De Geheime Woorden

Toelichting bij het Thomas Evangelie

Bram Moerland

Spring direct naar logion of naar het volgende logion »


Volg je eigen momenten van herkenning

8

En hij zei:
De mens is als een wijze visser,
die zijn net wierp in de zee,
en het ophaalde uit de zee, vol kleine vissen uit de diepte.
Te midden van hen
vond de wijze visser een grote, mooie vis.
Hij wierp alle kleine vissen terug in de zee
en koos zonder aarzeling de grote vis.
Wie oren heeft om te horen, die hore!

 

Spirituele tradities zijn bewaarplaatsen van doorleefde wijsheid. Maar de mystieke kern van elke spirituele traditie, hoe zuiver ook, zal onherroepelijk verduisterd raken onder allerlei niet terzake doende aangroeisels. Dat geldt dus ook voor de gnostiek.
Voel je je aangetrokken tot een spirituele traditie? Werp dan gerust je net uit in de zee van schriftgeleerdheid die de traditie je biedt. Je net zal al snel helemaal vol raken met dogma’s, leerstellingen, geboden, verboden, oordelen, leefregels, verplichte rituelen, en wat al niet. Alsof het daarom zou gaan.
Maar die hoeft de wijze visser niet. Hij zet ze respectvol terug in de zee.
Maar in dat alles is ook iets dat hem raakt, die ene grote vis, de mystieke kern van de leer. Hij herkent die van binnen uit. Die zegt hem iets waarvan hij ervaart: ‘Dat wist ik altijd al.’ Juist die ervaring dit altijd al geweten te hebben, is het kernmerk van de innerlijke gnosis. Die grote vis neemt hij mee naar huis, die bewaart hij in zijn hart, want die is voedsel voor zijn ziel.
in het Evangelie van de Waarheid staat hierover:

Daarom, wanneer iemand gnosis bezit
neemt hij wat van hemzelf is
en betrekt het op zichzelf.

Wil je je verdiepen in een spirituele traditie? Doe dan niet wat anderen je vertellen dat je doen moet. Volg je eigen momenten van herkenning en leer daarop vertrouwen. Het zijn de richtingwijzers op je eigen pad. Alleen zo zul je niet alleen tot de mystieke kern van die traditie kunnen doordringen, maar ook tot de grond van je eigen bestaan.

Vissen
Er is een groot verschil in sfeer en betekenis met de vergelijkbare tekst uit Matteüs 13:47-50. Die luidt:
Het hemelse koninkrijk lijkt op een visnet dat in de zee is uitgegooid en waarin allerlei vissen terecht komen. Wanneer het net vol is, trekken de vissers het op de oever. Ze gaan daar zitten om de goede vissen bij elkaar in een kuip te doen; de oneetbare gooien ze weg. Zo zal het ook gaan bij het einde van de wereld. De engelen zullen erop uit gaan en de slechte mensen tussen de goede uithalen en ze in de brandende oven gooien. Daar zullen ze huilen en knarsetanden.

Zowel in Thomas als Matteüs wordt een net met vissen opgehaald.
Maar wat gebeurt er met de vissen die ze niet hoeven? Die worden bij Matteüs weggegooid. Volgens Matteüs verwijzen de oneetbare vissen naar de zondaars die op de dag des oordeels door engelen zullen worden opgehaald om in een brandende oven gegooid te worden. Daar zullen ze huilen en knarsetanden.
Bij Thomas echter worden de kleine respectvol teruggezet in de zee opdat ze verder kunnen groeien.
Matteüs zaait angst.
Maar Thomas is – en niet alleen in dit logion - vervuld van liefde, ook voor de vissen die hij niet hoeft.

Mysteriescholen
In de klassieke oudheid, al lang voor het begin van onze jaartelling, bestonden er zogenaamde mysteriescholen in Egypte en Griekenland. Die moeten een belangrijk onderdeel van de klassieke cultuur gevormd hebben. Niettemin weten we daar betrekkelijk weinig van. We weten wel dat je in die mysteriescholen als deelnemer een rituele inwijding kon ondergaan. Dat was een opstandingsritueel. Die duurde drie dagen. Op de eerste dag stierf je zogenaamd. Dan verbleef je een paar dagen in afzondering, en daarna stond je op uit de dood. Je was dan opnieuw geboren.
Dat lijkt wel erg veel op het paasverhaal over Jezus, die sterft, drie dagen in de onderwereld verblijft, en dan opstaat uit de dood.
Die gelijkenis is zeker niet toevallig. Ik neem aan dat Jezus werkelijk gekruisigd is, maar in de verhalen daarover is later aan zijn dood de betekenis van het opstandingsritueel uit de mysteriescholen toegekend.
We weten nog iets anders over de mysteriescholen. De ingewijden werden vissen genoemd, of vissers.
De oudste mysterieschool waarvan we iets weten is die van Pythagoras. Hij leefde zo'n 550 jaar voor Christus. Van hem kennen we een belangrijk symbool de zogenaamde 'vis van Pythagoras'. Het is een gestyleerde tekening van een vis.
Het teken van de vis was in de oudheid het symbool voor de ingewijden in een mysterieschool. Het teken van de vis wordt tegenwoordig echter algemeen gezien als het symbool van het christendom, maar het vindt dus zijn historische oorsprong in de symboliek uit de mysteriescholen van lang voor Jezus. Soms zie je achter op een auto het teken van de vis. Daarmee laat de bezitter weten dat hij een christen is. Die moest een weten dat het van oorsprong een 'heidens' symbool is!
Zo kwamen de 'vissers' het christendom binnen:
Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag hij Simon en Andreas, de broer van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers. Jezus zei tegen hen: Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken. (Marcus 1)

Het is bepaald niet geloofwaardig dat Jezus echte, en dus volkomen ongeletterde vissers die niet eens konden lezen en schrijven, tot volgelingen koos en dat die later zijn leer zouden hebben voortgezet. In breder perspectief is veel geloofwaardiger is dat hij pythagorese 'vissers' aansprak, of ingewijden in een andere mysterieschool. En dat werpt een heel andere licht op de historische betekenis van Jezus, maar ook op de wonderen van Jezus die doden weer tot leven zou hebben gewekt. Ook dat kunnen we verstaan als symboliek uit de oude mysteriescholen.
Wil je meer hierover weten, en ook de afbeelding zien van de vis van Pythagoras, ga dan naar: Vis van Pythagoras

Jezus en de mysteriescholen
Hoe kunnen we dit logion nu nog beter verstaan, zelfs met de gebrekkige kennis die we hebben over de mysteriescholen? Het lijdt wat mij betreft geen twijfel dat Jezus in aanraking is gekomen met de mysteriescholen uit de klassieke oudheid. Maar wat zegt hij hier dan daarover? Dit:
Ga maar vissen in die mysteriescholen, maar besef dat die ene grote vis die je daar kunt vangen, dat je dat zelf bent, dat het je eigen wezenskern is.
Maar voor Matteüs is Jezus die ene grote vis, en al die heidense vissers van de myteriescholen die daar vissen naar hun ware zelf, die verwijst hij regelrecht naar de hel.


De vertaling en toelichting van Bram Moerland bij het Thomas-evangelie is ook uitgegeven in boekvorm. Wil je dat boek bestellen? Je vindt de gegevens hier.



 


Parallellen

De parallellen zijn bedoeld voor nadere studie. Ze zijn zeker niet altijd in overeenstemming met het Thomas-evangelie. Want ook contrasten met bijvoorbeeld citaten uit de Bijbel zijn van belang voor het verstaan van de betekenis.
Ken je zelf een tekst die past bij dit logion? Het zou fijn zijn als je die hieronder wilde publiceren.



Bijbel

Er is een groot verschil in sfeer en betekenis met de vergelijkbare tekst uit Matteüs 13:47-50. Die luidt:
Het hemelse koninkrijk lijkt op een visnet dat in de zee is uitgegooid en waarin allerlei vissen terecht komen. Wanneer het net vol is, trekken de vissers het op de oever. Ze gaan daar zitten om de goede vissen bij elkaar in een kuip te doen; de oneetbare gooien ze weg. Zo zal het ook gaan bij het einde van de wereld. De engelen zullen erop uit gaan en de slechte mensen tussen de goede uithalen en de slechte mensen in de brandende oven gooien. Daar zullen ze huilen en knarsetanden.

Om te beginnen is het koninkrijk bij Matteüs in de hemel. En dat is niet zo in Thomas. Daar is het in de mens zelf.
Een opmerkelijk verschil is er ook in wat er met de vissen gebeurt die volgens Matteüs oneetbaar zijn: ze worden weggegooid en verdoemd. Bij Thomas worden ze respectvol teruggezet in de zee.
Maar het grote verschil zit hem in de uitleg. Volgens Matteüs verwijzen de oneetbare vissen naar de zondaars die op de dag des oordeels door engelen zullen worden opgehaald om in een brandende oven gegooid te worden. Daar zullen ze huilen en knarsetanden.
Matteüs zaait angst. Maar Thomas is – en niet alleen in dit logion - steeds vervuld van liefde.
Hoe toepasselijk op dit verschil is een tekst uit de eerste brief van Johannes (4,18):
De liefde laat geen ruimte voor angst; volmaakte liefde sluit angst uit, want angst veronderstelt straf. In iemand die angst kent, is de liefde geen werkelijkheid geworden.

Marcus 1:16-20
16 Toen Jezus langs het Meer van Galilea liep, zag hij Simon en Andreas, de broer van Simon, die hun netten uitwierpen in het meer; het waren vissers. 17 Jezus zei tegen hen: ‘Kom, volg mij! Ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ 18 Meteen lieten ze hun netten achter en volgden hem. 19 Iets verderop zag hij Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes, die in hun boot bezig waren met het herstellen van de netten, 20 en direct riep hij hen. Ze lieten hun vader Zebedeüs met de dagloners achter in de boot en volgden hem.

Lucas 5
1 Toen hij eens aan de oever van het Meer van Gennesaret stond en het volk zich om hem verdrong om naar het woord van God te luisteren, 2 zag hij twee boten aan de oever van het meer liggen; de vissers waren eruit gestapt, ze waren bezig de netten te spoelen. 3 Hij stapte in een van de boten, die van Simon was, en vroeg hem een eindje van het land weg te varen; hij ging zitten en gaf de menigte onderricht vanuit de boot. 4 Toen hij was opgehouden met spreken, zei hij tegen Simon: ‘Vaar naar diep water en gooi jullie netten uit om vis te vangen.’ 5 Simon antwoordde: ‘Meester, de hele nacht hebben we ons ingespannen en niets gevangen. Maar als u het zegt, zal ik de netten uitwerpen.’ 6 En toen ze dat gedaan hadden, zwom er zo’n enorme school vissen in de netten dat die dreigden te scheuren. 7 Ze gebaarden naar de mannen in de andere boot dat die hen moesten komen helpen; nadat dezen bij hen waren gekomen, vulden ze de beide boten met zo veel vis dat ze bijna zonken. 8 Toen Simon Petrus dat zag, viel hij op zijn knieën voor Jezus neer en zei: ‘Ga weg van mij, Heer, want ik ben een zondig mens.’ 9 Hij was verbijsterd, net als allen die bij hem waren, over de enorme hoeveelheid vis die ze gevangen hadden; 10 zo verging het ook Jakobus en Johannes, de zonen van Zebedeüs, die met Simon samenwerkten. Jezus zei tegen Simon: ‘Wees niet bang, voortaan zul je mensen vangen.’ 11 En nadat ze de boten aan land hadden gebracht, lieten ze alles achter en volgden hem.

Matteüs 13:47-48
47 Het is met het koninkrijk van de hemel ook als met een sleepnet dat in een meer werd geworpen en waarmee allerlei soorten vis werden gevangen. 48 Toen het net vol was, trok men het op de oever en ging men zitten om de goede vis in kuipen te doen; de slechte vis werd weggegooid.

Matteüs 4: 18-22
18 Toen hij langs het meer liep, zag hij twee broers, Simon, die Petrus genoemd wordt, en zijn broer Andreas. Ze wierpen hun net uit in het meer, het waren vissers. 19 Hij zei tegen hen: ‘Kom, volg mij, ik zal van jullie vissers van mensen maken.’ 20 Ze lieten meteen hun netten achter en volgden hem. 21 Even verderop zag hij twee andere broers, Jakobus, de zoon van Zebedeüs, en zijn broer Johannes. Ze waren met hun vader in hun boot bezig met het herstellen van de netten. Hij riep hen 22 en meteen lieten ze de boot en hun vader Zebedeüs achter en volgden hem.

Johannes 21:11
Simon Petrus ging weer aan boord en trok het net aan land. Het zat vol grote vissen, welgeteld honderddrieënvijftig, en toch scheurde het niet.
(Het getal 153 verwijst naar de vesica pisces, de vis als symbool van de pythagoreërs.)

Kerkvaders en tijdgenoten

Tertullianus (een van de belangrijkste bestrijders van de gnostiek in de tweede eeuw):
Maar wij, christenen, zijn kleine vissen naar het voorbeeld van de grote vis (ICHTHYS) Jezus Christus, geboren in het water. (Freke en Gandy, p. 86}

Eisler
R. Eisler heeft een grote hoeveelheid bewijzen verzameld voor de nauwe contacten van het orfisme met het christendom tijdens de eerste paar eeuwen, en hij toont aan hoe Orpheus de visser langzamerhand werd tot Jezus, de visser van mensen. (Freke en Gandy noot p.339 )

Clement van Alexandrië, Paedagogus III, XI
De vermelding van de vis, Ichtus, als symbool voor de christenen, komt voor het eerst voor bij Clement van Alexandrië (geboren ongeveer 150 nC).

Ichtus (vis) als symbool
De Syriërs vereerden een visgod, die soms Nun werd genoemd, en soms Dagon of Adonis. De Grieken noemden hem Ichthys. (Freke en Gandy, noot p.339). Voor de spirituele betekenis van het symbool van de vis in de klassieke oudheid zie Vis van Pythagoras

Lucebert
Visser van Ma Yuan


onder wolken vogels varen
onder golven vliegen vissen
maar daartussen rust de visser

golven worden hoge wolken
wolken worden hoge golven
maar intussen rust de visser

 


Reacties (4)

Wat ik fijn vind is dat de zee vol soorten en maten vis zit, en dat ik die ene vis mag vangen die mij echt inzicht geeft. Het getuigt van grootsheid om vele zienswijzen aan te bieden met als mogelijkheid die ene doorbraak bij de ander te veroorzaken die voor hem/haar van belang is. Dat is direct mijn worsteling: afstappen van de stelling dat de vis die ik koos ook de beste moet zijn die er is voor anderen......


Ja precies Jeroen, dat is de grote verleiding dat jouw verrukkelijke vis ook lekker moet smaken op het levensbordje van een ander. Maar als je die dwaling inziet, dan opent zich je hart voor de schoonheid van de schepping die inderdaad vissen aanbiedt in velerlei smaken, en ook nog in overvloed.


Ik zie in dit Logion een parallel met Logion 107. Als je vriend wordt van je medemens dan zoek je die mens ook op in zijn nood. En als je dan het koninkrijk in de ander weet te behouden heb je in een 1 op 1 contact ( in de zin van werkelijke bezieling) veel bereikt. Je kiest dan voor die mens (" het ene schaap, de grote vis"). Het is een oproep voor ons om opzoek te gaan en ons licht niet onder een korenmaat te steken. Om onze naaste lief te hebben als jezelf en je broer (degene die je lief geworden is) te beschouwen als de appel van je oog.
Vergeef, dan zal je vergeven worden. Veroordeel niet, dan zul je niet veroordeeld worden. Geef, dan zal je gegeven worden. Als ik niet veroordeel , dan word ik een plaats van troost waar de ander terecht kan. Ben ik nog ontvankelijk? Ben ik nog onbevangen? Sta ik open voor wat de ander mij te zeggen heeft? Levensvragen die zich diep in mijzelf afspelen.


Echt

Ik laat mij afleiden
door zóveel zaken:
door voordrachten,
door workshops,
bundels,kaarten
verkopen,
flyers verspreiden:
extravert.
Maar dan
maak ik keer.

Ik zet opzij
alle nevenzaken,
ga aan de arbeid,
introvert:
creativiteit
van het schrijven
bruist op van binnen
en ik voel:

dít ben ik
echt!

Peter van de Goolberg


 


Reageer

Alle velden zijn verplicht. Je moet een geldig e-mailadres invullen.
Je e-mailadres is niet zichtbaar op de site.
Om spam te voorkomen worden berichten met http:// geweigerd.


Naam:
E-mail:
Reactie: