De Geheime Woorden

Toelichting bij het Thomas Evangelie

Bram Moerland

Spring direct naar logion of naar het volgende logion »


Zelfbeeld en het ware zelf

61

61a
Jezus zei:
Twee zullen rusten op een bed;
één zal sterven,
de ander leven.

61b
Salomé zei:
Mens, wie ben jij?
Je hebt je neergezet op mijn rustbed
en je eet van mijn tafel,
alsof je namens iemand komt.
Jezus zei haar:
Ik kom namens een gelijke.
Mij werd gegeven van wat mijns vaders is.
Salomé zei:
Ik ben je leerling.
Jezus zei:
Daarom zeg ik: Wie één is zal vol zijn van licht,
maar wie verdeeld is,
zal vol zijn van duisternissen.

 

61a
In het vorige logion zei Jezus ‘Zoek een plaats van rust voor jezelf’. Dit logion is daar een vervolg op. Wat gebeurt er als je een plaats van rust voor jezelf hebt gevonden?
Op de plaats van rust zal het valse zelf sterven en het ware zelf wakker worden.
Het valse zelf, dat is het beeld dat je van jezelf gemaakt hebt en waarvan je ten onrechte denkt dat je dat bent. Dat ben je niet. Het ware zelf, dat is je echte, persoonlijke identiteit die tevoorschijn zal komen als je je valse zelf durft los te laten.
Dat is dus de omgekeerde weg van het vorige logion. Daar was een Samaritaan op weg om een wettische Jood te worden. ‘Niet doen,’ zei Jezus daar.
Maar als je al zo iemand bent, als je bijvoorbeeld opgegeten bent door ‘een menigte’ die je een vals zelfbeeld aanpraat, moet je om weer mens te worden de weg terug afleggen. En dat doe je door die innerlijke plaats van rust te zoeken en je daaraan over te geven. Daar sterft je valse zelf, en wordt je een levende, een waar mens. De plaats van rust is het graf van het valse zelf. Daarna is er de opstanding uit de spirituele dood.

Luister naar het verhaal van Heinrich, een Duitse kindsoldaat, die in 1944 opgeroepen wordt om het vaderland te helpen verdedigen. Aangekomen in de kazerne krijgt hij niet alleen een soldatenuniform als kledij, ook zijn geest wordt geüniformeerd. In de gnostische terminologie wordt ook zijn geest bekleed, maar dan met ideeën. Hem wordt verteld dat hij een Ariër is, een edelgermaan. Van andere mensen krijgt hij allerlei vijandbeelden toegediend.
Heinrich gelooft dat allemaal. Hij gelooft nu dus dat hij een Ariër is met een nobele taak, namelijk om de mensheid te redden van de Untermenschen. Dat beeld van hemzelf als Ariër-met-nobele-taak is zijn valse zelf. Dat zelfbeeld is een deel van de nazi-ideologie.
Op precies dezelfde manier vormen wij ons allemaal tijdens onze opvoeding ook een beeld van onszelf. En we denken dat we dat beeld zijn. Als we ‘ik’ zeggen bedoelen we dat beeld.
Heinrich deelt zijn valse zelf als Ariër met alle andere mensen die ook denken dat zij een Ariër zijn. En ook de vijandbeelden zijn groepsgewijs op andere mensen van toepassing.
Zo’n beeld van jezelf en anderen maakt blind voor het eigen unieke zelf, maar ook voor het zelf van de ander.
Om die blindheid op te heffen is nodig dat je je valse zelfbeeld durft loslaten. In de afwezigheid van het valse zelf zal het ware zelf zich ‘vanzelf’ aandienen.
Voor dat proces is nodig dat je een innerlijke ‘plaats van rust’ schept, een veilige plek in je bewustzijn. Vandaaruit kun je je eigen constructen over je identiteit leren zien en ze loslaten. Zie daarover ook logion 54.
Het zien van je beeld-constructen is het begin van de verlossing.

61b
Opmerkelijk is hier weer dat de vraag ‘Mens wie ben jij?’ wordt gesteld door een vrouw die bij haar eigen naam wordt genoemd, Salomé, net zoals Maria Magdalena in logion 21. In de meeste logions zijn het ‘de leerlingen’ die de vragen stellen. ‘De leerlingen’ worden nooit bij hun naam genoemd, behalve Petrus in logion 114.
‘De leerlingen’ vervullen gewoonlijk als groep de retorische functie van de onwetenden die de juiste vragen stellen, om zo Jezus de gelegenheid te geven de verhelderende antwoorden te geven. Maar hier is dat anders.
Opmerkelijk is allereerst dat Salomé Jezus aanspreekt met ‘mens’. En dan vraagt ze ‘Wie ben jij?’
Om die vraag te begrijpen moeten we even terug naar het hiervoor gegeven voorbeeld van Heinrich. Heinrich denkt dat hij een ariër is. Hij zal zich zo ook aan zijn medemensen voorstellen en zij zullen hem ook zo zien, en dat zal hij zeker van ze verlangen. Daarmee raakt niet alleen hijzelf, maar raken ook zijn medemensen onwetend van zijn ware aard als mens. Ze zien alleen zijn sociaal masker. Ze zien niet de mens in hem. Hij is ontmenselijkt.
Salomé spreekt Jezus hier aan met ‘mens’. Ze kijkt door het sociale masker van Jezus heen. Ze ziet hem als een ‘mensenzoon’, een mens dus zonder masker. Maar wie is hij dan, als hij geen sociaal masker heeft? Hoe kun je iemand zonder masker, zonder sociaal kader, kennen?
Ze geeft zelf ook al een voorlopig antwoord:

Het lijkt alsof je namens iemand komt.

Het is kennelijk voor haar net alsof Jezus niet zichzelf is, maar als een soort ambassadeur zichzelf wegcijfert om namens een superieur te spreken, namens God bijvoorbeeld, zoals de oudtestamentische profeten.
Maar Jezus maakt meteen duidelijk dat het zo niet is. Hijzegt:
Ik kom namens een gelijke.

Een gelijke! Profeten zijn geen God, ze zijn niet Gods gelijke. Ze zijn slechts spreekbuis van het goddelijke. Jezus is geen spreekbuis. Hij is wezensgelijk aan het goddelijke.
Salomé begrijpt nu wat Jezus bedoelt, en hoe bijzonder dat is. Ze wil zijn leerling worden.
Maar Jezus waarschuwt haar meteen, precies zoals hij dat ook deed met Thomas in logion 13.
Als ze een onderscheid zou aanbrengen tussen haar en Jezus, als ze zou denken dat alleen Jezus goddelijk is en zij niet, dan raakt ze juist daardoor verdeeld in zichzelf. Want dan plaatst ze haar goddelijke wezenskern buiten zichzelf. Dan zal ze verdeeld worden in zichzelf. Daardoor zal ze duisternis scheppen over haar eigen ware zelf, net als Heinrich.
Door Jezus te vergoddelijken en zichzelf ongelijk aan hem te maken, zal ze sterven in spirituele zin, en een lijk worden.
Als ze op zichzelf betrekt wat ze heeft gezien in Jezus, dan zal ook zij één zijn met haar ware zelf, haar eigen mens-zijn. Dan zal ook zij een levende zijn. Ook zij is hier op aarde namens een gelijke. Als mens, als de unieke mens Salomé, en niet als nietswaardige vrouw bijvoor-beeld, is zij één en wezensgelijk met de Bron. Evenals Jezus.
En dan neemt ze ter harte wat Jezus zegt in logion 108:
Wie de woorden uit mijn mond drinkt, zal worden als ik, en ik zal worden als zij.



De vertaling en toelichting van Bram Moerland bij het Thomas-evangelie is ook uitgegeven in boekvorm. Wil je dat boek bestellen? Je vindt de gegevens hier.

 


Parallellen

De parallellen zijn bedoeld voor nadere studie. Ze zijn zeker niet altijd in overeenstemming met het Thomas-evangelie. Want ook contrasten met bijvoorbeeld citaten uit de Bijbel zijn van belang voor het verstaan van de betekenis.
Ken je zelf een tekst die past bij dit logion? Het zou fijn zijn als je die hieronder wilde publiceren.



Thomas 21, 108

Lucas 17: 33-37
Wie probeert zijn leven veilig te stellen zal het verliezen, maar wie het verliest zal het behouden. 34 Ik zeg jullie, die nacht zullen er twee in één bed liggen: de een zal worden meegenomen, de ander achtergelaten. 35 Van twee vrouwen die samen aan het malen zijn, zal de een worden meegenomen, de ander worden achtergelaten.’
36 Van twee mensen die samen op het land zijn, zal de een worden meegenomen en de ander worden achtergelaten.’ 37 Ze vroegen hem: ‘Waar, Heer?’ Hij antwoordde: ‘Waar een lijk is, daar zullen de gieren zich verzamelen.’
Het bed staat hier voor ‘de plaats van rust’ (zie verderop het citaat uit het Evangelie van de Waarheid).

Matteus 24:24-28
Want er zullen valse messiassen en valse profeten komen, die indrukwekkende tekenen en wonderen zullen verrichten om ook Gods uitverkorenen zo mogelijk te misleiden. 25 Let op, ik heb jullie dit van tevoren gezegd. 26 Wanneer ze dus tegen jullie zeggen: “Kom mee, hij is in de woestijn,” ga er dan niet heen, of als ze zeggen: “Kijk, hij is daarbinnen,” geloof dat dan niet. 27 Want zoals een bliksemschicht vanuit het oosten weerlicht tot in het westen, zo zal ook de Mensenzoon komen. 28 Waar een lijk is, daar zullen de gieren zich verzamelen.

Johannes 8:24
Ik heb tegen u gezegd dat u in uw zonden zult sterven, want als u niet gelooft dat ik het ben, zult u inderdaad in uw zonden sterven.

Matteüs 11:27
Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is, dat weet alleen de Zoon, en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.

Matteüs 24:40-41
40 Dan zullen er twee op het land aan het werk zijn, van wie de een zal worden meegenomen en de ander achtergelaten. 41 Van twee vrouwen die samen aan de molen draaien, zal de ene worden meegenomen en de andere achtergelaten.

Lucas 10:22
Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is weet alleen de Zoon en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.

Johannes 6:37
Iedereen die de Vader mij geeft zal bij mij komen, en wie bij mij komt zal ik niet wegsturen,

Johannes 16:15
Alles wat van de Vader is, is van mij – daarom heb ik gezegd dat hij alles wat hij jullie bekend zal maken, van mij heeft.

Johannes 17:7
...en nu begrijpen ze dat alles wat u mij hebt gegeven, van u komt.

Lucas 2:49
Maar hij zei tegen hen: ‘Waarom hebt u naar me gezocht? Wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’

Efeziërs 5:14
...en alles wat openbaar wordt, is zelf licht. Daarom staat er:
‘Ontwaak uit uw slaap,
sta op uit de dood,
en Christus zal over u stralen.’
Begrijp hier dat Christus niet de historische persoon Jezus is, maar de Christus in jezelf.

Jakobus 1:18
Hij wilde ons door de verkondiging van de waarheid tot leven roepen, om ons de eersten te maken in zijn schepping.

Matteüs 12:25
Jezus wist wat ze dachten en zei tegen hen: ‘Elk koninkrijk dat innerlijk verdeeld is wordt verwoest, en geen enkele stad of gemeenschap die innerlijk verdeeld is zal standhouden.

Marcus 3:24-25
24 Als een koninkrijk innerlijk verdeeld is, kan dat koninkrijk niet standhouden; 25 als een gemeenschap innerlijk verdeeld is, zal die gemeenschap niet kunnen standhouden.

Teksten waarin Salomé voorkomt

Marcus 15
40 Van een afstand keken ook enkele vrouwen toe, onder wie Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus de jongere en van Joses, en Salomé. 41 Toen hij in Galilea verbleef, waren deze vrouwen hem gevolgd en hadden ze voor hem gezorgd, net als vele andere vrouwen die met hem waren meegereisd naar Jeruzalem.
42 Toen de avond al gevallen was (het was de ‘voorbereidingsdag’, dat wil zeggen de dag voor de sabbat), 43 kwam Josef van Arimatea, een vooraanstaand raadsheer, die zelf ook de komst van het koninkrijk van God verwachtte. Hij raapte al zijn moed bijeen en ging naar Pilatus, die hij om het lichaam van Jezus vroeg. 44 Het bevreemdde Pilatus dat hij al dood zou zijn en hij riep de centurio bij zich, aan wie hij vroeg of Jezus al gestorven was, 45 en toen de centurio dat bevestigd had, gaf hij het lijk aan Josef. 46 Josef kocht een stuk linnen, haalde Jezus van het kruis en wikkelde hem in het linnen. Daarna legde hij hem in een graf dat in de rots was uitgehouwen en rolde een steen voor de ingang.

Marcus 16
1 Toen de sabbat voorbij was, kochten Maria uit Magdala en Maria de moeder van Jakobus, en Salomé geurige olie om hem te balsemen. 2 Op de eerste dag van de week gingen ze heel vroeg in de ochtend, vlak na zonsopgang, naar het graf. 3 Ze zeiden tegen elkaar: ‘Wie zal voor ons de steen voor de ingang van het graf wegrollen?’ 4 Maar toen ze opkeken, zagen ze dat de steen al was weggerold; het was een heel grote steen. 5 Toen ze het graf binnengingen, zagen ze rechts een in het wit geklede jongeman zitten. Ze schrokken vreselijk. 6 Maar hij zei tegen hen: ‘Wees niet bang. U zoekt Jezus, de man uit Nazaret die gekruisigd is. Hij is opgewekt uit de dood, hij is niet hier; kijk, dat is de plaats waar hij was neergelegd. 7 Ga terug en zeg tegen zijn leerlingen en tegen Petrus: “Hij gaat jullie voor naar Galilea, daar zullen jullie hem zien, zoals hij jullie heeft gezegd.”’

Evangelie der Egyptenaren

Salomé zei:
Man, wie bent u wel, een zoon van wie,
dat u durft te zitten op mijn bed en
te eten van mijn tafel?
Jezus sprak tot haar:
Ik ben een zoon van hem die mijns gelijke is.
Mij is gegeven wat mijns vaders is.
Ten sprak Salomé:
Dan wil ik uw leerling zijn.
Daarop antwoordde Jezus:
Dan zeg ik u dit:
Als een leerling of leerlinge aan mj gelijk is geworden, is hij vervuld van licht;
als hij nog verdeeld is, is hij duisternis.
(Geciteerd uit Quispel, EvT, p.210)


Evangelie van de Waarheid
Zijn paradijs nu is zijn plaats van rust.
Daarom ook heeft hij hem uitgezonden, opdat hij zou spreken over de plaats, zijn plaats van rust, waar hij vandaan gekomen was.
Ieder zal spreken over de plaats waar hij vandaan gekomen is. En hij zal zich haasten om weer terug te keren naar het gebied waar hij zijn ware aard ontvangen heeft. Hij zal zijn ware aard weer aan die plaats - de plaats waarin hij stond - ontlenen, door van die plaats te proeven en er voedsel en groei van te ontvangen.
En zijn eigen plaats van rust is zijn Pleroma.

Apocryphon van Jacobus
Dan zul je gaan tot Hij-die-is, en dan zul je niet langer Jacobus zijn, maar dan ben je Hij-die-is.


 


Reacties (4)

Johannes 8:24
Ik heb tegen u gezegd dat u in uw zonden zult sterven, want als u niet gelooft dat ik het ben, zult u inderdaad in uw zonden sterven.

Matteüs 11:27
Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is, dat weet alleen de Zoon, en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.

Matteüs 24:40-41
40 Dan zullen er twee op het land aan het werk zijn, van wie de een zal worden meegenomen en de ander achtergelaten. 41 Van twee vrouwen die samen aan de molen draaien, zal de ene worden meegenomen en de andere achtergelaten.

Lucas 10:22
Alles is mij toevertrouwd door mijn Vader, en niemand dan de Vader weet wie de Zoon is, en wie de Vader is weet alleen de Zoon en iedereen aan wie de Zoon het wil openbaren.

Johannes 6:37
Iedereen die de Vader mij geeft zal bij mij komen, en wie bij mij komt zal ik niet wegsturen,

Johannes 16:15
Alles wat van de Vader is, is van mij – daarom heb ik gezegd dat hij alles wat hij jullie bekend zal maken, van mij heeft.

Johannes 17:7
...en nu begrijpen ze dat alles wat u mij hebt gegeven, van u komt.

Lucas 2:49
Maar hij zei tegen hen: ‘Waarom hebt u naar me gezocht? Wist u niet dat ik in het huis van mijn Vader moest zijn?’

Efeziërs 5:14
...en alles wat openbaar wordt, is zelf licht. Daarom staat er:
‘Ontwaak uit uw slaap,
sta op uit de dood,
en Christus zal over u stralen.’

Jakobus 1:18
Hij wilde ons door de verkondiging van de waarheid tot leven roepen, om ons de eersten te maken in zijn schepping.

Johannes 1:3
Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat.
(1:3-4) en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat. In het Woord was leven – Ook mogelijk is de vertaling: ‘en zonder dit was er niets. Wat bestaat, had leven in het Woord’.

Matteüs 12:25
Jezus wist wat ze dachten en zei tegen hen: ‘Elk koninkrijk dat innerlijk verdeeld is wordt verwoest, en geen enkele stad of gemeenschap die innerlijk verdeeld is zal standhouden.

Marcus 3:24-25
24 Als een koninkrijk innerlijk verdeeld is, kan dat koninkrijk niet standhouden; 25 als een gemeenschap innerlijk verdeeld is, zal die gemeenschap niet kunnen standhouden.

Lucas 11:27
Terwijl hij dit zei, verhief een vrouw uit de menigte haar stem en riep tegen hem: ‘Gelukkig de schoot die u gedragen heeft en de borsten waaraan u gedronken hebt!’


Salomé ziet hem als een ‘mensenzoon’, een mens dus zonder masker en wil zijn leerling worden.

Laatst had ik zakelijk contact met iemand die ik vanaf het allereerste ogenblik niet mocht, echt een diep gevoel van afkeer. Zonder hierover met anderen te praten merkte ik diezelfde afkeer ook bij iemand anders (hij benoemde dat later ook). Waar ligt dit dan aan vraag ik me af?

Ongetwijfeld voor een deel aan mezelf, niet vrij van oordelen, niet voldoende afstand van mijn emoties, iets geraakt in me wat ik eigenlijk verborgen wilde houden? Zeg het maar ik weet het niet.

Ongetwijfeld ligt het ook voor een deel aan de ander, ik ben nl niet de enige met dergelijke gevoelens. Die ander zal zijn maskers wellicht stevig op zijn snufferd hebben zitten, enz.

Gelukkig heb ik geleerd hoe je afstand kunt nemen van emoties, gedachten en kan van daaruit zien dat die ander misschien wel net zo worsteld met zijn plekkie in het leven als ik. Dat helpt me in ieder geval om met hem om te kunnen gaan.

Toch zit ik ermee, het gevoel was ook zó sterk. Ik wil zijn leerling in ieder geval niet worden.



@Jezus zei:
Daarom zeg ik: Wie één is zal vol zijn van licht,
maar wie verdeeld is,
zal vol zijn van duisternissen.

Wat hier mee is gezegd, gaat over de verdeeldheid die een mens in zichzelf kan ervaren.

De verdeeldheid en de daar uit voortkomende duisternis kan je ook projecteren op verhoudingen tussen mensen onderling.

In onze dagelijkse gang komen wij allerlei soorten mensen tegen.Wij zullen allemaal ervaren dat daar soms mensen tussen zitten die in bijzonder positieve zin opvallen maar dat er ook mensen tussen zitten die in bijzonder negatieve zin opvallen.

Het gaat hierbij om de eigenste persoonlijke ervaring die er is jegens die andere persoon.

Wanneer wij een persoon graag mogen dan geldt heus niet voor alle andere mensen.Wanneer wij een hekel hebben aan een persoon dan geldt ook niet voor alle andere mensen.

Het gaat dus om de eigen ervaring in de ontmoeting met de ander.

Er zijn nou eenmaal mensen die het beste uit jezelf naar boven halen en er zijn mensen de het slechtste uit jezelf naar boven halen.

Met mensen die wij graag mogen,met vrienden,ervaren wij éénheid.

Met mensen waar we een hekel aan hebben ervaren we verdeeldheid.

We gaan dat soort mensen uit de weg,omdat het ons een hoop duisternis,
pijn en ellende bespaart.

De paradox is nu dat juist dat soort mensen, van het type waarvan je haren overeind gaan staan,dikwijls de grootste
leraren voor je zijn,omdat juist zij je confronteren met je duistere kant.

Zij halen het slechtste uit je naar boven,
naar de oppervlakte.

Nu dat slechte deel van jezelf voor jezelf
zichtbaar is, kan je er aan werken.


61a
Als je een heel mens wordt, wordt je van twee een. Het ego (het beeld dat je van jezelf gemaakt hebt en waarvan je denkt dat je dat bent) zal sterven (= is niet langer aan bod komen) en het Zelf (zoals je echt ten diepte bent) zal meer tot uitdrukking komen. Lucas (Lucas 17:34) werkt de tekst hellenistisch uit en heeft de tekst geplaatst in een eschatologische context: “ Ik zeg jullie, in die nacht zullen er twee zijn op één bed.; de een zal meegenomen worden en de ander zal gelaten worden”.
61b
De vraag van Salomé betekent :” Wie ben je werkelijk, ten diepste.” Ze interpreteert en hij is heel anders dan ze verwacht. Jezus zegt: ‘Ik kom namens een gelijke’. Hij is wezensgelijk aan het goddelijke. Nu Salomé dat begrijpt wil ook zij inhoud aan haar leven geven en een leerling worden. Zoals ieder volkomen mens wezensgelijk is aan het goddelijke.


 


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen worden berichten met http:// geweigerd.


Naam:
E-mail:
Reactie: