‘Hadden ze me dat niet eens eerder kunnen vertellen?!’
Was het blije opwinding of boze verontwaardiging die mij bijkans in het ravijn deed storten? Onzinnige vraag natuurlijk. Beide emoties zijn even gevaarlijk voor een onervaren klimmer als ik. Gewoon blijven opletten. Pas op voor die rotspunt. Uit de weg voor die gorge. Almaar rechtdoor. Het levenspad gaat tenslotte niet altijd over Amsterdamse keien…
Met het boek Katharen en de val van Montségur van Bram Moerland in de hand, probeerde ik een paar jaar geleden enige heuvels in Zuid Frankrijk te bedwingen. Maar ik verloor al gauw m’n belangstelling voor deze fysieke uitdaging, zo kreeg die spirituele reisgids zelf me in zijn greep.
Want wat ik las was verbijsterend. Als extra-goed-gereformeerd meisje was de kerkgeschiedenis mij buitengewoon ijverig toegediend. Ook de bijbel zelf was al jong in m’n broekzak beland. De tale Kanaäns was mij vertrouwder dan de grachtengordeltaal.
En die vermeend betrouwbare erfenis werd nu zomaar uit m’n rugzakje geschud en viel in het ravijn. Of toch niet? Want de woorden uit dat boek van Moerland kwamen me tegelijkertijd ook geheimzinnig vertrouwd voor. Alsof ik juist iets vond, iets kreeg toegestopt voor onderweg. Doe maar fijn in je rugzakje kind, hoorde ik de schrijver fluisteren.
Ik las de leer der vrijheid. Vrijheid. Dat was waar ik mijn hele leven zo naar had verlangd. En nu, al lezend begreep ik ineens het verschil tussen geloof en gnosis. Een geloofsbelijdenis is nergens anders voor bedoeld dan om alle neuzen dezelfde kant op te krijgen. Dat is dus een gevang, een kerk(er).
En gnosis, dat innerlijk weten, dat is helemaal van jezelf. Dat is vrijheid.
Logisch dat een instituut als een kerk die leer van de vrijheid niet goed kon gebruiken, want daarmee zou het zorgvuldig opgetaste bouwwerk van aflaat en angst misschien wel voortijdig ineengezegen zijn.
Wat dat in de praktijk betekende zag ik nu in het katharenland helder om me heen. De ruïnes van de kastelen uit de glorietijd van de katharen staan als littekens in het Zuid-Franse landschaft gegrift. Ze herinneren aan grof geweld tegen mensen die de oproep van Jezus serieus namen om je naaste lief te hebben.
Ineens begreep ik waarom ik nu zo moederziel alleen zo’n brokkelig bergpad moest gaan. Ik was als het schaapje uit het Thomasevangelie. Dat wegloopdiertje dat helemaal niet terug werd gehaald door de Goede Herder. Die lieve herder uit het Thomas evangelie lachte het weglopertje juist bemoedigend toe en zei dat dit wezentje hem liever was dan al die kuddedieren die gewoon bij de groep bleven.
Moerland liet mij door deze wonderlijke reisgids een heel ander christendom zien dan de geknechte variant die mij tientallen jaren was onderwezen.
Waarom maakte dat zo’n indruk? Waarom voelde dat zo vertrouwd?
Omdat dit christendom naadloos aansloot bij mythische verhalen die ik al kende? Want ook Roodkapje moest toch van het pad af, het bos in? En Dante begint zijn oerverhaal toch ook met: ‘Op een dag, toen ik van het pad af raakte...’?
De groepsregels moeten blijkbaar moederziel alleen verlaten worden. Pas dan kom je tot je unieke bestemming. Pas dan kom je medestanders tegen op je nieuwe, door jou zelf ontdekte pad.
Er moet blijkbaar gestorven worden. Sloeg dat soms ook op die mij zo bekende kruisdood? Wat stierf daar aan dat kruis? En wat stond er daarna weer op?
Daar moest ik meer van weten!
Terug in Nederland belde ik Moerland op, met het smoesje dat ik hem wilde interviewen voor zowel een radio als een tv-programma.
Dat was ook wel zo, maar zo’n microfoon is natuurlijk alleen maar een alibi om m’n privé-nieuwsgierigheid te bevredigen. Bovendien ga ik er dan maar voor het gemak van uit dat wat mij ontroert, ook u zal raken.
En dat bleek te kloppen. Bram Moerland stapte mijn schattige kerkje waar het televisieprogramma Het Vermoeden van de Ikon wordt opgenomen binnen, en de reacties van de kijkers waren overweldigend. Hij kwam, zag en ontroerde.
Wat gebeurde er in dat Vermoedenkerkje?
Bram had een voor hem heilige tekst bij zich, want dat hoort bij de formule van het programma. Derhalve zijn er door de jaren heen al heel wat prachtige woorden afgeleverd in dat kleine kerkje. Ik was dus ook al heel wat gewend.
Zodoende was ik op die vroege najaarsmorgen niet verdacht op mijn hevige ontroering, noch op die van Bram Moerland.
‘Het koninkrijk is uitgespreid over de aarde, maar de mensen zien het niet.’
De heilige tekst die Bram kwam afleveren komt uit het Thomas evangelie en raakte mij, en ook de kijker vol in het gezicht.
Hoe kon dat nu toch zomaar?
Het is moeilijk te zeggen.
Terugkijkend naar de tv-opname, valt hetzelfde gevoel weer in volle koninklijke omvang over me heen, zelfs terwijl het heftigste stukje eruit geknipt is. Een interviewer hoort ten slotte zelf niet te huilen, nietwaar? De schaar erin dus, zo besloten wij televisiemakers wat besmuikt.
En nu, bij het lezen van de toelichting van Bram bij het Thomas evangelie, overkomt het me weer. Wat is dat toch? Het zijn tenslotte maar woorden die ik al lezende tot me neem. Waarom raken ze me zo? En waarom herken ik in deze woorden de bewogenheid van ons gesprek in Het Vermoeden?
Woorden zijn tenslotte veel minder van belang dan een ervaring. In den beginne was er ontroering, pas daarna welden de woorden op. Maar de woorden die nu voor u liggen, resoneren alsof ze altijd al geklonken hebben. Alsof we ze zelf al doorleefden.
Het boek dat nu voor u ligt bevat alle korte en krachtige uitspraken van het evangelie van Thomas zoals die is teruggevonden in Nag Hammadi. Het zijn uitspraken van Jezus.
En Bram Moerland heeft deze uitspraken van commentaar voorzien. Eindelijk. En daar ben ik heel blij om, want het kan niet anders dan dat u nu bij het lezen daarvan hetzelfde gaat overkomen als wat mij gebeurde tijdens die gedenkwaardige opname van het Vermoeden.
En, als in een kostelijk kookboek, is dat commentaar onontkoombaar geworden. Dit boek is voor mij door zijn precisie, z’n sobere vorm en oneindig rijke inhoud een handboek voor het leven geworden. Een gids voor Eerste Hulp bij Reflectie.
De toon is net als in Thomas zelf: Niet belerend en prekend, maar liefdevol en uitnodigend. En ik voel me daarbij thuis. Alsof mijn ziel welkom wordt geheten.
Al lezend is het alsof de inhoud in wezen altijd al van ons was, zoals we ook met een goed kookboek naast onze plotseling vaardige handen tot de heerlijkste creaties in staat blijken te zijn.
Want eigenlijk wisten we al lang dat onze levensweg een spannende zoektocht is naar een verborgen schat en dat het niet aan de orde is om die speurtocht op te geven.
We hadden al weet van die godsvonk in ons, die ons de autonomie geeft om de afspraken van de wereld los te laten, de kudde te verlaten en de bewogenheid van ons eigen hart te laten spreken. Juist op dat individuele pad waarop we trouw zijn aan onszelf zullen we ons verbonden voelen met alles wat er is. Juist daar kunnen we de moed ontwikkelen om zacht en open te zijn naar alles wat zich aandient in het leven.
Dit boek nodigt ons uit een angstloze spirituele krijger te worden, opdat de Christus in ons voortdurend opnieuw geboren worde.
We wisten dit allemaal wel, maar we waren het weer even vergeten. Het koninkrijk is hier, maar we zien het niet altijd.
En dit Hartelijke Handboek herinnert ons daaraan. Dit praktische meesleep- en omkrul-boek wil ons elke dag weer melden waartoe we in staat zijn. Namelijk tot gulheid en geluk, de kern van ons menselijk potentieel.
Geniet er met volle teugen van! De psalmdichter zegt net als ik:
‘ Nogmaals zeg ik u: Verheug u!’ ; -)
Het gesprek van Annemiek Schrijver met Bram Moerland in Het Vermoeden van de IKON vind je hier.
––––––––
Bron:
Bram Moerland
Schatgraven in Thomas
Vertaling en toelichting van het Thomas evangelie
Uitgeverij Bert Bakker, Amsterdam 2007
ISBN 9789035131453
Dit boek zal september 2007 verschijnen