De Geheime Woorden

Toelichting bij het Thomas Evangelie

Bram Moerland

Spring direct naar logion of naar het volgende logion »


De dode schijn

56

Jezus zei:
Wie de wereld kent
heeft een lijk ontdekt,
en wie een lijk heeft ontdekt,
hem is de wereld niet waardig.

 

In het Nieuwe Testament wordt verteld dat Jezus mensen uit de dood opwekte. In de kerkelijke traditie van het christendom is dat altijd zo uitgelegd dat Jezus dan een wonder verricht door een lichamelijk dode weer tot lichamelijk levende te maken. Hij kan dat, zo wordt verteld, omdat hij als God macht heeft over leven en dood.
Door de studie van de oude gnostische teksten die bij Nag Hammadi werden gevonden en door ander historisch onderzoek wordt steeds duidelijker dat hier sprake is van een werkelijk groot misverstand. Hoe het misverstand ook is ontstaan is, het bestaat, en het kan eenvoudig opgehelderd worden.

Het Evangelie van Thomas begon met de volgende aanhef:
‘Dit zijn de geheime woorden
die de levende Jezus sprak
en die zijn opgeschreven door Judas Thomas de Tweeling.’

En dan volgt meteen:
‘Iedereen die de verklaring van deze woorden ontdekt, zal de dood niet smaken.’

Wat wordt hier beloofd? Een eeuwig leven? Een leven dus na de lichamelijke dood? Zo lijkt het wel.
Maar veel uitspraken in gnostieke teksten zijn dubbelzinnig, het zijn ‘geheime woorden’. Ze betekenen iets anders dan wat je zo op het eerste gezicht zou denken. Als we het hebben over 'dood' en 'leven' dan hebben die woorden een alledaagse betekenis. Maar de woorden 'dood' en 'leven' hebben in de gnostiek nog een andere betekenis. Maar die is ‘geheim’, in die zin dat hij niet vanzelfsprekend is. Om die betekenis gaat het in de gnostiek en dus ook in deze tekst uit het Evangelie van Thomas.

Binnen de gnostische kringen was de symboolfunctie van deze woorden duidelijk. Ze vormden een soort spiritueel steno, waarbij aan alledaagse woorden nog een symbolische betekenis werd toegekend die duidelijk was voor de leden van de kring waarbinnen die 'geheime woorden' gebruikt werden.
Die symbolische betekenissen vormen het levende element van een traditie. Toegang tot zo’n traditie betekent voor een deel toegang tot de ‘geheime woorden’. Men leert dan de symbolische betekenis van overigens alledaagse uitdrukkingen kennen.

In onze tijd is er niemand meer die ons de symbolische betekenis van de geheime gnostische woorden kan leren. We zullen die op enigerlei wijze zelf moeten reconstrueren.
Het intellectuele kennen van de symbolische betekenis van die symboolwoorden is overigens nog niet het diepere verstaan van waar het in de gnostiek om gaat, waardoor de tekst werkelijk ‘levend’ wordt. De intellectuele ontsluiting van de symbolische betekenis kan ons echter wel op de weg daarheen zetten.

Schatgravend naar de betekenis van de gnostische geheime woorden komen we welhaast vanzelf bij Kierkegaard. Kierkegaard is de grondlegger van de existentiefilosofie. Hij leefde halverwege de 19de eeuw.
In een van zijn boeken vertelt hij een verhaal over een jochie dat aan zijn pappie vraagt of deze met hem wil gaan wandelen. Zijn vader heeft daar echter niet zo’n zin in, want buiten, in de wereld, kunnen er allerlei nare dingen gebeuren. Het waait heel hard en er zouden pannen van de daken kunnen vallen. Het is markt en net als vorige week zou er ruzie tussen de kooplieden kunnen ontstaan en daar zouden ze in verwikkeld kunnen raken en klappen krijgen. Er zouden ook paarden op hol kunnen slaan die hen zouden kunnen vertrappen.
Het is, kortom, buiten niet veilig.
De vader stelt daarom zijn zoontje voor om samen in de woonkamer te gaan wandelen. Dat doen ze. Ze lopen op en neer in de woonkamer. Tijdens die wandeling vertelt de vader over de wereld, over hoe het zou hebben kunnen zijn als ze echt naar buiten, de wereld in, waren gegaan. Hij vertelt over de dakpannen die van de daken waaien, de klappen die er op de markt vallen en wat er allemaal gebeurt als er paarden op hol slaan.
De andere dag vraagt het jochie opnieuw: ‘Pappie gaan we weer wandelen?’ Het is nu niet meer zijn bedoeling om naar buiten te gaan, maar om weer, zoals de vorige dag, lekker veilig in de woonkamer op en neer te lopen, waarbij pappie verdergaat met vertellen over de wereld.
En dat doen ze. Ze gaan weer wandelen. In de woonkamer, gezellig bij de open haard.
En dat herhaalt zich voortaan elke dag. Zo leert het jochie de wereld kennen. Hij wordt deelgenoot in het verhaal dat pappie over de wereld vertelt.
In het verhaal van Kierkegaard wordt het jochie, later als volwassene, professor in de filosofie aan een universiteit. Hij kent immers de wereld! En als professor in de filosofie vertelt ook hij aan zijn leerlingen hoe het buiten in de wereld is. In de veilige collegezaal vertelt hij spannende verhalen over dakpannen, ruzies en paarden. De studenten noteren die verhalen heel zorgvuldig en als ze die aan het eind van een schooljaar goed kunnen navertellen, heet het dat ze geslaagd zijn in het studievak filosofie.

Kierkegaard schildert hiermee het verschil tussen onechte kennis en echte kennis. Echte kennis kun je alleen opdoen door naar buiten te gaan, door in-de-wereld te zijn, door te leven.
Maar de meeste mensen kennen de wereld alleen van ‘horen zeggen’. Deze mensen zien het verhaal-over-de-wereld aan voor de wereld zelf. Ze nemen genoegen met de verhalen en willen of durven niet zelf te ervaren hoe het is om in-de-wereld te zijn, om te existeren, zoals Kierkegaard dat voor het eerst noemde.
Mensen die alleen maar in verhalen wonen, existeren niet, ze leven niet. Het zijn ‘doden’. Maar mensen die open in het leven staan, die het leven zelf ervarend willen onderzoeken, dat zijn de ‘levenden’.

Diezelfde opvatting vinden we terug in het Evangelie van Thomas en andere gnostische teksten. Als daar over ‘de wereld’ gesproken wordt, dan is dat niet de echte werkelijkheid. Als men daar over ‘de wereld’ spreekt bedoelt men de verhalen van ‘horen zeggen’ over de wereld. Die wereld is slechts een illusie en bestaat alleen in de verbeelding van de mensen die daarin geloven. Maar dat is wel de schijnwerkelijkheid, de schaduwwereld, waarin veel mensen wonen, waarin ze zelfs gevangen zitten, omdat ze denken dat deze lege schijn de werkelijkheid zelf is.
Die wereld, de schijnwerkelijkheid, wordt in het Evangelie van Thomas een ‘lijk’ genoemd. In dit logion staat:
'Wie de wereld kent heeft een lijk ontdekt,
en wie een lijk heeft ontdekt, hem is de wereld niet waardig.'

Dat gaat erover dat de echte werkelijkheid, dat-wat-is, vervangen is door een illusie, een schijnwerkelijkheid, een schaduwwereld. Dat is de wereld van ‘men zegt’ en ‘men vindt’. Kierkegaard heeft daarvoor de prachtige term voor bedacht: ‘het men’. Wie in de wereld van ‘het men’ leeft is, in de krasse taal van het evangelie van Thomas, ‘een dode’. Zo iemand vraagt zich alleen maar af wat ‘men’ er van zal zeggen, in plaats van zijn eigen innerlijke ervaring van de werkelijkheid tot toetssteen van zijn existentie te maken. Zo iemand láát zich leven in plaats van zelf te leven.

En wie ontdekt dat deze schijnwereld inderdaad alleen maar dode schijn is, wie dus het lijk van de wereld heeft gevonden, die ontdekt daarmee ook het echte leven, en ‘hij zal de dood niet smaken’. Dat is het wakker worden voor de echte werkelijkheid, voor het zijn-in-de-wereld, of, zoals Thomas dat noemt: voor het binnengaan in het koninkrijk.

Als in de verhalen van het Nieuwe Testament wordt verteld dat Jezus doden weer tot leven wekt, wordt daar in gnostische zin mee bedoeld dat hij ze als leermeester helpt een ‘levend’ mens te worden.
Dat is helemaal geen mirakel. En daar hoef je ook geen God voor te zijn.


De vertaling en toelichting van Bram Moerland bij het Thomas-evangelie is ook uitgegeven in boekvorm. Wil je dat boek bestellen? Je vindt de gegevens hier.


 


Parallellen

De parallellen zijn bedoeld voor nadere studie. Ze zijn zeker niet altijd in overeenstemming met het Thomas-evangelie. Want ook contrasten met bijvoorbeeld citaten uit de Bijbel zijn van belang voor het verstaan van de betekenis.
Ken je zelf een tekst die past bij dit logion? Het zou fijn zijn als je die hieronder wilde publiceren.



Thomas 27, 80, 110, 111

Lucas 17: 33-37
Wie probeert zijn leven veilig te stellen zal het verliezen, maar wie het verliest zal het behouden. 34 Ik zeg jullie, die nacht zullen er twee in één bed liggen: de een zal worden meegenomen, de ander achtergelaten. 35 Van twee vrouwen die samen aan het malen zijn, zal de een worden meegenomen, de ander worden achtergelaten.’
36 Van twee mensen die samen op het land zijn, zal de een worden meegenomen en de ander worden achtergelaten.’ 37 Ze vroegen hem: ‘Waar, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Waar een lijk is, daar zullen de gieren zich verzamelen.’

Matteus 24:24-28
Want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die indrukwekkende tekenen en wonderen zullen verrichten om ook Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. 25 Let op, ik heb jullie dit van tevoren gezegd. 26 Wanneer ze dus tegen jullie zeggen: “Kom mee, hij is in de woestijn,” ga er dan niet heen, of als ze zeggen: “Kijk, hij is daarbinnen,” geloof dat dan niet. 27 Want zoals een bliksemschicht vanuit het oosten weerlicht tot in het westen, zo zal ook de Mensenzoon komen. 28 Waar een lijk is, daar zullen de gieren zich verzamelen.


Hebreeën 11:38
Ze doolden door verlaten oorden en berggebieden en verscholen zich in grotten en holen onder de grond. Ze waren voor de wereld te goed.

 


Reacties (3)

THOMAS 56

Hebreeen 11:38
Ze doolden door verlaten oorden en berggebieden en verscholen zich in grotten en holen onder de grond. Ze waren voor de wereld te goed.


"en wie ontdekt dat deze schijnwereld inderdaad alleen maar dode schijn is,...,die ontdekt daarmee ook het echte leven, en, 'hij zal de dood niet smaken".

Hierin zit voor mij een tegenstrijdigheid, want als je echt die ontdekking doet, dan betekent dat juist dat je hiervoor sterft, en ook voor je ''schijnidentiteit'' en alles wat hiermee samenhangt.
(zoals veelvuldig op deze site ter sprake komt).

Het is juist helemaal niet erg om deze dood te smaken, integendeel, hij smaakt voortreffelijk!
Deze dood is voor mij de hoogste top, die het leven bereiken kan!!


Dit logion benadrukt nog eens het vorige logion 55. Dat als je niet voor het nieuwe openstaat je niet geschikt bent als vredewerker. Door zelf na te denken en het nieuwe te scheppen, schep je een nieuwe wereld. Door open naar de situatie te kijken. Niet met de blik van “ ja, dat weet ik inmiddels wel”. Jezelf en de ander een kans geven. Dan zul je de (gnostische) dood niet smaken. Omdat je niet vastloopt in jezelf. En kom je steeds weer voor de vraag te staan: “Wil ik gelijk hebben of gelijk zijn? Wil ik onvoorwaardelijk vriend zijn en dus de Liefde aan het woord laten?”. Dat is actief aan de vrede werken.


 


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen worden berichten met http:// geweigerd.


Naam:
E-mail:
Reactie: