U zegt: Geef mij te drinken
Dan zou u hem gevraagd hebben
en zou hij U levend water hebben gegeven.

Mijn gevoel: Als je bewust wordt en je Zelf kent ken je ook je medemens. Om te kunnen helpen kijk je eerst naar de situatie waar de ander zich in bevindt en die je herkent. Kan dun je uit eigen ervaring (misschien zelfs schade en schande) tot hulp zijn en het levende water geven.

Een mooie parallel met de genezing van de blinde:
Hij nam wat aarde, spuwde erop en smeerde het op de ogen van de blinde die direct ziende werd: Hij nam een aards voorbeeld, deed er iets van zijn levenservaring bij, en maakte de blinde ziende. De blinde zag het weer helemaal zitten.


Achter het monster dat iedereen angst aanjoeg ontdekte ik een man die me vertederde, want ik was eenvoudigweg niet in staat om hem serieus te nemen. Ik kon dus ook niet bang voor hem zijn, laat staan hem haten. Ik begreep wel dat hij heel gemeen kon zijn. Maar dat was zijn pantser, niet zijn ware aard. Hij was gemeen om niet voor imbeciel te worden aangezien, om de bewondering van zijn gelijke te oogsten die, in die wereled van oorlog en geweld, evenredig was aan zijn vermogen om meedogenloos op te treden.
Ingrid Betancourt
uit: zelfs aan de stilte komt een eind


Beste Nij, dank voor je reactie.
Op weg naar het kom je je eigen schaduw tegen. En ook de ander. Want de ander is mij in een andere gedaante. We hebben een keuze wat we aan het woord laten. Herken ik mezelf en ook de ander? (Ik bedoel hiermee niet accepteer ik de daden van de ander. Dat is wat anders). Kan ik nog barmhartigheid opbrengen voor iemand die nog niet zover is?


#39569@We hebben een keuze wat we aan het woord laten. Herken ik mezelf en ook de ander? (Ik bedoel hiermee niet accepteer ik de daden van de ander. Dat is wat anders). Kan ik nog barmhartigheid opbrengen voor iemand die nog niet zover is?

dag Frits

Ik kom op het moment een situatie tegen waarin ik mezelf de vraag die je stelt over barmhartigheid oprecht afvraag.
En ja enerzijds is er het begrip en barmhartigheid naar de persoon/vriendin, toch anderzijds wend ik me van het sinds enige tijd onthullende gedrag af.





#39569

Hallo Frits,

De vragen in jouw bijdrage fascineren mij.
Vooral de vraag "Kan ik nog barmhartigheid opbrengen voor iemand die nog niet zover is?"

Deze vraag roept bij mij een gevoel van onderscheid en afstand op. Mag ik jou een wedervraag voor leggen? Wat bedoel je met "iemand die nog niet zover is"?




Het is mooi, Nij, dat je de vraag van Frits vanuit je ervaring beantwoordt.
Je geeft ook mooi de dubbelheid van je ervaring weer: enerzijds het helder afwijzen, anderzijds begrip en barmhartigheid.
Je raakt daarmee aan een vaak terugkerend probleem, ook op dit forum, namelijk over de vraag wat oordeelloosheid in de praktijk van het leven inhoudt.
Ik las gisteren een tekst van Neil Douglas-Klotz, waar ik van harte mee instem:
"Werkelijk mens zijn houdt in dat we ons eigen ware 'ja' en 'nee' leren kennen."
Zijn dat ja en nee dan geen oordelen, in de betekenis van "Gij zult niet oordelen"? Nee, dat zijn ze niet.
Ik haal er maar weer eens het verhaal van meneer pastoor erbij. Hij heeft vernomen dat er in zijn parochie een kind ongedoopt is gestorven. Vanuit zijn traditie heeft hij over die situatie allerlei antwoorden paraat. Dat zijn aangeleerde oordelen.
Op weg naar de ouders neemt hij die oordelen in zijn bagage als pastoor mee. Maar onderweg gaat hij steeds langzamer lopen omdat er een innerlijk protest in hem oprijst over wat hij als pastoor vanuit zijn traditie meent tegen de ouders te moeten zeggen. Dat innerlijk protest is geen oordeel. Het komt voort uit de bewogenheid van zijn hart, uit zijn waar medemens-zijn. Dat is wezenlijk anders dan de aangeleerde oordelen van zijn instituut. Die twee dienen we helder van elkaar te onderscheiden.
Als meneer pastoor naar zijn medemens kijkt vanuit zijn aangeleerde oordelen, dan kan hij zichzelf daarmee afschermen van zijn medemenselijke bewogenheid. Maar als hij met een oordeelloze blik naar zijn medemensen kijkt, en zijn hele bagage aan aangeleerde antwoorden loslaat, kan hij niet anders dan door hun lot bewogen worden. In die oordeelloze blik schept hij ruimte voor de bewogenheid van zijn hart. En daar zal een helder antwoord uit oprijzen over wat hij te doen heeft: nee tegen zijn plicht als pastoor, ja tegen zijn zelf-verplichtende bewogenheid.
De uitspraak "Gij zult niet oordelen" versta ik als toepasselijk op de aangeleerde oordelen. Juist het loslaten van die oordelen schept ruimte voor de bewogenheid van het hart, of, met andere woorden, voor de mede-menselijke naastenliefde.

Dus nu is de vraag, waar zegt de pastoor ja of nee tegen? Het nee tegen de aangeleerde oordelen en het ja tegen zijn bewogenheid met het lot van zijn medemensen, zijn volgens mij precies wat Douglas-Klotz bedoelt. Maar dat ja en nee zijn geen oordelen. Het zijn antwoorden op het leven vanuit het ware mens-zijn. Het is een waar ja en een waar nee als mens.

En zo kun je dus enerzijds, zoals je beschrijft, een helder nee ervaren tegen het onthullende gedrag van een vriendin, en tegelijkertijd ook aan dat gedrag voorbij zien in barmhartigheid voor die medemens en daar ja tegen zeggen. Het is beide een geldig nee en ja vanuit je ware mens-zijn.
En als je je afvraagt wat je daar dan mee aan moet: dat weet je, als je je gemoed tot rust brengt en over de situatie mijmert, het geheel van de toestand oordeelloos overziend (zie mijn recente posting bij logion 19), en dan het antwoord in jezelf geboren laat worden. Misschien is dat een stellig volharden in je nee omdat je met pijn in je hart moet vaststellen dat je geen handen en voeten kunt geven aan je barmhartigheid; misschien toont zich echter een opening naar de mens achter haar gedrag. Wie weet. Dat is ook van die ander afhankelijk.



#39573@ Het is beide een geldig nee en ja vanuit je ware mens-zijn.
En als je je afvraagt wat je daar dan mee aan moet: dat weet je, als je je gemoed tot rust brengt en over de situatie mijmert, het geheel van de toestand oordeelloos overziend (zie mijn recente posting bij logion 19), en dan het antwoord in jezelf geboren laat worden. Misschien is dat een stellig volharden in je nee omdat je met pijn in je hart moet vaststellen dat je geen handen en voeten kunt geven aan je barmhartigheid; misschien toont zich echter een opening naar de mens achter haar gedrag. Wie weet. Dat is ook van die ander afhankelijk.

hoi Bram
Ik kan het handen en voeten geven door deze vriendin enerzijds te laten omdat het haar weg is die zij nu gaat, anderzijds spreek ik me uit wanneer het verraad aan eigen hart t.a.v. van haar kinderen mij daartoe dwingt.




Beste Nij,
Het is zaak om de emoties en gevoelens die erbij horen te accepteren als emoties en gevoelens van jou. Zodat je ze een plaats kunt geven en je niet verbittert. Verwerking kost tijd en niemand zal je dwingen om barmhartig te zijn. Maar als je de daden niet accepteert doch de mens niet veroordeelt kun je aan "jouw kant van de deur" de situatie opgeruimd houden. En kun je uiteindelijk de liefde voor de ander aan het woord laten.
Misschien is dat wel bedoeld met de andere wang toekeren.


#39569

De vragen in jouw bijdrage fascineren mij.
Vooral de vraag "Kan ik nog barmhartigheid opbrengen voor iemand die nog niet zover is?"

Deze vraag roept bij mij een gevoel van onderscheid en afstand op. Mag ik jou een wedervraag voor leggen? Wat bedoel je met "iemand die nog niet zover is"?

Hallo Trudy,
Natuurlijk mag dat.
Ik bedoel te zeggen dat we als mens allemaal onderweg zijn. De een is verder dan de ander. Soms doe je een ander pijn vanuit je eigen belang zonder bij het gevoel van de ander stil te staan. Omdat je nog niet zover bent en daar dus niet bij nadenkt. Als je met je Zelf in harmonie bent en de Liefde aan het woord kunt laten verandert de situatie niet, maar wel hoe je ernaar kijkt.


#39607

Dank Frits voor jou antwoord. Het geeft me meer inzicht op jou bijdrage.


@:
'Als je met je Zelf in harmonie bent en de Liefde aan het woord kunt laten verandert de situatie niet, maar wel hoe je ernaar kijkt.'

Wat prachtig verwoord Frits!

..Ik geloof zelfs dat als je op deze wijze de Liefde aan het woord kunt laten, dat je dan ook werkelijk iets aan de situatie ten goede verandert.


#39573"Het is beide een geldig nee en ja vanuit je ware mens-zijn.
En als je je afvraagt wat je daar dan mee aan moet: dat weet je, als je je gemoed tot rust brengt en over de situatie mijmert, het geheel van de toestand oordeelloos overziend (zie mijn recente posting bij logion 19), en dan het antwoord in jezelf geboren laat worden. Misschien is dat een stellig volharden in je nee omdat je met pijn in je hart moet vaststellen dat je geen handen en voeten kunt geven aan je barmhartigheid; misschien toont zich echter een opening naar de mens achter haar gedrag. Wie weet. Dat is ook van die ander afhankelijk."

Dit is op dit moment zeer waardevol voor mij.
Ik realiseer me dat het in vele situaties niet om goed of fout gaat. Vaak dacht ik toch toch; ik moet 'liefer, geduldiger, toleranter' zijn. Dat is 'goed'. Wanneer ik geergerd, jaloers, chagrijnig ben is het 'fout'.
Langzaam komt het inzicht dat het niet om goed of fout gaat, en ook als mensen om me heen dingen doen of zeggen die ik afkeur, keur ik die mensen niet af.

En vooral, als zulke situaties zich voor doen, konflikten, twijfel, heb ik dus de mogelijkheid om stil te worden en voorbij goed of fout concepten in mijzelf antwoorden te vinden. Geen algemene antwoorden, maar mijn persoonlijke antwoord op deze persoonlijke situatie.




Kind zijn en mens worden.
Open staan zoals een kind en groeien naar een volmaakt mens-zijn.
God in ons .... ik in God.
Zoals Godsgeest over Jezus kwam en ons alzo de weg naar volmaaktheid toonde,
zo ook kunnen wij met onszelf en onze medemens leven in waarachtige liefde die zegt:
" De liefde heeft geduld en haat het bitter spreken, de liefde ziet en zwijgt, de liefde dekt gebreken "


Liesbeth,
Ik werd getroffen door een uitspraak van Neil Douglas-Klotz die schrijft dat hertaling van geschriften over 'goed en kwaad' in hertaling vanuit het Aramees neerkomen op 'Rijp en onrijp'. Hoe meer levenservaring je krijgt, hoe milder je ten opzichte van jezelf en de ander wordt. Kwaad vertalen in nog niet rijp geeft jezelf nog een kans.

Jos,
Mooi verwoord: " De liefde heeft geduld en haat het bitter spreken, de liefde ziet en zwijgt, de liefde dekt gebreken "


In een bepaalde optiek is dit logion ook een verlengde van Logion 4. Onbevangenheid uit Logion 4 verdwijnt door teleurstelling en door het bekleden van verwachtingen door anderen. Als je oordeelt (veroordeelt) zie je niet de ander, maar het beeld van de ander, die al dan niet aan jouw verwachtingen voldoet. Door jezelf te kennen en te begrijpen nemen de verwachtingen ten opzichte van de ander af.


weinig/veel.
het kost niet zo veel iemand een glimlach te schenken of je hand op te steken voor een vriendelijke groet.
Zoiets kan opeens de zon laten schijnen in het hart van een mens die je zomaar ontmoet.

Het kost niet zoveel een hand uit te steken,om een ander een beetje behulpzaam te zijn.een dankbare blik is vaak de beloning al was de moeite voor u slechts heel klein.

Het kost niet zo veel, je hart wat te openen voor de mens om je heen in ze,n vreugd en verdriet.wees blij dat je zo iets kan doen voor een ander!Of is die ander je naaste soms niet?

het kost maar zo weinig een arm om een schouder,of alleen maar een zachte druk van een hand.Tis vaak voor die ander of hij even,in een klein stukje paradijs is beland.

Het kost toch zo weinig een ander te geven
iets wat jezelf toch zo heel graag ontvangt
LIEFDE!Alleen door dat weg te schenken,
krijg je terug,meer dan je ontvangt.

die vriendelijke glimlach,dat eventjes groeten,die arm om een schouder,de hulp die je bood.
het kost allemaal bij elkaar toch zo weinig,
maar in wezen is het zo ontzaglijk groot.
puck.


Wat een prachtige tekst, w.v.d.h. Dank.


Ontmoeten

Met ogen van liefde
kan ik ontmoeten:
de ander.

De blindheid voorbij
van oordelend moeten:
onbevangen.

In vrijheid
mag ik begroeten:
de mens.

Peter van de Goolberg


 


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen worden berichten met http:// geweigerd.


Naam:
E-mail:
Reactie: