De Geheime Woorden

Toelichting bij het Thomas Evangelie

Bram Moerland

Spring direct naar logion of naar het volgende logion »


De slaaf van slaven

63

Jezus zei:
Er was eens een rijk man die een groot fortuin bezat.
Hij zei:
Ik zal mijn fortuin nuttig besteden, zodat ik kan zaaien, oogsten en planten
en mijn voorraadschuur vullen met de opbrengst,
opdat het mij aan niets ontbreke.
Dat dacht hij in zijn binnenste, maar die nacht stierf hij.
Wie oren heeft, die hore!

 

Rijk zijn in de gnostische symbooltaal betekent: gnosis bezitten.
Wie het pad van de gnostiek betreedt, leert illusies doorzien, leert manipulaties herkennen. Je leert de wanen ‘zien’ waarin mensen zichzelf en elkaar gevangen houden.
En dat inzicht schept onvermijdelijk macht over anderen die nog op onbevangen wijze in hun eigen illusies geloven.
En even onvermijdelijk stuit je dan op het verhaal over de verzoeking van Jezus in de woestijn. De grote verleiding is dat je je nieuw verworven inzichten aanwendt ter meerdere glorie van jezelf, tot macht over anderen, tot zelfverheerlijking, tot geldelijk gewin.

Het is in de praktijk van het leven overigens niet de duivel die je probeert te verleiden. Die staat slechts symbool voor de slaafse volgelingen, de hielenlikkers, de meelopers, de profiteurs, en helaas ook van die tragische verdoolden die niet meer in zichzelf durven geloven en hun zieleheil menen te kunnen vestigen in de slaafse aanbidding van een goeroe.

Wie ontwaakt is, opgestaan uit de spirituele dood, loopt een reële kans om voor de verleiding te komen staan van de aanbidding door zichzelf onderdanig opstellende volgelingen. En wie die verzoeking niet kan weerstaan, zal opnieuw sterven in spirituele zin. De ontwaakte die zichzelf laat aanbidden, die zich door zijn medemensen boven hen laat verheffen, ketent daarmee niet alleen zijn volgelingen aan zichzelf, maar zichzelf ook aan zijn aanbidders. Hij wordt de slaafse gevangene van zijn slaafse volgelingen, een slaaf van slaven.


De vertaling en toelichting van Bram Moerland bij het Thomas-evangelie is ook uitgegeven in boekvorm. Wil je dat boek bestellen? Je vindt de gegevens hier.

 


Parallellen

De parallellen zijn bedoeld voor nadere studie. Ze zijn zeker niet altijd in overeenstemming met het Thomas-evangelie. Want ook contrasten met bijvoorbeeld citaten uit de Bijbel zijn van belang voor het verstaan van de betekenis.
Ken je zelf een tekst die past bij dit logion? Het zou fijn zijn als je die hieronder wilde publiceren.



Lucas 12:13-21
13 Iemand uit de menigte zei tegen hem: ‘Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen!’ 14 Maar Jezus antwoordde: ‘Wie heeft mij als rechter of bemiddelaar over jullie aangesteld?’ 15 Hij zei tegen hen: ‘Pas op, hoed je voor iedere vorm van hebzucht, want iemands leven hangt niet af van zijn bezittingen, zelfs niet wanneer hij die in overvloed heeft.’ 16 En hij vertelde hun de volgende gelijkenis: ‘Het landgoed van een rijke man had veel opgebracht, 17 en daarom vroeg hij zich af: Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn voorraden op te slaan. 18 Toen zei hij bij zichzelf: Wat ik zal doen is dit: ik breek mijn schuren af en bouw grotere, waar ik al mijn graan en goederen kan opslaan, 19 en dan zal ik tegen mezelf zeggen: Je hebt veel goederen in voorraad, genoeg voor vele jaren! Neem rust, eet, drink en vermaak je. 20 Maar God zei tegen hem: “Dwaas, nog deze nacht zal je leven van je worden teruggevorderd. Voor wie zijn dan de schatten die je hebt opgeslagen?” 21 Zo vergaat het iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.’

Lucas 4:1-13
Vervuld van de heilige Geest trok Jezus weg van de Jordaan, en geleid door de Geest zwierf hij veertig dagen rond in de woestijn, 2 waar hij door de duivel op de proef werd gesteld. Al die tijd at hij niets, en toen de veertig dagen verstreken waren, had hij grote honger. 3 De duivel zei tegen hem: ‘Als u de Zoon van God bent, beveel die steen dan in een brood te veranderen.’ 4 Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “De mens leeft niet van brood alleen.”’
5 Toen bracht de duivel hem naar een hooggelegen plaats en liet hem in een en hetzelfde ogenblik alle koninkrijken van de wereld zien. 6 De duivel zei tegen hem: ‘Ik geef u de macht over dat alles en ook de roem die ermee gepaard gaat, want ik kan daarover beschikken en ik geef het aan wie ik wil; 7 als u in aanbidding voor mij neervalt, zal dat allemaal van u zijn.’ 8 Maar Jezus antwoordde: ‘Er staat geschreven: “Aanbid de Heer, uw God, vereer alleen hem.”’ 9 De duivel bracht Jezus naar Jeruzalem en zette hem op het hoogste punt van de tempel, en hij zei tegen hem: ‘Als u de Zoon van God bent, spring dan naar beneden. 10 Want er staat geschreven: “Zijn engelen zal hij opdracht geven om over u te waken.” 11 En ook: “Op hun handen zullen zij u dragen, zodat u uw voet niet zult stoten aan een steen.”’ 12 Maar Jezus antwoordde: ‘Er is gezegd: “Stel de Heer, uw God, niet op de proef.”’ 13 Toen de duivel Jezus aan al deze beproevingen had onderworpen, ging hij voor een tijd bij hem vandaan.

Matteüs 25:26
Jezus riep hen bij zich en zei: ‘Jullie weten dat heersers hun volken onderdrukken en dat leiders hun macht misbruiken. 26 Zo zal het bij jullie niet mogen gaan.

Marcus 10:42-43
Jezus riep hen bij zich en zei tegen hen: ‘Jullie weten dat de volken onderdrukt worden door hun eigen heersers en dat hun leiders hun macht misbruiken. 43 Zo mag het bij jullie niet gaan.

Lucas 22:25-26
Jezus zei tegen hen: ‘Vorsten oefenen heerschappij uit over de aan hen onderworpen volken, en wie macht heeft laat zich weldoener noemen. 26 Laat dat bij jullie niet zo zijn!


 


Reacties (2)

Sirach 11:18-19
18 Een mens wordt rijk door angstvallig te sparen,
maar kijk eens wat zijn loon is. Hij zegt:
19 ‘Nu kan ik een rustig leven leiden en van mijn bezit genieten,’
maar hij weet niet voor hoe lang.
Wanneer hij sterft moet hij alles nalaten aan anderen.

Lucas 12:13-21
13 Iemand uit de menigte zei tegen hem: ‘Meester, zeg tegen mijn broer dat hij de erfenis met mij moet delen!’ 14 Maar Jezus antwoordde: ‘Wie heeft mij als rechter of bemiddelaar over jullie aangesteld?’ 15 Hij zei tegen hen: ‘Pas op, hoed je voor iedere vorm van hebzucht, want iemands leven hangt niet af van zijn bezittingen, zelfs niet wanneer hij die in overvloed heeft.’ 16 En hij vertelde hun de volgende gelijkenis: ‘Het landgoed van een rijke man had veel opgebracht, 17 en daarom vroeg hij zich af: Wat moet ik doen? Ik heb geen ruimte om mijn voorraden op te slaan. 18 Toen zei hij bij zichzelf: Wat ik zal doen is dit: ik breek mijn schuren af en bouw grotere, waar ik al mijn graan en goederen kan opslaan, 19 en dan zal ik tegen mezelf zeggen: Je hebt veel goederen in voorraad, genoeg voor vele jaren! Neem rust, eet, drink en vermaak je. 20 Maar God zei tegen hem: “Dwaas, nog deze nacht zal je leven van je worden teruggevorderd. Voor wie zijn dan de schatten die je hebt opgeslagen?” 21 Zo vergaat het iemand die schatten verzamelt voor zichzelf, maar niet rijk is bij God.’

Matteüs 13:43
Dan zullen de rechtvaardigen in het koninkrijk van hun Vader stralen als de zon. Laat wie oren heeft goed luisteren!

Openbaring 2:7,11,17,29
7 Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal ik laten eten van de levensboom die in Gods paradijs staat.”
11 Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal van de tweede dood geen schade ondervinden.”
17 Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt. Wie overwint zal ik van het verborgen manna geven, en ook een wit steentje waarop een nieuwe naam staat die niemand kent, behalve degene die het ontvangt.”
29 Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”

Openbaring 3:6,13,22
6 Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”
13 Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”
22 Wie oren heeft, moet horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”’

Openbaring 13:9
Wie oren heeft, moet horen.



Wat mij betreft is hier ook verwantschap met Logion 88. Als je de kennis alleen verwerft ter eigen glorie, dan deel je geen kennis van je hart met anderen van jezelf en ben je niet vruchtbaar in je gesprekken met anderen. Dan komt er geen nieuw leven. Het gaat (zie ook de gelijkenis van de talenten) om vermeerdering door het gebruiken van je talenten. Als je jezelf niet kent (zie Logion 3) dan ben je de armoede. En sterf je in spirituele zin.


 


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen worden berichten met http:// geweigerd.


Naam:
E-mail:
Reactie: